2005/50 deels gegrond

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van
 
R.K.S.V. Albertus Magnus 
 
tegen
 
A. Kleijwegt en de hoofdredacteur van Nieuwe Revu
 
Bij brief van 29 juni 2005 met één bijlage heeft A. Hemmes te Groningen namens de studentenvereniging R.K.S.V. Albertus Magnus (hierna: klaagster) een klacht ingediend tegen A. Kleijwegt en de hoofdredacteur van Nieuwe Revu (hierna: verweerders). Hierop heeft mr. M. van der Werf, jurist Sanoma, namens verweerders geantwoord in een brief van 21 juli 2005 met één bijlage.
 
De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 29 juli 2005. Namens klaagster zijn daar A. Hemmes, vice-praeses, en D. Heeringa, secretaris, verschenen. Hemmes heeft het standpunt van klaagster toegelicht aan de hand van een notitie. Aan de zijde van verweerders zijn voornoemde Kleijwegt, Van der Werf en M. Koster, hoofdredacteur, verschenen.
 
DE FEITEN
 
Op 15 juni 2005 is in Nieuwe Revu een artikel van de hand van Kleijwegt verschenen onder de kop “Groningse ‘waterstudent’ niet enige slachtoffer”. De intro van het artikel luidt:
De student (X) die vorige week in coma raakte na een ontgroeningsritueel was geen lid van het traditionele Groningse Studentencorps, maar van het katholieke stiefzusje Albertus Magnus. En hij was niet het eerste slachtoffer.”
Bij het artikel zijn een portretfoto van de desbetreffende student geplaatst en een foto van de voltallige Kroegcommissie van de studentenvereniging R.K.S.V. Albertus Magnus met de bijbehorende namen. Bij de foto van de Kroegcommissie is het onderschrift: “ Leden van de Kroegcommissie die (X) aanzetten tot overmatige inname van 6 liter water in drie uur tijd.” geplaatst.
 
DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN
 
Klaagster stelt dat haar bezwaar tegen het artikel zich primair richt tegen het feit dat de auteur op onrechtmatige wijze de portretfoto van het betrokken verenigingslid alsmede een foto van de gehele Kroegcommissie van de vereniging heeft gepubliceerd, waarbij bovendien de voor- en achternamen van deze verenigingsleden bekend zijn gemaakt. Klaagster betoogt dat hierdoor de privacy van haar leden is geschonden. Haar belang is verder geschaad door het feit dat er foto’s zijn gepubliceerd die haar zeer nadelige publiciteit hebben opgeleverd, aldus klaagster. Klaagster betoogt dat dit afbreuk heeft gedaan aan haar goede naam en heeft geleid tot imagoschade.
Voorts stelt klaagster dat bij de publicatie van het artikel gebruik is gemaakt van een foto uit het jaarboek van de vereniging, het ‘Annuarium’. Het betreft een pagina die ongevraagd is gekopieerd uit het jaarboek, een beperkte en besloten uitgave, waar bovendien zeer nadrukkelijk auteursrecht op rust, aldus klaagster.
Ten slotte stelt klaagster dat met het onderschrift bij de foto van de Kroegcommissie ten onrechte wordt gesuggereerd dat alle individuele leden van de commissie verantwoordelijk zijn voor het aanzetten tot overmatige inname van zes liter water in drie uur tijd. Klaagster wil dat in de toekomst zorgvuldig met de vereniging en haar leden wordt omgegaan en dat zowel de journaliste alsmede Nieuwe Revu niet meer op deze manier te werk gaan.
 
Verweerders stellen dat klaagster geen rechtstreeks belanghebbende is in de zin van de statuten van de Raad voor de Journalistiek en derhalve niet-ontvankelijk is. Nu de klacht bovendien voornamelijk is gebaseerd op overtreding van het Burgerlijk Wetboek en de Auteurswet is de civiele rechter de aangewezen instantie om over deze kwestie een uitspraak te doen, aldus verweerders.
Verder stellen verweerders dat het de taak van Nieuwe Revu is om misstanden als deze aan de kaak te stellen en daarover te berichten. De lezers zijn daarbij nieuwsgierig om wie het gaat en het is dan ook niet ongebruikelijk om daarbij foto’s af te drukken waarbij personen herkenbaar zijn, aldus verweerders. Omdat het balken van personen en anonimiseren van namen doorgaans stigmatiserend werkt, hebben verweerders ervoor gekozen dit niet te doen. Voor wat betreft het gepubliceerde portret stellen verweerders dat door het noemen van de naam van de desbetreffende student een einde kwam aan de verwarring over de identiteit van het slachtoffer, waarmee een publiek belang werd gediend. Voor wat betreft het beroep op de privacy ten aanzien van het noemen van de namen van de volledige Kroegcommissie geven verweerders toe dat ze daarbij zorgvuldiger hadden kunnen handelen. Dit geldt evenzeer voor het onderschrift bij deze foto, aldus verweerders, nu blijkt dat een aantal leden van de commissie niet bij het incident aanwezig was. In het eerst volgende nummer van Nieuwe Revu zal door verweerders een tekst worden geplaatst waaruit blijkt dat niet alle leden van de Kroegcommissie bij het desbetreffende incident betrokken waren.
 
BEOORDELING VAN DE ONTVANKELIJKHEID
 
Wat betreft de door verweerders opgeworpen vraag of klaagster in haar klacht kan worden ontvangen, overweegt de Raad het volgende. Verweerders hebben twee foto’s gepubliceerd van leden van de studentenvereniging R.K.S.V. Albertus Magnus bij een artikel dat onder meer gaat over ontgroeningsrituelen binnen deze vereniging. Niet valt in te zien waarom klaagster dan niet als ‘rechtstreeks belanghebbende’ in de zin van de statuten van de Stichting Raad voor de Journalistiek zou kunnen worden aangemerkt.
 
BEOORDELING VAN DE KLACHT
 
De Raad stelt voorop dat zijn toetsingskader niet is de al dan niet rechtmatigheid van een journalistieke gedraging. Het is derhalve niet aan hem om te beoordelen of er sprake is van schending van auteursrecht of portretrecht.

De Raad toetst of met de publicatie grenzen zijn overschreden van hetgeen, gelet op de eisen van journalistieke verantwoordelijkheid, maatschappelijk aanvaardbaar is (vgl. onder meer: Hingst tegen Van den Heuvel (De Telegraaf), RvdJ 2003/21 en Jongmans tegen NRC Handelsblad, RvdJ 2004/51).
 
De kern van de klacht betreft het gebruik van twee foto’s en een daarbij geplaatst onderschrift bij het artikel “Groningse ‘waterstudent’ niet enige slachtoffer”. In dit artikel wordt een journalistiek relevant nieuwsfeit aan de orde gesteld, te weten misstanden bij de studentenvereniging R.K.S.V. Albertus Magnus. De daarbij geplaatste nieuwsfoto's kunnen een bijdrage leveren aan het verschaffen van een voor de lezer waarheidsgetrouw en controleerbaar beeld van het nieuwsfeit.
Volgens het vaste oordeel van de Raad brengt de journalistieke verantwoordelijkheid mee dat de persoonlijke levenssfeer van personen, waarover wordt gepubliceerd, niet verder mag worden aangetast dan in het kader van een open berichtgeving redelijkerwijs nodig is. Een journalist heeft verder de plicht om, zodra de persoon of zijn familieleden door het bericht herkenbaar of identificeerbaar dreigen te worden, zich af te vragen of er gevaar bestaat voor benadeling of kwetsing van deze personen. Het belang van genoemde personen dient te prevaleren en hun herkenbaarheid te worden vermeden in al die gevallen waarin redelijkerwijze te voorzien is dat die personen onevenredig nadeel van herkenbaarheid zullen ondervinden (vgl. onder meer: Stafbestuur Merwedeziekenhuis e.a. tegen Kerstiens (Dordtenaar), RvdJ 1996/11 en Burgdorffer/AD, Volkskrant, Nieuwsblad van het Noorden, Veronica en EO, RvdJ 1988/28).
 
Journalisten dienen het algemeen belang door maatschappelijke misstanden te signaleren. De Raad is van mening dat de publicatie van de twee foto’s en de namen van de Kroegcommissie onder de gegeven omstandigheden in redelijkheid kon plaatsvinden. Niet is gebleken van redelijkerwijs voorzienbaar nadeel hiervan voor klaagster dat niet in evenredigheid is met het maatschappelijk belang dat met publicatie is gemoeid. Ten aanzien van de foto van de Kroegcommissie is verder van belang dat het lidmaatschap van de Kroegcommissie openbaar is en de desbetreffende foto van de Kroegcommissie relatief wijdverspreid is. Met het publiceren van de twee foto’s en de namen van de Kroegcommissie hebben verweerders geen grenzen overschreden van hetgeen, gelet op de eisen van journalistieke verantwoordelijkheid, maatschappelijk aanvaardbaar is. In zoverre is de klacht derhalve ongegrond.
 
Voor zover klaagster stelt dat met het onderschrift bij de foto van de Kroegcommissie ten onrechte wordt gesuggereerd dat alle individuele leden van de commissie verantwoordelijk zijn voor het aanzetten tot overmatige inname van zes liter water in drie uur tijd, acht de Raad de klacht gegrond. Verweerders hebben erkend dat het onderschrift niet juist is en dat zij bij het plaatsen daarvan zorgvuldiger hadden kunnen handelen. De Raad deelt dit standpunt en oordeelt dat verweerders door het plaatsen van de desbetreffende tekst bij de foto grenzen hebben overschreden van hetgeen, gelet op de journalistieke verantwoordelijkheid, maatschappelijk aanvaardbaar is.

BESLISSING
 
Voor zover de klacht betrekking heeft op het onderschrift bij de foto van de Kroegcommissie, is deze gegrond. Voor het overige is de klacht ongegrond.
 
De Raad verzoekt verweerders deze beslissing integraal of in samenvatting in Nieuwe Revu te publiceren.
 
Aldus vastgesteld door de Raad op 15 september 2005 door mw. mr. M.E. Leijten, voorzitter, prof. mr. W.D.H. Asser, mw. E.H.C. Salomons, mw. F. Santing, drs. P. Sijpersma, leden, in tegenwoordigheid van mr. M.M.S. van den Berg, secretaris, en mw. mr. L. Bultman-den Haan, plaatsvervangend secretaris.