2005/45 ongegrond

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van
 
X
 
tegen
 
de hoofdredacteur van de Leeuwarder Courant
 
Bij brief van 30 april 2005 met drie bijlagen heeft X (hierna: klaagster) een klacht ingediend tegen de hoofdredacteur van de Leeuwarder Courant (hierna: verweerder). Bij brief van 6 mei 2005 heeft klaagster nog een bijlage overgelegd. Hierop heeft R. Mulder, hoofdredacteur, geantwoord in een brief van 1 juni 2005. Klaagster heeft op het verweer gerepliceerd in een schrijven van 6 juni 2005. Ten slotte heeft Mulder nog op die repliek gereageerd bij brief van 14 juni 2005.
 
De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 24 juni 2005 buiten aanwezigheid van partijen.
 
DE FEITEN
 
Op 9 april 2005 is in de Leeuwarder Courant een artikel van de hand van W. de Haan verschenen onder de kop “Vluchten kan niet”, dat een interview met [Y] bevat. Het artikel bevat onder meer de volgende passage:
In Frankrijk sjouwde [Y] door de natuur, bemoeide zich met de wijnbouw, schreef Franse gedichten en bouwde met zijn veel jongere partner [X] een huis in het dorp […]. Totdat ook deze relatie op de klippen liep. Er was een andere man in het spel, [X] bleef in het dorp, [Y] vertrok. Hij verzoende zich met het idee om alleen verder te moeten.
 
Zowel mondeling als schriftelijk heeft klaagster haar bezwaren tegen de publicatie aan verweerder kenbaar gemaakt en om rectificatie verzocht. Tevens heeft klaagster zelf een artikel geschreven en ter publicatie aangeboden. Bij e-mail van 24 april 2005 heeft verweerder het verzoek om rectificatie afgewezen. Het door klaagster geschreven artikel is door verweerder niet gepubliceerd. Op 1 mei 2005 heeft [Y] klaagster schriftelijk aangesproken op het feit dat zij verweerder naar aanleiding van het artikel had benaderd.
 
DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN
 
Klaagster stelt dat het artikel over [Y] meerdere onjuistheden bevat. Zo zou zij niet bij [Y] zijn weggegaan vanwege een andere man maar vanwege het feit dat zij door hem mishandeld werd. Tevens was zij niet zijn derde maar zijn vijfde vrouw en bleef zij na de breuk niet in […] wonen maar vertrok zij naar een huisje in de buurt van […]. Bovendien stelt klaagster dat [Y] al snel zijn nieuwe vrouw ontmoette en dat hij de wettelijke vader is van 5 dochters en 2 zonen en niet, zoals volgens klaagster in het artikel staat vermeld, van vier dochters. Zij betoogt verder dat verweerder heeft nagelaten feiten voldoende te controleren. Hierdoor is er bij een groot lezerspubliek, waaronder haar familie en vrienden, een onjuist beeld ontstaan van haarzelf en [Y].


Bovendien heeft verweerder ten onrechte nagelaten contact met haar op te nemen alvorens haar met naam en voornaam in het artikel te noemen, aldus klaagster. Tevens heeft verweerder ten onrechte geweigerd het artikel te rectificeren. Hiermee is hij zijn journalistieke plicht om onjuistheden recht te zetten niet nagekomen, aldus klaagster.
Voorts stelt zij dat indien het door haar geschreven en ter plaatsing aangeboden artikel niet zou voldoen aan de journalistieke eisen van de Leeuwarder Courant, verweerder het artikel had kunnen herschrijven of haar met een voorstel tot een voor hem aanvaardbare vorm van rectificatie had kunnen benaderen. Dit is ten onrechte niet gebeurd, aldus klaagster.
Ten slotte stelt zij dat verweerder zonder haar toestemming contact zou hebben opgenomen met [Y] over het feit dat zij contact had gezocht met de Leeuwarder Courant.
Klaagster concludeert dat haar belangen ernstig zijn geschaad door het onzorgvuldig handelen van verweerder.
 
Verweerder stelt uit de motivering van klaagster te begrijpen dat zij twee bezwaren heeft tegen het interview met [Y]. Ten eerste zou het interview geen volledig beeld van de levensloop van [Y] geven. Daarnaast zou het artikel een onjuiste mededeling over klaagster zelf bevatten.
Volgens verweerder valt het interview in een genre dat zich laat omschrijven als het persoonlijke levensverhaal waarbij het accent niet ligt op de loopbaan of de meningen van de geportretteerde maar op wat hij of zij op het persoonlijk vlak heeft meegemaakt en hoe hij of zij daarmee is omgegaan. Een dergelijk verhaal is volgens verweerder uit zijn aard nooit volledig en moet beperkt blijven tot een selectie van hoogte- en dieptepunten. Interviewer en geïnterviewde kunnen er bovendien voor kiezen bepaalde gebeurtenissen bewust weg te laten om privacy-redenen. Dat is in dit geval ook gebeurd, aldus verweerder. Over klaagster komt in het interview slechts een korte mededeling voor. Feit is dat zij tien jaar het leven deelde met [Y] en met hem van Friesland naar Frankrijk verhuisde om daar een geheel nieuwe fase van hun beider leven te beginnen. Volgens verweerder was het vrijwel onmogelijk om deze episode helemaal uit het verhaal weg te laten. In het artikel wordt gemeld dat het huwelijk in Frankrijk strandde met de toevoeging dat er een andere man in het spel was. Een voor het levensverhaal van [Y] relevant feit waarvan melding is gemaakt zonder dat er beschuldigingen of oordelen zijn toegevoegd, aldus verweerder.
Verder betoogt verweerder dat uit zijn correspondentie met klaagster bleek dat zij geen simpele rectificatie wilde maar een compleet tegenartikel. Verweerder stelt dat hij klaagster gemotiveerd heeft laten weten waarom hij het aangeboden stuk niet kon plaatsen. In het ter publicatie aangeboden stuk haalde klaagster volgens verweerder allerlei gebeurtenissen en zaken aan die in het interview niet voorkomen. Klaagster beschuldigt haar ex-echtgenoot van ernstige vergrijpen die volgens verweerder niet zouden kunnen worden gepubliceerd zonder ze eerst aan [Y] te hebben voorgelegd. Er was geen enkel algemeen of persoonlijk belang gediend met publicaties vol grieven en verwijten van ex-echtelieden over en weer, aldus verweerder.
Ten slotte betoogt verweerder dat de redactie van de Leeuwarder Courant, anders dan klaagster stelt, geen contact heeft gehad met [Y] over haar eis tot rectificatie. Verweerder concludeert dat met het besluit om de door klaagster aangeboden en als rectificatie bedoelde tekst niet te plaatsen geen journalistieke regels zijn geschonden en dat haar klacht daarom ongegrond is.
 
BEOORDELING VAN DE KLACHT
 
De Raad stelt voorop dat een journalist bij het publiceren van ernstige beschuldigingen met bijzondere zorgvuldigheid te werk moet gaan, hetgeen in het algemeen onder meer inhoudt het toepassen van wederhoor. Dat de beschuldigingen zouden zijn geuit door een geïnterviewde, maakt dat niet anders. De vraag is of hier sprake van ernstige beschuldigingen als hiervoor bedoeld. (vgl. onder meer De Wreede tegen Munk en Koster, hoofdredacteur van Nieuwe Revu, RvdJ 2004/89)
 
De klacht is voornamelijk gericht tegen de volgende passage uit het interview:
In Frankrijk sjouwde [Y] door de natuur, bemoeide zich met de wijnbouw, schreef Franse gedichten en bouwde met zijn veel jongere partner [X] een huis in het dorp […]. Totdat ook deze relatie op de klippen liep. Er was een andere man in het spel, [X] bleef in het dorp, [Y] vertrok. Hij verzoende zich met het idee om alleen verder te moeten.
 
Volgens de Raad bevat deze passage – die een klein deel uitmaakt van een lang interview met [Y] – geen uitlatingen van zodanige ernst dat verweerder deze niet had mogen publiceren zonder nader onderzoek naar de juistheid ervan en zonder klaagster in de gelegenheid te stellen daarop te reageren. Naar het oordeel van de Raad is ook geen sprake van een zodanige diskwalificatie van klaagster dat het achterwege laten van wederhoor en het weigeren van een rectificatie jegens haar onzorgvuldig is.
 
Dat neemt evenwel niet weg, dat, gelet op hetgeen klaagster in het kader van haar klacht naar voren heeft gebracht, en gezien de omstandigheid dat zij met haar naam in het artikel wordt genoemd, het niet onbegrijpelijk is dat deze publicatie haar niet welgevallig is. De Raad merkt in het bijzonder op dat, gelet op de aard van de mededelingen over de reden van de breuk tussen klaagster en [Y], er een goede reden was, gelegen in de bescherming van het privé-leven van klaagster, om klaagsters naam achterwege te laten. Dit klemt te meer nu voor het interview met [Y] en het vertellen van diens levensverhaal de vermelding van de naam van klaagster niet nodig was. Dit leidt de Raad er toch niet toe de klacht gegrond te verklaren nu de kern van de klacht gericht is tegen de weigering van verweerder om een ‘rectificatie’ van de feiten op te nemen en niet aannemelijk is geworden dat de privacy van klaagster op onevenredige wijze is geschaad.
 
Alles overwegend is de Raad van oordeel dat verweerder geen grenzen heeft overschreden van hetgeen, gelet op de eisen van journalistieke verantwoordelijkheid, maatschappelijk aanvaardbaar is.
 
BESLISSING
 
De klacht is ongegrond.
 
De Raad verzoekt verweerder deze beslissing integraal of in samenvatting in de Leeuwarder Courant te publiceren.
 
Aldus vastgesteld door de Raad op 31 augustus 2005 door mw. mr. W.M.E. Thomassen, voorzitter, mw. C.J.E.M. Joosten, mw. drs. J.X. Nabibaks, mw. drs. P.C.J. van Schaveren en mr. drs. G.J. Wolffensperger, leden, in tegenwoordigheid van mr. M.M.S. van den Berg, secretaris