2005/39 ongegrond

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van

F.A. Ansems en T. Ansems

tegen

de hoofdredacteur van de Leeuwarder Courant

Bij brief van 7 juni 2005 met twee bijlagen heeft F.A. Ansems, mede namens T. Ansems, te Lemmer (hierna: klagers) een klacht ingediend tegen de hoofdredacteur van de Leeuwarder Courant (hierna: verweerder). Hierop heeft R. Mulder, hoofdredacteur, geantwoord in een brief van 22 juni 2005.

De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 8 juli 2005 in aanwezigheid van F.A. Ansems (hierna: Ansems sr.). Verweerder is daar niet verschenen.

Naar aanleiding van de plotselinge ontstentenis van een der leden van de Raad, heeft Ansems sr. desgevraagd laten weten geen bezwaar te hebben tegen behandeling van de zaak door de voorzitter en drie leden.

DE FEITEN

Op 1 juni 2005 is in de Leeuwarder Courant een artikel verschenen onder de kop “Lemsterland trekt rijbewijs terecht in”. Het artikel gaat over een conflict tussen de gemeente Lemsterland en T. Ansems, de zoon van Ansems sr., (hierna: Ansems jr.) inzake het verstrekken en vervolgens intrekken c.q. ongeldig verklaren van zijn rijbewijs. Volgens de publicatie zou Ansems jr. ten onrechte aangifte hebben gedaan van vermissing van zijn rijbewijs en vervolgens onder valse voorwendselen een nieuw rijbewijs hebben aangevraagd. Naast de vermelding van de volledige naam van Ansems jr. wordt ook vermeld dat hij botenmakelaar is. Verder is in het artikel vermeld dat hij zou hebben verklaard het artikel ‘dringend nodig’ te hebben voor zijn werk.

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Klagers betogen dat zij en het bedrijf van Ansems sr., waarbij Ansems jr. in loondienst is, door de inhoud van het artikel en de wijze waarop het is geredigeerd ernstige schade lijden.
Daartoe stellen zij dat zij de enige familie in Friesland zijn met de achternaam Ansems. Nu in het artikel zowel deze achternaam als het beroep botenmakelaar wordt vermeld, dachten veel mensen bovendien ten onrechte dat het om Ansems sr. ging.
Voorts stellen klagers dat het artikel vlak voor de feestelijke opening van hun bedrijf is gepubliceerd. Zij hebben de indruk dat ten gevolge van de publicatie maar weinig van de genodigden op deze opening zijn verschenen.
Volgens klagers waren de publicatie van de volledige achternaam en de vermelding van het beroep van Ansems jr. voor de essentie van het stuk niet noodzakelijk, en is de berichtgeving derhalve nodeloos grievend en schadelijk.
Ter zitting voegt Ansems sr. hieraan toe dat hij de feiten, als weergegeven in het artikel, niet betwist. Hij geeft toe dat zijn zoon problemen heeft en daardoor in deze kwestie verwikkeld is geraakt. Hij blijft echter van mening dat de persoonlijke gegevens van zijn zoon geanonimiseerd hadden moeten worden en dat tenminste de connectie met zijn bedrijf achterwege had moeten blijven.

Verweerder stelt dat het bericht in de Leeuwarder Courant is gebaseerd op een uitspraak van de bestuursrechter in een zaak die door Ansems jr. is aangespannen tegen de gemeente Lemsterland. In het algemeen is er geen reden bij dergelijke zaken de naam van de betrokkene weg te laten. Anders dan bij de strafrechter gaat het bij de bestuursrechter niet om strafbare feiten of anderszins belastende feiten maar om botsende belangen. De onafhankelijke rechter beoordeelt hoe de overheid omgaat met de belangen van particulieren. Met de berichtgeving over de bestuursrechtelijke procedures is derhalve een algemeen belang gediend, aldus verweerder.
Voorts stelt verweerder dat een procedure bij de bestuursrechter niet iets is wat de particulier overkomt, maar dat hij er zelf voor kiest een geschil met de overheid aan de rechter voor te leggen. Door deze procedure aan te spannen kon Ansems jr. weten dat daardoor alle feiten en omstandigheden over de wijze waarop hij dat rijbewijs had verkregen in de openbaarheid zouden komen, aldus verweerder. De connectie met zijn beroep (botenmakelaar) is door Ansems jr. zelf in zijn verweer bij de bestuursrechter ter sprake gebracht en in het bericht is geen verband gelegd met het bedrijf of de zakelijke activiteiten van zijn vader. Volgens verweerder zijn alleen de feiten die voor de bestuursrechter relevant waren, vermeld.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

De kern van de klacht is dat verweerder onnodig de volledige naam en het beroep van Ansems jr. in het artikel heeft opgenomen. De Raad zal zich tot die kern beperken.

Als het gaat om een verslag van een openbare zitting in een civielrechtelijke of – zoals hier het geval is – bestuursrechtelijke procedure, bestaat naar het vaste oordeel van de Raad in het algemeen geen bezwaar tegen vermelding van de namen van de betrokken partijen.
In sommige gevallen kan het belang van een partij om zoveel mogelijke onherkenbaar te blijven zo zwaar wegen dat van het vermelden van de (volledige) naam moet worden afgezien. (vgl. onder meer: Van Wolde tegen De Haarlemmer, RvdJ 2004/18 en X tegen de Haagsche Courant, RvdJ 2000/16).
Van een dermate zwaarwegend belang aan de zijde van klagers, waardoor van het hiervoor geformuleerde uitgangspunt had moeten worden afgeweken, is echter niet gebleken.

Mede in aanmerking genomen dat Ansems jr. zich in de door hem aangespannen procedure er op heeft beroepen dat hij voor zijn werk zijn rijbewijs nodig heeft, is het begrijpelijk en niet journalistiek onaanvaardbaar dat verweerder dit in het artikel heeft opgenomen en daarbij tevens het beroep van Ansems jr. heeft vermeld.

Gelet op het feit dat deze kwestie bij klagers evident gevoelig ligt, had verweerder wellicht billijkheidshalve wat terughoudender daarover kunnen berichten. Er is echter geen grond voor de conclusie dat verweerder, door dat na te laten, grenzen heeft overschreden van hetgeen, gelet op de eisen van journalistieke zorgvuldigheid, maatschappelijk aanvaardbaar is.

BESLISSING

De klacht is ongegrond.

De Raad verzoekt verweerder deze beslissing integraal of in samenvatting in de Leeuwarder Courant te publiceren.

Aldus vastgesteld door de Raad op 25 juli 2005 door mr. A. Herstel, voorzitter, prof. dr. mr. B. de Gaay Fortman, mw. drs. M.G.N. Mathot en mw. mr. H.M.A. van Meurs, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris, en mw. mr. L. Egmond, plaatsvervangend secretaris.