2005/42 niet-ontvankelijk onthouding oordeel

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van

M. op de Coul

tegen

de hoofdredacteur van de Volkskrant

Bij brief van 17 mei 2005 met zes bijlagen heeft M. Op de Coul te Zoetermeer (hierna: klager) een klacht ingediend tegen de hoofdredacteur van de Volkskrant (hierna: verweerder). Vervolgens heeft klager zijn klacht nader toegelicht in een brief van 5 juni 2005 met twee bijlagen. P.I. Broertjes, hoofdredacteur, heeft op de klacht gereageerd in een schrijven van 13 juni 2005.

De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 24 juni 2005 in aanwezigheid van klager, die zijn klacht heeft toegelicht aan de hand van een notitie. Verweerder is daar niet verschenen.

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Klager stelt, kort samengevat, dat verweerder selectief te werk gaat in de berichtgeving over de aanslagen van 11 september 2001 in Amerika. Volgens klager censureert verweerder feiten die verwijtbare betrokkenheid van Amerikaanse overheidsfunctionarissen impliceren of suggereren. Door het toepassen van systematische censuur van essentiële informatie handelt verweerder in strijd met journalistieke gedragscodes, aldus klager. Hij meent dat hij rechtstreeks belanghebbende is bij een oordeel van de Raad ter zake, omdat alle Nederlandse burgers in deze kwestie rechtstreeks belanghebbende zijn. De aanslagen hebben immers voor alle Nederlanders grote gevolgen gehad, bijvoorbeeld met betrekking tot de veiligheid op straat. Verder wijst klager erop dat de Raad dient te waken over het zorgvuldig werken met normen die journalistieke kwaliteit en fatsoen beogen en dat de Raad ook zonder klacht uitspraken kan doen in actuele kwesties.
Klager stelt voorts dat hij op 17 januari 2005 bij T. Meens, de ombudsman van verweerder, een klacht heeft ingediend over de selectieve berichtgeving in de Volkskrant. Hij heeft dit per aangetekende brief gedaan, die volgens TPG Post was afgeleverd. Toen hij vervolgens contact opnam met Meens, bleek dat deze zijn brief niet had ontvangen. Hij heeft zijn brief toen op 24 februari 2005 opnieuw verstuurd, en die is toen wel aangekomen. Na drie maanden heeft Meens echter nog steeds niet inhoudelijk gereageerd. Meens zei wel ermee bezig te zijn, maar het druk te hebben, aldus klager. Hij vermoedt dat Meens hem tot sint-juttemis wil laten wachten. Volgens klager wordt door de handelwijze van Meens het vertrouwen geschonden, dat vereist is voor een systeem van zelfregulering van de media.
Ter zitting voegt hij hieraan toe dat hij geen enkel telefonisch contact heeft gehad met Meens. Hij heeft nimmer een inhoudelijke reactie van Meens vernomen. Klager stelt vast dat Meens niet alleen hem persoonlijk geen reactie heeft gegeven, mondeling dan wel schriftelijk, maar dat Meens bovendien in zijn column in de Volkskrant niet over de kwestie heeft bericht en verslag heeft gedaan van de resultaten van zijn onderzoek.

Verweerder stelt dat hij in de nasleep van de aanslagen van 11 september 2001 zo uitgebreid mogelijk verslag heeft gedaan. Daarbij is ook enige malen geschreven over ‘complot-theorieën’ die op internet de ronde doen over de aanslagen en de mogelijke betrokkenheid van de Amerikaanse overheid. Uit eigen onderzoek is niet gebleken dat deze theorieën meer zijn dan dat; een geloofwaardig bewijs is nooit gevonden. Van eenzijdige berichtgeving is geen sprake, er is gewoon geen ander betrouwbaar feitenmateriaal voorhanden, aldus verweerder.
Hij stelt verder dat Meens in eerste instantie de brief van klager niet heeft ontvangen. De tweede keer is de brief wel aangekomen. Daarover heeft Meens uitgebreid telefonisch contact gehad met klager. In dat gesprek is ook de eerdere beoordeling door de buitenlandredactie van de complottheorieën aan de orde geweest. Meens heeft klager toen laten weten dat hij bij deze op de zaak zou terugkomen indien zijn onderzoek tot een andere afweging zou leiden dan die de buitenlandredactie had gemaakt. Meens is echter niet tot de conclusie gekomen dat klager gelijk had in zijn aantijging over selectieve berichtgeving, zodat er voor hem ook geen aanleiding was bij klager op de zaak terug te komen. Dat zou neerkomen op een herhaling van zetten.

BEOORDELING VAN DE ONTVANKELIJKHEID
voor zover gericht tegen de wijze van berichtgeving over de aanslagen van 11 september 2001


Kern van de klacht is dat verweerder met de wijze van berichtgeving over de aanslagen van
11 september 2001 de burgers essentiële informatie onthoudt.

Artikel 2 lid 1 van het Reglement van de Raad bepaalt dat een klaagschrift alleen kan worden ingediend door een ‘rechtstreeks belanghebbende’. Volgens het vaste oordeel van de Raad kan een klager als zodanig worden aangemerkt, indien zijn belang bij de gewraakte publicatie direct betrokken is en hij door die publicatie persoonlijk in zijn belang is geraakt. (vgl. onder meer Wessemius tegen De Vries, RvdJ 2004/68)

Klager heeft betoogd dat hij als Nederlandse burger in deze kwestie een rechtstreeks belang heeft bij een oordeel van de Raad. Daarnaast heeft klager aangevoerd dat het tot de taak van de Raad behoort om te waken over het zorgvuldig werken met normen betreffende journalistieke kwaliteit en fatsoen. De Raad volgt klager niet in zijn stelling dat hij vanwege de aangevoerde redenen als rechtstreeks belanghebbende kan worden aangemerkt. Klager is immers niet persoonlijk door de publicatie geschaad. De kern van zijn klacht is dat hij een andere mening over de achtergronden van de aanslagen van 11 september 2001 heeft dan de journalisten van de Volkskrant en dat laatstgenoemden in de krant te weinig aandacht besteden aan de door klager gehuldigde verklaring van de gebeurtenissen. Een dergelijke klacht is van een dermate algemeen karakter dat niet kan worden gezegd dat deze betrekking heeft op een door de publicatie rechtstreeks getroffen belang van klager. Klager is dan ook op dit punt in zijn klacht niet-ontvankelijk. (vgl. onder meer: R. van Kleef tegen Panorama, RvdJ 2004/91)

BEOORDELING VAN DE KLACHT
voor zover gericht tegen de handelwijze van de ombudsman van de Volkskrant


Kern van de klacht is dat de ombudsman van de Volkskrant heeft nagelaten klager te antwoorden op zijn klacht en daarmee het vertrouwen van klager heeft geschonden. Verweerder heeft dit betwist en aangevoerd dat de ombudsman telefonisch contact met klager heeft gehad. De ombudsman heeft klager bij die gelegenheid laten weten dat hij op de zaak zou terugkomen zodra en voor zover zijn onderzoek tot een andere afweging zou leiden dan die de buitenlandredactie had gemaakt en aan klager in een eerdere reactie had meegedeeld. De ombudsman heeft daarna geen contact meer met klager opgenomen.

De Raad is van mening dat, nog afgezien van de vraag of de Raad bevoegd is een klacht over de ombudsman te behandelen, hij zich niet over deze klacht kan uitlaten nu de feiten door partijen worden betwist, en geen materiaal voorhanden is op grond waarvan de Raad kan vaststellen welke weergave juist is: verweerder beroept zich immers op de inhoud van een telefoongesprek dat volgens klager niet heeft plaatsgehad. De Raad onthoudt zich daarom van een oordeel over dit onderdeel van de klacht.

BESLISSING

Voor zover de klacht is gericht tegen de wijze waarop verweerder bericht over de aanslagen van 11 september 2001 is klager in zijn klacht niet-ontvankelijk. Voor zover de klacht is gericht tegen de handelwijze van de ombudsman van de Volkskrant onthoudt de Raad zich van een oordeel.

De Raad verzoekt verweerder deze beslissing integraal of in samenvatting in de Volkskrant te publiceren.

Aldus vastgesteld door de Raad op 29 augustus 2005 door mw. mr. W.M.E. Thomassen, voorzitter, mw. C.J.E.M. Joosten, mw. drs. J.X. Nabibaks, mw. drs. P.C.J. van Schaveren en
mr. drs. G.J. Wolffensperger, leden, in tegenwoordigheid van mr. M.M.S. van den Berg, secretaris.