2005/54 deels gegrond

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van

A. Gokmen

tegen

de hoofdredacteur van RTV Utrecht

Bij brief van 7 juli 2005 met vijf bijlagen heeft mr. W. Hendrickx, advocaat te Utrecht, namens A. Gokmen (hierna: klager) een klacht ingediend tegen de hoofdredacteur van RTV Utrecht (hierna: verweerder). Hierop heeft P. van der Lugt, algemeen directeur, geantwoord in een brief van 13 juli 2005 met drie bijlagen, waaronder een video-opname van de gewraakte uitzending.

De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 25 augustus 2005. Namens klager is daar voornoemde mr. Hendrickx verschenen, die de klacht heeft toegelicht aan de hand van een notitie. Aan de zijde van verweerder zijn verschenen A. van de Ven, plaatsvervangend directeur, en W.A. Kramer, hoofd nieuwsredactie. Voorafgaand aan de zitting heeft de Raad de video-opname van de gewraakte uitzending bekeken.

DE FEITEN

Op 24 maart 2005 is in een televisie-uitzending van RTV Utrecht (hierna: de uitzending) een kort nieuwsitem uitgezonden met onder meer de volgende passages:
Ook in Utrecht een steekpartij. Daar liep een ruzie tussen een slager en zijn medewerker gisteravond uit de hand. Het personeelslid raakte daarbij gewond.
en
De ruzie ontstond in een Islamitische slagerij in de Adriaan van Bergenstraat; dat is de wijk Zuilen. De twee mannen kregen ruzie, waarna de slager een schroevendraaier greep en zijn medewerker neerstak. De verwondingen vielen mee; de man is na een korte behandeling in het ziekenhuis weer thuis. De slager zit nog altijd vast op het politiebureau.
In de uitzending zijn beelden van de desbetreffende slagerij getoond.

Diezelfde dag is een bericht op de website www.rtvutrecht.nl geplaatst onder de kop “Slager steekt medewerker neer”. Het bericht luidt:
UTRECHT – Bij een islamitische slagerij in de Utrechtse wijk Zuilen is woensdagavond een man neergestoken. Het zou gaan om een medewerker van de winkel aan de Adriaan van Bergenstraat. Volgens de politie had hij ruzie met de eigenaar van de slagerij. Die zou hem vervolgens met een mes hebben gestoken. De man is aangehouden.

Ook in radio-uitzendingen van RTV Utrecht is aandacht aan de kwestie besteed. Klager is de in de berichtgeving bedoelde slager.

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Klager stelt dat de uitzendingen en de publicatie op de website van verweerder zeer belastend voor hem zijn. In de berichtgeving wordt ervan uitgegaan dat klager één van zijn medewerkers heeft neergestoken in zijn slagerij, terwijl hij in het geheel niet bij het incident betrokken was. Bovendien was het slachtoffer geen medewerker van hem en heeft het incident zich niet in zijn slagerij voorgedaan. De bij de steekpartij betrokken personen hebben helemaal niets van doen met zijn slagerij. Het incident heeft plaatsgevonden op een grasveld tegenover zijn slagerij. Hij is vervolgens te hulp geschoten en heeft de verdachte meegenomen zijn slagerij in, om deze te kalmeren en verdere escalatie van het incident te voorkomen. Toen de politie arriveerde ontstond enige verwarring over zijn betrokkenheid bij het incident, maar die is meteen opgehelderd, aldus klager. Dat hij niet betrokken was bij het incident, was dus direct duidelijk bij de politie. Hij heeft ook nooit vastgezeten voor verhoor.
Verder wijst klager erop dat een verslaggever van RTV Utrecht ter plaatse was en bijna een half uur heeft gefilmd. Volgens klager had de verslaggever op zijn minst navraag kunnen doen bij hemzelf of een van zijn medewerkers, of bij andere getuigen. Dat is echter niet gebeurd.
De raadsman van klager heeft diens bezwaren tegen de berichtgeving vervolgens kenbaar gemaakt aan verweerder en deze verzocht de berichtgeving te rectificeren alsmede het bericht op de website te verwijderen. Verweerder is daar echter ten onrechte niet toe overgegaan, aldus klager.
Hij betoogt dat hij schade heeft ondervonden van de onjuiste berichtgeving. Hij voelt zich aangetast in zijn eer en goede naam nu ten onrechte de indruk is gewekt dat hij een medewerker heeft neergestoken. Bovendien zijn klanten bij zijn slagerij weggebleven en is daardoor zijn omzet teruggelopen. Navraag leerde hem dat dit te maken heeft met de gewraakte berichtgeving, die door lezers en kijkers voor waar wordt gehouden.

Verweerder stelt dat een van zijn cameramensen op de avond van 23 maart 2005 via de politiescanner een melding hoorde van de steekpartij. De cameraman is naar de plaats van het incident gegaan en heeft daar gefilmd. Hij kreeg toestemming beelden te maken van het technisch onderzoek dat op dat moment plaatsvond in de slagerij van klager. De cameraman heeft van de aanwezige politie vernomen dat het ging om een steekpartij in de desbetreffende slagerij waarbij de slager vermoedelijk met een schroevendraaier had ingestoken op een persoon. Verweerder heeft de volgende ochtend nog een keer navraag gedaan bij een politiewoordvoerder, die de informatie bevestigde en meedeelde dat de verdachte nog vastzat. Gezien de gang van zaken ging verweerder ervan uit dat met ‘de verdachte’ klager werd bedoeld.
Volgens verweerder bestond geen aanleiding te twijfelen aan de juistheid van de door de politie verstrekte informatie. Hij heeft goede ervaringen met de Utrechtse politie met betrekking tot het verkrijgen van betrouwbare informatie. Bovendien beschikte hij over beelden van het recherche-onderzoek in de slagerij. Naar later is gebleken, heeft de politie onjuiste informatie verstrekt, hetgeen verweerder de politie kwalijk neemt. Hij is echter van mening dat een en ander hem niet kan worden verweten en dat hij mocht afgaan op de informatie van de politie.
Verweerder acht het overigens niet aannemelijk dat de slagerij inkomstenderving heeft geleden als gevolg van de berichtgeving, nu daarin de naam van klager en de naam van diens slagerij niet zijn genoemd.
Doordat de contacten met de advocaat van klager onprettig verliepen, heeft verweerder vervolgens afgezien van rectificatie van de berichtgeving. Hij heeft ter zitting aangegeven niet onwelwillend te staan tegenover rectificatie, maar vraagt zich af of het wenselijk is klager c.q. diens slagerij wederom in het nieuws te brengen met betrekking tot de steekpartij.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

De klacht is gericht op de volgende gedragingen van verweerder:
1. het berichten dat klager één van zijn medewerkers heeft neergestoken, hetgeen – zoals later is gebleken – feitelijk onjuist is;
2. de weigering om tot rectificatie van de onjuiste berichtgeving over te gaan, hetgeen de schade toegebracht aan zijn goede naam en die van zijn slagerij heeft laten bestaan.

Wat betreft onderdeel 1. van de klacht overweegt de Raad het navolgende. Verweerder heeft gesteld, en klager heeft zulks niet weersproken, dat zijn cameraman op de avond van het incident informatie heeft verkregen van de ter plaatse aanwezige politie en dat hij die informatie de volgende ochtend bij een politiewoordvoerder heeft geverifieerd, alvorens tot publicatie c.q. uitzending over te gaan. Naar het oordeel van de Raad mocht verweerder ervan uitgaan dat de aldus door hem verkregen informatie betrouwbaar was.
Hoewel klager terecht stelt dat de persoonlijke levenssfeer niet verder mag worden aangetast dan in het kader van een open berichtgeving nodig is, acht de Raad het in beeld brengen van de betrokken slagerij in dit geval niet onzorgvuldig. De wijze waarop de slagerij van klager in de berichtgeving is aangeduid, is evenmin onzorgvuldig. Daardoor is voorkomen dat wellicht andere slagerijen in de buurt in diskrediet zouden worden gebracht. Het voorkomen van verwarring met andere slagerijen rechtvaardigt de handelwijze van verweerder (vgl. onder meer: X/Zwolse Courant, RvdJ 2003/33).
Alles overziend komt de Raad tot de slotsom dat verweerder met de wijze waarop hij heeft bericht dat klager één van zijn medewerkers heeft neergestoken, geen grenzen heeft overschreden van hetgeen – gelet op de eisen van journalistieke verantwoordelijkheid – maatschappelijk aanvaardbaar is.

Echter, nadat het verweerder duidelijk was geworden dat de berichtgeving feitelijk onjuist was en dat klager derhalve niet werd verdacht van het neersteken van één van zijn medewerkers, had hij de onjuiste berichtgeving eigener beweging op zo kort mogelijke termijn behoren te rectificeren. Hij heeft dat ten onrechte nagelaten. Voortbestaan van de verdenking berokkende klager nodeloos schade in zijn belang. Het beroep van verweerder op zogenaamd onprettig gedrag van de advocaat van klager als reden voor het nalaten van een rectificatie acht de Raad onprofessioneel en onjuist. Voor zover de klacht erop is gericht dat verweerder ten onrechte heeft geweigerd een rectificatie te plaatsen, is deze derhalve gegrond. (vgl. Koop Holding/Cobouw, RvdJ 2005/41)
Dat de internetsite een archieffunctie heeft, waardoor het bericht niet van de site kan worden gehaald, ontslaat verweerder niet van zijn verantwoordelijkheid om onjuiste berichtgeving te rectificeren. Een dergelijk bericht kan bijvoorbeeld worden aangevuld met een mededeling dat achteraf is gebleken dat het bericht feitelijk onjuist is.

BESLISSING

Voor zover de klacht betrekking heeft op de weigering de onjuiste berichtgeving te rectificeren, is deze gegrond. Voor het overige is de klacht ongegrond.

De Raad verzoekt verweerder aan deze beslissing aandacht te besteden in een radio- en televisie-uitzending van RTV Utrecht en de beslissing integraal of in samenvatting op de website www.rtvutrecht.nl te publiceren.

Aldus vastgesteld door de Raad op 17 oktober 2005 door mw. mr. H. Troostwijk, voorzitter, mw. F.W. Dresselhuys, mw. drs. P.C.J. van Schaveren, mr. A.H. Schmeink en prof. drs. E. van Thijn, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris, en mw. mr. drs. M.M. van der Smissen, plaatsvervangend secretaris.