2005/43 gegrond

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van

Stichting Postacademisch Onderwijs Geneeskunde Suriname, Stichting ‘s Lands Hospitaal en drs. Ph. Issa

tegen

M. Beckmann en de hoofdredacteur van Netwerk (EO)

Bij brief van 31 maart 2005 hebben Stichting Postacademisch Onderwijs Geneeskunde Suriname, Stichting ‘s Lands Hospitaal en drs. Ph. Issa (hierna: klagers) een klacht ingediend tegen M. Beckmann en de hoofdredacteur van Netwerk (EO) (hierna: verweerders). Hierop heeft J. Kriek, hoofdredacteur, geantwoord in een brief van 9 juni 2005.

De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 24 juni 2005 in aanwezigheid van verweerders. Klagers waren daar niet aanwezig. Voorafgaand aan de zitting heeft de Raad de video-opname van de gewraakte uitzending bekeken.

DE FEITEN

Op 25 januari 2005 is in het programma Netwerk een reportage uitgezonden over de aids-epidemie in Suriname. In deze reportage wordt onder meer de internist en aidsspecialist S. Danner gevolgd terwijl hij in Suriname in een ziekenhuis een aantal aids-patiënten bezoekt. Deze patiënten zijn herkenbaar in beeld gebracht.

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Stichting Postacademisch Onderwijs Geneeskunde Suriname heeft in samenwerking met anderen een HIV Symposium georganiseerd. Dit symposium vond plaats op 11 en 12 december 2004 in Suriname. Klagers stellen dat Issa tijdens dit symposium is benaderd door Danner, met de vraag of hij, vergezeld door een filmploeg, aids-patiënten mocht bezoeken in een ziekenhuis van Stichting ‘s Lands Hospitaal. Klagers hebben hiervoor toestemming gegeven onder twee duidelijke voorwaarden. De patiënten moesten zelf instemmen met het filmen en de gezichten van de patiënten moesten in de uitzending onherkenbaar worden gemaakt. Met deze voorwaarden zijn zowel Danner als de filmploeg akkoord gegaan, aldus klagers. In het ziekenhuis hebben Issa en Danner de patiënten bezocht en aan hen toestemming gevraagd voor het filmen. Klagers stellen dat deze patiënten uitdrukkelijk is toegezegd dat zij niet herkenbaar in de uitzending zouden komen. Verder betogen klagers dat ook aan de filmploeg voor de tweede keer gevraagd is deze afspraak na te komen. Op 25 januari 2005 is de door deze filmploeg vervaardigde film in Suriname uitgezonden. In strijd met de volgens klagers gemaakte afspraak zijn de patiënten in de reportage herkenbaar in beeld gebracht. Dit was voor de patiënten, hun familie en vrienden een pijnlijke zaak. Door de publicatie van de film hebben verweerders een handelwijze getoond die niet getuigt van ethiek, integriteit en respect voor de privacy van de getoonde patiënten, aldus klagers.
Klagers concluderen dat door de handelwijze van verweerders grenzen zijn overschreden van hetgeen, gelet op de eisen van journalistieke verantwoordelijkheid, maatschappelijk aanvaardbaar is. Ten slotte betogen klagers dat hun reputatie door deze film is geschaad.

Verweerders stellen dat de klacht onterecht is aangezien er geen afspraken zijn geschonden. Ter zitting erkennen zij dat Issa in eerste instantie heeft verzocht om de te filmen patiënten onherkenbaar in beeld te brengen. Hierover is vervolgens een discussie ontstaan. Tijdens deze discussie is door verweerders het belang benadrukt om de patiënten herkenbaar in beeld te brengen teneinde een persoonlijke reportage te kunnen maken. Bij verweerders bestond de indruk dat Issa teruggekomen was op zijn besluit. Duidelijke en sluitende afspraken zijn er niet gemaakt, aldus verweerders. Ook tijdens het bezoek van de patiënten in het ziekenhuis zijn de door klagers gestelde afspraken niet gemaakt. Verweerders gingen er dan ook van uit dat zij toestemming hadden om de patiënten herkenbaar in beeld te brengen. Verweerders concluderen dat zij niet onzorgvuldig hebben gehandeld.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

De vraag moet worden beantwoord of verweerders, door de patiënten herkenbaar in beeld te brengen, de zorgvuldigheid die van hen bij de uitoefening van de journalistiek mag worden verwacht, hebben miskend.
Partijen verschillen van mening over de vraag of tussen hen uitdrukkelijk was overeengekomen dat de bedoelde onherkenbaarheid van de patiënten zou worden gewaarborgd. De Raad kan, nu geen ander bewijsmateriaal beschikbaar is dan wat partijen over en weer naar voren hebben gebracht, niet vaststellen of een zodanige uitdrukkelijke afspraak al dan niet is gemaakt. Wel staat vast dat de behandelend arts Issa verweerders heeft verzocht om zijn patiënten niet herkenbaar in beeld te brengen. Vaststaat voorts dat door verweerders dit verzoek niet is afgewezen noch aan klagers of aan een van hen is duidelijk gemaakt dat met deze wens geen rekening zou worden gehouden. Vaststaat ook dat filmopnames van bedoelde patiënten een inbreuk vormen op hun persoonlijke levenssfeer. Een inbreuk van een ingrijpend karakter gelet op het feit dat het ziekenhuis als hun woonomgeving geldt en op het risico van sociaal isolement waarin aids-patiënten in Suriname kunnen geraken wanneer anderen op de hoogte raken van hun ziekte.
In deze omstandigheden en mede gelet op het duidelijke verzoek van de behandelend arts mochten de patiënten er van uit gaan dat filmbeelden die verweerders wilden maken niet zouden worden uitgezonden zonder hun expliciete toestemming of zonder dat zij onherkenbaar in beeld zouden worden gebracht. Dat verweerders hebben nagelaten aan de patiënten van wie zij beelden in de openbaarheid hebben gebracht deze toestemming te vragen of hen onherkenbaar in beeld te brengen, geldt als een gemis aan respect voor de waardigheid van genoemde patiënten en moet worden beschouwd als strijdig met de journalistieke verantwoordelijkheid.

BESLISSING

De klacht is gegrond.

De Raad verzoekt verweerders bijvoorkeur aan deze beslissing aandacht te besteden in een uitzending van Netwerk en anders deze beslissing integraal of in samenvatting op hun website dan wel in een ander daartoe geëigend medium te publiceren.

Aldus vastgesteld door de Raad op 31 augustus 2005 door mw. mr. W.M.E. Thomassen, voorzitter, mw. C.J.E.M. Joosten, mw. drs. J.X. Nabibaks, mw. drs. P.C.J. van Schaveren en mr. drs. G.J. Wolffensperger, leden, in tegenwoordigheid van mr. M.M.S. van den Berg, secretaris.