2005/57 gegrond

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van

F. Borias

tegen

M. Schwillens en de hoofdredacteur van Het Parool

Bij brief van 13 juli 2005 met acht bijlagen heeft F. Borias te Amsterdam (hierna: klager) een klacht ingediend tegen M. Schwillens en de hoofdredacteur van Het Parool (hierna: verweerders). Verweerders hebben niet op de klacht gereageerd.

De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 9 september 2005 in aanwezigheid van klager, vergezeld van R.A. Schönberger. Klager heeft zijn klacht toegelicht aan de hand van een notitie. Verweerders zijn daar niet verschenen.

DE FEITEN

Op 23 mei 2005 is in Het Parool een artikel van de hand van Schwillens verschenen onder de kop “Groene politicus in opspraak - Klacht over illegaal kappen wilgen.” De intro van dit artikel luidt:
In Westerpark is commotie ontstaan doordat deelraadslid Fred Borias van milieupartij Anders/De Groenen betrokken zou zijn geweest bij een illegale boomkap.
Voorts staat in dit artikel onder meer:
De ‘dader’ zelf ontkent trouwens niet dat hij een rol heeft gespeeld bij het incident – maar hij spreekt van ‘knotten’. “En dat is een eeuwenoude traditie in Noord-Holland,” aldus Borias. “Ik was er wel bij. Maar ik zeg niet dat ik me schuldig heb gemaakt aan illegale bomenkap. Er wordt nu een boel heibel gemaakt om niets.
Het artikel bevat verder de tussenkop “’Wat ik deed was knotten, een oud Hollands gebruik’

Bij brief van 24 mei 2005 hebben klager en zijn fractiegenoot Schönberger zich tot verweerders gewend en hun bezwaren tegen het artikel kenbaar gemaakt. In hun brief hebben zij veertien punten ‘ter verificatie’ opgesomd.
In reactie daarop heeft Schwillens per e-mail van 25 mei 2005 het volgende aan klager bericht:
Naar aanleiding van uw brief voel ik mij genoodzaakt e.e.a. te weerleggen. Ik begrijp dat u ongelukkig bent met de zinswijze waarop en de woordkeuze waarmee het snoei-incident is beschreven, maar zoals ik u al eerder heb gezegd, sta ik volledig achter deze woorden. De eindredactie heb ik aangesproken op het ‘rode’ tussenkopje, waarin u zegt zich schuldig te hebben gemaakt aan knotten.
Ik heb opgetekend dat u niet ontkent betrokken te zijn geweest. Toen ik u vrijdagmiddag aan de lijn had, heeft u dit inderdaad niet ontkend. Dat heb ik vervolgens opgeschreven. Conclusies die hieruit getrokken worden, zijn voor rekening van de lezer.
De citaten van de heer Schönberger zijn volledig en correct weergegeven.
Tevens wil ik u informeren dat na overleg met mijn chefs Het Parool heeft besloten op dit moment nog geen interesse te hebben in een interview. Over enkele weken, wanneer in de Raadsvergadering dit onderwerp besproken zal worden, komen wij ongetwijfeld bij u terug.


Vervolgens is op 28 mei 2005 in Het Parool een artikel verschenen, wederom van de hand van Schwillens, onder de kop “’Hetze bestuur tegen Groen deelraadslid’ - Conflict om wilgen Westerpark wordt rel”. De intro van dit artikel luidt:
Stemmingmakerij, vindt Amsterdam Anders/De Groenen in Westerpark de aangifte van illegaal bomen kappen tegen zijn deelraadslid Fred Borias.
Verder bevat dit artikel onder meer de volgende passages:
Eerder deze week raakte Borias in opspraak na een aangifte van het dagelijks bestuur van het stadsdeel. Inzet is een aantal wilgen aan de Transformatorweg. Illegaal gekapt, zegt het stadsdeel. Legaal geknot, zegt Borias.
In een boze brief beschuldigt hij met fractiegenoot Ronald Schönberger het dagelijks bestuur van ‘het bewust schetsen van een beeld waarin een raadslid verdacht wordt gemaakt van illegale boomkap.’

en
Van illegaal kappen kan volgens Borias sowieso geen sprake zijn: “De bomen worden namelijk aangemerkt als ‘zaailingen’ en die zijn niet kapvergunningplichtig.”

Ten slotte is op 9 juni 2005 in Het Parool een artikel verschenen onder de kop “Vertrouwen in raadslid opgezegd - Borias krijgt geen pardon in wilgenaffaire”. De intro van dit artikel luidt:
Een meerderheid van de stadsdeelraad Westerpark heeft het gedrag van raadslid Fred Borias (Amsterdam Anders/De Groenen) in een motie officieel afgekeurd.
In dit artikel wordt verder onder meer bericht:
Volgens het stadsdeel is een aantal wilgen illegaal gekapt. Borias houdt het op legaal knotten omdat deze bomen worden aangemerkt als zaailingen en die zijn niet kapvergunningplichtig.

HET STANDPUNT VAN KLAGER

Klager stelt het niet eens te zijn met de onjuiste, tendentieuze en eenzijdige wijze van berichtgeving door verweerders.
Hij voert aan dat hij slechts éénmaal, op vrijdag 20 mei 2005, kort telefonisch heeft gesproken met Schwillens met als doel een afspraak te maken om over het snoei-incident te spreken. In dat telefoongesprek heeft hij geen inhoudelijke mededelingen gedaan, aldus klager. Volgens hem heeft Schwillens in dat gesprek meegedeeld dat er slechts een kort bericht in Het Parool zou verschijnen en dat naderhand, als zij met elkaar hadden gesproken, een groter artikel zou worden geplaatst. Voordat de afspraak had plaatsgevonden, verscheen vervolgens op 23 mei 2005 geen kort bericht, maar een artikel dat door de wijze van opmaak veel aandacht trok. Klager stelt dat hem in dat artikel uitspraken in de mond zijn gelegd die hij niet heeft gedaan. Diezelfde dag heeft hij telefonisch contact opgenomen met Schwillens en om opheldering gevraagd. Volgens klager heeft Schwillens toen erkend dat hij de in het artikel aan hem toegeschreven uitspraken niet heeft gedaan, maar dat de eindredactie dat ervan had gemaakt.
In het artikel van 23 mei 2005 staan ook veel onjuistheden en tendentieuze zinnen, hetgeen hij bij brief van 24 mei 2005 aan verweerders kenbaar heeft gemaakt. Ten onrechte zijn verweerders niet ingegaan op zijn verzoek tot rectificatie, aldus klager.
Hij wijst op de reactie van Schwillens van 25 mei 2005. Daarin heeft Schwillens onder meer laten weten hem op dat moment niet meer te willen spreken, maar later bij hem op de kwestie terug te komen. Desondanks zijn op 28 mei en 9 juni 2005 nog twee artikelen verschenen. Ondanks eerder gedane mondelinge en schriftelijke toezeggingen hebben verweerders (wederom) geen contact met hem opgenomen om hem in de gelegenheid te stellen zijn visie op de zaak te geven, aldus klager.
Hij betoogt dat hij door de berichtgeving is beschadigd en ernstig belemmerd in zijn functie als raadslid. Hij wijst erop dat de deelraad in een persbericht van 8 juni 2005 afstand heeft genomen van zijn gedrag onder verwijzing naar berichtgeving in de media.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

In het artikel van 23 mei 2005 wordt bericht dat klager betrokken zou zijn geweest bij illegale praktijken. Klager wordt aldus ernstig gediskwalificeerd.

Volgens het vaste oordeel van de Raad moet een journalist bij het publiceren van ernstige beschuldigingen met bijzondere zorgvuldigheid te werk gaan, hetgeen in het algemeen onder meer inhoudt het toepassen van wederhoor. Verweerders hadden de beschuldigingen aan het adres van klager derhalve in elk geval niet mogen publiceren, zonder hem vooraf in de gelegenheid te stellen daarop commentaar te geven. (vgl. onder meer Rehoboth e.a./Eindhovens Dagblad, RvdJ 2005/37)

Klager heeft gesteld dat hij in het telefoongesprek met Schwillens van 20 mei 2005 geen inhoudelijke mededelingen heeft gedaan. De Raad kan niet vaststellen wat klager in dat telefoongesprek precies heeft gezegd. Echter, gezien de – door verweerders niet weersproken – stellingen van klager enerzijds en gelet op het e-mailbericht van Schwillens aan klager van 25 mei 2005 anderzijds acht de Raad in ieder geval aannemelijk dat de tussenkop “‘Wat ik deed was knotten, een oud Hollands gebruik’” ten onrechte als citaat is gepresenteerd.

Voorts hebben verweerders op 28 mei en 9 juni 2005 opnieuw artikelen over de kwestie geplaatst, terwijl Schwillens in zijn e-mail van 25 mei 2005 aan klager had meegedeeld geen interesse te hebben in een interview en later bij hem op de kwestie terug te komen. Klager heeft onweersproken gesteld dat hij in verband met deze artikelen niet is gehoord. Ten onrechte hebben verweerders bij de lezer de indruk gewekt dat zulks wel is gebeurd.

Een en ander leidt tot de slotsom dat verweerders door te handelen en na te laten als hiervoor bedoeld grenzen hebben overschreden van hetgeen, gelet op de eisen van journalistieke verantwoordelijkheid, maatschappelijk aanvaardbaar is. De Raad neemt daarbij mede in aanmerking dat niet is gebleken dat verweerders de mogelijk ernstige gevolgen van de publicaties voor klager hebben meegewogen.

BESLISSING

De klacht is gegrond.

De Raad verzoekt verweerders deze beslissing integraal of in samenvatting in Het Parool te publiceren.

Aldus vastgesteld door de Raad op 18 oktober 2005 door mw. mr. H. Troostwijk, voorzitter, T.G.G. Bouwman, dr. M.J. Broersma, mw. A.C. Diamand, en mw. F. Santing, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris, en mw. L. Bultman-den Haan, plaatsvervangend secretaris.