2005/6 ongegrond

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van

Vereniging Mitex

tegen

K. van Dalsem, R. van der Stelt en de hoofdredacteur van Nieuwe Revu

Bij brief van 23 november 2004 met een bijlage heeft mr. P. van den Berg, advocaat te Utrecht, namens Vereniging Mitex (klaagster) een klacht ingediend tegen K. van Dalsem, R. van der Stelt en de hoofdredacteur van Nieuwe Revu (verweerders). Hierop heeft mr. M. van der Werf, Juridische Zaken Sanoma Uitgevers B.V., namens verweerders geantwoord in een brief van 16 december 2004 met drie bijlagen. Onder begeleidend schrijven van 11 januari 2005 heeft klaagster nog twee bijlagen overgelegd.

De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 14 januari 2005. Namens klaagster waren J.J. Meerman (voorzitter), M. Streuer (hoofd belangenbehartiging) en mr. Van den Berg aanwezig, die de klacht heeft toegelicht aan de hand van een pleitnotitie. Verweerders zijn daar niet verschenen.

DE FEITEN

Op 27 oktober 2004 is in Nieuwe Revu nummer 45 een artikel verschenen van de hand van Van Dalsem en Van der Stelt onder de kop “Winkels niet bestand tegen simpele diefstal truc – Gratis shoppen met een magneet”. De intro van het artikel luidt:
Meer dan een simpele magneet heeft u niet nodig om complete winkels leeg te roven – zonder dat er ook maar één alarm afgaat. Revu ging winkelen, klikte beveiligingslabels open en kon zonder probleem de duurste kleding meenemen.
Bij het artikel is een ‘Stappenplan – Zo steel je een Evisu broek’ gepubliceerd. Voorts is onder de kop “Wat vinden zij van de magneet-truc?” een aantal reacties geplaatst, waaronder de volgende van klaagster:
Jolanda Smits van Mitex, brancheorganisatie van kledingwinkels: “Deze vorm van diefstal is voor mij nieuw. Ik ga hier melding van maken, zoals we altijd doen bij nieuwe manieren van diefstal.”

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Klaagster maakt bezwaar tegen de publicatie van het zogenoemde ‘stappenplan’. De bewuste tekst onderscheidt zich van de rest van het artikel door een afwijkende opmaak en het gebruik van afwijkende letters, kennelijk bedoeld om daar speciaal de aandacht op te vestigen. Volgens klaagster vormt de inhoud feitelijk een uitnodiging c.q. oproep aan de lezer om kleding te stelen volgens een blijkbaar beproefde methode, vergezeld van een uitleg over de precieze werking met concrete, stapsgewijze instructies, die in beeld zijn gebracht met prominent afgedrukte foto’s. Het artikel bevat concrete tips over methoden en technieken voor de best mogelijke kans van slagen bij het plegen van winkeldiefstal. Volgens klaagster is het artikel aldus zeer schadelijk voor de branche, die zich juist inspant om diefstal tegen te gaan c.q. te ontmoedigen. Bovendien wekt het artikel onrust onder het personeel en draagt het bij aan een gevoel van onveiligheid. Meer in het algemeen zorgt het artikel voor een verslechtering van het leef- en werkklimaat. Klaagster is door veel verontruste leden gebeld met de mededeling dat zij daadwerkelijk last hebben van de publicatie. Of het artikel een toename van diefstal tot gevolg heeft, is pas op langere termijn meetbaar.
Klaagster betoogt dat het artikel is te kwalificeren als uitlokking van diefstal en daardoor strafbaar. Daarnaast is het artikel in strijd is met fatsoensnormen en eisen van maatschappelijke zorgvuldigheid, aldus klaagster.
Ten slotte stelt zij dat zij direct na de publicatie contact heeft gezocht met de hoofdredacteur van Nieuwe Revu en zich over het artikel heeft beklaagd. Van die zijde heeft zij toen echter een nogal laconieke en afhoudende reactie gekregen.

Verweerders stellen dat de strekking van het artikel is, dat het verontrustend is dat met een zeer eenvoudige methode kleding kan worden gestolen. Uit het artikel blijkt dat het kleding-beveiligingssysteem dat de laatste 30 jaar wordt gebruikt, niet deugt en achterhaald is. Het ‘stappenplan’ met foto’s is niet meer dan een uitwerking van hetgeen eerder in het artikel is omschreven. Door het in het kader plaatsen van een aantal cijfers en gegevens, wordt bovendien aandacht besteed aan de omvang van het probleem van de winkeldiefstal in Nederland. Volgens verweerders hebben zij aldus in het artikel een misstand aan de kaak gesteld. Navraag bij politie en een aantal winkelketens leerde dat het fenomeen van diefstal met een magneet al enige tijd bij hen bekend is.
Verder stellen verweerders dat klaagster daags na de publicatie aan de hoofdredacteur heeft laten weten daarmee niet blij te zijn. Vervolgens hebben partijen in het openbaar via de radio op een vriendelijke manier gedebatteerd over het artikel. Daarbij heeft de hoofdredacteur aan klaagster aangeboden om een algemeen artikel te publiceren over het probleem van winkeldiefstal. Ter voorbereiding daarop is een afspraak gepland, die niet kon doorgaan. Vervolgens is zijdens verweerders een aantal maal getracht een nieuwe afspraak te maken, maar heeft een medewerker van klaagster laten weten dat klaagster niet meer geïnteresseerd was in een publicatie.
Verweerders wijzen erop dat zij in Nieuwe Revu nummer 47/2004 onder de kop “Magnetennummer mag blijven” aandacht hebben besteed aan de klachten van klaagster en de Raad Nederlandse Detailhandel. Ten behoeve van die publicatie hebben verweerders contact opgenomen met een aantal magnetenhandelaren met de vraag of door het gewraakte artikel de verkoop van bepaalde magneten was toegenomen. Dat bleek niet het geval te zijn. Het artikel heeft dus kennelijk niet bijgedragen aan een stijging van het aantal diefstallen, aldus verweerders.
Overigens vragen zij zich af of klaagster wel als ‘rechtstreeks belanghebbende’ in de zin van de statuten van de Stichting Raad voor de Journalistiek kan worden aangemerkt

BEOORDELING VAN DE ONTVANKELIJKHEID

Wat betreft de door verweerders opgeworpen vraag of klaagster in haar klacht kan worden ontvangen, overweegt de Raad het volgende. Allereerst hebben verweerders een medewerkster van klaagster in het artikel geciteerd. Niet valt in te zien waarom klaagster dan niet als ‘rechtstreeks belanghebbende’ in de zin van de statuten van de Stichting Raad voor de Journalistiek zou kunnen worden aangemerkt.
Bovendien maakt klaagster bezwaar tegen een publicatie die betrekking heeft op de (mode)detailhandel. Dit past binnen de doelstelling van klaagster, zoals die blijkt uit haar statuten. Ook om die reden kan klaagster in haar klacht worden ontvangen.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

De klacht is gericht tegen het gepubliceerde ‘Stappenplan – Zo steel je een Evisu broek’. Volgens klaagster wordt de lezer daarmee uitgenodigd c.q. opgeroepen tot het plegen van winkeldiefstal en hebben verweerders aldus journalistiek laakbaar gehandeld.

De Raad stelt voorop dat het maatschappelijk relevant en journalistiek geboden kan zijn om journalistiek onderzoek te verrichten naar (vermeende) misstanden in de detailhandel. Het is immers een taak van de pers om misstanden aan de kaak te stellen.
Hiertoe behoort ook het berichten over tekortschietende beveiligingssystemen. Daarbij kan het relevant en journalistiek geboden zijn aan de orde stellen dat op eenvoudige wijze kleding kan worden gestolen, zelfs indien daarbij methoden aan het publiek bekend worden gemaakt waarmee kleding-beveilingssystemen kunnen worden omzeild. Dat dat in het onderhavige geval op een provocerende wijze is geschied, doordat de stijlvorm van een ‘Stappenplan – Zo steel je een Evisu broek’ is gekozen, maakt dit op zichzelf niet anders (vgl. NS Groep N.V. tegen Croonenberg, Smit en HP/De Tijd, RvdJ 2003/22).

Verder staat vast dat verweerders voorafgaand aan de publicatie contact hebben opgenomen met klaagster. Een medewerkster van klaagster heeft verweerders commentaar verstrekt en die reactie is in het artikel verwerkt. Gesteld noch gebleken is dat de weergave van die reactie onjuist is. Uit hetgeen zijdens klaagster ter zitting naar voren is gebracht, maakt de Raad op dat de medewerkster van klaagster niet op de meest adequate wijze heeft gereageerd. Dit kan echter verweerders niet worden verweten.

Alle omstandigheden in aanmerking genomen is de Raad van oordeel dat verweerders geen grenzen hebben overschreden van hetgeen, gelet op de eisen van journalistieke verantwoordelijkheid, maatschappelijk aanvaardbaar is.

BESLISSING

De klacht is ongegrond.

De Raad verzoekt verweerders deze beslissing integraal of in samenvatting in Nieuwe Revu te publiceren.

Aldus vastgesteld door de Raad op 18 februari 2005 door mw. mr. M.E. Leijten, voorzitter, mw. A.C. Diamand, prof. dr. mr. B. de Gaay Fortman, T.R. Harkema en mr. A.H. Schmeink, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris.