2005/35 ongegrond

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van

Eurodusnie Collectief Leiden

tegen

de hoofdredacteur van NOS-Online

Bij brief van 14 mei 2005 met zes bijlagen heeft M. Duijn namens Eurodusnie Collectief Leiden te Leiden (hierna: klager) een klacht ingediend tegen de hoofdredacteur van NOS-Online (hierna: verweerder). Hierop heeft H. Laroes, hoofdredacteur NOS-Journaal/NOS-Nieuws, geantwoord in een brief van 23 mei 2005 met een bijlage.

De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 10 juni 2005 in aanwezigheid van M. Duijn en A.M. Kramer. Verweerder is daar niet verschenen.

Een der leden van de Raad heeft zich verschoond. De zaak is behandeld door de voorzitter en resterende leden. Partijen hebben desgevraagd geen bezwaar gemaakt tegen behandeling van de zaak door de voorzitter en overige leden.

DE FEITEN

Op de website www.nos.nl is in april en mei 2005 aandacht besteed aan het Nederlandse referendum voor de Europese grondwet, dat op 1 juni 2005 is gehouden. Op de voorpagina van de website is onder de titel “Grondwet ja/nee” een link opgenomen naar de pagina www.nos.nl/nosjournaal/dossiers/europesegrondwet/_eu_gr..., die een overzicht bevat van verschillende pagina’s die aan de Europese grondwet c.q. het referendum zijn gewijd. In dat overzicht is onder de kop “Interactief” een link opgenomen naar “ReferendumWijzer: bepaal je standpunt”. De bijbehorende webpagina bevat de volgende tekst:
Voor of tegen de grondwet stemmen? Voor wie nog twijfelt biedt het Instituut voor Publiek en Politiek (IPP) de ReferendumWijzer.
Bij de afgelopen Tweede-Kamerverkiezingen lanceerde IPP al de StemWijzer, voor wie nog niet wist op welke partij te stemmen. Via de referendumwijzer kan iedereen met het beantwoorden van 25-30 stellingen zelf een oordeel vormen over de Europese grondwet.
De ReferendumWijzer geeft geen stemadvies, maar laat wel zien in hoeverre de standpunten van de gebruiker overeenstemmen met de Grondwet. De site is vooral bedoeld om de meningsvorming te bevorderen, zodat bij het referendum op 1 juni een afgewogen keus voor of tegen kan worden uitgebracht.

Blijkens een print van 10 mei 2005 bevat het hiervoor bedoelde overzicht in ieder geval vanaf die datum onder de kop “Sitetips” een link getiteld “Eurodusnie”.

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Klager stelt dat hij campagne voert tegen de Europese grondwet en dat de door hem op het internet aangeboden referendumstemwijzer van die campagne een wezenlijk onderdeel is. Klager maakt er bezwaar tegen dat verweerder op zijn website een aparte pagina heeft gewijd aan de ReferendumWijzer van het IPP, die is gesubsidieerd door het Ministerie van Binnenlandse Zaken, deze heeft neergezet als een objectief stemadviesinstrument en niet heeft verwezen naar andere stemwijzers zoals die van klager.
In een e-mailbericht van 1 mei 2005 heeft klager zijn bezwaren aan verweerder kenbaar gemaakt en verzocht ook naar alternatieve stemwijzers te verwijzen. Omdat verweerder niet reageerde heeft klager zijn verzoek herhaald in een e-mail van 7 mei 2005. Toen een reactie wederom uitbleef heeft klager telefonisch contact opgenomen met een medewerkster van verweerder. Deze deelde mee dat er wel een link zou worden opgenomen naar de website van klager, maar dat verwijzingen naar alternatieve stemwijzers niet mogelijk was in verband met afspraken tussen de NOS en het IPP.
De NOS dient als objectieve en betrouwbare publieke omroep, die publieke gelden ontvangt, de overheid op een gezonde afstand te volgen en in haar berichtgeving te zorgen voor een pluriform aanbod van standpunten, aldus klager. Volgens hem zijn de door verweerder met IPP gemaakte exclusieve afspraken daarmee in strijd.
Klager betoogt dat verweerder door het exclusief en actief promoten van de IPP-referendumwijzer niet alleen zijn belangen, als aanbieder van een alternatieve stemwijzer, maar ook de belangen van de kiezers heeft geschaad en aldus journalistiek onzorgvuldig heeft gehandeld.

Verweerder stelt dat hij mensen wil helpen hun mening te vormen en dat zijn website die meningsvorming faciliteert. Volgens hem wordt de IPP-referendumwijzer terecht beschouwd als een nuttig instrument bij de meningsvorming. Van een instrument van propaganda of een verkapt stemadvies is geen sprake, aldus verweerder. Hij beschouwt zijn website, waarop zowel voor- als tegenstanders hun plaats vinden, als evenwichtig. Bovendien bevat zijn website een link naar de website van klager, via welke site een referendumwijzer is te bereiken die wél als stemadvies is neergezet.
Verweerder concludeert dat hij doet wat van hem mag worden verwacht: mensen als volwaardige burgers behandelen, die zelf hun keuze kunnen maken uit een veelheid van geordende, door verweerder aangeboden informatie.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

De kern van de klacht is dat verweerder op zijn website alleen verwijst naar de ReferendumWijzer van het Instituut voor Publiek en Politiek (IPP) en niet naar alternatieve referendumwijzers zoals die van klager. Klager betoogt dat verweerder aldus onevenwichtige informatie verschaft en daarmee onzorgvuldig handelt. De Raad volgt klager niet in zijn betoog.

In lijn met eerdere uitspraken overweegt de Raad dat een journalist vrij is in zijn selectie van nieuws. Het behoort evenzeer tot de vrijheid van de journalist om (exclusieve) afspraken met derden te maken over publicaties. Er bestaat voorts geen journalistieke norm die meebrengt dat verweerder in een publicatie over het Nederlandse grondwetreferendum het standpunt van klager daarover zou moeten opnemen of daarnaar zou moeten verwijzen. Het feit dat het hier een website van een publieke omroep betreft, maakt een en ander niet anders. Overigens heeft verweerder in ieder geval vanaf 10 mei 2005 op zijn site verwezen naar de website van klager.

De klacht kan dan ook niet leiden tot het oordeel dat verweerder, door het verwijzen naar de ReferendumWijzer van het IPP en het achterwege laten van een verwijzing naar alternatieve referendumwijzers waaronder die van klager, grenzen heeft overschreden van hetgeen – gelet op de eisen van journalistieke verantwoordelijkheid – maatschappelijk aanvaardbaar is. (vgl. onder meer: Cool tegen NRC Handelsblad e.a., RvdJ 2005/17)

BESLISSING

De klacht is ongegrond.

De Raad verzoekt verweerder deze beslissing integraal of in samenvatting op de website www.nos.nl te publiceren.

Aldus vastgesteld door de Raad op 5 juli 2005 door mw. mr. M.E. Leijten, voorzitter, drs. G.T.M. Driehuis, drs. P. Sijpersma en prof. drs. E. van Thijn, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris.