2005/60 gegrond

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van

A.P. Rutten

tegen

A. Maandag, F. Zaagsma, de hoofdredacteur van IJmuider Courant en de hoofdredacteur van Noordhollands Dagblad

Bij brief van 22 juli 2005 met vijf bijlagen heeft A.P. Rutten te Santpoort-Zuid (hierna: klager) een klacht ingediend tegen A. Maandag, F. Zaagsma, de hoofdredacteur van IJmuider Courant en de hoofdredacteur van Noordhollands Dagblad (hierna: verweerders). Hierop heeft H.P.M.J. Schneider, hoofdredacteur van IJmuider Courant en Noordhollands Dagblad, geantwoord in een brief van 24 augustus 2005 met drie bijlagen. Ten slotte heeft voornoemde Schneider nog een bijlage overgelegd bij brief van 3 september 2005.

De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 9 september 2005 in aanwezigheid van klager, die zijn klacht heeft toegelicht aan de hand van een notitie, en Schneider.

DE FEITEN

Op 18 juli 2005 is in IJmuider Courant een artikel van de hand van A. Maandag verschenen onder de kop “Illegale zaken rond Forteiland” met de onderkop “Wethouder Rutten (Velsen Lokaal) bevoordeelt partijgenoot”. De intro van dit artikel luidt:
De gemeente Velsen is ernstig in de fout gegaan bij het regelen van de toekomstige exploitatie van het Forteiland. Via de onlangs afgetreden wethouder Rutten (Velsen Lokaal) zijn zaken gedaan met het Santpoortse bedrijf Brandveiligheid & Riskmanagement BV. Bij deze BV is John Vroman betrokken, die lid is van de schaduw-gemeenteraadsfractie van Velsen Lokaal. Op grond van integriteitsregels hadden Vroman en de gemeente nooit zaken mogen doen. Dit blijkt uit onderzoek van deze krant.
Verder bevat dit artikel onder meer de volgende passage:
Brandveiligheid & Riskmanagement stelt dat wethouder Rutten heeft erkend dat fouten zijn gemaakt en dat hij een schadeclaim zou ondersteunen.
Het artikel is vervolgd onder de kop “Een kwestie van integer bestuur in Velsen” met de onderkop “Ongeoorloofde gang van zaken rond contract Forteiland”.

De berichtgeving in IJmuider Courant is op 19 juli 2005 (nagenoeg) gelijkluidend verschenen in Noordhollands Dagblad onder de koppen “Gemeente in de fout bij Forteiland” en “Ongeoorloofde gang van zaken rond contract Forteiland”.

Vervolgens is op 20 juli 2005 in IJmuider Courant een artikel verschenen van de hand van F. Zaagsma onder de kop “Onderzoek naar handelwijze Vroman (Velsen Lokaal)”. De lead van dit artikel luidt:
Op het IJmuidense stadhuis zoeken ambtenaren uit of steunfractielid John Vroman (Velsen Lokaal, VL) verboden zaken heeft gedaan met de gemeente. Burgemeester en wethouders (B en W) van Velsen hebben opdracht gegeven voor het onderzoek. Vroman uit Santpoort-Noord mag met zijn bedrijf geen handel drijven met Velsen, maar deed dat wel door noodplannen voor het IJmuidense Forteiland te leveren.
Het slot van het artikel luidt:
Deze week beslissen de fractievoorzitters van de partijen of ze een eigen onderzoek instellen naar de handel en wandel van Vroman en indertijd verantwoordelijke wethouder Ap Rutten, ook van VL. Het is in principe een zaak van de gemeenteraad, verduidelijkte burgemeester Cammaert gistermiddag. De integriteitregels van de raad zijn wellicht overtreden.
Vroman en Rutten zijn tot nu toe niet bereikbaar voor commentaar.


Ten slotte is op 22 juli 2005 in IJmuider Courant een artikel verschenen onder de kop “Onderzoek John Vroman”. Dit artikel luidt:
De fractievoorzitters van de Velsense partijen wachten het onderzoek van burgemeester en wethouders af naar de handelwijze van steunfractielid Vroman van Velsen Lokaal. In strijd met de integriteitregels van de gemeente zou John Vroman zaken hebben gedaan met de gemeente. Woensdagavond vergaderen de fractievoorzitters over de kwestie.

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Klager stelt dat hij nimmer als politiek verantwoordelijke wethouder of privé persoon een contract heeft gesloten of een opdracht heeft gegeven aan een partijgenoot. Enkele jaren geleden, voordat hij en zijn partij deel uitmaakten van het College in Velsen, heeft het toenmalige bestuur van de stichting beheer van het Forteiland een veiligheidsrapport over het fort laten samenstellen door het bedrijf Brandveiligheid & Riskmanagement. Noch het gemeentebestuur, noch het toenmalige College, noch hij persoonlijk zijn bij die transactie betrokken geweest, aldus klager. Hij voert aan dat hij in mei 2004 als lid van het College met het Forteiland in zijn portefeuille constateerde dat in het veiligheidsrapport nog enkele gegevens moesten worden toegevoegd. Klager stelt toen bezwaar te hebben gemaakt tegen het verstrekken van de vervolgopdracht aan het bedrijf dat indertijd het veiligheidsrapport had samengesteld, omdat de heer Vroman, werknemer van dat bedrijf, inmiddels steunfractielid van Velsen Lokaal was geworden. Zelfs bij een kleine opdracht dient geen twijfel te bestaan over de integriteitaspecten, aldus klager.
Hij stelt dat hij niet verder betrokken is geweest bij de afhandeling van de kwestie en wijst er in dat verband op dat de aanvullingen op het veiligheidsrapport nodig waren voor het verlenen van een gebruiksvergunning, hetgeen behoort tot de exclusieve bevoegdheid van de burgemeester. Uit een verslag van de vergadering van het Presidium, een overleg van de burgemeester met de fractievoorzitters, blijkt dat de aanvullende opdracht toch aan het desbetreffende bedrijf is verstrekt. Over dat besluit van de burgemeester is hij niet geïnformeerd, naar hij veronderstelt omdat de burgemeester van mening was dat de vergunningverlening in het kader waarvan de aanvullingen nodig waren, niet tot zijn portefeuille behoorde. Volgens klager is inmiddels gebleken dat de vervolgopdracht aan het bedrijf Brandveiligheid & Riskmanagement niet strijdig is met de beginselen van integer bestuur en de gemeentewetgeving.
Ten slotte stelt klager dat ten onrechte is vermeld dat hij tot dan toe niet bereikbaar was voor commentaar. Door familieomstandigheden had hij zijn vakantie moeten annuleren en was hij continu telefonisch bereikbaar.
Klager concludeert dat hij in de berichtgeving ten onrechte is beschuldigd van onoorbaar handelen. Door de publicaties lijdt hij grote materiële en niet-materiële schade.

Verweerders stellen voorop dat zij van mening zijn dat de klacht ongegrond moet worden verklaard nu klager zich rechtstreeks tot de Raad heeft gewend en niet eerst contact met verweerders heeft gezocht.
Wat betreft de inhoud van de klacht stellen verweerders dat het hier de reputatie van een openbaar bestuurder betreft, zodat wederhoor noodzakelijk is. Zij hebben dan ook voorafgaand aan publicatie gepoogd klager te bereiken.
Ter zitting verklaart Schneider dat redacteur Maandag zijn artikelen op 14 juli 2005 heeft afgerond en op vakantie is gegaan. Een collega heeft vervolgens op vrijdag 15 juli geprobeerd klager te bereiken, maar tevergeefs. Er is toen besloten toch op maandag 18 juli 2005 tot publicatie over te gaan, omdat zij ervan overtuigd waren dat de vermelde feiten afdoende waren onderbouwd en voor zichzelf spraken. Bovendien konden ze er later nog op terugkomen, aldus Schneider.
Overigens wijzen verweerders erop dat het hier niet gaat om gesjoemel door een wethouder, maar om het overtreden van formele integriteitsregels door de gemeente Velsen. In de artikelen staat ook nergens dat klager persoonlijk een contract heeft gesloten. Klager is uitsluitend genoemd in het kader van zijn verantwoordelijkheid als (ex-)wethouder en omdat zijn naam in de correspondentie van Brandveiligheid & Riskmanagement wordt genoemd.
Verweerders realiseren zich dat de publicatie wrang is voor klager en hebben begrip voor zijn emotie. Klager heeft zich als (ex-)wethouder echter door het college van burgemeester en wethouders laten overrulen en heeft zich vervolgens bij de gang van zaken neergelegd, aldus verweerders. Zij stellen dat dat klager als lid van het college en portefeuillehouder niet van zijn verantwoordelijkheden ontslaat.
Ter ondersteuning van hun standpunt hebben verweerders nog een brief van de burgemeester aan de redactie, gedateerd 26 augustus 2005, overgelegd. Daarin verklaart de burgemeester dat klager van het begin af aan betrokken is geweest bij en op de hoogte is geweest van de ontwikkelingen die hebben geleid tot het vragen van een afrondend advies door het bureau Brandveiligheid & Riskmanagement, en dat klager niet negatief heeft geadviseerd het desbetreffende bedrijf te vragen afrondend te adviseren.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

De Raad stelt voorop dat in het Reglement voor de werkwijze van de Raad voor de Journalistiek uitdrukkelijk niet de voorwaarde wordt gesteld dat een klager zijn klacht eerst dient voor te leggen aan de journalist(en) op wie de klacht betrekking heeft, alvorens de Raad tot behandeling van de klacht overgaat.
Verweerders kan worden nagegeven dat voorstelbaar is dat een klager zich eerst met zijn bezwaren tot de (hoofd)redactie wendt, alvorens zijn klacht in te dienen bij de Raad, en dat dit in sommige gevallen wellicht zelfs de voorkeur geniet. Het enkele feit dat een klager zulks nalaat, kan echter niet leiden tot de conclusie dat zijn klacht ongegrond is of dat hij niet-ontvankelijk is in zijn klacht, zoals verweerders betogen. Het staat een klager vrij om zich, om hem moverende redenen, direct tot de Raad te wenden.

Wat betreft de inhoud van de klacht overweegt de Raad het navolgende. In de gewraakte berichtgeving wordt de integriteit van klager als wethouder in twijfel getrokken. Dit is een ernstige beschuldiging aan het adres van klager.
Zoals de Raad bij herhaling heeft geoordeeld, dient een journalist bij het publiceren van ernstige beschuldigingen met bijzondere zorgvuldigheid te werk te gaan. Die bijzondere zorgvuldigheid brengt in het algemeen onder meer mee dat wederhoor dient te worden toegepast. Verweerders hebben overigens erkend dat bij berichtgeving als de onderhavige het toepassen van wederhoor noodzakelijk is.

Verweerders hebben aangevoerd dat op 15 juli 2005 is geprobeerd klager te bereiken, maar dat dat niet is gelukt. Na die dag hebben verweerders kennelijk geen pogingen meer ondernomen om in contact te komen met klager alvorens zij op 18 juli 2005 tot publicatie zijn overgegaan.
Zij hebben aldus onvoldoende ondernomen om met klager in contact te komen. Van zwaarwichtige redenen van algemeen belang die dat kunnen rechtvaardigen, is de Raad niet gebleken. Voorts valt niet in te zien, waarom verweerders niet hebben gewacht met publicatie totdat zij klager voor commentaar hadden bereikt. Overigens hadden verweerders kunnen vermelden dat klager niet voor commentaar bereikbaar was. In de berichtgeving van 18 en 19 juli 2005 hebben zij dat evenmin gedaan.

De Raad komt tot de conclusie dat verweerders aldus grenzen hebben overschreden van hetgeen – gelet op de eisen van journalistieke verantwoordelijkheid – maatschappelijk aanvaardbaar is door over klager te berichten, zoals zij hebben gedaan en na te laten wederhoor toe te passen.

(vgl. onder meer: X tegen Dagblad Zaanstreek, RvdJ 2003/45)

BESLISSING

De klacht is gegrond.

De Raad verzoekt verweerders deze beslissing integraal of in samenvatting in IJmuider Courant en Noordhollands Dagblad te publiceren.

Aldus vastgesteld door de Raad op 28 oktober 2005 door mw. mr. H. Troostwijk, voorzitter, T.G.G. Bouwman, dr. M.J. Broersma, mw. A.C. Diamand, en mw. F. Santing, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris, en mw. L. Bultman-den Haan, plaatsvervangend secretaris.