2005/4 ongegrond

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van

J. Schouten

tegen

de hoofdredacteur van de Stentor

Bij brief van 17 november 2004 met twee bijlagen heeft J. Schouten te Zutphen (klager) een klacht ingediend tegen de hoofdredacteur van de Stentor (verweerder). Hierop heeft A. Engbers, hoofdredacteur, geantwoord in een brief van 25 november 2004.

De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 17 december 2004 in aanwezigheid van klager. Verweerder is niet verschenen.

DE FEITEN

Klager heeft een ingezonden brief ter plaatsing aangeboden in de rubriek ‘Uw mening’. Deze brief, met de kop ‘Verkiezingen’, luidde als volgt:
Met de verkiezingen voor de deur is het logisch dat partijen de aandacht proberen te trekken. Minder voor de hand ligt de keuze van enkele partijen om landelijke politici naar Zutphen te halen. Zo mochten wij zaterdag genieten van dame Halsema en heer Kamp. Wat mij betreft zijn deze mensen altijd welkom, maar niet in het kader van plaatselijke verkiezingen. Immers, zij dienen slechts het doel om iets van hun glans (…) op de plaatselijke partij te laten stralen. Maar laat de plaatselijke politiek plaatselijk zijn en verdedig dan zelf op de markt gewoon het eigen beleid van de afgelopen jaren. Alhoewel ik weet dat dit voor veel partijen hier niet zal meevallen. Nog een tip voor de VVD: als er dan toch een landelijk kanon moet komen, stuur dan Remkes naar de markt in Warnsveld. Dan weet je zeker dat je alle aandacht krijgt… … … … …..

Op 16 november 2004 is de brief onder de kop ‘Verkiezingen’ als volgt gepubliceerd in de rubriek ‘Uw mening’:
Met de verkiezingen voor de deur is het logisch dat partijen de aandacht proberen te trekken. Minder voor de hand ligt de keuze van enkele partijen om landelijke politici naar Zutphen te halen. Wat mij betreft zijn deze mensen altijd welkom, maar niet in het kader van plaatselijke verkiezingen. Immers, zij dienen slechts het doel om iets van hun glans (…) op de plaatselijke partij te laten stralen. Laat de plaatselijke politiek plaatselijk zijn en verdedig dan zelf op de markt gewoon het eigen beleid van de afgelopen jaren.

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Klager maakt bezwaar tegen de wijze waarop de redactie van de Stentor is omgegaan met zijn ingezonden brief. Deze bevatte minder dan tweehonderd woorden, geen beledigende tekst en evenmin taalfouten of grammaticale onjuistheden, aldus klager. Bij publicatie is er door de redactie van de Stentor een aantal zinnen weggelaten waardoor klager zichzelf niet meer herkent in de brief. Desondanks is de brief onder klagers naam gepubliceerd. Klager stelt zich primair op het standpunt dat zijn brief volledig gepubliceerd had moeten worden. Indien de redactie van de Stentor van mening was dat er ingekort moest worden dan had men deze brief in het geheel niet moeten plaatsen of de brief moeten publiceren zonder naamsvermelding, aldus klager. Klager betoogt verder dat door het weglaten van de zinnen de strekking van zijn betoog grotendeels is tenietgedaan. Volgens klager bestond zijn brief uit drie elementen:
1. Landelijke politici horen geen campagne voor lokale politici te voeren.
2. De VVD is medeverantwoordelijk voor het Haagse besluit om Zutphen en Warnsveld samen te voegen (met name minister Remkes).
3. De brief had een ironische ondertoon.
Klager is van mening dat na publicatie alleen het eerste punt in afgezwakte vorm overeind is gebleven.

Verweerder stelt dat de redactie van de Stentor bij het inkorten procedureel en inhoudelijk zorgvuldig heeft gehandeld. Klagers brief ging over het bezoek van landelijke politici aan Zutphen op zaterdag 13 november 2004, voorafgaand aan de gemeenteraadsverkiezingen van woensdag 17 november 2004. De redactie van de Stentor meende dat deze brief uiterlijk 16 november gepubliceerd diende te worden, de dag voorafgaand aan deze verkiezingen. Wegens ruimtegebrek is de brief van klager ingekort, aldus verweerder. Klager was volgens verweerder op de hoogte van het feit dat de redactie zich het recht voorbehoudt om bijdragen te redigeren, te bekorten of niet te plaatsen. Verder bestrijdt verweerder dat de brief onjuist is ingekort. Klager maakt in zijn ingezonden brief duidelijk dat volgens hem landelijke politici zich niet moeten bemoeien met gemeenteraadsverkiezingen, aldus verweerder. Zoals door klager zelf is erkend, is deze stelling ook in de gepubliceerde versie overeind gebleven. Dat ‘de VVD medeverantwoordelijk is voor het Haagse besluit om Zutphen en Warnsveld samen te voegen’ staat volgens verweerder expliciet noch impliciet in de door klager opgestelde brief vermeld. Tot slot erkent verweerder dat de ironische ondertoon van de ingezonden brief door het inkorten ervan is verdwenen.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

De kern van de klacht is dat verweerder zodanige veranderingen heeft aangebracht in een ingezonden brief van klager dat daardoor de strekking van het betoog van klager grotendeels is tenietgedaan. Volgens klager had daarom de publicatie onder zijn naam achterwege dienen te blijven.

Volgens het vaste oordeel van de Raad heeft een redactie in beginsel de vrijheid om ingezonden brieven in te korten of te redigeren. Bij het gebruikmaken van dit recht dient te worden voorkomen dat afbreuk wordt gedaan aan de inhoud of de strekking van de ingezonden brief. (vgl. onder meer: Verkijk tegen Nieuwe Ooststellingwerver, RvdJ 2002/05 en Van Zinderen tegen de Leeuwarder Courant, RvdJ 2004/85).

Klager heeft niet aannemelijk gemaakt dat de zonder zijn medeweten geschrapte zinnen een zo essentieel onderdeel van zijn brief uitmaakten, dat weglating ervan afbreuk zou doen aan inhoud of strekking ervan. Volgens klager – die ervan op de hoogte was dat de redactie van de Stentor zich het recht om ingezonden brieven te redigeren, te bekorten of niet te plaatsen, uitdrukkelijk heeft voorbehouden – bestond zijn betoog uit drie elementen. Het eerste en belangrijkste – dat landelijke politici naar zijn mening geen campagne horen te voeren voor lokale politici – is overeind gebleven, ondanks het weglaten van de zin ‘Zo mochten wij zaterdag genieten van dame Halsema en heer Kamp’. De beide andere door de ingrepen van de redactie verdwenen elementen betreffen subtiliteiten die niet de kern van de brief raken.

Derhalve kan niet worden geoordeeld dat verweerder grenzen heeft overschreden van hetgeen, gelet op de journalistieke verantwoordelijkheid, maatschappelijk verantwoord is.

BESLISSING

De klacht is ongegrond.

De Raad verzoekt verweerder deze beslissing integraal of in samenvatting in de Stentor te publiceren.

Aldus vastgesteld door de Raad op 11 februari 2005 door mr. J.B. Fleers, voorzitter, drs. G.T.M. Driehuis, prof. dr. mr. B. de Gaay Fortman, mr. A.H. Schmeink, mw. C.D. Smolders, leden, in tegenwoordigheid van mr. M.M.S. van den Berg, secretaris.