2005/59 gegrond

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van

Koop Holding B.V.

tegen

de hoofdredacteur van Dagblad van het Noorden

Bij brief van 30 mei 2005 met zeven bijlagen heeft H. Koop namens Koop Holding B.V. gevestigd te Groningen (hierna: klaagster) een klacht ingediend tegen de hoofdredacteur van Dagblad van het Noorden (hierna: verweerder). Hierop heeft H. Blanken, adjunct-hoofdredacteur, geantwoord in een brief van 23 juni 2005 met vier bijlagen.

De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 9 september 2005. Namens klaagster is daar A.W.M. de Zeeuw - Hoofd Public Relations & Prequalifications van klaagster - verschenen, die de klacht heeft toegelicht aan de hand van een notitie. Aan de zijde van verweerder was voornoemde Blanken aanwezig.

DE FEITEN

Op 23 maart 2005 is op de voorpagina van Dagblad van het Noorden een artikel verschenen onder de kop “Voormalige eigenaar Koop-concern voelt zich beledigd en vernederd”. Dit artikel luidt:
De rechter kan hoog en laag springen, maar Henk Koop zal voor de bouwfraude-zaak niet in de rechtbank verschijnen. Daar kwam de verklaring van Koops raadsman De Vries dinsdag op neer, want de voormalige eigenaar van het Koop-concern voelt zich beledigd en vernederd.
Volgens advocaat Kees de Vries had Henk Koop gedurende het vooronderzoek te kennen gegeven mee te zullen werken en langs te zullen komen als de officier van justitie dat kenbaar wenselijk achtte. Maar wat gebeurde? Op een doordeweekse dag begin april 2003 belde de politie in alle vroegte aan bij de woning van Koop en stelde vast dat de van corruptie verdachte bouwondernemer zich ergens in het buitenland bevond.
Er is toen ogenblikkelijk een wereldwijd opsporingsbevel uitgevaardigd waarna Koop medio april 2003 op het vliegveld van Bremen werd opgepakt. “Mijn cliënt had op voet van gelijkwaardigheid met de officier willen praten”, zo legde De Vries uit aan de rechter. “Maar nu werd hij afgevoerd naar de gevangenis in Schiedam. Daar moest hij zich uitkleden tot hij naakt was, moest zich vervolgens bukken enzovoort. Dat heeft hij als een zeer vernederende behandeling ervaren en heeft meteen gezegd: Vanaf nu werk ik aan geen enkel onderzoek meer mee.”
Rechter Hofmeijer-Rutten benadrukte dat ze het wenselijk achtte dat Koop voor een persoonlijke toelichting langs zou komen in de Rotterdamse rechtbank. De Vries: “Ik zal het aan hem voorleggen, maar meneer Koop heeft geen goed gevoel over hoe de overheid hem tot dusver heeft behandeld.”


Voorts is diezelfde dag in het economiekatern van Dagblad van het Noorden een artikel verschenen onder de kop “Veel kleurrijke details maar nauwelijks nieuwe feiten”. De intro van dit artikel luidt:
Met nog twintig dagen te gaan trekt het strafproces over de Bouwfraude-zaak amper nog aandacht. De publieke tribune in de Rotterdamse rechtbank wordt slechts bemand door advocaten en de perstribune blijft ook steeds vaker leeg.
In dit bericht staat verder onder meer:
Een nieuw pikant detail was overigens wel dat de politie in een bar een gesprek had afgeluisterd tussen Fred Veerman, directeur van Koop Tjuchem, en Jan J. Dat was op 18 maart 2002, de dag dat er door het hele land op 45 adressen invallen worden gedaan. Slechts flarden van dat gesprek zijn opgevangen en daaruit wordt duidelijk dat Veerman weet dat zijn telefoon thuis wordt afgetapt. Niet het hele gesprek werd getoond op een in de rechtszaal geplaatst scherm, maar een gesprek tussen Henk Koop en toenmalig minister Jorritsma werd opgevoerd en bovendien was er de zinsnede: “Als dat uitkomt, kan Henk Koop zijn koffers pakken.”
en
Voor de rest ging het over de reeds bekende golfreisjes en de bordeelbezoekjes van Ad Bos en Jan J.. Zij werden door Henk Koop afgeleverd bij seksclub Yab Yum waar ze in ruim een dagdeel voor 14.240 en 1985 gulden verbrasten met vier tot vijf vrouwen.

Bij brief van 24 maart 2005 heeft klaagster haar bezwaren tegen de artikelen uiteen gezet en verweerder verzocht om een rectificatie. Verweerder heeft dit verzoek bij brief van 5 april 2005 afgewezen.
Vervolgens heeft klaagster in een brief van 21 april 2005 aan verweerder haar standpunten nader uiteen gezet. Zij heeft daarbij verwezen naar de volgende passage van een bijgevoegd uittreksel van een ter terechtzitting behandeld proces-verbaal: “...als dat uitkomt kan Henk z’n koffers pakken...” In haar brief heeft klaagster haar verzoek om rectificatie herhaald.
Verweerder heeft daarop gereageerd in een schrijven van 23 mei 2005. Deze brief bevat onder meer de volgende passage:
Wij hebben de details nog eens doorgenomen, waarbij we onze eigen verslagen naast de voorhanden stukken hebben gelegd. Onze conclusie luidt als volgt: het is inderdaad mogelijk dat er een vergissing is gemaakt of dat personen met elkaar zijn verward. Wij zijn ook heel wel bereid te rectificeren als vast staat dat ons verslag feitelijk onjuist is.
Het door u verstrekte document bevat evenwel te weinig of onvoldoende overtuigende aanwijzing dat er twee Henken door elkaar zijn gehaald. U voert in uw brief een citaat op uit de strafzaak-(...). Daar is onze man evenwel niet bij aanwezig geweest en in dat opzicht is een verwijzing naar die zaak dus minder relevant.
U zegt dat met de genoemde Henk niet u maar iemand anders werd bedoeld. Wat u ons ter beschikking heeft gesteld is evenwel slechts een fractie uit het proces-verbaal. Ik zou u willen verzoeken ons het hele proces-verbaal ter inzage te geven, zodat wij ook zelf en wellicht definitief kunnen vaststellen dat er van een andere Henk dan Henk Koop sprake is. Indien dat het geval is, zullen wij alsnog tot rectificatie overgaan.

Daarop heeft klaagster ten slotte nog gereageerd in een brief van 27 mei 2005.

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Klaagster stelt dat het op de voorpagina geplaatste artikel enkele feitelijke onjuistheden bevat.
Ten onrechte is vermeld dat de heer Koop de voormalige eigenaar is van het Koop-concern. De heer Koop heeft weliswaar een minderheidsaandeel van 49,9%, maar dat neemt niet weg dat hij nog steeds (mede)eigenaar is. Bovendien is hij nog steeds voorzitter van de Raad van Bestuur.
Verder is ten onrechte vermeld dat de heer Koop is aangehouden op het vliegveld van Bremen. Als iemand op een vliegveld wordt aangehouden, terwijl hij wordt gezocht, wekt dat toch minstens de indruk dat hij op de vlucht is. Daarvan was hier geen sprake. De heer Koop is wel in Bremen aangehouden, maar niet op het vliegveld.
Verder stelt klaagster dat verweerder in het tweede, in het economiekatern geplaatste, artikel onjuist heeft geciteerd uit de tijdens de rechtszitting te Rotterdam geprojecteerde tekst: “…als dat uitkomt kan Henk zijn koffers pakken…”. Met ‘Henk’ is niet Henk Koop bedoeld, hetgeen verweerder derhalve ten onrechte heeft vermeld, aldus klaagster. Zij heeft dit aan verweerder kenbaar gemaakt in haar brief van 21 april 2005, waarbij zij de relevante stukken uit het proces-verbaal heeft overgelegd. Verder heeft zij erop gewezen dat Jan J. tijdens de tegen hem gerichte strafzaak in hetzelfde bouwfraude-kader heeft verklaard: “De officier van justitie haalt aan dat er gesproken was over ene Henk, wat blijkt uit het verslag van het observatieteam. Dit kan Henk Koop niet zijn, maar is naar alle waarschijnlijkheid Henk (...) geweest. Dit is een aannemer.” Verweerder heeft in zijn reactie van 23 mei 2005 gesteld deze verwijzing minder relevant te achten. Volgens klaagster kan het echter niet zo zijn dat deze verklaring er niet toe doet, nu deze niet zo letterlijk aan de orde is geweest op de zitting waarvan verweerder verslag heeft gedaan. Wanneer verslag wordt gedaan van een grote affaire als deze, mag men verwachten dat er een compleet overzicht van de ontwikkelingen wordt verstrekt en dat er niet selectief met feiten wordt omgesprongen, aldus klaagster.
Volgens haar wordt bovendien ten onrechte de indruk gewekt dat het citaat gebezigd zou zijn naar aanleiding van een gesprek van de heer Koop met minister Jorritsma. Verweerder heeft ten onrechte elementen uit de rechtszaak die niet met elkaar samenhangen bij elkaar geplaatst.
Ten slotte stelt klaagster dat ten aanzien van Yab Yum bezoek van Ad Bos en Jan J. onjuist is geciteerd uit een proces verbaal van een verhoor van de heer Bos. De heer Bos heeft verklaard dat de heer Koop beide mannen heeft afgeleverd bij de Singel. De aanname dat dat bij Yab Yum zou zijn geweest, is onjuist en tendentieus en schaadt de goede naam van haar onderneming.
Klaagster concludeert dat de feiten duidelijk liggen. Volgens haar heeft verweerder de feiten onjuist geïnterpreteerd, op basis van bevooroordeling. Klaagster vindt het onacceptabel dat het bewijs van de onjuistheid van die interpretaties bij haar wordt gelegd. Het lijkt haar dat feiten tellen en dat onjuiste interpretaties voor rekening en verantwoording van de interpretator zijn. Zij wijst er ten slotte op dat verweerder een alleenvertoningsrecht heeft in de regionale dagbladwereld van Noord-Nederland. Dat geeft een bijzondere verantwoordelijkheid, die verweerder onvoldoende waarmaakt, aldus klaagster.
Klaagster betoogt dat haar goede naam in het geding is. Door de onjuiste, tendentieuze berichtgeving en de weigering om die te rectificeren wordt de heer Koop ten onrechte in een kwaad daglicht geplaatst. Klaagster voelt zich daardoor rechtstreeks in haar belang getroffen, omdat de heer Koop directeur en naamgever is van Koop Holding BV. De gewraakte berichtgeving doet derhalve afbreuk aan het beeld van betrouwbaarheid dat voor een onderneming als de Holding van het grootste belang is, aldus klaagster.
Desgevraagd heeft De Zeeuw ter zitting nog meegedeeld dat klaagster op last van haar advocaat geen uitspraken doet over de zaak, zolang deze onder de rechter is.

Verweerder stelt dat hij met recht heeft kunnen schrijven dat de heer Koop ‘voormalig eigenaar’ van het Koop-concern is, omdat de meerderheid van de aandelen met de daarbij behorende rechten en zeggenschap nu in handen is van anderen dan de heer Koop. Volgens verweerder is de claim van de heer Koop dat hij nog steeds eigenaar is geen correcte omschrijving van de huidige eigendomsverhoudingen. Hij is hoogstens grootaandeelhouder. De wijzigingen van de eigendoms- en machtsverhoudingen binnen het concern vormen de achtergrond van de aanduiding ‘voormalig eigenaar’, ervan uitgaande dat met ‘eigenaar’ het bezit van 100% van de aandelen wordt geïmpliceerd. Dat de heer Koop voorzitter is van de Raad van Bestuur staat daar los van.
Verder voert verweerder aan dat de vermelding dat de heer Koop op het vliegveld in Bremen is aangehouden nog eens zou worden gecheckt en dat er een rectificatie zou volgens indien het feit niet kon worden gestaafd. Een rectificatie is tot op heden achterwege gebleven, omdat uit het ter zitting gehouden pleidooi van de raadsman van de heer Koop is gebleken dat de heer Koop wel degelijk in Bremen door de politie is aangehouden.
Verweerder stelt voorts dat zijn verslaggever op 22 maart 2005 een zitting van het bouwfraudeproces bij de Rotterdamse rechtbank heeft bijgewoond. Tijdens die zitting is de transcriptie van het proces-verbaal gedeeltelijk en slechts korte tijd op een scherm getoond. Dat is ook in het artikel vermeld. Verweerder erkent dat uit het door klaagster overgelegde fragment van het proces-verbaal blijkt dat het citaat feitelijk onjuist is en dat slechts is gesproken over ‘Henk’. Verweerder is nog steeds bereid dit te rectificeren. De vraag blijft echter, welke Henk kan zijn bedoeld. Het gewraakte artikel is geheel gebaseerd op de behandeling van de corruptiefeiten tegen Koop en Henk Koop. Voor en na het tonen van de passage ging het ook over Henk Koop. Het ligt dus voor de hand te veronderstellen dat het om Henk Koop ging, als er over Henk werd gesproken, aldus verweerder. Hij is er nog steeds van overtuigd dat het OM in ieder geval bedoelde over Henk Koop te spreken in deze kwestie.
Ten aanzien van de passage over het afleveren door de heer Koop van twee heren bij Yam Yum stelt verweerder dat dit etablissement aan de Singel is gevestigd. Ter zitting is gesproken over bezoek van seksclubs. Bovendien is de naam Yab Yum in deze rechtszaak vaker genoemd, ook tijdens de verhoren van de twee heren. Zijn verslaggever herinnert zich dat de rechter de naam van de club heeft genoemd. Maar zelfs als dat niet het geval is geweest, lijkt de conclusie gerechtvaardigd dat het hier om Yab Yum ging, aldus verweerder.
Ten slotte stelt verweerder er niet op uit te zijn de reputatie van klaagster of de heer Koop te beschadigen. De krant wenst in de eerste plaats te berichten over de afwikkeling van de bouwfraude-affaire. Uit diverse publicaties blijkt dat de krant alle kanten van de zaak wenst te zien. In een artikel van 4 juni 2005 is een aantal prominente Groningers aan het woord gelaten. Daarin wordt herhaalde malen begrip getoond voor de handelwijze van de heer Koop. Dat artikel is juist gepubliceerd om eenzijdigheid in de berichtgeving te voorkomen. Volgens verweerder was het het beste geweest als de heer Koop zelf aan het woord was gekomen. In de afgelopen jaren is hij herhaaldelijk benaderd voor commentaar, maar hij heeft dat steevast geweigerd.
Op de ter zitting gestelde vraag of Dagblad van het Noorden erover heeft gedacht een aantal feitelijke onjuistheden recht te zetten, heeft Blanken geantwoord dat de verhouding tussen de heer Koop en de krant al een aantal jaren niet goed is en dat het niet lukt om die verhouding te verbeteren. Het was misschien verstandiger geweest om een rectificatie te plaatsen, maar daar had de heer Koop waarschijnlijk geen genoegen meegenomen, aldus Blanken.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

De kern van de klacht is dat de artikelen een aantal feitelijke onjuistheden ten aanzien van de heer Koop bevatten en dat verweerder ten onrechte heeft nagelaten deze onjuistheden te rectificeren. Omdat de heer Koop directeur en naamgever is van klaagster, Koop Holding BV, wordt de goede naam van klaagster daardoor aangetast.

Gebleken is dat de berichtgeving diverse feitelijke onjuistheden bevat. Uit hetgeen klaagster heeft aangevoerd blijkt onder meer dat de heer Koop 49,9% van de aandelen houdt en dus nog steeds (mede)eigenaar is. Verder staat in de door verweerder overgelegde pleitnotitie van de raadsman van de heer Koop weliswaar dat de heer Koop is aangehouden in Bremen, maar niet dat dit is gebeurd op het vliegveld.
Verweerder heeft voorts erkend dat het uit de rechtszitting van 22 maart 2005 afkomstige citaat niet juist is. Ten onrechte heeft verweerder de indruk gewekt dat hij de geciteerde woorden, die Koop en daarmee klaagster in een kwaad daglicht stelden, letterlijk heeft opgetekend.

Kennelijk heeft verweerder zich niet beperkt tot een strikte weergave van de feiten, maar heeft hij een interpretatie van de feiten gebracht. Naar het oordeel van de Raad is verweerder daarbij onzorgvuldig te werk gegaan, door bepaalde interpretaties ten onrechte als feiten te presenteren. Verweerder heeft aldus de grenzen overschreden van hetgeen, gelet op de eisen van journalistieke verantwoordelijkheid, maatschappelijk aanvaardbaar is.

Het had op de weg van verweerder gelegen de onzorgvuldige berichtgeving recht te zetten en hij heeft dat ten onrechte nagelaten. Voor zover de klacht erop is gericht dat verweerder ten onrechte heeft geweigerd een rectificatie te plaatsen, is deze derhalve evenzeer gegrond.

(vgl. Koop Holding B.V. tegen Cobouw, RvdJ 2005/41)

BESLISSING

De klacht is gegrond.

De Raad verzoekt verweerder deze beslissing integraal of in samenvatting in Dagblad van het Noorden te publiceren.

Aldus vastgesteld door de Raad op 28 oktober 2005 door mw. mr. H. Troostwijk, voorzitter, T.G.G. Bouwman, dr. M.J. Broersma, mw. A.C. Diamand, en mw. F. Santing, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris, en mw. mr. L. Bultman-den Haan, plaatsvervangend secretaris.