2005/53 gegrond

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van

R.G. Kok en E.R. Lambooy

tegen

E. Sluis en de hoofdredacteur van het Utrechts Nieuwsblad

Bij brief van 4 juli 2005 met een bijlage hebben R.G. Kok en E.R. Lambooy te Woerden (hierna: klagers) een klacht ingediend tegen E. Sluis en de hoofdredacteur van het Utrechts Nieuwsblad (hierna: verweerders). Hierop heeft A. Kalmann, hoofdredacteur, mede namens Sluis geantwoord in een brief van 1 augustus 2005. Klagers hebben daarop gereageerd in een schrijven van 16 augustus 2005. Ten slotte heeft A. Mijdam, chef stad/regioredactie, namens verweerders bij brief van 23 augustus 2005 een nadere reactie gegeven.

De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 25 augustus 2005. Partijen zijn daar niet verschenen.

DE FEITEN

Op 28 juni 2005 is in het Utrechts Nieuwsblad een klein artikel op de voorpagina verschenen met de kop “Burenruzie”. De inhoud van het artikel luidt:
Tussen twee buren aan de Woerdense Oudelandseweg woedt een ruzie over illegale bouwactiviteiten. Volgens de ene buurman laat de gemeente de ander zijn gang gaan.
Het artikel wordt vervolgd op pagina 11 onder de kop “Woerden zou te veel toelaten. Ruzie over ‘illegale’ bouwsels”. De intro van dit vervolgartikel luidt:
Tussen twee buren aan de Woerdense Oudelandsweg woedt een meningsverschil over illegale bouwactiviteiten in en om een woning. Volgens buurman Beunder staat de gemeente erbij en kijkt ernaar. Maar grijpt niet in.
Dit artikel bevat onder meer de volgende passages:
Beunder heeft een brief aan college en raad geschreven met het verzoek in te grijpen in de, wat hij noemt, ‘wet- en regeloverschrijdende bouwactiviteiten’ van zijn buurman.
en
Voor de woning van Kok geldt dat hij geen nieuwbouw mag plegen, zijn huis niet substantieel mag vergroten en hij mag ook niet buiten de bestaande fundering bouwen. Beunder stelt dat zijn buurman de indruk wekt volkomen op eigen gezag te handelen:
‘Dhr. Kok heeft maling aan het feit dat de gemeente Woerden zijn bouwactiviteiten goed-/afkeurt en dat hij hiermee zijn buren hindert.’

en
Toen Kok in 2001 een bouwplan indiende voor twee dakkapellen aan de voorkant van zijn woning, werd dit afgekeurd. Daarop werden de kapellen uit het plan gehaald en vervangen door Velux dakramen. Een jaar later, tijdens de bouw, bleken de kapellen tóch op het dak te staan.
Volgens een medewerker van de afdeling Bouwzaken was bij controle gebleken dat de toegepaste kapellen uiteindelijk toch wel in de bouwvergunning pasten. En ook de welstandscommissie vond dat de bouwwerken door de beugel konden. Vandaar dat Kok alsnog een vergunning kreeg. Beunder op zijn beurt, vindt dit ontoelaatbaar.

en
In april dit jaar begon Kok zonder vergunning een schuur te bouwen. Hoewel dit volgens Beunder op zich al in strijd is met de erfdienstbaarheid van niet-bouwen, kon de bewoner de schuur ongestraft afbouwen. Beunder verwacht dat zijn buurman net als met de dakkapellen, gewoon weer achteraf een vergunning krijgt. Op Bouwzaken wordt dat tegengesproken. Daar wordt gewacht tot Kok alsnog een vergunning aanvraagt. ,,En als dan blijkt dat de schuur niet kan of past, zal die toch afgebroken moeten worden.” Bouwzaken heeft de afgelopen jaren meer dan eens opdracht gegeven tot sloop of aanpassing van vergunningloze bouwsels, luidt het verweer uit het stadhuis. ,,Wij proberen de wetten na te leven.”
De brief van Beunder staat op de agenda van de gemeenteraad van morgenavond.


DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Klagers stellen allereerst dat zij op geen enkele manier zijn gehoord in verband met het gepubliceerde artikel. Nadat zij contact hadden opgenomen met het hoofd van de regio-redactie, kregen klagers te horen dat de gemeente was gehoord en dat Sluis had geprobeerd klagers telefonisch te bereiken, maar dat zij niet bereikbaar waren. Volgens klagers zijn zij echter veel thuis en staat ook vaak het antwoordapparaat aan. Dat de gemeente wél is gehoord, doet volgens klagers niet af aan het feit dat de journalist geen hoor- en wederhoor ten aanzien van hen heeft toegepast.
Voorts stellen klagers dat Kok in het artikel is genoemd en hun adresgegevens in het artikel zijn vermeld, hetgeen een schending betekent van hun privacy.
Ten slotte stellen klagers dat het artikel diverse onjuistheden bevat. Zo is bijvoorbeeld niet juist dat zij zonder vergunning een schuur hebben gebouwd. Volgens klagers hebben verweerders ten onrechte nagelaten hun bronnen na te trekken. Dat Sluis contact heeft gehad met een ambtenaar van de gemeente is onvoldoende, omdat de gemeente niet bij alles is betrokken.
Klagers betogen dat zij door de onzorgvuldige wijze van berichtgeving ten onrechte worden voorgesteld als asociale buren die regels en afspraken aan hun laars lappen tegenover de gemeente en hun buurtbewoners.
Klagers zijn niet ingegaan op voorstellen van verweerders voor publicatie van een ingezonden brief of vervolgartikel, omdat het hen gaat om de onjuiste en onacceptabele werkwijze van verweerders. Een verontschuldiging van verweerders in de vorm van een rectificatie met de vermelding dat de feiten wel eens anders zouden kunnen liggen, was op zijn plaats geweest, aldus klagers.

Verweerders stellen voorop dat de aanleiding voor het artikel was de brief die de buurman van klagers had gestuurd aan de gemeente. Deze brief is door het college van B&W als ingezonden stuk aan de gemeenteraad verstuurd en is een openbaar stuk.
Verder stellen verweerders dat Sluis contact heeft gezocht met klagers, maar dat hij geen gehoor heeft gekregen. Sluis heeft echter wel uitgebreid over de inhoud van de brief van de buurman van klagers gesproken met een ambtenaar van de afdeling Bouwzaken van de gemeente. De meest relevante uitspraken van de ambtenaar zijn in het artikel opgenomen, aldus verweerders. Volgens hen geeft de reactie van de ambtenaar voldoende tegenwicht en nuance aan de door de buurman in zijn brief geuite beschuldigingen om te kunnen spreken van een verantwoorde, afgewogen publicatie. Door het afdrukken van de reactie van de gemeente hebben zij eenzijdige berichtgeving voorkomen en wel degelijk wederhoor toegepast. Een reactie van klagers was wenselijk geweest, maar was geen voorwaarde voor publicatie. Het ontbreken ervan doet niets af aan de objectiviteit van de berichtgeving, aldus verweerders.
Zij stellen voorts dat het vermelden van naam en adresgegevens nodig was om de situatie ter plekke te kunnen beschrijven en dat zulks ook lag in de lijn van de openbaarheid van de stukken. Aangezien ook geen sprake was van verdenking van klagers van strafbare feiten, zijn verweerders ten aanzien van het vermelden van de naam niet terughoudend geweest.
Verweerders betwisten verder dat sprake is van onjuiste berichtgeving. Overigens hebben zij klagers voorgesteld om hun bezwaren tegen de publicatie kenbaar te maken in een brief, die als ingezonden stuk in de krant zou worden gepubliceerd. Klagers hebben hier geen gebruik van willen maken en evenmin van de mogelijkheid om in een inhoudelijk gesprek de mogelijkheden van follow up of rectificatie te bespreken, aldus verweerders.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

Het artikel bevat een aantal beschuldigingen aan het adres van klagers die door hun buurman zijn geuit. De beschuldigingen komen erop neer dat klagers in strijd met de geldende regels, te weten zonder benodigde vergunningen, bouwactiviteiten hebben verricht en pas achteraf alsnog vergunningen daarvoor hebben verkregen of nog kunnen krijgen. In het artikel zijn enkele van die beschuldigingen bovendien als vaststaande feiten gepresenteerd. Zo is onder meer in het voorpagina-artikel alsmede in de intro van het vervolg-artikel zonder terughoudendheid vermeld dat sprake is van illegale bouwactiviteiten.

Naar het oordeel van de Raad worden klagers aldus zodanig gediskwalificeerd, dat verweerders de beschuldigingen aan het adres van klagers niet zonder deugdelijke grondslag hadden mogen publiceren. Uit de weergegeven reactie van de gemeente-ambtenaar volgt niet dat klagers daadwerkelijk bouwactiviteiten hebben verricht zonder over de daartoe benodigde vergunningen te beschikken. Ook overigens is niet gebleken dat de aan het adres van klagers geuite beschuldigingen door de feiten worden ondersteund.

Bovendien moet een journalist, volgens het vaste oordeel van de Raad, bij het publiceren van ernstige beschuldigingen met bijzondere zorgvuldigheid te werk gaan, hetgeen in het algemeen onder meer inhoudt het toepassen van wederhoor. Verweerders hebben aangevoerd dat zij hebben geprobeerd klagers telefonisch te bereiken, maar dat dat niet is gelukt. Nog daargelaten dat klagers hebben gesteld dat zij wél bereikbaar waren, valt niet in te zien waarom verweerders zich niet schriftelijk, per fax of per e-mail tot klagers hebben gewend, ten einde hen de mogelijkheid te bieden schriftelijk op de aan hun adres geuite beschuldigingen te reageren.
Aangezien de beschuldigingen betrekking hebben op klagers, kan niet worden geconcludeerd dat verweerders aan de hiervoor bedoelde verplichting hebben voldaan door een ambtenaar van de gemeente om commentaar te vragen. Immers, de gemeente vertegenwoordigt klagers niet en heeft bovendien een eigen verantwoordelijkheid ten aanzien van de betwiste bouwactiviteiten.

Naar het oordeel van de Raad hebben verweerders aldus onvoldoende pogingen ondernomen om van klagers hun visie op de kwestie te vernemen. Van zwaarwichtige redenen van algemeen belang die dat zouden kunnen rechtvaardigen, is de Raad niet gebleken.

Een en ander klemt te meer, nu het gaat om beschuldigingen die afkomstig zijn van de buurman van klagers, die ten tijde van de publicatie van het artikel met hen in dispuut was. Geschillen als deze laten zich over het algemeen niet op een verantwoorde wijze beschrijven aan de hand van de feiten zoals deze door een der partijen gepresenteerd worden. Daarom kunnen vraagtekens worden geplaatst bij de betrouwbaarheid van een dergelijke bron als brenger van objectieve feiten.

Door zonder toepassing van wederhoor over klagers te berichten zoals zij hebben gedaan en daarbij bovendien persoonlijke gegevens van klagers te vermelden, hebben verweerders de grenzen overschreden van hetgeen - gelet op de eisen van journalistieke verantwoordelijkheid - maatschappelijk aanvaardbaar is. Hoewel voor de hand had gelegen dat klagers in waren gegaan op de uitnodiging van verweerders om tot een oplossing te komen, neemt dat niet weg dat verweerders jegens klagers journalistiek onzorgvuldig hebben gehandeld.

(vgl. onder meer: Schoenmaker tegen Koevoet en Haarlems Dagblad, RvdJ 2005/9 en Van der Bruggen tegen Koolhoven en De Telegraaf, RvdJ 2005/27)

BESLISSING

De klacht is gegrond.

De Raad verzoekt verweerders deze beslissing integraal of in samenvatting in het
Utrechts Nieuwsblad te publiceren.

Aldus vastgesteld door de Raad op 17 oktober 2005 door mw. mr. H. Troostwijk, voorzitter, mw. F.W. Dresselhuys, mw. drs. P.C.J. van Schaveren, mr. A.H. Schmeink en prof. drs. E. van Thijn, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris, en mw. mr. drs. M.M. van der Smissen, plaatsvervangend secretaris.