2005/47 ongegrond

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van

prof. dr. A.J.J.M. Vingerhoets

tegen

M. de Haas (Univers) en de hoofdredacteur van Telegraaf.nl

Bij brief van 12 juni 2005 met negen bijlagen heeft prof. dr. A.J.J.M. Vingerhoets te Tilburg (hierna: klager) een klacht ingediend tegen M. de Haas, verbonden aan Univers en de hoofdredacteur van Telegraaf.nl (hierna: verweerders).
Hierop heeft R. Agterberg, hoofdredacteur Univers, namens M. de Haas, geantwoord in een brief van 27 juni 2005 met vier bijlagen. Klager heeft daarop gereageerd in een schrijven van 5 juli 2005.
Namens Telegraaf.nl heeft C. de Vroede, hoofdredacteur, op de klacht gereageerd in een brief van 25 juli 2005.
Ten slotte heeft klager op 25 juli 2005 nog een toelichting op zijn klacht gestuurd. Deze toelichting is echter te laat ontvangen zodat de Raad er geen kennis van heeft kunnen nemen.

De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 29 juli 2005 in aanwezigheid van Agterberg, die het standpunt van Univers heeft toegelicht aan de hand van een notitie. Klager is daar niet verschenen. Van de zijde van Telegraaf.nl was daar evenmin iemand aanwezig.

DE FEITEN

Op 9 maart 2005 is op de website www.telegraaf.nl een artikel verschenen onder de kop “’Niet te moeilijk doen over polygamie’”.
De intro van dit artikel luidt:
Polygamie kan de overheid veel geld besparen als het gaat om gesubsidieerde kinderopvang. Liefde is iets uit het verleden dat geen enkele garantie biedt op levensgeluk. Dat stelt de Tilburgse hoogleraar psychologie en gezondheid A. Vingerhoets donderdag in Univers, het weekblad van de Universiteit van Tilburg.
Bij het artikel is een foto van klager geplaatst. Het artikel bevat verder de volgende passage:
Hij stelt dat we niet te moeilijk moeten doen over het hebben van meerdere vrouwen. “Dit kan het dilemma kind of carrière oplossen. De moderne vrouw rent op en neer tussen partner, kinderen, werk en huishouden. Deze taken kan zij zo met meerdere vrouwen delen. Dat bespaart de overheid ook nog veel gesubsidieerde kinderopvang”, aldus Vingerhoets in het weekblad van de universiteit. De wetenschapper vindt ook dat liefde iets is van vroeger. “Voor bescherming was het voor vrouwen vroeger zinvol om een partner te hebben. In 2005 is dat anders. Liefde is nu net als een blinde darm; een nutteloos overblijfsel uit een ver verleden”, zegt de professor. “Voor je welbevinden en gezondheid is een huisdier nemen wellicht net zo goed.” “Als iemand tegen je zegt: ik hou van jou, is de kans statistisch gezien behoorlijk groot dat je door hem mishandeld zult worden. Daarom is een huisdier nemen wellicht beter. Liefde biedt in elk geval geen enkele garantie op levensgeluk’, aldus de 51-jarige professor.

Op 10 maart 2005 is in Univers, het universiteitsblad van de Universiteit van Tilburg eveneens een artikel verschenen, van de hand van De Haas, onder de kop “’Niet te moeilijk doen over polygamie’”. De intro van dit artikel luidt:
Liefde wordt overschat. En over polygamie doen we te moeilijk. Dat stelt Ad Vingerhoets, hoogleraar Psychologie en gezondheid, bij de verschijning van zijn nieuwste boek De ondraaglijke lichtheid van de liefde, dat hij samen met UvT-promovendus Miranda van Tilburg schreef.
Dit artikel luidt verder als volgt:
Liefde biedt volgens de wetenschapper geen enkele garantie op levensgeluk. “Sterker nog: als iemand tegen je zegt: ’ik hou van jou’ is puur statistisch gezien de kans behoorlijk groot dat je door hem mishandeld zult worden”, weet de onderzoeker. ”Voor je welbevinden en gezondheid is een huisdier nemen wellicht net zo goed.” Volgens Vingerhoets stamt de liefde uit een ver verleden toen het voor vrouwen nuttig was om een partner te hebben. Die beschermde vrouw en kind als ze over de onveilige savannes liepen. Vrouwen kunnen tegenwoordig makkelijk alleen een kind opvoeden en hebben geen man meer nodig. “Liefde is nu net als een blinde darm: een nutteloos overblijfsel uit een ver verleden”, stelt Vingerhoets. Daarentegen moet je niet te moeilijk doen over polygamie, stellen de auteurs. Dit kan het dilemma ‘kind of carrière’ oplossen. De moderne vrouw rent op en neer tussen partner, kinderen, werk en huishouden. Deze taken kan zij zo met meerdere vrouwen delen. Dat bespaart de overheid ook nog veel gesubsidieerde kinderopvang. Het zal Vingerhoets namelijk niet verbazen als liefde in de verre toekomst helemaal verdwijnt. “Maar de lust zal volgens de evolutieleer wél altijd blijven”, verzekert de hoogleraar. “We moeten ons immers voortplanten.”

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Klager stelt dat in de berichtgeving over het boek “De ondraaglijke lichtheid van de liefde”, door verweerders een onjuist beeld is geschetst van zijn boek. Het bericht is door het selectief citeren en uit zijn verband halen van zinsneden alleen gericht op sensatie. Er is bovendien geen enkele poging gedaan om de inhoud en toonzetting van het boek op juiste wijze voor het voetlicht brengen, aldus klager. Hij betoogt verder dat hij in de berichtgeving wordt geassocieerd met denkbeelden, waarvan hij zich zeer nadrukkelijk wenst te distantiëren. Allereerst is het boek geen pleidooi voor polygamie, aldus klager. Op de tweede plaats stelt klager dat ten onrechte wordt gesuggereerd dat in het boek zou staan dat liefde is als een blindedarm. In het boek komt het woord blindedarm niet voor, aldus klager. Tot slot is de stelling “men kan net zo goed een huisdier nemen als een echtgeno(o)t(e)” het resultaat van selectief citeren en bewust andere informatie weglaten, aldus klager.
Daarnaast acht klager de werkwijze van Univers onbehoorlijk en laakbaar. Eerst is hem gevraagd naar het stuk te kijken. Nadat hij het stuk had afgekeurd en verzocht had om de publicatie een week uit te stellen, is een andere versie van het artikel zonder zijn goedkeuring alsnog gepubliceerd. Van goedkeuring van citaten is geen sprake geweest, aldus klager.
Voorts stelt klager dat Telegraaf.nl door het plaatsen van een foto die reeds anderhalf jaar eerder in een ander kader was gemaakt, ten onrechte de indruk wekt dat hij geïnterviewd is.
Klager voelt zich door deze berichtgeving ernstig geschaad.

Agterberg stelt voorop dat hij graag had gezien dat klager zijn klacht eerst aan de redactieraad van Univers had voorgelegd. Hij betoogt verder dat de toonzetting van het bericht wel degelijk de ironische toonzetting van het boek benadert. Bovendien is een week later op de voorpagina van Univers in samenwerking met klager een artikel geplaatst waarin nadrukkelijker de context van het boek en de ironische passage is vermeld, aldus Agterberg. Dit vervolgartikel is niet als rectificatie gepresenteerd aangezien daarvoor geen grond was. Hij stelt verder dat het bericht van 10 maart 2005 is gebaseerd op de drukproeven van het boek en een telefonisch interview met klager. Volgens Agterberg heeft klager zijn citaten geaccordeerd. Wel heeft klager verzocht een passage te verwijderen. Hiervoor in de plaats is een andere passage gebruikt. Het artikel is vervolgens niet meer in zijn geheel door klager geaccordeerd, omdat deze had aangegeven niet meer bereikbaar te zijn en de toegevoegde tekst uit het boek kwam. Agterberg concludeert dat de handelwijze van Univers niet journalistiek onbehoorlijk of laakbaar is geweest.

De Vroede stelt dat het ANP de bron van de informatie is geweest bij de totstandkoming van het gewraakte bericht. Hij betoogt verder dat op geen enkele wijze is gesuggereerd dat een van zijn verslaggevers zelf met klager heeft gesproken. Het bericht gaat uitdrukkelijk niet over het boek van klager, maar over zijn uitspraken in het weekblad Univers, aldus De Vroede. Voorts stelt hij dat het niet ongebruikelijk is dat foto’s die zijn gemaakt in het kader van eerdere reportages opnieuw worden gepubliceerd. Hij betoogt dat, hoewel het onderschrift bij de geplaatste foto strikt genomen niet onjuist is, de redacteur in kwestie heeft nagelaten duidelijk te maken dat de foto is gemaakt in het kader van een ander onderwerp. Hierdoor kan verwarring bij lezers zijn ontstaan.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

Klager heeft aangegeven dat het boek “De ondraaglijke lichtheid van de liefde” een overzicht is van wat de wetenschappelijke literatuur zegt over liefde en verliefdheid, en dat het is geschreven ‘ter leering ende vermaeck’ met de bedoeling aan te zetten tot discussie en te prikkelen tot nadenken. Het eerste artikel in Univers is te beschouwen als een recensie van dit boek. Volgens het vaste oordeel van de Raad komt aan een recensent een grote mate van vrijheid toe, niet alleen wat betreft de vorm van de recensie, maar ook en vooral ten aanzien van de inhoud (vgl. onder meer: Van Dam tegen Werkhoven (Nieuwsblad van het Noorden), RvdJ 2002/35). De Raad is van mening dat de berichtgeving in Univers en op de website www.telegraaf.nl voor wat betreft inhoud en toonzetting past bij de inhoud en de prikkelde stijl van het boek. Univers heeft klager bovendien de mogelijkheid geboden om het artikel voorafgaand aan publicatie te lezen. Klager heeft, voor zover de Raad heeft kunnen nagaan, geen zeggenschap gekregen met betrekking tot de inhoud van het artikel en het tijdstip van publicatie daarvan. Mede gelet op het feit dat klager na de eerste publicatie door Univers nog in de gelegenheid is gesteld op de kwestie te reageren, gaan de publicaties de grenzen van hetgeen naar journalistieke maatstaven aanvaardbaar is, niet te buiten.

Voorts is de Raad van oordeel dat de op www.telegraaf.nl geplaatste foto niet suggereert dat klager geïnterviewd is. Wel is de Raad met verweerder van mening dat het beter was geweest indien bij de foto was vermeld dat het een archieffoto betrof. Dat dit niet is gebeurd, acht de Raad in deze zaak van ondergeschikte betekenis omdat hierdoor voor klager geen nadeel is ontstaan.

Een en ander leidt tot de slotsom dat verweerders geen grenzen hebben overschreden van hetgeen – gelet op de eisen van journalistieke verantwoordelijkheid – maatschappelijk aanvaardbaar is.

BESLISSING

De klacht is ongegrond.

De Raad verzoekt verweerders deze beslissing integraal of in samenvatting in Univers en op www.Telegraaf.nl te publiceren.

Aldus vastgesteld door de Raad op 15 september 2005 door mw. mr. M.E. Leijten, voorzitter, prof. mr. W.D.H. Asser, mw. E.H.C. Salomons, mw. F. Santing, drs. P. Sijpersma, leden, in tegenwoordigheid van mr. M.M.S. van den Berg, secretaris, en mw. mr. L. Bultman-den Haan, plaatsvervangend secretaris.