2005/51 ongegrond

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van

X

tegen

de hoofdredacteur van De Dordtenaar

Bij brief van 4 juni 2005 met een bijlage heeft X (hierna: klager) een klacht ingediend tegen de hoofdredacteur van De Dordtenaar (hierna: verweerder). Hierop heeft H. Kerstiens, hoofdredacteur, geantwoord in een brief van 11 juli 2005.

De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 25 augustus 2005. Partijen zijn daar niet verschenen.

DE FEITEN

Op 15 maart 2005 is in De Dordtenaar een artikel verschenen met de kop “Advocaat: Stalken was een uiting van liefdesverdriet”. De intro van het artikel luidt:
,,Tijdens een politieverhoor heeft u verklaard niet uit te kunnen sluiten dat u uw ex weer lastigvalt”, stelde officier van justitie mr. S. de Bruijn met een doordringende blik. De van stalking en smaad verdachte X (44) stamelde: ,,Als ik dat heb gezegd is dat verkeerd opgevat. Ik beloof haar nooit meer op te zoeken"."
Klager is de genoemde verdachte.

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Klager stelt dat hij en zijn advocaat onjuist zijn geciteerd. Verder stelt hij dat het artikel diverse andere onjuistheden bevat. Zo heeft hij niet gehandeld zoals in het artikel staat beschreven, aldus klager. Hij voelt zich door de berichtgeving erg vernederd.

Verweerder stelt zich op het standpunt dat het bewuste artikel een normaal rechtbankverslag is. Zoals gebruikelijk is de behandeling van de zaak geschetst aan de hand van uitspraken van de verdachte, diens raadsman, de officier van justitie en de rechter. Volgens verweerder bestaat geen enkele aanleiding te twijfelen aan de juistheid van de beschreven gang van zaken tijdens de rechtszitting.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

De Raad stelt voorop dat de klacht betrekking heeft op rechtbankverslaggeving: het rapporteren van dat wat tijdens een openbare rechtszitting naar voren is gebracht.

Klager heeft gesteld dat de berichtgeving diverse onjuistheden bevat. Hij heeft echter zijn stellingen niet nader geconcretiseerd of onderbouwd. Reeds om die reden kan de Raad niet vaststellen dat die stellingen juist zijn. Ook overigens heeft de Raad niet kunnen vaststellen dat de berichtgeving onjuistheden van betekenis bevat. (vgl. onder meer: X tegen Janssen, RvdJ 2004/90)

Verder overweegt de Raad dat in het kader van rechtbankverslaggeving de regel van hoor en wederhoor, behoudens bijzondere omstandigheden, niet aan de orde is. Van dergelijke bijzondere omstandigheden is echter niet gebleken. (vgl. onder meer: X tegen Heesen, RvdJ 2005/22)

Ten slotte overweegt de Raad dat ten aanzien van het vermelden van persoonlijke gegevens van verdachten en veroordeelden terughoudendheid in de berichtgeving is geboden. Een journalist dient in beginsel te voorkomen dat een verdachte of veroordeelde kan worden geïdentificeerd. Slechts onder bijzondere omstandigheden mag van deze regel worden afgeweken. Klager is in het artikel aangeduid met initialen. Verder zijn zijn leeftijd en woonplaats vermeld. Een dergelijke aanduiding van verdachten en veroordeelden is gebruikelijk en niet onzorgvuldig. (vgl. X en Y tegen de Amersfoortse Courant, RvdJ 2004/69)

De Raad komt derhalve tot de slotsom dat verweerder geen grenzen heeft overschreden van hetgeen, gelet op de eisen van journalistieke verantwoordelijkheid, maatschappelijk aanvaardbaar is.

BESLISSING

De klacht is ongegrond.

De Raad verzoekt verweerder deze beslissing integraal of in samenvatting in De Dordtenaar te (laten) publiceren.

Aldus vastgesteld door de Raad op 16 september 2005 door mw. mr. H. Troostwijk, voorzitter,
mw. F.W. Dresselhuys, mw. drs. P.C.J. van Schaveren, mr. A.H. Schmeink,
en prof. drs. E. van Thijn, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris, en mw. mr. drs. M.M. van der Smissen, plaatsvervangend secretaris.