2005/62 gegrond

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van

A. Schuurmans

tegen

de hoofdredacteur van Medisch Contact

Bij brief van 26 augustus 2005 met tien bijlagen heeft A. Schuurmans te Deventer (hierna: klager) een klacht ingediend tegen de hoofdredacteur van Medisch Contact (hierna: verweerder). Hierop heeft J. Visser, adjunct-hoofdredacteur, geantwoord in een brief van 15 september 2005.

De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 23 september 2005 in aanwezigheid van klager. Verweerder is daar niet verschenen.

DE FEITEN

Op 3 juni 2005 is in Medisch Contact is onder de kop “Ik en de ander” een oproep gedaan aan de lezers om een bijdrage te leveren. In de oproep staat onder meer:
Medisch Contact komt deze zomer met een special over deze diversiteit in de gezondheidszorg. Zoals gebruikelijk zijn bijdragen van lezers meer dan welkom. De ervaringen van een autochtone arts met allochtone patiënten of collega’s, wij horen ze graag. Maar ook de allochtone arts die iets kwijt wil over de omgang met autochtone collega’s en patiënten, is bij ons aan het juiste adres. Positief of negatief, blij makend of treurig stemmend, alle verhalen zijn welkom. Klim in de pen of het toetsenbord en mail uw bijdrage (maximaal 400 woorden) nog deze maand (…)

Klager heeft op de oproep gereageerd en bij e-mail van 12 juni 2005 een bijdrage geleverd met de volgende begeleidende tekst:
Hierbij een bijdrage naar aanleiding van uw oproep in MC van 3 juni jl. Helaas voldoe ik niet aan uw voorwaarde van maximaal 400 woorden: mijn tekst bestaat eigenlijk uit twee stukjes, maar ze zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Misschien toch geschikt voor uw special.
Klager heeft zijn bijdrage voorzien van de titel “Haat en liefde”. In het eerste deel schrijft hij over zijn ervaringen als arts in Afrika in 1981 en met name over zijn herinnering aan het overlijden van een tbc-patiënt. Het slot van dit deel luidt:
Een herinnering aan Afrika, waar de dingen, het leven, de dood, zo anders gaan dan hier. Iedereen zou ooit een tijdje in een ander land moeten leven, in een andere cultuur. Daar leer je meer dan op school. Over sterven, op je eentje, zonder medische voorzieningen, zonder maatschappelijk werkster en pastor, zonder intensive care. Ik was nog jong in die tijd, en de dood van deze man trof me.
In het tweede deel schrijft klager over zijn ervaringen in Nederland in 2001 en met name over het verzoek van de familie van een Turkse geestelijk gehandicapte man om de vruchtbaarheid van zijn uit Turkije overgehaalde geestelijk normale doofstomme vrouw door middel van een vitamine-injectie te bevorderen. Het slot van dit deel luidt:
Ik heb tijd nodig, om te denken en te overleggen, met de arts van het tehuis, met collega’s, met de inspectie. De vrouw kan elk moment zwanger raken, als ze het al niet is. Zo al niet van haar man, dan wel van de broers. Maar die tijd heb ik niet. Ik krijg een onethische maar creatieve gedachte. Hippocrates is ver weg, het tuchtcollege ook, hoop ik. Ze is niet zwanger. Nee, ze is weer precies op tijd ongesteld geworden, zeggen de broers. Vreemd, dat ze dat weten, denk ik nog, het is hun schoonzus. Ik ga akkoord met de injectie. Zonder vitaminen. Depo-ProveraR staat er op, de prikpil, genoeg progesteron om drie maanden niet zwanger te worden. Een zee van tijd.
Ik zak onderuit in mijn stoel, en staar naar buiten. Een merkwaardige rust daalt over me neer. Ik haat deze mensen. Hoe ben ik zo diep gezonken? Van betrokkenheid en medeleven in Afrika, naar afstand en cynisme in Nederland.


In een e-mail van 18 juli 2005 heeft de redactie van Medisch Contact klager meegedeeld dat alleen het tweede deel van zijn bijdrage in de special zou worden geplaatst, maar dat beide delen op de internetsite zouden worden gepubliceerd.

Op 22 juli 2005 is in Medisch Contact het tweede deel van klagers bijdrage, in enigszins gewijzigde vorm en voorzien van de kop “Ideale huwelijkspartner”, gepubliceerd. De laatste zin “Van betrokkenheid en medeleven in Afrika, naar afstand en cynisme in Nederland.” is weggelaten.

Bij e-mail van 1 augustus 2005 heeft klager zijn bezwaren tegen de gang van zaken aan de redactie van Medisch Contact kenbaar gemaakt en verzocht alsnog zijn gehele bijdrage te publiceren. Hierop heeft verweerder in een e-mail van 5 augustus 2005 als volgt gereageerd:
Uw reactie van 1 augustus waarin u eist om de volledige tekst van uw voor de special ingestuurde bijdrage te plaatsen hebben wij intern besproken. Uw aanbiedingsbrief van 12 juni nog eens overlezend, schrijft u daar helemaal niet dat het integrale plaatsing zou moeten zijn of anders niet. Wij hebben in ieder geval geoordeeld dat inkorting wel mogelijk was, hetgeen niet verwonderlijk was omdat wij een maximum aantal woorden van 400 niet voor niks in de voorwaarden hadden aangenomen. Tot vlak voor het drukken van de special hebben wij nog gepuzzeld en geschoven met de uitverkoren bijdragen en hebben daarbij ook andere bijdragen moeten inkorten, een normaal redactioneel proces overigens. Van herplaatsing van uw complete tekst kan geen sprake zijn, daar zitten onze lezers echt niet op te wachten. Echter op de website staat wel uw volledige tekst afgedrukt. Het spijt mij dat het een en ander niet tot uw tevredenheid is verlopen. Desalniettemin heb ik positieve reacties op uw bijdrage vernomen.

Klager heeft verweerder vervolgens in een e-mail van 7 augustus 2005 laten weten dat hij zich in diens reactie niet kon vinden en verzocht zijn bijgevoegde ingezonden brief te plaatsen. Daarop heeft verweerder bij e-mail van 12 augustus 2005 geantwoord als volgt:
In antwoord op uw brief van 7 augustus nogmaals een reactie. Het ware achteraf beter geweest als er overleg was geweest over de manier waarop wij uw bijdrage zouden inkorten. In het vervolg zullen wij dat bij forse ingrepen van lezersbijdragen voor de Special dan ook doen. ‘In strijd met alle wetten van de journalistiek’ was onze ingreep echter zeker niet. Om door middel van uw ingezonden brief al onze lezers te confronteren met één aspect van ons productieproces vinden wij echter te ver gaan. De webvermelding in het blad naar alle bijdragen ‘Ik en de ander’ moet wat dat betreft toch voldoende zijn. Het spijt mij wederom u persoonlijk te moeten teleurstellen, maar zoals vaak moeten wij ‘het grotere geheel’ laten prevaleren boven het belang van een auteur.

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Klager stelt dat door het plaatsen van alleen het tweede deel van zijn bijdrage de kernboodschap verloren is gegaan: de overgang van betrokkenheid naar cynisme, op basis van de houding van de patiënt. De subtiliteit en nuance zijn verdwenen, aldus klager. Volgens hem krijgen de lezers nu een onjuist en te eenzijdig, negatief beeld van hem.
Ter zitting heeft klager daaraan toegevoegd dat indien verweerder hem tijdig in kennis had gesteld van het voornemen om alleen het tweede deel van zijn bijdrage te publiceren, hij waarschijnlijk had verzocht de publicatie helemaal achterwege te laten. Klager benadrukt in dat verband dat de e-mail van 18 juli 2005 is verstuurd tijdens zijn vakantie.
Verder wijst klager erop hij vaker bijdragen heeft geschreven voor Medisch Contact en dat de plaatsing daarvan nooit een probleem heeft opgeleverd.
Desgevraagd verklaart klager verder dat in Medisch Contact niet is vermeld dat geleverde bijdragen zouden kunnen worden ingekort. In de verwijzing naar de publicatie op internet stond bovendien niet dat daar een langere bijdrage is gepubliceerd, aldus klager.

Verweerder stelt dat de bijdrage van klager duidelijk uit twee gedeelten bestond. De mening van klager dat die delen onlosmakelijk met elkaar verbonden waren, deelt verweerder niet. Volgens hem kunnen beide stukken afzonderlijk worden gelezen en begrepen, zonder dat de auteur daarmee onrecht wordt gedaan. Daarbij vond hij het eerste deel niet geschikt voor plaatsing in de special, waarin de nadruk zou komen te liggen op de buitenlandse arts in de Nederlandse gezondheidszorg, en niet op de Nederlandse arts in het buitenland.
Hij heeft dan ook besloten om alleen het tweede deel van klagers bijdrage te plaatsen, waarmee die bijdrage tegelijkertijd werd teruggebracht tot de vereiste lengte. Daarbij moest de tekst enigszins worden aangepast, omdat de verwijzing naar Afrika in de laatste zin van klagers bijdrage anders onbegrijpelijk zou zijn geworden.
Naar de mening van verweerder is de strekking van klagers bijdrage geen geweld aangedaan. Ook de gehandhaafde zin “Hoe ben ik zo diep gezonken” is zonder kennis van het eerste deel van klagers bijdrage goed te begrijpen, aldus verweerder. Hij vindt niet dat de lezers nu een te eenzijdig beeld van klager krijgen.
Verweerder heeft de ingreep niet vooraf aan klager voorgelegd, in de veronderstelling dat klager ook wel begreep dat zijn bijdrage veel te lang was. Volgens verweerder ziet klager zijn opmerking over het ‘onlosmakelijk verbonden’ zijn van de beide delen ten onrechte als een expliciete eis om die delen niet zonder zijn toestemming te splitsen. Verweerder heeft die zinsnede slechts opgevat als een verzoek. Aan dat verzoek kon hij niet voldoen.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

De Raad stelt voorop dat in Medisch Contact van 3 juni 2005 de lezers zijn gevraagd een bijdrage te leveren voor een speciale editie. Weliswaar is in de oproep vermeld dat een bijdrage niet langer mocht zijn dan 400 woorden, maar daarbij is niet duidelijk gemaakt dat een langere bijdrage mogelijk zonder nader voorafgaand overleg zou kunnen worden ingekort.

Het gaat in deze zaak derhalve niet om de plaatsing van een stuk dat een lezer ongevraagd ter publicatie heeft ingezonden, waarbij – volgens het vaste oordeel van de Raad – de redactie in beginsel de vrijheid heeft het ingezonden stuk in te korten of te redigeren (vgl. onder meer: Schouten tegen de Stentor, RvdJ 2005/4).

De Raad is van oordeel dat een redactie in kwesties als de onderhavige, waarin iemand wordt gevraagd een bijdrage te leveren, in beginsel met de auteur van de bijdrage behoort te overleggen over mogelijke ingrijpende aanpassingen in de bijdrage alvorens tot publicatie van de aangepaste bijdrage over te gaan.

Met klager is de Raad van mening dat de bijdrage van klager ingrijpend is gewijzigd. Het eerste deel van de bijdrage bevat een zekere relativering, waardoor de lezer mogelijk meer begrip zou kunnen opbrengen voor het handelen van klager zoals hij dat in het tweede, gepubliceerde, deel van zijn bijdrage heeft omschreven.

In zijn e-mail van 12 augustus 2005 aan klager heeft verweerder overigens erkend dat het beter zou zijn geweest als er overleg was geweest over de manier waarop hij de bijdrage van klager zou inkorten. Hij had ervoor kunnen kiezen om de bijdrage van klager in het geheel niet te publiceren. Door echter zonder overleg met klager over te gaan tot het enkel publiceren van het overigens integer samengevatte tweede deel van diens bijdrage, heeft verweerder grenzen overschreden van hetgeen – gelet op de eisen van journalistieke verantwoordelijkheid – maatschappelijk aanvaardbaar is.

BESLISSING

De klacht is gegrond.

De Raad verzoekt verweerder deze beslissing integraal of in samenvatting in Medisch Contact te publiceren.

Aldus vastgesteld door de Raad op 9 november 2005 door mr. A. Herstel, voorzitter, mw. E.J.M. Lamers, mw. drs. J.X. Nabibaks, mw. drs. I. Wassenaar en mr. drs. G.J. Wolffensperger, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris.