2005/37 deels gegrond

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van

de Kempische Volle Evangelie Gemeente ‘Rehoboth’, ‘Christelijk Centrum Alphamega’, C.J.M. Laurey en A.M. Laurey-Jimmink

tegen

de hoofdredacteur van het Eindhovens Dagblad

Bij brief van 24 mei 2005 met een bijlage heeft mr. drs. T. van Kooten, advocaat te Utrecht, namens de Kempische Volle Evangelie Gemeente ‘Rehoboth’, ‘Christelijk centrum Alphamega’, C.J.M. Laurey en A.M. Laurey-Jimmink (hierna: klagers) een klacht ingediend tegen de hoofdredacteur van het Eindhovens Dagblad (hierna: verweerder). Hierop heeft P. Kokke, waarnemend hoofdredacteur, geantwoord in een brief van 9 juni 2005.

De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 8 juli 2005 in aanwezigheid van C.J.M. Laurey en A.M. Laurey-Jimmink. Verweerder is daar niet verschenen.

DE FEITEN

Op 2 april 2005 is in het Eindhovens Dagblad een artikel verschenen onder de kop “Belgische justitie onderzoekt sekte” met de tekst:
De Belgische Justitie heeft een gerechtelijk vooronderzoek gedaan naar een Nederlands echtpaar dat een geloofsbeweging leidt in de Belgische Kempen. Dat is gisteren bekendgemaakt. Het stel, dat tot voor kort actief was met de Rehobothkerk in Eersel, wordt verdacht van machtsmisbruik.
Enig maanden geleden meldde deze krant al dat ex-groepsleden aangifte hadden gedaan van afpersing. Het paar zou onder meer hebben doen voorkomen dat het doden kon opwekken.
de cel gezet.

C.J.M. Laurey en A.M. Laurey-Jimmink zijn het bedoelde echtpaar.

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Klagers zijn van mening dat verweerder onzorgvuldig heeft gehandeld door niet, althans onvoldoende, wederhoor toe te passen. Een goed journalist behoort dit te doen. Dit klemt temeer daar het artikel onjuiste informatie en onwaarheden bevat. Zo is onder meer de zinsnede dat Laurey en Laurey-Jimmink 'tot voor kort actief waren met de Rehobothkerk in Eersel' onjuist, aangezien zij nog steeds leiding geven aan die kerk. Bovendien loopt het justitieel vooronderzoek nog en zijn Laurey en Laurey-Jimmink niet in de cel gezet. Verweerder had een en ander kunnen weten, als hij wederhoor had toegepast dan wel de gegevens had geverifieerd bij de Belgische justitie.
Met name de losstaande woorden ‘de cel gezet’ onder aan het artikel hebben veel schade berokkend, aldus klagers. Zij worden weliswaar in het artikel niet bij naam genoemd, maar het publiek weet om wie het gaat. Klagers zijn van mening dat zij en hun geloofsgemeenschap door de negatieve publicatie in hun goede naam en eer zijn aangetast.
Verder stellen klagers dat verweerder zich schuldig maakt aan tendentieuze berichtgeving, onder meer door gebruikmaking van negatief beladen begrippen zoals de term ‘sekte’. De Kempische Volle Evangelie Gemeente ‘Rehoboth’ is een naar Nederlands recht erkend kerkgenootschap. Van een sekte is volgens klagers geen sprake.
Ter zitting voegen Laurey en Laurey-Jimmink hieraan toe, dat de achtergrond van de kwestie is gelegen in ruzie met voormalige leden van hun geloofsgemeenschap. Zij hebben in eerste instantie aangifte gedaan tegen deze voormalige leden, die op hun beurt aangifte hebben gedaan tegen klagers. Volgens Laurey en Laurey-Jimmink heeft verweerder zich laten misbruiken door die voormalige leden.
Ten slotte betreuren Laurey en Laurey-Jimmink het ten zeerste dat is vermeld dat zij het zouden hebben doen voorkomen dat ze doden konden opwekken. Achtergrond van deze zinsnede is dat ze voor een lid van hun geloofsgemeenschap hebben gebeden toen zij van haar inmiddels overleden tweeling moest bevallen.

Verweerder stelt dat gelijksoortige berichten op of omstreeks dezelfde datum zijn gepubliceerd in Het Parool en de Belgische krant De Standaard. Bron voor deze informatie is het Openbaar Ministerie te Hasselt, België, en niet het Eindhovens Dagblad zoals door klagers wordt gesuggereerd, aldus verweerder.
Ten aanzien van de laatste drie woorden in het artikel ‘de cel gezet’ stelt verweerder dat deze ten onrechte zijn blijven staan nadat het bericht door de eindredactie was geredigeerd. Voor de juiste interpretatie van de term ‘sekte’ verwijst verweerder naar de definitie zoals vermeld in Van Dale’s Groot Woordenboek der Nederlandse Taal.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

De kern van de klacht bestaat uit de volgende onderdelen:
1. de geloofsgemeenschap van klagers is ten onrechte aangeduid als ‘sekte’;
2. de berichtgeving bevat ten onrechte de woorden ‘de cel gezet’;
3. verweerder heeft ten onrechte nagelaten wederhoor bij klagers toe te passen.

Hoewel de Raad begrip heeft voor de bezwaren van klagers met betrekking tot de term ‘sekte’, volgt hij klagers niet in hun betoog dat zij daardoor in een kwaad daglicht zijn gesteld. De Raad overweegt dat de term ‘sekte’ weliswaar soms een ongunstige bijbetekenis heeft, maar dat daaronder in het algemeen wordt verstaan: ‘groep van aanhangers van een geestelijke stroming buiten de gangbare kerken’. Ter zitting hebben klagers verklaard dat zij bewust een onafhankelijk kerkgenootschap vormen en in beginsel geen aansluiting zoeken bij een landelijk kerkgenootschap. Naar het oordeel van de Raad valt de geloofsgemeenschap van klagers aldus onder de hiervoor geformuleerde algemene betekenis van ‘sekte’. Bovendien geeft verweerder met het gebruik van de term ‘sekte’ geen waardeoordeel over de geloofsgemeenschap van klagers. De klacht is derhalve op dit punt ongegrond. (vgl. Falun Gong Stichting Nederland tegen Vlaskamp en het NOS-Journaal, RvdJ 2003/58)

Ten aanzien van de losstaande woorden ‘de cel gezet’ onder aan het artikel overweegt de Raad dat die zinsnede duidelijk geen onderdeel uitmaakt van het geheel. Dat deze zinsnede per abuis is blijven staan nadat het bericht door de eindredactie was geredigeerd, zoals verweerder stelt, is weliswaar slordig maar niet zodanig ernstig dat daarmee journalistiek ontoelaatbaar is gehandeld. Dat deze passage mogelijk door sommigen zo wordt gelezen dat Laurey en Laurey-Jimmink in de gevangenis zouden hebben gezeten, is betreurenswaardig, maar kan niet leiden tot gegrondverklaring van dit onderdeel van de klacht.

Wat betreft onderdeel 3. van de klacht overweegt de Raad dat het artikel een aantal beschuldigingen aan het adres van klagers bevat. Zo wordt onder meer beweerd dat Laurey en Laurey-Jimmink verdacht worden van machtsmisbruik en dat zij het zouden hebben doen voorkomen dat ze doden konden opwekken. Aldus worden klagers ernstig gediskwalificeerd.
Volgens het vaste oordeel van de Raad dient een journalist bij het publiceren van ernstige beschuldigingen met bijzondere zorgvuldigheid te werk te gaan. Die bijzondere zorgvuldigheid brengt in het algemeen onder meer mee dat wederhoor dient te worden toegepast. Klagers stelling dat geen wederhoor is toegepast, is door verweerder niet betwist. Dit onderdeel van de klacht is derhalve gegrond.

BESLISSING

Voor zover de klacht erop is gericht dat verweerder ten onrechte heeft nagelaten wederhoor bij klagers toe te passen, is deze gegrond. Voor het overige is de klacht ongegrond.

De Raad verzoekt verweerder deze beslissing integraal of in samenvatting in het Eindhovens Dagblad te publiceren.

Aldus vastgesteld door de Raad op 25 juli 2005 door mr. A. Herstel, voorzitter, prof. dr. mr. B. de Gaay Fortman, mw. drs. M.G.N. Mathot en mw. mr. H.M.A. van Meurs, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris, en mw. mr. L. Egmond, plaatsvervangend secretaris.