2005/68 ongegrond

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Sittard-Geleen

tegen

Uitgeversmaatschappij De Limburger B.V., Media Groep Limburg B.V., de redactie van Dagblad De Limburger en het Limburgs Dagblad, A. Lammerse en B. Oostra

Bij brief van 3 augustus 2005 met vier bijlagen heeft mr. J.L. Stoop, advocaat te Maastricht, namens het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Sittard-Geleen (hierna: klager) een klacht ingediend tegen Uitgeversmaatschappij De Limburger B.V., Media Groep Limburg B.V., de redactie van Dagblad De Limburger en het Limburgs Dagblad en de journalisten A. Lammerse en B. Oostra (hierna: verweerders). Hierop heeft H. Driessen, lid van de hoofdredactie van Dagblad De Limburger en vertegenwoordiger van de hoofdredactie van het Limburgs Dagblad, namens verweerders geantwoord in een brief van 7 september 2005.

De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 7 oktober 2005. Namens klager zijn daar verschenen mr. Stoop, die de klacht heeft toegelicht aan de hand van een pleitnota, en mw. B. Bisschops, Strategisch Communicatie Adviseur van klager. Van de kant van verweerders waren voornoemde Driessen en Oostra aanwezig.

Een der leden van de Raad heeft zich verschoond. Partijen hebben desgevraagd geen bezwaar gemaakt tegen behandeling van de zaak door de voorzitter en overige leden.

DE FEITEN

Op 6 april 2005 is op de voorpagina van Dagblad De Limburger en het Limburgs Dagblad een artikel van de hand van André Lammerse en Bjørn Oostra verschenen onder de kop “’Brussel misleid bij steun Sabic’”. De intro van het artikel luidt:
Om in aanmerking te komen voor een vestigingpremie van 5,2 miljoen euro van de gemeente Sittard-Geleen en de provincie heeft chemieconcern Sabic de kosten van het Europese hoofdkantoor in Sittard veel te hoog voorgesteld. De Europese Commissie, die moest instemmen met de staatssteun, is daarmee op het verkeerde been gezet.
Het artikel bevat verder onder meer de volgende passages:
Dit concluderen twee deskundigen onafhankelijk van elkaar, die kennis hebben genomen van het dossier Sabic. Volgens hen heeft het Saudische concern de bouwkosten kunstmatig verhoogd, zodat op papier voldaan is aan de regels die gelden voor staatssteun. De gegevens die de Europese Commissie heeft gekregen over de hoogte van de bouwkosten van het Sabic-kantoor wijken fors af van de door de gemeente vastgestelde bouwsom. Dit blijkt uit onderzoek van deze krant. Op basis van die – afwijkende – informatie heeft Eurocommissaris N. Kroes op 2 februari ingestemd met de miljoenengift aan Sabic.
en
Brussel gaat ervan uit dat het kantoorgebouw (casco) 17 miljoen euro kost. Daarbij komt nog eens 3,5 miljoen euro voor een parkeergarage. Dit blijkt uit documenten, in bezit van deze krant, die het ministerie van Binnenlandse Zaken in december vorig jaar naar Brussel stuurde. De afdeling Bouw- en Woningtoezicht van de gemeente Sittard-Geleen raamt de bouwkosten van het Sabic-kantoor inclusief parkeergarage echter op 13,7 miljoen euro. Dat is bijna zeven miljoen lager dan het bedrag dat de Europese Commissie heeft gehanteerd. Als uitgegaan wordt van de gemeentelijke berekening van de bouwkosten, dan voldoet de miljoenengift aan het chemieconcern niet aan de staatssteunregels.
en
De gemeente, die beide berekeningen kent, ontkent dat Brussel verkeerd is geïnformeerd. Volgens een op schrift gestelde verklaring ‘komt het wel vaker voor dat de voor de bouwleges vastgestelde bouwkosten afwijken van de werkelijke kosten.’ Overigens eist de gemeente dat Sabic binnen een jaar na de oplevering van het kantoor een accountantsverklaring inlevert waaruit blijkt hoeveel het gebouw precies heeft gekost. Als blijkt dat niet is voldaan aan de eisen, moet het concern een deel van de 5,2 miljoen euro steun terugbetalen.
Het voorpagina-artikel is vervolgd onder de kop “Sabic heeft naar uitkomst toe gerekend”. Dit vervolgartikel bevat onder meer de volgende passages:
Een bouwkundige van de Technische Universiteit in Eindhoven, bekend met het project Sabic, zegt niet anders te kunnen dan vast te stellen ,,dat er iets niet klopt”. Het verschil tussen de door de gemeente vastgestelde bouwsom en de informatie die Brussel heeft gekregen is volgens hem te hoog. ,,Hier is duidelijk naar een uitkomst toe gerekend. Sabic heeft twee belangen: de vestigingspremie opstrijken en zo min mogelijk leges betalen.”
Ook een bron binnen het stadsbestuur van Sittard-Geleen, die de beschikking heeft over alle relevante documenten in dit dossier, is ervan overtuigd dat Brussel willens en wetens om de tuin is geleid. ,,De kosten zijn opgeschroefd om de miljoenenpremie van de gemeente en de provincie op te kunnen strijken. Dat noem je misleiding.”


DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Klager stelt dat in het artikel melding wordt gemaakt van twee deskundigen die onafhankelijk van elkaar tot dezelfde conclusie zijn gekomen, namelijk dat Sabic de Europese Commissie heeft misleid door een te hoog bedrag aan bouwkosten op te voeren. Volgens klager heeft deze ernstige beschuldiging niet alleen betrekking op Sabic, maar wordt tevens ten onrechte de suggestie gewekt dat de vermeende misleiding ook aan klager kan worden toegeschreven. Klager heeft er in dat verband op gewezen dat naar aanleiding van het artikel zelfs vragen zijn gesteld door het ministerie van Binnenlandse Zaken.
De ernstige beschuldiging aan zijn adres wordt in de monden van twee anonieme ‘deskundigen’ gelegd, aldus klager. Hij is van mening dat het in strijd is met de journalistieke zorgvuldigheid om te werken met anonieme deskundigen. Indien wordt verwezen naar een deskundige moet de lezer kunnen beoordelen of de betreffende bron deskundig is én of diens oordeel wel zo deskundig is als het medium wil doen geloven, aldus klager. Deze beoordeling valt hier echter niet te maken. Gelet op de omstandigheid dat een lezer meer waarde hecht aan een deskundig oordeel, hadden verweerders bij een zware aantijging als deze bijzonder zorgvuldig te werk moeten gaan. Dit klemt volgens klager te meer nu in het artikel is vermeld dat de deskundigen afkomstig zijn van de Technische Universiteit Eindhoven en een ‘bron binnen het stadsbestuur van Sittard-Geleen’. Het had op de weg van verweerders gelegen om de aantijgingen te verifiëren bij een niet-anonieme deskundige, maar dat hebben zij nagelaten, aldus klager.
Om de ernstige beschuldiging te kunnen weerleggen heeft klager verweerders gevraagd naar de identiteit van de deskundigen en het dossier waarop deze deskundigen zich beroepen. Verweerders hebben dat echter geweigerd, waardoor zij klager de kans hebben ontnomen om te beoordelen of de deskundigen zich op juiste gegevens baseren en een gepaste reactie te geven op de zware aantijging. Klager kan zich aldus niet of nauwelijks verdedigen, doordat verweerders beschikken over informatie die hij niet kent. Juist in het kader van de evenwichtige en juiste verslaggeving is van belang dat klager adequaat en op basis van hetzelfde dossier kan reageren. Door de weigering van verweerders wordt hem feitelijk het weerwoord ontnomen en daarmee de kans om zaken recht te zetten. Dit is, gelet op de eisen van journalistieke verantwoordelijkheid, maatschappelijk onaanvaardbaar, aldus klager.
Verder klaagt hij over de gang van zaken die vooraf is gegaan aan de publicatie van het gewraakte artikel. Daartoe stelt hij dat hem onvoldoende wederhoor is geboden. Het artikel is hem daags voor de publicatie in concept toegezonden met het verzoek om commentaar. Hierop heeft Bisschops op 5 april 2005 om 12.16 uur per e-mail gereageerd en verzocht om aanpassing in verband met een groot aantal onjuistheden. Daarbij is specifiek verzocht de tweede versie aan drie personen te e-mailen en te laten weten wanneer deze versie zou komen. Zonder vooraankondiging of melding is de tweede versie diezelfde dag om 16.40 uur toegezonden aan een van die drie personen. Deze versie kende een totaal nieuwe insteek waarin opeens twee ‘deskundigen’ werden opgevoerd. In de eerste versie kwam het gebruik van de term ‘misleiding’ voor rekening van verweerders, maar in de tweede versie werd die term in de mond van de deskundigen gelegd, hetgeen zwaarder weegt. Aangezien alle betrokken personen op dat moment bezig waren met de voorbereidingen van de commissie-vergadering van die avond, heeft men er die dag niet meer op kunnen reageren. In geen van de voorafgegane correspondentie was te kennen gegeven dat het artikel de volgende dag gepubliceerd zou worden. Klager meent dat, juist gelet op de zwaarte van het artikel, het op de weg van verweerders had gelegen om nog telefonisch contact op te nemen met de betrokkenen van de gemeente om er zeker van te zijn dat er al dan niet nog een reactie zijdens klager zou volgen. Dit klemt te meer nu een van de journalisten diezelfde avond aanwezig was bij de commissievergadering en met geen enkel woord heeft gerept over het nieuwe concept. Klager meent dat hem aldus een kans is ontnomen om mogelijk nog zaken recht te trekken.
Ten slotte stelt klager dat aan de publicatie van het artikel een aantal gesprekken met betrokkenen van de gemeente is voorafgegaan. Die gesprekken zijn opgenomen onder de uitdrukkelijke voorwaarde van klager dat hij te allen tijde kan beschikken over dit materiaal althans de uitwerking ervan. Volgens klager stellen verweerders zich op als een onbetrouwbare partner door ondanks herhaalde verzoeken te weigeren de banden ter beschikken te stellen, hetgeen maatschappelijk onaanvaardbaar is.
Klager betoogt dat hij door de handelwijze van verweerders wordt benadeeld. Hij wenst te kunnen reageren op de geuite beschuldiging van misleiding en wel op basis van alle dossiers. Daarnaast kan de negatieve berichtgeving een bedrijf als Sabic afschrikken en haar uiteindelijk doen beslissen om niet verder te investeren in Nederland. Ook kunnen de gevolgen voor het omliggende terrein van Bedrijvenstad Fortuna zich laten gelden, doordat overige investeerders dreigen af te haken, althans minder genegen zijn om te investeren in dat gebied. Dat klemt temeer nu in dit kader raadsvragen zijn gesteld en zakelijke relaties op de publicatie hebben gereageerd, aldus klager.

Verweerders zijn van mening dat zij uiterst zorgvuldig te werk zijn gegaan. Omdat zij bronbescherming hoog in het vaandel houden en zij de deskundigen absolute anonimiteit hebben beloofd, kunnen zij het verzoek van openbaarmaking van de identiteit van de bronnen onmogelijk honoreren. Ter zitting hebben zij desgevraagd aangegeven dat het uitgangspunt is dat bronnen met naam en functie worden vermeld, zodat de lezer zich ter zake een goed oordeel kan vormen. In bijzondere omstandigheden wordt een uitzondering op de regel gemaakt, hetgeen per keer wordt bekeken. Soms blijft publicatie achterwege als een bron anoniem wil blijven. In dit geval hadden de bronnen om hun moverende redenen expliciet om anonimiteit verzocht. Bovendien was het in deze gevoelige kwestie überhaupt lastig om deskundigen te vinden. Overigens is het artikel niet alleen gebaseerd op anonieme deskundigen, maar hebben verweerders gedegen onderzoek verricht. De resultaten van dat onderzoek hebben zij voorgelegd aan de deskundigen.
Om privacy redenen kan ook het dossier waarop de deskundigen zich beroepen niet worden vrijgegeven. Het dossier bevat vertrouwelijke notities, berekeningen en gespreksverslagen die niet aan klager kunnen worden vrijgegeven zonder de anonimiteit van een bron in gevaar te brengen. Overigens kent klager aan de inhoud van het dossier een zwaarte toe die niet op zijn plaats is, aldus verweerders. Voor een belangrijk deel is het dossier gevormd door stukken die klager en het ministerie van Binnenlandse Zaken hebben verstrekt. Een van de belangrijkste documenten is een brief van Binnenlandse Zaken aan de Europese Commissie, waarin de definitief te verwachten bouwkosten op een rij zijn gezet. De gegevens zijn door Sabic via klager aan het ministerie aangeleverd.
Verder zijn verweerders van mening dat zij klager ruimschoots de mogelijkheid hebben gegeven tot wederhoor. Aan de publicatie is een maanden durend onderzoek vooraf gegaan. Het eerste WOB-verzoek dateerde van december 2004. De verslaggevers hebben meermaals met verantwoordelijke bestuurders en ambtenaren gesproken. Verder is in een vroeg stadium een concept van het te publiceren artikel beschikbaar gesteld, waarop door klager is gereageerd. De weerslag van die reactie is in het artikel terug te vinden. Van enige afspraak dat vooraf kenbaar gemaakt zou worden dat een tweede conceptversie eraan zat te komen, was geen sprake. Ook hebben de journalisten nooit laten doorschemeren dat het verhaal níet voor de volgende dag bestemd was. Zij verkeerden in de veronderstelling dat daarover geen twijfel kon bestaan, omdat al om 12.16 uur een eerste versie van een nieuwsverhaal ter lezing werd aangeboden. Het tijdstip dat de tweede versie aan klager is toegezonden, 16.40 uur, is een tijdstip waarop normaliter wordt gewerkt. Klager wist bovendien dat er een tweede versie aan zat te komen. Verweerders verkeerden in de veronderstelling dat als klager nog commentaar had, hij wel zou reageren. Dat klager de tweede versie niet heeft gelezen, valt hun niet te verwijten, aldus verweerders. Ter zitting voegen zij hieraan nog toe dat de tweede versie weliswaar is gewijzigd – zo zijn daarin de door klager aangegeven wijzingen opgenomen – maar dat de strekking van het verhaal hetzelfde is gebleven. Volgens Oostra, die op de commissievergadering aanwezig was, is daar gesproken over het verhaal en was min of meer duidelijk dat er een tweede conceptversie aan klager was verstuurd en dat het artikel de volgende dag zou worden gepubliceerd.
Voor wat betreft het verstrekken van het bandmateriaal bevestigen verweerders dat daarover met klager een afspraak is gemaakt. Volgens verweerders is echter een dergelijk verzoek tot op heden niet gedaan, laat staan dat er herhaaldelijke verzoeken zouden zijn gedaan. Bovendien heeft klager zelf ook opnames van de gesprekken gemaakt. Verweerders geven aan dat indien klager niet meer over die opnames beschikt, zij gaarne bereid zijn te bekijken of hun banden nog voorhanden zijn en alsnog kunnen worden overgedragen.
Ten slotte wijzen verweerders erop dat zij ook Sabic vooraf in de gelegenheid hebben gesteld commentaar te geven.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

De kern van de klacht is dat in het artikel een zware beschuldiging wordt geuit door twee anonieme deskundigen en dat klager, door de weigering van verweerders om de identiteit van deze deskundigen openbaar te maken, onvoldoende mogelijkheid heeft gekregen om de beschuldiging te weerleggen. De Raad zal zijn oordeel tot die kern beperken.

De suggestie dat klager betrokken is bij misleiding van de Europese Commissie, is naar het oordeel van de Raad inderdaad een ernstige beschuldiging. Deze beschuldiging is echter gebaseerd op in het artikel genoemde feiten die door klager niet worden weersproken. Zo staat in het artikel onder meer dat de door Sabic bij de Europese Commissie opgegeven hoogte van de bouwkosten van het Sabic-kantoor fors afwijkt van de door de gemeente vastgestelde bouwsom. Verder is vermeld dat als uitgegaan wordt van de gemeentelijke berekening van de bouwkosten, dan de miljoenengift aan Sabic niet aan de staatssteunregels voldoet.
Naar aanleiding van het door hun verrichte onderzoek hebben verweerders hun eigen conclusies getrokken. Dit blijkt ook onder meer uit het feit dat zij in het eerste concept, waarop klager heeft gereageerd, het gebruik van de term ‘misleiding’ voor eigen rekening hebben genomen. De door hen uit de resultaten van hun onderzoek getrokken conclusies hebben zij voorgehouden aan de geraadpleegde deskundigen, die kennelijk geen nieuwe feiten hebben aangedragen maar slechts de conclusies van verweerders hebben bevestigd. Onder deze omstandigheden acht de Raad het journalistiek niet ontoelaatbaar dat verweerders de identiteit van de deskundigen niet hebben onthuld.
Daarbij neemt de Raad mede in aanmerking dat aan de publicatie van het gewraakte artikel vele maanden onderzoek is voorafgegaan gedurende welke periode klager verscheidene keren is benaderd voor informatie en commentaar. Bovendien is klager in de gelegenheid gesteld op de conceptversies van het artikel te reageren en is zijn reactie – althans die op het eerste concept, waarin reeds van ‘misleiding’ is gesproken – in het artikel verwerkt. Klager is derhalve ook zonder wetenschap van de identiteit van de deskundigen in de gelegenheid geweest om zich tegen de geuite beschuldiging te verweren.

Een en ander leidt tot de slotsom dat verweerders geen grenzen hebben overschreden van hetgeen – gelet op de eisen van journalistieke verantwoordelijkheid – maatschappelijk aanvaardbaar is, door te handelen en na te laten als hiervoor omschreven.

BESLISSING

De klacht is ongegrond.

De Raad verzoekt verweerders deze beslissing integraal of in samenvatting in Dagblad De Limburger en het Limburgs Dagblad te publiceren.

Aldus vastgesteld door de Raad op 14 december 2005 door mw. mr. W.M.E. Thomassen, voorzitter, drs. C.M. Buijs, drs. G.T.M. Driehuis en T.R. Harkema, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris, en mw. mr. L.F. Egmond, plaatsvervangend secretaris.