2005/48 deels gegrond

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van

H. Hanssen

tegen

A. Theunissen (HP/De Tijd)

Bij brief van 17 juni 2005 met vijf bijlagen heeft H. Hanssen te Hilversum (hierna: klager) een klacht ingediend tegen A. Theunissen (hierna: verweerster). Verweerster heeft niet op de klacht gereageerd.

De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 29 juli 2005 in aanwezigheid van klager. Verweerster is niet verschenen.

DE FEITEN

Op 13 mei 2005 is in HP/De Tijd een artikel van de hand van Theunissen verschenen onder de kop “Slappe zakken”. De intro van het artikel luidt:
De hedendaagse man van in de dertig, veertig is geen vent meer. Hij wil zich niet binden, behalve aan zijn werk, want dat is zijn identiteit. Kinderen? Verantwoordelijkheid? Hij kijkt wel uit!”.
Het artikel bevat verder de volgende passages:
En freelancer R. Die deed er járen over om zijn vriendin ‘mijn vriendin’ te noemen, maar toen hij door haar opzwellende buik begreep dat er geen weg terug was, rekende hij zich ineens rijk. Op veilige afstand van het kraambed richtte hij een website voor vaders op en voert nu (onder het mom van papaworkshops) met overheidssubsidie een offensief tegen ‘de moedermaffia’.
en
Sla er ook maar eens een boekje van een auteur uit deze generatie mannen op na. “Het kind,” zo schrijft Henk Hanssen in Babymangement, “is een product waar alles om draait. Met als input aandacht en geld, en met als rendement…?” Juist. Vraagteken. Kennelijk ziet de man zijn opportunistische persoonlijkheid niet graag weerspiegeld in zijn nageslacht. Kennelijk wil de ene man de andere vooral waarschuwen om Het Grote Gevaar te mijden.

Op 3 juni 2005 is in HP/De Tijd een ingekorte versie van een ingezonden brief van klager gepubliceerd.

HET STANDPUNT VAN KLAGER

Klager stelt dat het artikel feitelijke onjuistheden bevat, nu wordt gesuggereerd dat hij geen poot uitstak rond de zwangerschap en bevalling van zijn vriendin, terwijl hij gedurende de eerste maanden juist vrijwel alle verzorging van de baby op zich heeft genomen. Hij maakt verder bezwaar tegen de onjuiste en gemene suggestie dat hij zich ‘rijk gerekend’ zou hebben aan de zwangerschap van zijn vriendin. De website waarop in het artikel wordt gedoeld is opgezet als vrijwillig initiatief van een aantal vaderende journalisten die meenden dat er te weinig op hen gerichte informatie beschikbaar was, aldus klager. Hij betoogt dat van een ‘offensief’ tegen moeders evenmin sprake is, daar de workshops gericht zijn op het stimuleren van de deelnemers om samen met hun partners te zoeken naar een balans te midden van alle veranderingen. Volgens klager wordt de goede reputatie van zijn persoon en die van zijn website geschaad, nu hij ondanks het pseudoniem gemakkelijk herkenbaar is. Verweerster heeft de als feiten gepresenteerde gegevens niet geverifieerd en vóór noch na publicatie contact met hem opgenomen, ondanks hun collegiale vriendschap, aldus klager. Hij stelt dat verweerster omwille van de gekozen sarcastische betoogtrant haar bekende feiten en achtergronden heeft verdraaid, verkracht of weggelaten. Ten slotte betoogt klager dat het ogenschijnlijk letterlijke citaat onjuist is, omdat slechts de eerste zin uit zijn boek komt. De tweede zin van het citaat en het vraagteken komen in deze vorm niet in het boek voor. Hierdoor geeft het citaat een onjuiste voorstelling van zaken. Klager voelt zich persoonlijk gekrenkt en zakelijk geschaad door het artikel van verweerster. De reeds op 3 juni 2005 in HP/De Tijd gepubliceerde ingezonden reactie geeft een bescheiden doch onvolledige genoegdoening, aldus klager.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

De kern van de klacht is enerzijds dat verweerster opzettelijk negatief en onjuist over klager heeft bericht zonder hem de mogelijkheid tot wederhoor te bieden. Anderzijds beklaagt klager zich over het feit dat verweerster onjuist heeft geciteerd uit het door hem geschreven boek “Babymanagement” en daardoor jegens hem journalistiek onzorgvuldig heeft gehandeld.

Het artikel “Slappe zakken” bevat voor een groot deel opiniërende elementen waarbij persoonlijke observaties door de auteur als trend worden gepresenteerd. Het staat een journalist vrij over een bepaald feit zijn mening te verkondigen, mits duidelijk is dat het om zijn persoonlijke opvatting gaat. Gelet op de kennelijk opzettelijk overdreven toon is de bedoeling van het artikel en de aard van de daarin opgenomen informatie voor de gemiddelde lezer voldoende duidelijk: de publicatie behelst met name de persoonlijke visie van de auteur, feitelijke verslaglegging staat niet voorop en overdrijving als stijlmiddel wordt niet geschuwd. Dat neemt niet weg dat een journalist ook met de wijze waarop hij uiting geeft aan zijn persoonlijke mening grenzen kan overschrijden. Naar het oordeel van de Raad is daarvan hier echter geen sprake. In het artikel komen namelijk geen kwalificaties of vergelijkingen voor die journalistiek ontoelaatbaar zijn. Het feit dat klager het artikel als kwetsend heeft ervaren, is daarvoor onvoldoende. Met het plaatsen van de ingezonden brief van klager heeft verweerster klager een weerwoord geboden. Klager heeft de feiten in voldoende mate kunnen rechtzetten en zijn grieven aan de orde kunnen stellen. Hiermee is verweerster klager voldoende tegemoetgekomen. Een en ander leidt tot de slotsom dat verweerder in zoverre geen grenzen heeft overschreden van hetgeen, gelet op de eisen van journalistieke verantwoordelijkheid, maatschappelijk aanvaardbaar is. (vgl. onder meer: Ockels tegen Scholtens en de Volkskrant, RvdJ 2005/19; Houpperichs tegen Van Dommelen en Van der Hart, RvdJ 2004/75; Suijkerbuijk tegen Geerts, Jongsma en Dagblad De Limburger, RvdJ 2004/08, Rabbijn Lewis e.a. tegen Cassuto, RvdJ 2002/63)

Verder is de klacht gericht tegen de wijze waarop verweerster heeft geciteerd. Klager heeft voldoende aannemelijk gemaakt en onweersproken gesteld dat het citaat: “Het kind,” zo schrijft Henk Hanssen in Babymangement, “is een product waar alles om draait. Met als input aandacht en geld, en met als rendement…?” niet afkomstig is uit zijn boek. Door het citaat desondanks als een letterlijk citaat uit het boek “Babymanagement” te presenteren, heeft verweerster grenzen overschreden van hetgeen, gelet op de eisen van journalistieke verantwoordelijkheid, maatschappelijk aanvaardbaar is.

BESLISSING

Voor zover de klacht is gericht tegen het vermeende citaat uit het boek “Babymanagement” is deze gegrond. Voor het overige is de klacht ongegrond.

De Raad verzoekt verweerster deze beslissing integraal of in samenvatting in HP/De Tijd te (laten) publiceren.

Aldus vastgesteld door de Raad op 15 september 2005 door mw. mr. M.E. Leijten, voorzitter, prof. mr. W.D.H. Asser, mw. E.H.C. Salomons, mw. F. Santing, drs. P. Sijpersma, leden, in tegenwoordigheid van mr. M.M.S. van den Berg, secretaris, en mw. mr. L. Bultman-den Haan, plaatsvervangend secretaris.