2005/34 ongegrond

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van

Bouw- en Aannemingsbedrijf Gebr. De Langen B.V.

tegen

E. Boogaards (Algemeen Dagblad)

Bij brief van 10 mei 2005 met elf bijlagen heeft mr. M.L. Groen, advocaat te Waddinxveen, namens Bouw- en Aannemingsbedrijf Gebr. De Langen B.V. te Bergambacht (hierna: klaagster) een klacht ingediend tegen E. Boogaards (hierna: verweerder). Hierop heeft R. Vermeulen, adjunct-hoofdredacteur, geantwoord in een brief van 25 mei 2005 met dertien bijlagen.

De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 10 juni 2005 in aanwezigheid van mr. Groen, die de klacht heeft toegelicht aan de hand van een notitie, en verweerder.

DE FEITEN

Op 27 januari 2005 is in het Algemeen Dagblad in de rubriek ‘Uw goed recht’ een artikel van de hand van Boogaards verschenen onder de kop “Dubbel gedupeerd”. Het artikel gaat over een door klaagster uitgevoerde verbouwing van een woning in het kader van de Wet Voorziening Gehandicapten. De intro van het artikel luidt:
Hans Angenent belandt na een motorongeluk in een rolstoel. Gelukkig helpt de gemeente met een flinke subsidie om de woning aan te passen. Na een verbouwing van een slordige 100.000 euro, kan hij nog steeds niet zelf door de voordeur of onder een geschikte douche. Maar de gemeente, de opzichter en de aannemer ontkennen elke verantwoordelijkheid.
Verder bevat het artikel onder meer de volgende passages:
Bij het begin van de verbouwing gaat het mis. Willy: ,,Ik zag dat een betonvloer verkeerd werd gestort. En heb daar meteen wat van gezegd. Maar bouwvakkers nemen een vrouw natuurlijk niet serieus.” Zo merkt zij op dat ze een raamkozijn verkeerd stellen. ,,In Scheveningen kijken ze ook niet zo nauw”, zegt één van de bouwvakkers en daarmee kan ze het doen.
Hans kan door zijn handicap ook niet ingrijpen. Tijdens maandelijkse bouwbesprekingen met de aannemer stelt Angenent de zaken wel aan de orde, maar het helpt niet. Van Wageningen
[de opzichter] werpt zich bij deze besprekingen op als een soort bemiddelaar en stelt dat alles bij de oplevering wel goed komt.
In plaats van het te regelen, loopt de verbouwing gierend uit de hand. De bouwvakkers voelen zich continue bespied en Angenent heeft het idee dat hij alles in de gaten moet houden. Die sfeer komt de kwaliteit van het werk niet ten goede. Na een paar maanden klussen lekt het dak op meerdere plaatsen, het plafond hangt er los in, een waterafvoer in de douche zit te hoog en ga zo maar door. (...) ,,Ze hebben het zelfs gepresteerd om een drempel tussen de woning en de serre te plaatsen. Lekker handig”, briest Willy.

en
Helemaal tekenend is de schuifdeur. Die loopt zo stroef dat het voor iemand in een rolstoel onmogelijk is om die te openen. Er is tijdens de verbouwing sprake geweest van een elektrisch bedienbare schuifdeur, maar die zou later worden geplaatst. Dat blijkt nu niet meer zomaar te kunnen. (...) Hij [Angenent] nodigt zelfs een andere deskundige uit om eens te kijken naar het werk. Die oordeelt ook dat er weinig van klopt en Angenent confronteert Van Wageningen en Gebr. De Langen met die bevindingen. De aannemer stelt dat het werk conform de offerte is uitgevoerd en besluit het werk op te leveren en ermee te stoppen. Als klap op de vuurpijl komt de aannemer ook nog op de proppen met een rekening voor ‘meerwerk’ van zo’n 20.600 euro. (...) Opnieuw weet Van Wageningen een oplossing. Hij praat zomaar 10.400 euro van de rekening af en maakt de afspraak dat een andere aannemer op kosten van Gebr. De Langen de klus afmaakt. (...) Na twee maanden stopt ook de nieuwe aannemer ermee, omdat Gebr. De Langen hem niet betaalt. Angenent zit nu met een lekkend dak, een schuifdeur die hij niet kan openen, een drempel op de verkeerde plek en tal van andere gebreken. Het schilderwerk is nog niet gedaan en ondertussen heeft Gebr. De Langen wel voor een slordige 100.000 euro verbouwd.
en
Angenent is als opdrachtgever verantwoordelijk voor de verbouwing en moet er dus zelf op toezien dat dit naar behoren wordt uitgevoerd.
en
Uiteindelijk heeft Angenent voor eigen rekening een aannemer in dienst genomen. Die zegt nu: ,,De tranen sprongen me in de ogen toen ik zag wat voor werk er hier is afgeleverd. Schandalig.”
Angenent heeft er aan gedacht om een procedure te starten tegen Gebr. de Langen. ,,Daar moet je dan een hoop energie in stoppen en dat kan ik nu gewoon niet opbrengen. Ik heb nog wel een brief gestuurd naar de gemeente Bergambacht. Die heeft toegezegd langs te zullen komen, maar of dat nog ergens toe leidt, vraag ik me af. Zo komt een prutser dus ongestraft weg met een wanprestatie en zitten wij na jaren verbouwen nog steeds in de rommel. Als ik dit allemaal had geweten, was ik er nooit aan begonnen.”


In een apart kader is onder de kop “Alle betrokkenen wassen handen in onschuld” een reactie van (onder anderen) klaagster opgenomen, die onder meer de volgende passages bevat:
Wij zijn ontzettend geschrokken van deze onwaarheden en pure laster die gericht zijn op het beschadigen en kapot maken van mensen en bedrijven. Als wij dan werkelijk zo in gebreke zijn gebleven, waarom voeren ze dan geen procedure?
en
Volgens ons is het fout gegaan bij de eerste tekening. Die was erg eenvoudig en er stonden tal van zaken niet op. Een goede, duidelijke tekening is de verantwoordelijkheid van de opdrachtgever. Maar desondanks is aan de hand van die slechte tekening een offerte uitgebracht en heb ik de familie Angenent gewezen op mogelijk bijkomende kosten.
en
Tijdens de verbouwing zijn wij door de vage opdracht en slechte tekening tegen tal van problemen aangelopen. Die hebben wij naar onze mening steeds in overleg met de familie Angenent aangepakt.
en
Dat de familie Angenent nu via de media probeert haar gelijk te halen, vinden we ook onbegrijpelijk. Waarom ze dat doet weet ik niet. Misschien is dat de slechtigheid van die mensen. De familie Angenent geeft een volstrekt verkeerde voorstelling van zaken. Onbegrijpelijk dat het Algemeen Dagblad zich daarvoor laat lenen.

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Klaagster stelt dat in het artikel kritiekloos de ruimte wordt gegeven aan de visie van de heer en mevrouw Angenent. Die visie verdraagt zich niet met de werkelijke gang van zaken en is op meerdere plaatsen in het artikel ten onrechte als een vaststaand feitencomplex gepresenteerd, aldus klaagster. Volgens haar heeft verweerder nagelaten de ongefundeerde beweringen van de familie Angenent op hun juistheid te onderzoeken. Zo is onder meer onjuist dat de betonvloer verkeerd is gestort en dat een raamkozijn verkeerd is gesteld. Er is geen sprake van dat de verbouwing gierend uit de hand is gelopen. Door het artikel wordt klaagster ten onrechte in een verkeerd daglicht geplaatst althans wordt ten onrechte gesuggereerd dat zij gebrekkig heeft gepresteerd.
Verder acht klaagster de kwalificatie ‘prutser’ onjuist en derhalve onzorgvuldig alsmede onnodig grievend. Klaagster heeft gewerkt conform de gegeven opdracht en de regelmatig wisselende inzichten van de familie Angenent, terwijl restpunten, die bij de oplevering zijn gebleken, door haar zijn verholpen.
Ten slotte stelt klaagster dat voor haar weerwoord aanzienlijk minder ruimte beschikbaar is gesteld dan voor de visie van de familie Angenent, waardoor onevenwichtig over de kwestie is bericht. Bovendien is haar weerwoord inadequaat weergegeven: zij heeft in detail de aantijgingen van de familie Angenent weersproken, terwijl verweerder slechts een deel van haar reactie in het artikel heeft opgenomen. Overigens heeft verweerder regelmatig gesprekken gevoerd met de familie Angenent, terwijl hij maar één gesprek met klaagster heeft gehad, zodat ook qua tijdsbesteding sprake is van onevenwichtigheid, aldus klaagster.
Ter ondersteuning van haar standpunten heeft klaagster diverse verklaringen van onderaannemers overgelegd. Die verklaringen heeft zij vóór de publicatie toegezonden aan verweerder met het verzoek van publicatie af te zien. Nadat klaagster van verweerder had vernomen dat hij toch tot publicatie zou overgaan, heeft zij hem meegedeeld dat zij een klacht zou indienen en dat voorts een aantal wijzigingen in haar reactie moesten worden doorgevoerd.
Klaagster concludeert dat het onderzoek van verweerder eenzijdig is geweest en dat te weinig aandacht is besteed aan haar onderbouwde visie. Dat wordt versterkt door de foto van de heer en mevrouw Angenent en de kop van het kader, waarmee de negatieve toon in de richting van onder anderen klaagster is gezet. Volgens klaagster had verweerder publicatie achterwege moeten laten dan wel evenwichtiger en terughoudender moeten publiceren.

Verweerder stelt voorop dat de rubriek ‘Uw goed recht’ probeert de lezer op verschillende manieren te informeren over wet- en regelgeving op tal van gebieden, onder meer aan de hand van ‘individuele casuïstiek’. Regelmatig zoeken lezers contact met de redactie om vermeende misstanden aan te kaarten. Dit geldt ook voor de familie Angenent. Na kennis te hebben genomen van door de familie Angenent verstrekte informatie heeft de redactie besloten verder op deze zaak in te gaan.
Verweerder meent dat hij de zaak naar eer en geweten en met de vereiste journalistieke zorgvuldigheid heeft onderzocht. Hij is bij de familie Angenent langsgegaan en heeft uitvoerig met hen gesproken, hij heeft documenten ingezien en de huidige aannemer ter plaatse gesproken. Uit documenten blijkt dat de verbouwing niet heeft geleid tot het gewenste resultaat. Verder werd tijdens het gesprek duidelijk dat het een lang slepende kwestie is, waar tal van zaken niet naar de wensen van Angenent zijn verlopen en waarvan veel niet op papier staat. Juist vanwege de aantijgingen van Angenent heeft verweerder besloten het artikel eerst ‘vanuit Angenent’ te schrijven. Verweerder heeft vervolgens wederhoor toegepast, niet door ‘slechts’ telefonisch contact te zoeken met de betrokken partijen, maar door hen onverplicht de volledige concepttekst te sturen. Klaagster heeft in eerste instantie geweigerd de, per aangetekende post gestuurde, brief in ontvangst te nemen. Om onduidelijke redenen heeft zij zich later bedacht en contact gezocht met de redactie, met het verzoek de concepttekst nogmaals te versturen. Aan dat verzoek heeft verweerder, wederom onverplicht, gehoor gegeven. In haar schriftelijke reactie heeft klaagster verzocht niet tot plaatsing over te gaan en heeft zij meegedeeld dat zij haar visie wilde toelichten in een gesprek. Naar aanleiding daarvan heeft een gesprek plaatsgevonden, hetgeen – samen met de schriftelijke reactie van klaagster – ertoe heeft geleid dat verweerder zijn concepttekst op een aantal punten heeft aangepast. Bovendien is de reactie van klaagster weergegeven in een apart kader bij het artikel. Ook van die reactie heeft klaagster nog een concepttekst ter inzage gekregen. Het uiteindelijke verzoek van de raadsman van klaagster om die tekst alsnog op een aantal punten aan te passen, is ingewilligd.
Naar de mening van verweerder komt klaagster in de publicatie ruimschoots aan bod en is met de ruimhartige weergave van klaagsters weerwoord voldaan aan het principe van hoor- en wederhoor. Daarnaast heeft verweerder – door het bestuderen van documenten, een bezoek ter plaatse en gesprekken met de huidige aannemer – voldaan aan het principe van eigen feitenonderzoek. Van het ‘klakkeloos’ overnemen van de visie van de familie Angenent is geen sprake, aldus verweerder. Hij wijst erop dat in het artikel is vermeld dat de familie Angenent verantwoordelijk is voor de opdracht.
De kwalificatie ‘prutser’ is een citaat uit de mond van de heer Angenent. Juist omdat het hier een serieuze aantijging betreft, heeft klaagster volledig inzage gekregen in de concepttekst en de gelegenheid gehad daarop te reageren.
Voor zover het weerwoord van klaagster inadequaat is weergegeven, hetgeen verweerder bestrijdt, is dat klaagster zelf te verwijten. Zij heeft meerdere malen conceptteksten ter inzage gekregen, inclusief haar eigen reactie. Op het laatste moment heeft zij namens haar raadsman verzocht om enkele wijzingen aan te brengen, aan welk verzoek is voldaan.
Verweerder concludeert dat hij ruimschoots heeft voldaan aan de eisen van wat journalistiek en maatschappelijk aanvaardbaar is.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

De klacht bestaat uit de volgende onderdelen:
1. verweerder heeft ten onrechte nagelaten de beweringen van de heer en mevrouw Angenent op hun juistheid te onderzoeken en heeft die beweringen op diverse plaatsen ten onrechte als vaststaande feiten gepresenteerd;
2. ten onrechte is klaagster als ‘prutser’ betiteld;
3. het weerwoord van klaagster is inadequaat weergegeven.

In het artikel wordt aan de orde gesteld dat klaagster volgens de familie Angenent te kort zou zijn geschoten in de uitvoering van de verbouwing van hun woning. Het staat een journalist vrij om over een dergelijk onderwerp te berichten. Naar het oordeel van de Raad is voor de gemiddelde lezer voldoende duidelijk dat het artikel grotendeels de visie van de familie Angenent behelst. Dat neemt niet weg dat verweerder een eigen verantwoordelijkheid heeft de door hem verkregen informatie te wegen en te toetsen. Naar het oordeel van de Raad heeft verweerder die zorgvuldigheid in acht genomen. Niet is gebleken dat aan het artikel geen deugdelijk onderzoek ten grondslag ligt. Mede gelet op de aard van de rubriek behoefde verweerder, anders dan klaagster lijkt te betogen, in zijn berichtgeving geenszins volstrekt neutraal te zijn: voor zijn rekening komende uitspraken zoals ‘de verbouwing loopt gierend uit de hand’ zijn, bezien in de context van het artikel, onbegrijpelijk noch journalistiek onaanvaardbaar.

De kwalificatie ‘prutser’ komt voor in een citaat van de heer Angenent en is geheel voor diens rekening gelaten. Bovendien is klaagster in de gelegenheid gesteld op het gehele artikel, waaronder de desbetreffende uitspraak van de heer Angenent, te reageren. Uit klaagsters reactie blijkt duidelijk dat volgens haar sprake is van ‘onwaarheden en laster’ en dat de familie Angenent naar haar mening wellicht uit ‘slechtigheid’ de publiciteit heeft gezocht. Een en ander in aanmerking genomen, is de Raad van oordeel dat verweerder niet ontoelaatbaar heeft gehandeld door de kwalificatie ‘prutser’ te publiceren.

Wat betreft onderdeel 3. van de klacht overweegt de Raad het volgende. Volgens zijn vaste oordeel dient een journalist bij het publiceren van ernstige beschuldigingen - waaronder ook verstaan moeten worden van derden afkomstige verwijten en kwalificaties als waarvan hier sprake is - met bijzondere zorgvuldigheid te werk te gaan. Die bijzondere zorgvuldigheid brengt in het algemeen onder meer mee dat wederhoor dient te worden toegepast. Dat is in dit geval ook gebeurd. Klaagster is in de gelegenheid gesteld te reageren op de concepttekst van het artikel en vervolgens heeft zij haar reactie in een persoonlijk gesprek met verweerder kunnen toelichten. Daarna heeft verweerder klaagster nog in de gelegenheid gesteld te reageren op de conceptweergave van haar reactie. De daarop door de raadsman van klaagster voorgestelde wijzigingen zijn vervolgens door verweerder verwerkt. De reactie van klaagster is bovendien prominent opgenomen in een apart kader. Niet gezegd kan worden dat voor die reactie in het artikel slechts een zodanige plaats is ingeruimd dat geen behoorlijke toepassing is gegeven aan het recht op wederhoor, terwijl gesteld noch gebleken is dat de weergave van klaagsters reactie feitelijke onjuistheden bevat. Ook op dit punt is de klacht derhalve ongegrond.

Een en ander leidt tot de slotsom dat verweerder geen grenzen heeft overschreden van hetgeen – gelet op de eisen van journalistieke verantwoordelijkheid – maatschappelijk aanvaardbaar is, door over klaagster te berichten op de wijze als hij heeft gedaan.

BESLISSING

De klacht is ongegrond.

De Raad verzoekt verweerder deze beslissing integraal of in samenvatting in Algemeen Dagblad te (laten) publiceren.

Aldus vastgesteld door de Raad op 5 juli 2005 door mw. mr. M.E. Leijten, voorzitter, drs. G.T.M. Driehuis, mw. E.J.M. Lamers, drs. P. Sijpersma en prof. drs. E. van Thijn, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris.