2005/58 ongegrond

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van
 
X en Y
 
tegen
 
H. van Veen en de hoofdredacteur van Dagblad van het Noorden
 
Bij brief van 15 juli 2005 met twee bijlagen hebben X en Y (hierna: klagers) een klacht ingediend tegen H. van Veen en de hoofdredacteur van Dagblad van het Noorden (hierna: verweerders). Hierop heeft P. Sijpersma, hoofdredacteur, geantwoord in een schrijven van 4 augustus 2005.
 
De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 9 september 2005 in aanwezigheid van klagers. Verweerders zijn daar niet verschenen.
 
DE FEITEN
 
Op 12 juli 2005 is in Dagblad van het Noorden een artikel verschenen onder de kop “Opnieuw vernielingen aan woning”. Dit artikel luidt als volgt:
Bij de woning van de familie (…) aan de (…) in Stuifzand is zondagavond een raam ingegooid. De politie stelde meteen een onderzoek in, maar tast nog in het duister over de dader(s).
De woning was eerder doelwit van vernielingen. Twee inwoners van Stuifzand zijn daarvoor veroordeeld. De laatste tijd was het rustig rond de woning, zo stelt een politiewoordvoerder. “We beschouwen dit dan ook als een losstaand feit.”
Op het moment van de vernieling waren de bewoners thuis. De schade is nog niet bekend. ”.
 
Voorts is op 13 juli 2005 op de voorpagina van Dagblad van het Noorden een artikel verschenen onder de kop “ Stuifzanders in het nauw”. Dit artikel luidt:
Twee bewoners uit Stuifzand dreigen door Woonstichting Actium uit hun huurhuis te worden gezet. Ze zouden dorpsgenoten lastigvallen. Zelf zeggen de twee, een vader en een zoon, dat zij slachtoffer zijn van pesterijen.”
Dit artikel is op pagina 11 vervolgd onder de kop: “Uitzetting dreigt voor inwoners Stuifzand.”. De intro van dit artikel luidt:
Woonstichting Actium in Ruinen dreigt twee bewoners uit Stuifzand uit huis te zetten. Actium is de klachten uit het dorp over X en Y spuugzat. Vader en zoon beweren slachtoffer te zijn van pesterijen.”
Verder bevat dit artikel onder meer de volgende passages:
Vader en zoon zeggen op hun beurt al anderhalf jaar door buurtgenoten te worden getreiterd. “Ze willen ons het dorp uit hebben”, zegt zoon Michel. “We vallen geen kinderen lastig. We worden zelf lastiggevallen.”
en
De advocaat van het Stuifzandse duo, mr. M.G. Doornbos in Assen, vraagt zich af ‘of de klachten waarop Actium zich baseert waar zijn’.
“Misschien laat Actium zich wel sturen door buurtbewoners, “ zegt Doornbos. De raadsman wil in overleg met Actium proberen een oplossing voor het conflict te vinden.
 
DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN
 
Klagers stellen dat zonder hun medeweten op 12 juli 2005 over een voorval bij hun huis is bericht en dat dit artikel niet overeenkomt met de werkelijkheid. Zo wordt onder meer vermeld dat het voorval geen verband houdt met andere incidenten, terwijl bij de politie bekend is dat het om dezelfde daders gaat, aldus klagers. Voorts maken zij bezwaar tegen het feit dat hun naam in het artikel is vermeld.
Klagers hebben vervolgens diezelfde dag Van Veen gesproken op het kantoor van Dagblad van het Noorden. Zij hebben Van Veen gevraagd hoe hij aan zijn informatie kwam en hebben hem gezegd dat het bericht niet juist was. Van Veen liet toen weten met nog een artikel bezig te zijn en zei klagers dat hij hun daarover later die dag zou benaderen. Dat is ook gebeurd. Van Veen deelde klagers toen mee dat hij van hun verhuurder had vernomen dat er een brief naar hen onderweg was, dat hij de inhoud van die brief kende en dat hij daarover ging publiceren. Daarop hebben klagers Van Veen gevraagd die informatie niet te publiceren om escalatie te voorkomen. 
Klagers betreuren het dat verweerders op 13 juli 2005, ondanks hun verzoek, opnieuw over hen hebben bericht en daarbij wederom hun naam hebben vermeld. Dat artikel bevat informatie die de woonstichting nooit openbaar had mogen maken, aldus klagers. Zij stellen verder dat het artikel ongefundeerde beschuldigingen aan hun adres bevat en dat verweerders onvoldoende wederhoor hebben toegepast. Woonstichting Actium is uitgebreid aan het woord gekomen, terwijl zij zich niet hebben kunnen verweren tegen de beschuldigingen van de woonstichting, aldus klagers. Volgens hen weet Van Veen hoe de vork in de steel zit en is hij ervan op de hoogte dat juist klagers belaagd en bejegend worden. Verweerders hadden de beschuldigingen beter moeten onderzoeken en zich moeten bedenken voordat zij tot plaatsing van het artikel waren overgegaan, aldus klagers.
 
Verweerders stellen dat het bericht van 12 juli 2005 is gebaseerd op een persbericht van de politie. Zij beschouwen de politie als een betrouwbare bron. Niet altijd worden politieberichten geverifieerd en evenmin is het praktijk dat voor publicatie daarvan eerst wederhoor bij betrokkenen wordt gepleegd, aldus verweerders. Zij hebben de informatie geverifieerd bij een politiewoordvoerder, die vervolgens in het artikel is geciteerd.
Verder stellen verweerders dat Van Veen, na het bezoek van klagers, in het dossier is gedoken en heeft gebeld met woonstichting Actium. Een woordvoerster van Actium meldde Van Veen dat klagers een brief hadden ontvangen met de dreiging van uitzetting en dat werd toen nieuws. Het is te begrijpen dat klagers bang zijn voor escalatie en geen publicaties willen. Verweerders achtten de publicatie echter gerechtvaardigd, doordat de woonstichting met de melding kwam klagers uit te willen zetten.
Wat betreft het vermelden van de naam van klagers stellen verweerders dat zij dat reeds in een vroeg stadium van het feitenrelaas hebben gedaan. Het noemen van namen in zaken van publiek belang, waarbij geen sprake is van verdachten in justitiële zin, is volgens verweerders normale journalistieke praktijk.
Ten slotte stellen verweerders dat zij hebben gemeld welke beschuldigingen in het openbaar aan het adres van klagers zijn geuit. Klagers zijn uitdrukkelijk om wederhoor gevraagd en hun weerwoord is ook vermeld. Verder zijn in het artikel van 13 juli 2005 woonstichting Actium, de advocaat van klagers en een woordvoerster van Dorpsbelangen Stuifzand aan het woord gelaten.
Verweerders concluderen dat zij op een bedaarde en faire wijze over de gebeurtenissen hebben bericht. Dat klagers de publicaties liever niet hadden gezien is begrijpelijk. Voor de krant telt echter, naast het persoonlijke belang van klagers, ook een publiek belang. Verweerders rekenen het tot hun taak melding te maken van een kwestie als deze.
 
BEOORDELING VAN DE KLACHT
 
Klagers hebben gesteld dat verweerders zonder hun medeweten het artikel van 12 juli 2005 hebben geplaatst en dat verweerders, ondanks het verzoek van klagers om niet tot publicatie over te gaan, toch ook op 13 juli 2005 over hen hebben gepubliceerd.
 
Volgens het vaste oordeel van de Raad is er geen norm van journalistieke zorgvuldigheid die meebrengt dat een journalist toe- of instemming behoeft te hebben van degene over wie hij publiceert. Dat neemt niet weg dat de journalist wel steeds een afweging dient te maken tussen het belang dat met de publicatie is gediend en de belangen die door de publicatie worden geschaad, en dat moet worden vermeden dat nodeloos schade wordt toegebracht. (vgl. onder meer: X, Y en Z tegen de hoofdredacteur van de Gelderlander, RvdJ 2005/7 en St. Interconfessioneel (PC/RK) Basisonderwijs Naarden tegen de Gooi- en Eemlander, RvdJ 2004/87).
 
Verweerders hebben gesteld dat zij de belangen van klagers om niet tot publicatie over te gaan hebben afgewogen tegen het publieke belang dat bij de publicaties is gediend. Verder hebben verweerders aangevoerd dat zij de naam van klagers reeds in eerdere berichtgeving hebben vermeld. Klagers hebben deze stellingen van verweerders niet betwist.
Met verweerders is de Raad van mening dat het tot de taak van de media behoort om te publiceren over kwesties als de onderhavige. Mede gezien de eerdere berichtgeving over klagers hebben verweerders niet onzorgvuldig gehandeld door de naam van klagers te vermelden. 
 
Wat betreft het artikel van 12 juli 2005 hebben verweerders voorts onweersproken gesteld dat zij zich hebben gebaseerd op een persbericht van de politie en uitlatingen van een politiewoordvoerder. Verweerders mochten op de betrouwbaarheid van deze bronnen afgaan. Overigens is niet gebleken dat het artikel van 12 juli 2005 onjuistheden van betekenis bevat.
 
Ten aanzien van het artikel van 13 juli 2005 is de Raad van oordeel dat het over het geheel genomen in balans is en een evenwichtige weergave bevat van over en weer geuite beschuldigingen. Klagers alsmede hun advocaat zijn in het artikel uitgebreid in de gelegenheid gesteld hun visie op de gebeurtenissen toe te lichten. Naar het oordeel van de Raad hebben verweerders voldoende toepassing gegeven aan het beginsel van hoor en wederhoor. De stelling van klagers dat woonstichting Actium wellicht vertrouwelijke informatie aan verweerders heeft verstrekt, betreft een niet-journalistieke gedraging waarover de Raad niet kan oordelen.

Het bovenstaande leidt tot de conclusie dat verweerders geen grenzen hebben overschreden van hetgeen, gelet op de journalistieke verantwoordelijkheid, maatschappelijk aanvaardbaar is.
 
(vgl. ook X en Y/Van Sluis (Algemeen Dagblad,) RvdJ 2005/13 en X en Y/Schaafsma (De Telegraaf), RvdJ 2005/3)
 
BESLISSING
 
De klacht is ongegrond.
 
De Raad verzoekt verweerders deze beslissing integraal of in samenvatting in Dagblad van het Noorden te publiceren.
 
Aldus vastgesteld door de Raad op 18 oktober 2005 door mw. mr. H. Troostwijk, voorzitter, T.G.G. Bouwman, dr. M.J. Broersma, mw. A.C. Diamand, en mw. F. Santing, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris, en mw. mr. L. Bultman-den Haan, plaatsvervangend secretaris.