2005/41 gegrond

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van

Koop Holding B.V.

tegen

de hoofdredacteur van Cobouw

Bij brief van 9 mei 2005 met vijf bijlagen heeft H. Koop, directeur, namens Koop Holding B.V. te Groningen (hierna: klaagster) een klacht ingediend tegen de hoofdredacteur van Cobouw (hierna: verweerder). Vervolgens heeft klaagster bij brief van 9 juni 2005 nog twee bijlagen overgelegd. I.J. Kraal, hoofdredacteur, heeft op de klacht gereageerd in een schrijven van 13 juni 2005.

De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 24 juni 2005. Namens klaagster is daar P.A.M. van Soest, secretaris Raad van Bestuur van klaagster, verschenen, die de klacht heeft toegelicht aan de hand van een notitie. Aan de zijde van verweerder waren J. Zwaga en A. Landman, beiden verslaggever, en M. van Duijn, opinieredacteur, aanwezig.

DE FEITEN

Op 8 april 2005 is in Cobouw een artikel van de hand van Zwaga verschenen onder de kop “Verdachten zwijgen over schaduwboeken”. Een apart kader met de kop “Uit de schaduw” bevat de volgende intro:
Het bouwfraudeproces sleept zich voort. Cobouw-verslaggevers Joost Zwaga en Armand Landman verzamelden een aantal opmerkelijke uitspraken van getuigen, advocaten, verdachten en rechters.
Het kader bevat onder meer de volgende passage:
Koop Tjuchem-directeur F.V. in een afgeluisterd telefoongesprek met Rijkswaterstaat-topman P. Kieft: “Als dit uitkomt kan Koop zijn koffers pakken.”

In een brief van 8 april 2005 heeft klaagster haar bezwaren tegen de publicatie aan verweerder kenbaar gemaakt en rectificatie verzocht. Bij brief van 14 april 2005 heeft verweerder dat verzoek afgewezen. Klaagster heeft haar verzoek om rectificatie herhaald bij schrijven van 20 april 2005. Verweerder heeft dat verzoek bij brief van 29 april 2005 wederom afgewezen.

Ten slotte heeft verweerder in een brief van 3 juni 2005 aan Koop GWW B.V., een dochtervennootschap van klaagster, onder meer het volgende bericht:
Voor ons blijft overeind dat onze interpretatie dat met “Henk” de heer H. Koop werd aangeduid zeer aannemelijk is. (…) Bij nader inzien stellen wij evenwel vast dat het beter was geweest om, bij het artikel van 8 april jl., aan de lezer duidelijk te maken dat het citaat niet 100% letterlijk was maar dat wij zelf “Henk” door “Koop” hadden vervangen. Wij zijn bereid om dat alsnog in Cobouw te melden. Nu de oorspronkelijke publicatie bijna twee maanden geleden plaatsvond, is het evenwel de vraag of u er nog behoefte aan hebt dat aldus weer aandacht aan deze kwestie wordt besteed. Graag horen wij van u op de kortst mogelijke termijn of u aan deze verduidelijking, waarbij ook uw eigen interpretatie wordt vermeld, behoefte hebt.

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Klaagster stelt dat het bericht betreffende een telefoongesprek tussen de directeur van Koop Tjuchem en de heer Kieft onjuist is. In het bedoelde telefoongesprek is het weergegeven citaat niet aan de orde geweest. De uitspraak is gedaan in een ander afgeluisterd gesprek van de Koop Tjuchem-directeur met een ander dan Kieft, en bovendien niet zo als weergegeven. In het proces-verbaal, zoals dat ter terechtzitting op een scherm was geprojecteerd, stond “… als dat uitkomt kan Henk zijn koffers pakken…”. Ter ondersteuning van haar standpunt heeft klaagster pagina 1 en pagina 3 van het desbetreffende proces-verbaal overgelegd. Volgens klaagster is met ‘Henk’ niet haar directeur de heer Koop bedoeld, maar iemand met een andere achternaam, die elders in het artikel discreet alleen met initialen wordt vermeld. Klaagster wijst erop dat de gesprekspartner van de Koop Tjuchem-directeur tijdens de behandeling van zijn strafzaak voor de rechter heeft verklaard: “De officier van justitie haalt aan dat er gesproken was over ene Henk, wat blijkt uit het verslag van het observatieteam. Dit kan Henk Koop niet zijn maar is naar alle waarschijnlijkheid Henk (…) geweest. Dit is een aannemer.
Klaagster meent dat verweerder het citaat uit het proces-verbaal onjuist heeft weergegeven en ten onrechte dingen met elkaar in verband heeft gebracht, die niet bij elkaar horen, en daardoor van een onjuiste interpretatie heeft voorzien. Verder stelt zij dat verweerder ten onrechte heeft nagelaten de onjuiste berichtgeving te rectificeren.
Door de onjuiste berichtgeving en de weigering om die te rectificeren wordt de heer Koop ten onrechte in een kwaad daglicht geplaatst. Klaagster voelt zich daardoor rechtstreeks in haar belang getroffen, omdat de heer Koop directeur en naamgever is van Koop Holding BV, waardoor die berichtgeving afbreuk doet aan het beeld van betrouwbaarheid dat voor een onderneming als de Holding van het grootste belang is. De goede naam van klaagster is derhalve in het geding.
Ter zitting benadrukt klaagster het onacceptabel te vinden dat het bewijs van de onjuistheid van interpretaties eenzijdig bij haar wordt gelegd. Het lijkt haar dat feiten tellen en dat onjuiste interpretaties voor rekening en verantwoording van de interpretator zijn. Zij wijst er ten slotte op dat verweerder een zeer vooraanstaande positie heeft in bouwend Nederland. Dat geeft een bijzondere verantwoordelijkheid, die verweerder onvoldoende waarmaakt, aldus klaagster.

Verweerder stelt dat op 22 maart 2005 zijn redacteur een zitting van het bouwfraudeproces bij de Rotterdamse rechtbank heeft bijgewoond. Tijdens de behandeling van de zaak zijn op een groot projectiescherm verslagen van een aantal afgeluisterde gesprekken van de Koop Tjuchem-directeur getoond. Het betwiste citaat is toen langsgekomen. Zijn redacteur heeft op het projectiescherm een groot deel van het afgeluisterde gesprek kunnen volgen. Daaruit heeft hij kunnen opmaken dat het gesprek hoofdzakelijk ging over Koop Tjuchem, de heer Koop en de commotie die is ontstaan na de Zembla-uitzending, waarin voormalig Koop Tjuchem-medewerker Ad Bos de bouwfraude onthulde. De persoon die volgens klaagster met ‘Henk’ is bedoeld, kwam geheel niet ter sprake, aldus verweerder.
Hij stelt voorts dat hij rectificaties niet schuwt, mits aannemelijk is geworden dat er zijnerzijds fouten zijn gemaakt. Volgens verweerder heeft klaagster in dit geval niet duidelijk gemaakt dat hetgeen in Cobouw is gepubliceerd, onjuist is. Het door klaagster aangedragen bewijs voor de vermeende onjuiste berichtgeving is veel te summier om een oordeel over te vormen. Als hij zou beschikken over een substantieel deel uit het proces-verbaal dan zou daarmee duidelijk aangetoond worden dat het in het bewuste gesprek wel degelijk gaat om Henk Koop, aldus verweerder. Klaagster heeft echter geweigerd het complete verslag van het telefoongesprek ter beschikking te stellen, zodat het voor hem niet mogelijk is de juistheid van zijn interpretatie te evalueren.
Naar aanleiding van het indienen van de klacht heeft verweerder de verslaggeving opnieuw tegen het licht gehouden. Hij is daarbij tot de conclusie gekomen dat zijn interpretatie nog steeds verantwoord is, maar dat het beter was geweest, indien bij het weergeven van het citaat duidelijk was gemaakt dat dat niet letterlijk is maar dat de naam ‘Henk’ door hem is gewijzigd in ‘Koop’. Daarom heeft hij in zijn brief van 3 juni 2005 voorgesteld dat alsnog in Cobouw duidelijk te maken. Klaagster heeft echter niet op dat voorstel gereageerd.
Ten slotte stelt verweerder dat zijn opstelling richting klaagster in deze kwestie van meet af aan helder, open en eerlijk is geweest. Hij heeft integer gehandeld en er alles aan gedaan om de klacht van klaagster voor beide partijen tot een bevredigend einde te brengen. Juist door de opstelling van klaagster is dat niet mogelijk gebleken, aldus verweerder.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

De kern van de klacht is dat het van de Koop Tjuchem-directeur afkomstige citaat onjuist is en dat verweerder ten onrechte heeft nagelaten deze onjuiste berichtgeving te rectificeren. Omdat de heer Koop directeur en naamgever is van klaagster, Koop Holding BV, wordt de goede naam van klaagster daardoor aangetast.

Verweerder heeft erkend dat het door hem weergegeven citaat niet letterlijk is en dat hij daarin de naam ‘Henk’ heeft vervangen door ‘Koop’. Door desondanks de indruk te wekken dat hij de geciteerde woorden, die Koop en daarmee klaagster in een kwaad daglicht stelden, letterlijk heeft opgetekend uit de mond van de Koop Tjuchem-directeur heeft verweerder ten opzichte van klaagster de grenzen overschreden van hetgeen, gelet op de eisen van journalistieke verantwoordelijkheid, maatschappelijk aanvaardbaar is. (vgl. onder meer: Raes tegen Trouw, RvdJ 2002/2) Dit deel van de klacht is dus gegrond.

Het had op de weg van verweerder gelegen de onzorgvuldige berichtgeving direct nadat klaagster haar bezwaar had kenbaar gemaakt, en niet pas nadat klaagster de onderhavige klacht had ingediend, recht te zetten. Hij heeft dat ten onrechte nagelaten. Voor zover de klacht erop is gericht dat verweerder ten onrechte heeft geweigerd een rectificatie te plaatsen, is deze derhalve evenzeer gegrond.

BESLISSING

De klacht is gegrond.

De Raad verzoekt verweerder deze beslissing integraal of in samenvatting in Cobouw te publiceren.

Aldus vastgesteld door de Raad op 29 augustus 2005 door mw. mr. W.M.E. Thomassen, voorzitter, mw. C.J.E.M. Joosten, mw. drs. J.X. Nabibaks, mw. drs. P.C.J. van Schaveren en mr. drs. G.J. Wolffensperger, leden, in tegenwoordigheid van mr. M.M.S. van den Berg, secretaris.