2005/25 niet-ontvankelijk

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van

mr. E.A. Destrée

tegen

de hoofdredacteur van het Haarlems Dagblad

Bij brief van 29 maart 2005 met zeven bijlagen heeft mr. E.A. Destrée te Hoofddorp (hierna: klager) een klacht ingediend tegen de hoofdredacteur van het Haarlems Dagblad (hierna: verweerder). Hierop heeft H.P.M.J. Schneider, hoofdredacteur, geantwoord in een brief van 27 april 2005.

De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 13 mei in aanwezigheid van klager, die zijn klacht heeft toegelicht aan de hand van een pleitnotitie. Verweerder is daar niet verschenen.

DE FEITEN

Op 16 maart 2005 is in het Haarlems Dagblad een artikel verschenen van H. Geist “Geen circussen met dieren in de gemeente”, waarin (gedeeltelijk) een brief van klager aan het college van burgemeester en wethouders van Haarlemmermeer, opgesteld naar aanleiding van een circusvertoning in Hoofddorp, is afgedrukt. In zijn brief verzoekt klager om in Haarlemmermeer geen circusvoorstellingen met dieren meer te laten plaatsvinden.

Vervolgens is op 19 maart 2005 in het Haarlems Dagblad een artikel, eveneens van de hand van Geist, verschenen onder de kop “Geen misstanden bij circussen in Nederland – Verzoek Hoofddorper slaat volgens belangenvereniging nergens op”. Daarin wordt de Vereniging van Nederlandse Circusondernemingen (VNCO) aan het woord gelaten. Aan het slot van het artikel wordt verwezen naar de ‘Stelling van deze week’. Die stelling, die op de openingspagina van de website van het Haarlems Dagblad en op de voorpagina van de krant is afgedrukt, luidde: “Circussen met dieren moeten worden verboden”.

Klager heeft op het artikel van 19 maart 2005 gereageerd bij e-mail van 20 maart 2005 en aan verweerder verzocht zijn weerwoord te publiceren. Dat verzoek is niet gehonoreerd.

Ten slotte is op 26 maart 2005 in het Haarlems Dagblad een artikel verschenen onder de kop “Circusdier beter af dan menig huisdier”, over de resultaten van de stelling. De intro van het artikel luidt:
Circussen met dieren moeten worden verboden, luidde de stelling van de afgelopen week. Uit het hele land kwamen meer dan 1000 reacties, vooral omdat organisaties hun leden massaal hadden opgeroepen voor de stelling te stemmen. Zeventig procent van de mensen die reageerden waren voor een verbod, 30 procent vond een verbod belachelijk.

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Klager maakt bezwaar tegen het artikel van 26 maart 2005. Hij stelt dat verweerder niet objectief is geweest in de behandeling van de uitslag van de stemming en dat verweerder die uitslag met een samenstel van kunstgrepen manipuleert. Daartoe wijst klager erop dat in het artikel weliswaar de correcte uitslag van de stemming over de stelling wordt vermeld – 70% eens, 30 % oneens – maar dat ondanks de overweldigende meerderheid van voorstemmers de redactie als kop “Circusdier beter af dan menig huisdier” boven het artikel heeft geplaatst. Ook stelt de redactie ten onrechte dat 30% het verbod op dierennummers ‘belachelijk’ vindt en worden in het artikel reacties van acht tegenstemmers geplaatst, tegen negen reacties van voorstemmers, aldus klager.
Klager betoogt dat de publicatie derhalve niet in overeenstemming is met hetgeen in het maatschappelijk verkeer betamelijk is. De berichtgeving is niet zorgvuldig en integer gedaan, aldus klager. Verder meent hij dat sprake is van informatievervalsing of andere vormen van misleiding.
Wat betreft zijn ontvankelijkheid stelt klager dat het artikel van 26 maart 2005 het gevolg is van de berichtgeving over zijn verzoek aan B&W van Haarlemmermeer en het commentaar daarop van de Vereniging van Nederlandse Circusondernemingen. Volgens klager is het evident dat, gelet op de invloed van de krant, de manier waarop de redactie de uitslag van de stemming behandeld heeft, de afdoening van zijn verzoek niet ten goede komt. Bovendien wordt het Haarlems Dagblad niet gelezen door circusdieren. Daarom is hij in deze zaak voor het circusdier in het krijt getreden. Ten slotte stelt klager dat hij als abonnee van het Haarlems Dagblad belang heeft bij een integere en zorgvuldige berichtgeving in het algemeen. Klager meent dat hij aldus een persoonlijk belang heeft bij een oordeel van de Raad.

Verweerder stelt dat klager niet-ontvankelijk is in zijn klacht. Klager werpt zich op als een algemene belangenbehartiger van circusdieren. Hij haalt weliswaar veel aan, maar zijn klacht betreft louter een artikel dat op 26 maart 2005 in de krant stond. Verweerder concludeert dat het belang van klager bij de gewraakte publicatie niet direct betrokken is en hij door die publicatie niet persoonlijk in zijn belang wordt geraakt.

BEOORDELING VAN DE ONTVANKELIJKHEID

Artikel 2, eerste lid, van het Reglement van de Raad bepaalt dat een klaagschrift moet worden ingediend door een ‘rechtstreeks belanghebbende’. Volgens het vaste oordeel van de Raad kan een klager als zodanig worden aangemerkt, indien zijn belang bij de gewraakte publicatie direct betrokken is en hij door die publicatie persoonlijk in zijn belang is geraakt.

Klager stelt persoonlijk belang te hebben bij een oordeel van de Raad, omdat het artikel zijn verzoek aan B&W negatief zou kunnen beïnvloeden, hij in het krijt treedt voor circusdieren en hij belang heeft bij een integere en zorgvuldige berichtgeving in het algemeen. Alhoewel de Raad begrip heeft voor de gevoelens van klager, volgt hij klager niet in zijn betoog dat hij aldus als ‘rechtstreeks belanghebbende’ in de zin van het Reglement van de Raad kan worden aangemerkt. De door klager gestelde omstandigheden zijn daartoe niet voldoende. Klager is derhalve in zijn klacht niet-ontvankelijk.

Ten overvloede overweegt de Raad dat indien met betrekking tot publicaties als de onderhavige, waarbij niet zo zeer een individueel belang maar eerder een collectief belang in het geding is, een klacht zou zijn ingediend door een rechtspersoon die – blijkens haar statuten – tot doel heeft de belangen van het desbetreffende collectief te behartigen, deze mogelijk wel ontvankelijk zou zijn.

(vlg. onder meer: X tegen Stichting Teleac/NOT, RvdJ 2004/77 en Simons tegen de Peperbus, RvdJ 2002/54)

BESLISSING

Klager is in zijn klacht niet-ontvankelijk.

De Raad verzoekt verweerder deze beslissing integraal of in samenvatting in het Haarlems Dagblad te publiceren.

Aldus vastgesteld door de Raad op 27 mei 2005 door mr. A. Herstel, voorzitter, drs. G.H.J.M. Bueters, T.R. Harkema, mw. drs. B.L.W. Tillema en mr. drs. G.J. Wolffensperger, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris.