2005/55 gegrond onbevoegd

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van

X en Y

tegen

W. van Erven en de hoofdredacteuren van Editie NL en RTL Nieuws

Bij brief van 8 juli 2005 met vier bijlagen heeft mr. P.G.F.M. van Oss, advocaat te Harderwijk, namens X en Y (hierna: klagers) een klacht ingediend tegen W. van Erven en de hoofdredacteuren van Editie.nl en RTL Nieuws (hierna: verweerders). Verweerders hebben niet op de klacht gereageerd.

De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 25 augustus 2005. Aan de zijde van klagers zijn daar voornoemde X en mr. Van Oss verschenen, vergezeld van de zoon van X. Mr. van Oss heeft de klacht toegelicht aan de hand van een notitie. Verweerders zijn daar niet verschenen.

Voorafgaand aan de zitting heeft de Raad dvd-opnamen van de gewraakte uitzendingen bekeken.

DE FEITEN

Op of omstreeks 10 januari 2005 is in televisie-uitzendingen van Editie NL en RTL Nieuws aandacht besteed aan steekpartijen in Alkmaar. De zoon van X is een van de slachtoffers van deze steekpartijen. In deze uitzendingen werden de voor- en achternaam van de zoon van X genoemd en werd voorts een foto van hem in beeld gebracht. Y is de maker van die foto. Op de website www.rtl.nl konden de uitzendingen voorts worden bekeken en beluisterd.

HET STANDPUNT VAN KLAGERS

X stelt dat verweerders onzorgvuldig hebben gehandeld door zonder overleg of toestemming de naam van zijn zoon volledig te noemen en een foto van zijn zoon in beeld te brengen. Volgens X leverde de naamsvermelding een risico op voor represailles zijdens de daders, die op het moment van publicatie nog niet waren opgepakt. Arrestatie van de daders was afhankelijk c.q. kon afhankelijk zijn van de verklaringen van de slachtoffers, waaronder zijn zoon.
Voorts hebben de naamsvermelding en de publicatie van de foto extra leed veroorzaakt bij de familie. De familie was zeer geschokt door het gebeurde en heeft het als zeer onaangenaam ervaren dat hun privé-leed zonder enig overleg op straat werd gelegd. Een juiste belangenafweging tussen het belang van een goede nieuwsvoorziening en het leed dat publicatie aanbracht dan wel aan kon brengen, had er toe moeten leiden dat was afgezien van het noemen van de naam van zijn zoon en het tonen van diens foto, aldus X.
Ten slotte stelt hij dat verweerders meerdere malen hebben toegezegd de publicatie te staken of althans van naam en foto te ontdoen, terwijl die toezegging bij herhaling niet is nagekomen. Dit getuigt volgens X van een grote mate van onverschilligheid.
Y stelt dat verweerders hem ten onrechte geen toestemming hebben gevraagd om tot publicatie van de door hem gemaakte foto over te gaan. Daarmee hebben verweerders gehandeld in strijd met zijn auteursrecht, aldus Y.

BEOORDELING VAN DE KLACHT VAN X

Voorop moet worden gesteld dat een journalist vrij is in zijn selectie van nieuws. Er is geen norm van journalistieke zorgvuldigheid die meebrengt dat een journalist toe- of instemming behoeft te hebben van degene over wie hij publiceert. Dat neemt niet weg dat de journalist wel steeds een afweging dient te maken tussen het belang dat met de publicatie is gediend en de belangen die door de publicatie worden geschaad, en dat moet worden vermeden dat nodeloos schade wordt toegebracht. (vgl. X, Y en Z/de Gelderlander, RvdJ 2005/7)

In lijn met eerdere uitspraken overweegt de Raad verder dat een nieuwsbericht zodanige gegevens dient te bevatten dat de lezer/kijker zich een waarheidsgetrouw en controleerbaar beeld van het nieuwsfeit kan vormen. Dit geldt ook voor publicaties over (strafzaken betreffende) ernstige misdrijven, temeer daar deze een signaalfunctie kunnen hebben jegens burgers en overheid. Tegenover dit uitgangspunt staat dat details van het misdrijf weggelaten dienen te worden, indien voorzienbaar is dat zij extra leed toevoegen aan het slachtoffer of zijn naaste familieleden en die details niet noodzakelijk zijn om de aard of de ernst van het misdrijf weer te geven (vgl. onder meer: X/Heesen (PZC), RvdJ 2005/22).

Voorts heeft de Raad eerder overwogen dat bij het vermelden van persoonlijke gegevens van getuigen van (ernstige) misdrijven terughoudendheid is geboden. Het belang van de getuige dat, kort gezegd, een nog vrij rondlopende dader hem niet eenvoudig zal kunnen vinden, moet worden afgewogen tegen het belang van een open en transparante berichtgeving. Publicatie van persoonlijke gegevens van een getuige dient achterwege te blijven in het geval dat ernstig rekening moet worden gehouden met de mogelijkheid dat publicatie tot onevenredig nadeel voor de getuige zou leiden. (vgl. X/Haddeman en De Telegraaf, RvdJ 2003/53)

De gewraakte berichtgeving behelst een reeks van gebeurtenissen die de samenleving in het algemeen en de inwoners van Alkmaar in het bijzonder ernstig heeft geschokt. Echter, naar het oordeel van de Raad was het noemen van de volledige naam van de zoon van X en het publiceren van diens foto voor die berichtgeving niet relevant en disfunctioneel. De uitzendingen hadden op dit punt meer terughoudend kunnen zijn, zonder dat afbreuk zou zijn gedaan aan de inhoud en de nieuwswaarde ervan. Door de wijze van publiceren hebben verweerders ten onrechte het risico genomen dat de zoon van X als getuige onevenredig nadeel van het noemen van zijn naam en de publicatie van zijn foto had kunnen ondervinden, en dat aan de familie X onnodig extra leed zou worden toegevoegd.

Door het noemen van de naam van de zoon van X en het tonen van diens foto hebben verweerders derhalve grenzen overschreden van hetgeen, gelet op de eisen van journalistieke verantwoordelijkheid, maatschappelijk aanvaardbaar is.

X heeft voorts voldoende aannemelijk gemaakt dat verweerders hebben toegezegd de gewraakte uitzendingen van hun website te verwijderen. In aanmerking genomen hetgeen de Raad hiervoor heeft overwogen, hadden verweerders op het moment dat het hun duidelijk was dat het slachtoffer en zijn familie nadeel ondervonden van de gewraakte uitzendingen deze van hun website moeten verwijderen. Door toe te zeggen dit te doen en het vervolgens na te laten hebben verweerders evenzeer jegens X onzorgvuldig gehandeld.

BEOORDELING VAN DE KLACHT VAN Y

Het toetsingskader van de Raad is niet de al dan niet rechtmatigheid van een journalistieke gedraging. Het is derhalve niet aan hem om te beoordelen of sprake is van schending van auteursrecht. De Raad acht zich dan ook niet bevoegd om over de klacht van Y te oordelen (vgl. onder meer: R.K.S.V. Albertus Magnus/Kleijwegt en Nieuwe Revu, RvdJ 2005/50).

BESLISSING

De klacht van X is gegrond. De Raad acht zich onbevoegd om over de klacht van Y te oordelen.

De Raad verzoekt verweerders aan deze beslissing aandacht te besteden in een uitzending van Editie.nl en RTL Nieuws en deze beslissing integraal of in samenvatting op hun website dan wel in een ander daartoe geëigend medium te publiceren.

Aldus vastgesteld door de Raad op 17 oktober 2005 door mw. mr. H. Troostwijk, voorzitter, mw. F.W. Dresselhuys, mw. drs. P.C.J. van Schaveren, mr. A.H. Schmeink, prof. drs. E. van Thijn, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris, en mw. mr. drs. M.M. van der Smissen, plaatsvervangend secretaris.