2005/5 ongegrond

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van

X

tegen

P. van Weerdenburg (De Telegraaf)

Bij brief van 23 november 2004 met vijf bijlagen heeft X (klager) een klacht ingediend tegen P. van Weerdenburg (verweerder). Hierop heeft Van Weerdenburg geantwoord in een e-mail van 16 december 2004.

De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 17 december 2004. Aan de zijde van klager is daar mr. F.Th. Zoutberg verschenen. Verweerder was niet aanwezig.

DE FEITEN

Op 15 november 2004 is in De Telegraaf een artikel van de hand van Van Weerdenburg verschenen onder de kop “Arie in de penarie!”. Dit artikel is een weergave van een gesprek dat Van Weerdenburg voerde met Arie Ribbens en Cea Mulder, de ex-echtgenote van klager. Het artikel bevat onder meer de volgende passage:
Ook Cea heeft het voor haar kiezen gekregen tijdens het leven. “Ik ben twee jaar geleden gescheiden, na dertig jaar huwelijk. Ik had er al eerder een punt achter willen zetten, maar ik ben gebleven voor de kinderen”, vertelt ze op haar beurt. “Twee kanjers van jongens, Edwin (28) en Claus (22). Edwin was toen het huis al uit. Het was de bedoeling voorlopig met Claus in huis te blijven wonen en dan de boel netjes af te handelen. Maar we zijn het huis uitgezet. Met niets. Mijn ex woont er nog steeds. In mijn huis nota bene. Hij betaalt geen dubbeltje, alle kosten zijn voor mij. Dat kan allemaal volgens de wet”, verzucht Cea.

Naar aanleiding van dit artikel heeft klager Van Weerdenburg zowel schriftelijk als telefonisch verzocht contact met hem op te nemen. Hierop is door Van Weerdenburg niet gereageerd.

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Klager stelt dat in het artikel “Arie in de penarie!” door Ribbens en Mulder zeer zware verwijten aan zijn adres worden gemaakt waardoor hij zich gekwetst voelt. Verder stelt hij dat het artikel onjuistheden bevat. Volgens klager is hij door Ribbens en Mulder bedrogen en financieel ernstig benadeeld. Klager woont in Urk en in deze kleine gemeenschap heeft de publicatie in De Telegraaf een grote impact gehad, aldus klager. Ten slotte stelt klager dat verweerder onfatsoenlijk heeft gehandeld door niet te reageren op zijn faxen van 17 november en 20 november 2004 alsmede zijn voicemailberichten, waarin hij om rectificatie heeft verzocht. Hierdoor is hem de mogelijkheid ontnomen om zijn kant van het verhaal kenbaar te maken.

Het verhaal “Arie in de Penarie!” gaat volgens verweerder over het nieuwe geluk en de misère die dit met zich meebrengt van de artiest Ribbens en zijn nieuwe vrouw. In het verhaal wordt melding gemaakt van het feit dat mevrouw Mulder is gescheiden. Maar er staat niet wie de ex-echtgenoot van mevrouw Mulder is en waar zich het huwelijksleven heeft afgespeeld, aldus klager. Verweerder stelt klager ook niet te kennen. Volgens verweerder heeft hij bewust de meisjesnaam van mevrouw Mulder gebruikt. Alleen degenen die de mevrouw Mulder op de bij het artikel gepubliceerde foto herkennen, zullen wellicht weten dat deze mevrouw Mulder getrouwd is geweest met klager, aldus verweerder. Daarnaast betoogt verweerder dat mevrouw Mulder meer heeft verteld over haar huwelijksleven met klager dan hij in het artikel heeft opgenomen. Tot slot wijst verweerder erop dat klager in reactie op het artikel een ingezonden brief had kunnen sturen.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

In het artikel van 15 november 2004 uit klagers ex-echtgenote een aantal verwijten aan zijn adres die er op neerkomen dat klager haar ten onrechte uit haar huis heeft gezet en weigert mee te betalen aan de kosten van de woning. De kern van de klacht is dat het artikel onjuistheden bevat en dat verweerder klager onvoldoende gelegenheid tot wederhoor heeft geboden, althans niet heeft gereageerd op zijn verzoeken om contact met hem op te nemen.

Het is gezien de hem daarin gemaakte verwijten niet onbegrijpelijk dat de publicatie klager niet welgevallig is. Klager woont in een kleine gemeenschap en loopt daardoor, ondanks het feit dat hij niet met naam wordt genoemd, de kans op die verwijten te worden aangesproken. Echter, niet is gebleken dat de gewraakte passage relevante onjuistheden bevat. Naar het oordeel van de Raad is ook geen sprake van een zodanige diskwalificatie van klager dat het achterwege laten van wederhoor jegens hem onzorgvuldig is. Het zou verweerder echter zeker niet hebben misstaan, indien hij naar aanleiding van de vele verzoeken van klager daartoe contact met hem zou hebben opgenomen, al was het maar om ook zijn lezing van de gebeurtenissen waarop in het artikel wordt gedoeld, te vernemen.

De slotsom is al met al dat verweerder geen grenzen heeft overschreden van hetgeen, gelet op de eisen van journalistieke verantwoordelijkheid, maatschappelijk aanvaardbaar is.

BESLISSING

De klacht is ongegrond.

De Raad verzoekt verweerder deze beslissing integraal of in samenvatting in De Telegraaf te (laten) publiceren.

Aldus vastgesteld door de Raad op 11 februari 2005 door mr. J.B. Fleers, voorzitter, drs. G.T.M. Driehuis, prof. dr. mr. B. de Gaay Fortman, mr. A.H. Schmeink, mw. C.D. Smolders, leden, in tegenwoordigheid van mr. M.M.S. van den Berg, secretaris.