2005/64 ongegrond

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van
 
SBS Broadcasting B.V. en L. Muller
 
tegen
 
de hoofdredacteur van het NOS Journaal
 
Bij brief van 23 augustus 2005 met drie bijlagen, waaronder een video-opname van de gewraakte uitzending, heeft S.F.M. Hoogenbosch, bedrijfsjuriste, namens SBS Broadcasting B.V. te Amsterdam en L. Muller, hoofd Sport van SBS Broadcasting B.V., (hierna: klagers) een klacht ingediend tegen de hoofdredacteur van het NOS Journaal (hierna: verweerder). Hierop heeft H. Laroes, hoofdredacteur, geantwoord in een brief van 29 augustus 2005 met drie bijlagen.
 
De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 7 oktober 2005. Namens klagers zijn daar voornoemde Hoogenbosch en Muller verschenen. Laroes was eveneens aanwezig. Ter zitting heeft de Raad de video-opname bekeken.
 
DE FEITEN
 
Op 25 mei 2005 is in een uitzending van het NOS Journaal aandacht besteed aan de bedreiging en afpersing van John de Mol en zijn bedrijf Talpa door Rocky T. (hierna: de uitzending). Rocky T. wordt omschreven als ‘heel intelligent en extreem verslaafd aan aandacht en ophef’ en er wordt verslag gedaan van een aantal van zijn eerdere praktijken. Vervolgens is vermeld dat de afpersing van John de Mol volgens het Openbaar Ministerie een eenmansactie is van Rocky T., maar dat diens advocaat dat bestrijdt. Deze advocaat, mr. S. Bharatsingh, verklaart:
De initiator wilde eigenlijk dat John de Mol niet de voetbalrechten ging verwerven, maar dat de voetbalrechten bij de NOS moesten blijven en niet naar Talpa moesten gaan. En om paniek te zaaien voor het verwerven van de opdracht is dit namelijk allemaal gebeurd.
Verder wordt in de uitzending door een voice-over bericht:
Een medewerker van SBS zou hem hebben aangezet tot de afpersing. Rocky T. probeert de schuld in de schoenen te schuiven van niemand minder dan de chef sport van deze omroep, Lex Muller. Maar justitie ziet de sportbaas van SBS, na een gesprek met hem, niet als verdachte.
Tijdens het uitspreken van deze tekst worden Muller en het kantoorgebouw van SBS in Amsterdam in beeld gebracht. Hierna deelt verslaggever L. Runderkamp mee:
Rocky T. is een jongen met een verhaal. Hij praat met inlichtingendiensten, hij praat met terrorismebestrijders, hij praat met journalisten, ook met mij. Je kunt glimlachen om de manier waarop hij journalisten, politici, grote bedrijven soms om de tuin weet te leiden. Maar in het geval van de bedreiging van John de Mol is hij een stap te ver gegaan.
Aan het slot van de uitzending wordt de volgende verklaring van SBS voorgelezen en tegelijkertijd in beeld gebracht:
SBS ontkent in de sterkst mogelijke bewoordingen enige betrokkenheid bij de bedreigingen aan het adres van John de Mol en veroordeelt deze ten zeerste. Ook wijst SBS in alle toonaarden iedere suggestie van de hand dat een van haar medewerkers hier een rol in zou hebben gespeeld.
 
DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN
 
Klagers maken bezwaar tegen de uitzending voor zover daarbij Muller in verband wordt gebracht met Rocky T. en de afpersing van John de Mol. Volgens hen is in de uitzending ten onrechte gesteld dat Muller Rocky T. zou hebben aangezet tot de afpersing van John de Mol in verband met het werven van voetbalrechten. Na deze beelden is opgemerkt dat justitie Muller niet als verdachte aanmerkt. Noch SBS noch Muller heeft op enige wijze iets te maken met de zaak Rocky T. of de afpersing van John de Mol, en er zijn c.q. waren in het geheel geen aanwijzingen of aanknopingspunten om dergelijke verbanden te trekken, aldus klagers.
Ter zitting hebben klagers hieraan nog toegevoegd dat het voor iedereen duidelijk is dat Rocky T. een fantast is, die niet moet worden geloofd. De belangrijkste aanwijzing voor de berichtgeving was een door Rocky T. verspreid gerucht, terwijl verweerder weet dat Rocky T. niet betrouwbaar is. Dit had voor verweerder reden moeten zijn extra bronnen te raadplegen en meer onderzoek te doen. Dat verweerder wederhoor heeft gepleegd ontslaat hem niet van zijn onderzoeksplicht, aldus klagers.
Zij wijzen er verder op dat Muller zich vrijwillig bij de politie heeft gemeld nadat hij over de beschuldiging had gehoord en dat er enkel een gesprek heeft plaatsgevonden, en zeker geen verhoor. Mede in dat licht klemt het temeer dat verweerder het gerucht over betrokkenheid van Muller bij de afpersing heeft verspreid. Dat is in strijd met de journalistieke zorgvuldigheid, aldus klagers.
Zij betogen dat verweerder door de onjuiste, onvolledige en suggestieve verslaggeving zeer onzorgvuldig en onrechtmatig jegens hen heeft gehandeld. Ten gevolge daarvan lijden zij, door de aantasting van hun reputatie en imago in de mediawereld, ernstige schade.
Klagers verzoeken verweerder dan ook voortaan hen op geen enkele wijze in verband te brengen met de zaak Rocky T. en de afpersing van John de Mol.
 
Verweerder stelt dat de feiten die in de uitzending zijn genoemd juist zijn en niet door klagers worden bestreden. Er waren wel degelijk aanwijzingen en/of aanknopingspunten, zoals het genoemde contact van de kant van politie/justitie, en het niet bestreden gegeven dat Muller wel degelijk door de verdachte is genoemd, wat daar ook van zij.
Gegeven het opereren van de verdachte leek het verweerder relevant om de feitelijkheden rond Muller te melden. Bovendien heeft hij SBS in staat gesteld om haar eigen standpunt in de uitzending te formuleren, en heeft SBS in een reactie het laatste woord gekregen.
Ter zitting voegt verweerder daar nog aan toe dat hij begrijpt dat klagers de genoemde feiten onwelgevallig vinden. Dat neemt niet weg dat het aan hem is om te bepalen wat relevant is om te vermelden.
Het verzoek van klagers om in de toekomst niet meer te berichten over Muller in combinatie met Rocky T., kan verweerder niet honoreren. Op dit moment is voor dergelijke berichtgeving wellicht geen aanleiding, maar in de toekomst kan dit anders zijn. Een afspraak zoals door klagers gewenst, kan onmogelijk worden gemaakt zonder de NOS te beperken in haar vrije nieuwsgaring en daar kan verweerder niet mee akkoord gaan.


Verweerder concludeert dat door klagers in het geheel niet is waargemaakt dat de berichtgeving onjuist, onvolledig en suggestief is. In de uitzending zijn relevante feiten gemeld, die zijn gecheckt en gedoublecheckt, terwijl bovendien wederhoor is toegepast.
 
BEOORDELING VAN DE KLACHT
 
De klacht spitst zich toe op het openlijk in verband brengen van Muller, als werknemer van SBS, met de afpersing van John de Mol door Rocky T., waarbij Muller langdurig in beeld is gebracht.
 
De Raad stelt voorop dat er geen norm van journalistieke zorgvuldigheid is die meebrengt dat een journalist toe- of instemming behoeft te hebben van degene over wie hij publiceert. Dat neemt niet weg dat de journalist wel steeds een afweging dient te maken tussen het belang dat met de publicatie is gediend en de belangen die door de publicatie worden geschaad, en dat moet worden vermeden dat nodeloos schade wordt toegebracht. (vgl. onder meer RvdJ 2005/49)
 
Volgens de Raad kan Muller, die als hoofd sport van SBS Broadcasting regelmatig in het nieuws is, als publiek figuur worden aangemerkt. Volgens het vaste oordeel van de Raad zullen publiekelijk bekende personen in het algemeen moeten dulden dat hun portret wordt gepubliceerd, wanneer zij in het nieuws komen. Hoewel mogelijk pijnlijk voor Muller, dient hij zich derhalve een zekere mate van aantasting van zijn persoonlijke levenssfeer te laten welgevallen. (vgl. onder meer: RvdJ 2004/93 en RvdJ 2001/08)
 
De vraag is of in dit geval zodanig over klagers is bericht en de privacy van Muller zodanig is aangetast, dat daarmee grenzen zijn overschreden van hetgeen – gelet op de eisen van journalistieke verantwoordelijkheid – maatschappelijk aanvaardbaar is. Dat klagers de uitzending als suggestief hebben opgevat, is daarvoor onvoldoende.
 
De Raad heeft er begrip voor dat het klagers niet welgevallig is dat zij in de uitzending in verband worden gebracht met afpersing van John de Mol. Echter, een uitzending over de afpersing van John de Mol en de eventuele betrokkenheid van Muller daarbij, is journalistiek en maatschappelijk relevant.
Daar komt bij dat, anders dan klagers hebben aangevoerd, in de uitzending niet als feit wordt gepresenteerd dat Muller Rocky T. heeft aangezet tot het afpersen van John de Mol. In de uitzending is (slechts) vermeld dat Rocky T. de afpersing in de schoenen van Muller probeert te schuiven. De juistheid van dat bericht is niet door klagers betwist. Bovendien is in de uitzending aan de kijker voldoende duidelijk gemaakt dat Rocky T. volgens verweerder niet serieus genomen moet worden.
Verder is in de uitzending vermeld dat justitie een gesprek heeft gehad met Muller en hem niet als verdachte aanmerkt. De juistheid daarvan is evenmin door klagers weersproken.
 
Op grond van het bovenstaande en mede in aanmerking genomen dat aan het slot van de uitzending de reactie van SBS is voorgelezen en in beeld gebracht, acht de Raad de wijze waarop in de uitzending over klagers is bericht niet journalistiek onaanvaardbaar.
 
BESLISSING
 
De klacht is ongegrond.  
 
De Raad verzoekt verweerder bij voorkeur aan deze beslissing aandacht te besteden in een uitzending van het NOS Journaal en anders deze beslissing integraal of in samenvatting op zijn website dan wel in een ander daartoe geëigend medium te publiceren.
 
Aldus vastgesteld door de Raad op 18 november 2005 door mw. mr. W.M.E. Thomassen, voorzitter, drs. C.M. Buijs, drs. G.T.M. Driehuis, T.R. Harkema en drs. B.J. Brouwers, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris, en mw. mr. L.F. Egmond, plaatsvervangend secretaris.