2005/24 deels gegrond

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van

familie X

tegen

L. Albers, M. van der Veen en de hoofdredacteur van RTV Drenthe Nieuws

Bij brief van 17 maart 2005 met zeven bijlagen, waaronder een video-opname van de gewraakte uitzending, heeft mr. F.E. Kerkvliet namens de familie X (hierna: klagers) een klacht ingediend tegen L. Albers, verslaggever, M. van der Veen, eindredacteur, en de hoofdredacteur van RTV Drenthe (hierna: verweerders). Hierop hebben verweerders geantwoord in een schrijven van 12 april 2005 met zes bijlagen, waaronder een dvd-opname van de gewraakte uitzending.

De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 13 mei 2005 in aanwezigheid van klagers en mr. Kerkvliet. Verweerders zijn daar niet verschenen. Voorafgaand aan de zitting heeft de Raad de video-opname van de gewraakte uitzending bekeken.

DE FEITEN

Op 12 mei 2004 is in een televisie-uitzending van RTV Drenthe Nieuws (hierna: de uitzending) aandacht besteed aan een rechtszaak tussen enkele buurtbewoners van klagers en de gemeente Tynaarlo, waarin de buurtbewoners een muilkorfgebod eisen voor de honden van klagers. In de uitzending wordt bericht dat in de kleine dorpsgemeenschap Tynaarlo een aantal keren incidenten zijn geweest met de honden van klagers. Een buurtgenoot van klagers vertelt dat zijn eigen hond is aangevallen door een van de honden van klagers en dat zijn nichtje een aantal jaren geleden ook door een hond van klagers is gebeten.
In de uitzending zijn beelden getoond van de woning van klagers en hun woonomgeving. Onder meer zijn het bordje met de naam van de straat waaraan hun woning is gelegen en twee bordjes “Verboden toegang” en “Hier waak ik”, die in de tuin van klagers staan, duidelijk zichtbaar in beeld gebracht. Tegelijkertijd wordt in een voice-over bericht:
Omdat we ook het verhaal van de eigenaar van de honden willen horen, besluiten we bij het huis aan te bellen. Maar een hek en een bord ‘verboden toegang’ weerhoudt ons. Toch heeft de eigenaar van de honden ons gezien.
Vervolgens zijn mevrouw X en haar zoontje van enige afstand in beeld gebracht. Daarbij laat mevrouw X aan de verslaggever weten dat zij geen commentaar wenst te geven.

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Klagers stellen dat in de uitzending beelden zijn getoond van mevrouw X en haar zoontje. Voorts is hun woonomgeving zodanig in beeld gebracht dat voor de kijker duidelijk is waar hun woning zich bevindt. Bovendien wordt met de opmerking “een hek en een bord ‘verboden toegang’ weerhoudt ons” de indruk wordt gewekt dat zij zich onmaatschappelijk gedragen, aldus klagers.
Zij menen dat het uitzenden van de beelden redelijkerwijs niet nodig was in het kader van een open berichtgeving. Klagers betogen dat zij aldus door de uitzending ten onrechte en onnodig in hun privacy zijn aangetast.
Klagers stellen verder dat zij aan verweerders duidelijk hebben gemaakt dat zij op geen enkele wijze wilden meewerken aan het item. In de uitzending is een fragment getoond waarbij mevrouw X hoorbaar en in beeld zegt geen commentaar te willen verstrekken. Zij heeft verweerders uitdrukkelijk verboden nog verdere opnamen te maken van haar, haar zoontje, het huis en de omgeving. Bovendien heeft zij verweerders nadrukkelijk verboden de reeds gemaakte opnamen uit te zenden. Niettemin zijn de gemaakte beelden gebruikt in de uitzending, aldus klagers. Zij menen dat het item had moeten eindigen met de mededeling dat de eigenaren van de honden zich onthouden van commentaar of woorden van gelijke strekking.

Verweerders stellen dat zij verslag hebben gedaan van het nieuws dat de rechter klagers een muilkorfgebod voor hun honden heeft opgelegd. Gezien de landelijke discussie over agressieve honden gaat het hier om een serieus maatschappelijk probleem, aldus verweerders.
Volgens goed journalistiek gebruik hebben ze klagers gelegenheid gegeven tot wederhoor. Om de kijker duidelijk te maken dat ze dat serieus hebben geprobeerd, hebben ze laten zien hoe uitdrukkelijk mevrouw X geen prijs stelde op haar recht tot wederhoor. Volgens verweerders hebben ze daarbij op geen enkele wijze inbreuk gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van klagers. Mevrouw X en haar kind zijn op grote afstand en vanaf de openbare weg in beeld gebracht, zodanig dat zij onherkenbaar blijven voor iedereen die hen niet kent. Overigens was hen niet bekend dat mevrouw X zou hebben verboden om de gemaakte beelden uit te zenden.
Verder stellen verweerders dat zij in het algemeen verdachten of veroordeelden slechts met initialen en woonplaats aanduiden. In dit geval hebben zij de naam van klagers voluit genoemd, omdat de familie reeds vele keren met naam en toenaam in artikelen in het Dagblad van het Noorden en op Radio Drenthe is vermeld.
Ten slotte bestrijden verweerders dat met het bord “Verboden toegang” de indruk wordt gewekt dat klagers zich onmaatschappelijk zouden gedragen. Volgens hen is het slechts een constatering, waarbij het iedereen vrij staat om een hek dicht te hebben en een bord verboden toegang op te hangen.
Verweerders concluderen dat zij geen grenzen hebben overschreden van wat maatschappelijk aanvaardbaar is.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

De kern van de klacht is dat de privacy van klagers ten onrechte en onnodig is aangetast door de wijze waarop zij en hun woonomgeving in beeld zijn gebracht. De Raad zal zich tot die kern beperken.

De Raad stelt voorop dat de journalistieke verantwoordelijkheid meebrengt dat de persoonlijke levenssfeer van personen waarover wordt gepubliceerd niet verder wordt aangetast, dan in het kader van een open berichtgeving redelijkerwijs nodig is
Voorts is het in de televisiejournalistiek niet ongebruikelijk berichtgeving als de onderhavige, die een relevant en (mogelijk) ernstig nieuwsfeit betreft, te illustreren met beelden van de woonomgeving van bij die berichtgeving betrokken personen. Bij het bepalen van de wijze waarop die woonomgeving wordt afgebeeld moet echter een afweging plaatsvinden tussen de vrijheid van meningsuiting enerzijds en de bescherming van de persoonlijke levenssfeer van die betrokken personen anderzijds, en dient de journalist in het algemeen te voorkomen dat de afgebeelde woning kan worden getraceerd.
In de uitzending zijn beelden getoond van de woning, het hek en de oprijlaan ervan en is ook ingezoomd op het straatnaambordje nabij de woning. Aldus is de woning van klagers traceerbaar in beeld gebracht. Naar het oordeel van de Raad vormt dit een inbreuk op de privacy van klagers die verder gaat dan in het kader van een open berichtgeving noodzakelijk was. Bijzondere omstandigheden die een rechtvaardiging voor die inbreuk zouden kunnen bieden, zijn gesteld noch gebleken. Verweerders hadden meer terughoudend kunnen zijn zonder afbreuk te doen aan de nieuwswaarde van de berichtgeving door bijvoorbeeld het tonen van het straatnaambordje achterwege te laten.
Door nadrukkelijk de aandacht te vestigen op de woonomgeving van klagers op de wijze zoals zij hebben gedaan, hebben verweerders derhalve de grenzen overschreden van hetgeen, gelet op de eisen van journalistieke verantwoordelijkheid, maatschappelijk aanvaardbaar is
(vgl. onder meer X tegen RTL Nieuws, RvdJ 2004/24; familie X tegen Radio TV Noord, RvdJ 2004/16;X tegen TV-Gazet, RvdJ 2002/50; X tegen BN/De Stem, RvdJ 2002/49).

Anders dan klagers is de Raad echter van mening dat met de wijze waarop mevrouw X en haar zoon in beeld zijn gebracht geen grenzen zijn overschreden. Zij zijn slechts kort en voor buitenstaanders onherkenbaar in beeld gebracht en niet valt in te zien in welk redelijk belang zij daardoor zouden zijn geschaad (vgl. Van de Mortel-Herings tegen Netwerk (AVRO), RvdJ 2002/43).

BESLISSING

Voor zover de klacht betrekking heeft op de wijze waarop de woonomgeving van klagers in beeld is gebracht, is deze gegrond. Voor het overige is de klacht ongegrond.

De Raad verzoekt verweerders aan deze beslissing aandacht te besteden in een uitzending van het RTV Drenthe Nieuws.

Aldus vastgesteld door de Raad op 27 mei 2005 door mr. A. Herstel, voorzitter, drs. G.H.J.M. Bueters, T.R. Harkema, mw. drs. B.L.W. Tillema en mr. drs. G.J. Wolffensperger, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris.