2005/38 ongegrond

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van
 
X en Y  

tegen
 
A. Groot en de hoofdredacteur van Panorama
 
Bij brief van 31 mei 2005 met twaalf bijlagen heeft H. Knoop, namens X en Y te […] (hierna: klagers) een klacht ingediend tegen A. Groot, freelance journalist, en de hoofdredacteur van Panorama (hierna: verweerders). Hierop heeft mr. M. van der Werf, Juridische Zaken Sanoma Uitgevers B.V., namens verweerders geantwoord in een brief van 6 juni 2005 met drie bijlagen.
 
De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 8 juli 2005. Klagers zijn daar verschenen vergezeld van voornoemde  Knoop en mr. J. Verhoeven. Aan de zijde van verweerders zijn verschenen voornoemde Groot en M. Dees, hoofdredacteur, alsmede V. Olling, chef redacteur, en voornoemde Van der Werf.
 
Naar aanleiding van de plotselinge ontstentenis van een der leden van de Raad, hebben partijen desgevraagd laten weten geen bezwaren te hebben tegen behandeling van de zaak door de voorzitter en drie leden.
 
DE FEITEN  
Op 16 februari 2005 is in Panorama een artikel van de hand van A. Groot verschenen onder de kop “Makelaar of Zwendelaar?”. De intro van het artikel luidt:
Jaarlijks emigreren honderden Nederlandse agrariërs. Sommigen stuiten op dubieuze bemiddelaars zoals[X], een vroom christen. Voor een paar boeren werd de ‘nieuwe start’ daardoor een nachtmerrie. “Ik vervloek de dag dat ik eraan begonnen ben,” zegt een van hen tegen Panorama.

Het artikel bevat verder onder meer de volgende passages:
[X] is een vaste waarde op de Emigraria-beurs in Zwolle, elk jaar twee dagen lang het domein van duizenden land- en tuinbouwers met emigratieplannen. Met zijn [naam onderneming] heeft de ‘emigratiebemiddelaar’ al jarenlang een infostand op de beurs. Hij geeft ook lezingen, waarbij hij zijn gehoor voorhoudt dat de Poolse markt gedeeltelijk is verpest ‘door avonturiers die hun schuld aan Agencija, de Poolse staatsinstelling die de verkoop van boerderijen aan buitenlanders regelt, niet hebben betaald’. Volgens enkele voormalige cliënten is [X] echter zelf ook zo’n avonturier. Roelof Wijnholds is zo’n voormalig cliënt. Nadat hij jaren had gewerkt op de boerderij van zijn ouders wil de pezige boer in 1997 een eigen bedrijf beginnen. Hij stapt naar accountantskantoor Gibo voor advies. Dit brengt hem in contact met [X]. "Die vertelde over de goede mogelijkheden voor Nederlandse boeren in Polen," verhaalt Wijnholds met licht Drents accent. "[X], die zich steeds presenteerde als makelaar, kon de daadwerkelijke aankoop regelen." Wijnholds twijfelt in eerste instantie, maar gaat om als [X], die het adviesbureau samen met zijn zoon [Y] runt, met een tweede geïnteresseerde op de proppen komt. "Als ik de boerderij samen met deze Nederlandse collega zou kopen zou dat mijn risico aanzienlijk terugbrengen," vertelt Wijnholds. "(…) En [X] beweerde bij hoog en laag dat ik altijd met winst zou kunnen verkopen".
en                                                                                                                          
“Na diverse gesprekken vertrouwt Wijnholds de ‘makelaar’, die zich ook als diep gelovig mens presenteert, voldoende om een aanbetaling van 3 ton in – toen nog – guldens over te maken naar een bank in Warschau. Dat is het startsein voor een serie tegenslagen die Wijnholds lange tijd van zijn slaap en gemoedsrust beroven. "Allereerst bleek mijn ‘compagnon’ niet de ervaren agrariër te zijn die [X] mij had voorgespiegeld", zegt de zwaar aangeslagen Wijnholds. (..) Kort daarna blijkt ook dat de Agencija, ondanks [X’] stellige toezeggingen, nog geen toestemming voor de verkoop heeft verleend. En daar stopt de ellende niet. Opeens duiken er schuldeisers op die Roelof Wijnholds niet kent, zijn er veel minder ingezaaide hectares landbouwgrond dan afgesproken en blijkt er als klap op de vuurpijl ook nog een illegale spiritusfabriek op de grond te staan.”
en
Uiteraard wil Wijnholds van [X] weten wat er precies met zijn geld is gebeurd. De verzoeken om duidelijkheid negeren vader en zoon [achternaam] echter grotendeels. (..) Als herhaalde woede-uitbarstingen niet werken schakelt Wijnholds een advocaat in. "Pas toen die dreigde met de rechter en met beslagleggingen begon [X] mee te werken. Uit de stukken die hij toen afdroeg bleek dat hij mijn aanbetaling had gebruikt om schulden van de vorige eigenaar van de boerderij en enkele voor mij onbekende partijen te voldoen. Natuurlijk ging ik helemaal door het lint." Zijn advocaat Van der Linden houdt het hoofd echter koel en schakelt onderzoeksbureau Graydon in om wat onderzoek naar de heren [achternaam] en hun achtergrond te doen. Het rapport dat daarop volgt geeft aanleiding tot meer zorg. "De heer [achternaam] Sr. bleek failliet te zijn en zijn zoon [Y] woonde in een caravan, zonder ook maar enig traceerbaar vermogen," rapporteert Van der Linden. Een juridische procedure om Wijnholds’ geld terug te halen lijkt dan ook weinig kansrijk, concludeert de advocaat. Een procedure in Polen om daar geld terug te halen is nog minder aantrekkelijk: de juridische omstandigheden zijn lastig en er valt bij de voor Wijnholds opgerichte BV inmiddels weinig meer te halen. Het geld was immers al doorgesluisd naar andere rekeningen.
en
Dan komt de Drentse agrariër via een stichting die misstanden in christelijke kringen onderzoekt – [X] is immers een vroom mens – in contact met Piet Slingerland. Die had inmiddels zijn intrek genomen op de Poolse boerderij waarop Wijnholds had aanbetaald. Ook Slingerland doet zaken met de heren [achternaam]. Ook hij heeft een aanbetaling op de boerderij gedaan, in dit geval 275.000 gulden. En ook hij heeft heel wat te klagen. (..) Ook Slingerland doet een aanbetaling, op een bankrekening die achteraf aan een familielid van [X] blijkt te behoren. En ook deze aanbetaling wordt niet gebruikt voor de aankoop van de boerderij.
en
Roelof Wijnholds heeft inmiddels aangifte gedaan. De politie liet echter enkele maanden later weten zijn verhaal serieus te nemen maar ‘wegens capaciteitsgebrek’ geen onderzoek in te kunnen stellen. Inmiddels sleept de zaak al vele jaren. "Dit is toch te gek om los te lopen?" verzucht Wijnholds vertwijfeld. "Ik ben omgerekend zo’n 180.000 euro kwijt, mijn gezondheid heeft zwaar te lijden gehad en mijn gezin staat onder grote druk. Pas toen ik dreigde met publiciteit boden de heren aan zo’n 70.000 euro terug te betalen. In termijnen. Dat is toch je reinste diefstal? Maar als je bij de politie komt geeft die niet thuis. Wij zijn ten einde raad. Ik vervloek de dag dat ik hieraan ben begonnen."
 
In een kader met als kop “’Wijnholds had beter op z’n winkel moeten letten...’” staat de volgende passage:
We zoeken [X] op bij de Emigraria-beurs in Zwolle. Die wil echter van geen schuld weten. Het zijn juist Wijnholds en diens beoogde partner die de zaak grondig hebben verpest. "De exploitatie van het bedrijf is totaal verkeerd gegaan, mede vanwege een gebrek aan goede Poolse begeleiding en taalproblemen," stelt [achternaam] sr. verontwaardigd. De zaak is immers volledig in het honderd gelopen doordat Wijnholds’ beoogde partner zijn financiële verplichtingen niet is nagekomen. Dat hij deze partner zelf heeft geïntroduceerd en een onderpand heeft gegarandeerd dat niet bleek te bestaan, daar wil [X] nu niets meer van weten. "Dat was de verantwoordelijkheid van Wijnholds. Die had maar beter op zijn winkel moeten letten. Doordat hij opeens niet verder meer wilde investeren, is zijn kooprecht vervallen. Dat is dus zijn eigen schuld. Wij hebben juist veel tijd en geld geïnvesteerd om de verliezen te beperken." En wat Slingerland betreft: "Ik snap werkelijk niet waar deze man het over heeft. Wij hebben hem juist keer op keer uit de ellende geholpen!"
 
Verder wordt in een kader met als kop “Van aardappelverkoper tot emigratiedeskundige” mr. Winters, toenmalig curator in het faillissement van X geciteerd.
 
Bij het artikel is een paginagrote foto van X geplaatst, waarbij de afbeelding van zijn gezicht met een zogeheten ‘scramble-techniek’ is bewerkt.
 
DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN
 
Klagers maken allereerst bezwaar tegen de bij het artikel gepubliceerde foto. Zij stellen  dat door het onherkenbaar maken van het gezicht ten onrechte wordt gesuggereerd dat X (hierna: [achternaam] sr.) een zware crimineel is. Immers, volgens vast gebruik wordt een foto bij verdachten van strafbare feiten en veroordeelden onherkenbaar gemaakt. Door dit in het onderhavige geval te doen – waarin het gaat om een zakelijk conflict, zonder strafrechtelijk aspect – bij iemand met een blanco strafblad die van geen enkel strafbaar feit wordt verdacht, gaan verweerders de grenzen van het journalistiek toelaatbare ver te buiten, aldus klagers. Zij menen dat verweerders publicatie van de foto achterwege hadden moeten laten dan wel een onbewerkte foto hadden moeten plaatsen.
Daarnaast achten zij de kop ‘Makelaar of zwendelaar?’, mede door gebruik van het vraagteken, uiterst suggestief en tendentieus. Volgens klagers komt het oordeel of [achternaam] sr. al dan niet een zwendelaar is, in een rechtstaat alleen de rechter toe. Van zwendel is geen sprake en bovendien heeft X zich nooit als makelaar gepresenteerd, maar als bemiddelaar bij de aan- en verkoop van boerderijen in Polen. De kop is dus ook feitelijk onjuist, dekt de lading niet en is derhalve onzorgvuldig, aldus klagers. Ter zitting benadrukken zij dat zij in 22 gevallen hebben bemiddeld en dat het alleen in de zaak van Wijnholds is misgegaan.
Zij stellen voorts dat in het artikel zelf een uiterst eenzijdig en grotendeels feitelijk onjuist beeld wordt geschetst van hun zakelijke conflict met Wijnholds. Klagers betwisten niet dat zij  eind jaren negentig voor Wijnholds hebben bemiddeld bij de aankoop van een boerderij in Polen en dat daarbij aan beide zijden fouten zijn gemaakt. Maar volgens hen hebben zij alles gedaan om de onverkwikkelijke situatie die daarna is ontstaan tot een goed einde te brengen. Zo hebben zij diverse voorstellen gedaan om de kwestie op te lossen – zoals bindende arbitrage – maar Wijnholds c.q. zijn adviseurs hebben dat steevast afgewezen. Uitsluitend de weigerachtige houding van Wijnholds heeft tot de ongebruikelijke en onaanvaardbare lange duur van het geschil geleid. Nadat duidelijk werd dat Wijnholds de boerderij niet zou verwerven, is deze uiteindelijk verkocht aan Slingerland. Met hem heeft nimmer een conflict bestaan, aldus klagers. Slingerland wenste echter de exploitatieverliezen die in de boerderij werden geleden op hen te verhalen, omdat klagers hem de situatie te rooskleurig zouden hebben voorgesteld. Met beiden is inmiddels een akkoord gesloten.
Verder stellen klagers dat verweerders het beginsel van hoor en wederhoor hebben geschonden. In het artikel wordt  een aantal ernstige beschuldigingen aan hun adres geformuleerd. Zo wordt gesproken over ‘dubieuze bemiddelaars, zoals X, een vroom Christen’ en dat ‘het geld inmiddels was doorgesluisd naar andere rekeningen’. Deze aantijgingen en suggesties zijn onterecht, tendentieus en journalistiek ontoelaatbaar, aldus klagers. Weliswaar heeft Groot [achternaam] sr. voor een reactie benaderd op de Emigraria-beurs, maar daar kon hij slechts in algemene zin ontkennen zich aan oplichterspraktijken schuldig te maken. Een verzoek om te wachten tot zijn zoon aanwezig was met het volledige dossier, werd echter door Groot afgewezen. Nadien hebben klagers nog verschillende malen getracht alsnog door verweerders in de gelegenheid te worden gesteld hun visie op de kwestie te geven, maar tevergeefs.  Desgevraagd erkennen zij ter zitting dat de weergave van de door [achternaam] sr. gegeven reactie juist is. Zij zijn echter van mening dat verweerders de gedetailleerde beschuldigingen van Wijnholds voor commentaar aan hen hadden moeten voorleggen. Door dat na te laten en te volstaan met een ongeveer zeven minuten durend gesprek na afloop van de beurs, hebben verweerders geen behoorlijke toepassing gegeven aan het beginsel van wederhoor, aldus klagers.
Overigens hechten klagers weinig waarde aan de informatie die de voor het artikel gebruikte bronnen, Wijnholds en Slingerland, hebben verstrekt. Beiden hebben belang bij een eenzijdige presentatie van het feitenrelaas. Bovendien heeft Slingerland erkend dat hij klagers bewust en onterecht heeft belasterd om zodoende ‘druk op de ketel te zetten’. Volgens klagers is Slingerland derhalve een onbetrouwbare bron.
Het is voor klagers evident dat verweerders zich middels de publicatie op onprofessionele en onrechtmatige wijze voor het karretje van Wijnholds en Slingerland hebben laten spannen. Ook de juistheid van de citaten van de derde geïnterviewde, mr. Winters die in de jaren negentig als curator in het faillissement van [achternaam] sr. optrad, wordt door hen met klem ontkend. Overigens is de reactie van Winters niet relevant voor het artikel, aldus klagers.
Zij betogen dat met de inhoud van het artikel, de wijze waarop het verhaal is vormgegeven – de combinatie van suggestieve kop en de afbeelding van [achternaam] sr. als zware crimineel – alsmede de weigering tot rectificatie over te gaan, journalistiek onzorgvuldig is gehandeld.
 
Verweerders kunnen de redenering van klagers ten aanzien van de onherkenbaar gemaakte foto niet volgen. Zij stellen dat [achternaam] sr. een portretrecht toekomt dat hem het recht geeft zich tegen openbaarmaking van zijn portret te verzetten indien hij daartoe een redelijk belang heeft. Bij de beoordeling of er sprake is van een dergelijk belang, dient het belang van de privacy van [achternaam] sr. afgewogen te worden tegen het belang van Panorama om de foto te publiceren. Juist ten behoeve van de privacybescherming van [achternaam] sr. heeft Panorama destijds besloten zijn gezicht onherkenbaar te maken door middel van een zogenaamde ‘scramble-techniek’, die door tijdschriften als Panorama vaker wordt toegepast om de privacy van personen te waarborgen. Hierover hebben zij nooit eerder klachten ontvangen.
Voor wat betreft de klacht tegen de kop boven het artikel stellen verweerders dat een kop of aanhef van een artikel journalistiek zorgvuldig is als deze de lading van het artikel dekt. Dat is hier het geval, aldus verweerders. De kop is bovendien in vragende vorm opgesteld zodat de lezer zelf kan beoordelen of sprake is van een makelaar of zwendelaar.
Verder stellen verweerders dat zij gedegen onderzoek hebben verricht naar de misstand die zij aan de kaak hebben gesteld. Zij hebben de uitlatingen van Wijnholds en Slingerland voldoende geverifieerd. Volgens verweerders worden de aan het adres van klagers geuite beschuldigingen voldoende onderbouwd door schriftelijk materiaal. Zij erkennen dat Slingerland een brief aan klagers heeft gestuurd om ‘druk op de ketel te zetten’, maar dit geeft alleen maar aan dat het water Slingerland kennelijk aan de lippen staat. Dat de financiële ellende van Wijnholds en Slingerland zou zijn opgelost, zoals klagers stellen, is overigens onjuist. Verder heeft Groot met verschillende bronnen gesproken die niet in het artikel genoemd wilden worden, maar die de beschuldigingen aan het adres van klagers wel onderschreven. 
Verweerders stellen voorts dat Groot naar Zwolle is gereden om [achternaam] sr. op te zoeken bij de Emigraria-beurs. Groot heeft zich daar bij [achternaam] sr. geïntroduceerd; van een ‘overval’  was in het geheel geen sprake. [achternaam] sr. was goed voorbereid en had zelfs reeds een verklaring op papier gesteld. Nadat [achternaam] sr. had duidelijk gemaakt dat hij Groot in zijn kantoor te woord wilde staan, zijn zij daarheen gelopen en heeft Groot [achternaam] sr. uitvoerig ondervraagd. Hierna belde [achternaam] sr. met zijn zoon, die vervolgens aan de lijn kwam. Dit gesprek nam echter een vervelende wending en is toen beëindigd. Van een aanbod van de kant van klagers om gedetailleerd en met een compleet dossier op de zaak in te gaan, is in het geheel geen sprake geweest, aldus verweerders. Ook later hebben klagers geen stukken aangeboden om hun kant van het verhaal te onderbouwen. Door [achternaam] sr. in de gelegenheid te stellen om zijn mening te geven en diens reactie bovendien op een duidelijke wijze in het artikel te verwerken, hebben zij voldaan aan hun plicht tot het toepassen van wederhoor, aldus verweerders.
Ten slotte stellen zij dat voor rectificatie geen aanleiding is, omdat niets behoeft te worden rechtgezet. Klagers hebben de inhoud van het artikel niet met additionele stukken weerlegd.
Verweerders concluderen dat zij geen journalistieke normen hebben overtreden.

BEOORDELING VAN DE KLACHT
 
De klacht bestaat uit de volgende onderdelen:
1.      het artikel bevat onjuiste en ongefundeerde ernstige beschuldigingen aan het adres van klagers en verweerders hebben ten onrechte nagelaten die beschuldigingen op hun juistheid te onderzoeken;
2.      verweerders hebben klagers onvoldoende gelegenheid tot wederhoor geboden;
3.      de kop van het artikel is suggestief, tendentieus en onjuist, en derhalve journalistiek ontoelaatbaar;
4.      door de wijze waarop de foto van [achternaam] sr. is gepubliceerd, is hij ten onrechte gecriminaliseerd;
5.      verweerders hebben ten onrechte geweigerd de berichtgeving te rectificeren.
 
De Raad stelt voorop dat het maatschappelijk relevant en journalistiek geboden kan zijn om journalistiek onderzoek te verrichten naar de mogelijke betrokkenheid van klagers bij onoorbare praktijken. Het is immers de taak van de pers om misstanden aan de kaak te stellen. Daarbij dient een journalist zorgvuldig te werk te gaan en moet een eventuele publicatie met feiten worden onderbouwd.
 
Ad 1.
In het artikel wordt aan de orde gesteld dat klagers betrokken zouden zijn bij wanpraktijken op het gebied van bemiddeling bij aan- en verkoop van onroerend goed in Polen. Voor de gemiddelde lezer is het voldoende duidelijk dat het artikel grotendeels de visies van Wijnholds en Slingerland behelst. Dat neemt niet weg dat verweerders een eigen verantwoordelijkheid hebben de door hen verkregen informatie te wegen en te toetsen. Naar het oordeel van de Raad hebben zij die zorgvuldigheid in acht genomen. Uit hetgeen door verweerders ter zake is aangevoerd en de stukken die zij hebben overgelegd, heeft de Raad de overtuiging gekregen dat het door hen verrichte onderzoek voldoende zorgvuldig is geweest. Overigens is niet gebleken dat het artikel relevante onjuistheden bevat. De door klagers gepresenteerde feiten – onder meer dat zij in 22 zaken zouden hebben bemiddeld, waarbij alleen in de zaak Wijnholds dingen zijn misgegaan – zijn door hen niet deugdelijk onderbouwd. Onderdeel 1. van de klacht is derhalve ongegrond.
 
Ad 2.
Bij berichtgeving waarbij ernstige beschuldigingen worden geuit, houdt de hierboven genoemde zorgvuldigheid in het algemeen het toepassen van wederhoor in. In dit geval heeft Groot voor de publicatie contact opgenomen met [achternaam] sr. Deze heeft aan Groot zowel een mondelinge als schriftelijke reactie gegeven op de gedane beschuldigingen. De reactie van [achternaam] sr. is  prominent opgenomen in een apart kader. Niet gezegd kan worden dat voor die reactie in het artikel slechts een zodanige plaats is ingeruimd dat geen behoorlijke toepassing is gegeven aan het recht op wederhoor. Bovendien hebben klagers desgevraagd ter zitting erkend dat de weergave van de reactie van [achternaam] sr. juist is. Ook op dit punt is de klacht ongegrond.
 
Ad 3.
Het standpunt van klagers dat de kop "Makelaar of zwendelaar?’ suggestief is en daardoor onzorgvuldig, deelt de Raad niet. Anders dan klagers menen, is het begrijpelijk en niet ontoelaatbaar om iemand die als tussenpersoon bemiddelt bij aan- en verkoop van onroerend goed aan te duiden met de term ‘makelaar’. Gelet op de aard van de vermeende wanpraktijken van klagers is het gebruik van de term ‘zwendelaar’ evenmin ontoelaatbaar. Bovendien is de kop vervat in een  vraag, die door de strekking en inhoud van het artikel wordt gelegitimeerd. Door het gebruik van het vraagteken wordt de lezer de mogelijkheid geboden zelf een oordeel te vormen omtrent de vraag of [achternaam] sr. als het een of het ander moet worden gezien. Er is geen journalistieke norm die meebrengt dat in een kop geen vraagteken zou mogen worden gebruikt, zoals klagers hebben betoogd. Dit onderdeel van de klacht slaagt derhalve evenmin.
 
Ad 4.
Voor wat betreft de bij het artikel gepubliceerde foto van [achternaam] sr. overweegt de Raad dat de journalistieke verantwoordelijkheid meebrengt dat de persoonlijke levenssfeer van personen waarover wordt gepubliceerd niet verder wordt aangetast, dan in het kader van een open berichtgeving redelijkerwijs nodig is. Verweerders stellen dat zij de foto onherkenbaar hebben gemaakt met behulp van een zogeheten ‘scramble-techniek’ om de privacy van [achternaam] sr. te beschermen. De Raad acht dit betoog in dit geval niet geloofwaardig aangezien in de berichtgeving herhaaldelijk de volledige naam van [achternaam] sr. wordt vermeld. Toch acht de Raad de klacht ook op dit onderdeel niet gegrond.
De Raad is van oordeel dat met de praktijk van het 'scramblen' van foto's in gevallen als de onderhavige geen journalistiek belang is gediend en dat dit derhalve geen aan te bevelen methode is. Anders dan klagers betogen, meent de Raad echter dat een onherkenbaar gemaakt  portret niet zonder meer de afgebeelde persoon criminaliseert. Daarbij komt dat indien een portret is afgebeeld op een wijze die herkenning normaal gesproken uitsluit, in beginsel niet kan worden gezegd dat de afgebeelde persoon door de publicatie van zijn portret in zijn belang is geschaad. Bijzondere omstandigheden op grond waarvan geconcludeerd zou moeten worden dat [achternaam] sr. in dit geval zodanig in zijn belangen is geschaad, dat publicatie van de bewerkte foto jegens hem journalistiek onzorgvuldig is, zijn gesteld noch gebleken.
 
Ad 5.
Gelet op het voorgaande bestaat er voorts geen grond voor de conclusie dat verweerders ten onrechte hebben nagelaten een rectificatie te plaatsen.
 
Alle omstandigheden in aanmerking genomen is de Raad van oordeel dat verweerders geen grenzen hebben overschreden van hetgeen – gelet op de eisen van journalistieke verantwoordelijkheid – maatschappelijk aanvaardbaar is.
 
(vgl. onder meer: Gebr. De Langen B.V. tegen Boogaards, RvdJ 2005/34 en Doorjé tegen ‘Opgelicht’ (TROS), RvdJ 2004/84)
 
BESLISSING
 
De klacht is ongegrond.
 
De Raad verzoekt verweerders deze beslissing integraal of in samenvatting in Panorama te publiceren.
 
Aldus vastgesteld door de Raad op 25 juli 2005 door mr. A. Herstel, voorzitter, prof. dr. mr. B. de Gaay Fortman, mw. drs. M.G.N. Mathot en mw. mr. H.M.A. van Meurs, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris, en mw. mr. L. Egmond, plaatsvervangend secretaris.