2005/20 gegrond

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van

Koop Holding B.V.

tegen

de hoofdredacteur van het Dagblad van het Noorden

Bij brief van 8 maart 2005 met zeven bijlagen heeft H. Koop namens Koop Holding B.V. gevestigd te Groningen (hierna: klaagster) een klacht ingediend tegen de hoofdredacteur van het Dagblad van het Noorden (hierna: verweerder). Hierop heeft P. Sijpersma, hoofdredacteur, geantwoord in een brief van 22 maart 2005. Ten slotte heeft klaagster nog drie bijlagen overgelegd bij brief van 24 maart 2005.

De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 1 april 2005 buiten aanwezigheid van partijen.

DE FEITEN

Op 11 januari 2005 is in het economiekatern van het Dagblad van het Noorden een artikel verschenen onder de kop “Bouwconcern Koop verliest 26 miljoen in 2003”. De intro van dit artikel luidt:
De Koop Groep heeft over 2003 een verlies van 26 miljoen euro geleden. Over de meest recente situatie van het Groninger bouwconcern zijn geen cijfers bekend, behalve dan dat het bedrijf met zijn 5000 werknemers bijna failliet was als er geen nieuwe geldschieters waren gekomen, zoals de nieuwe bewindvoerder Willem Haverkamp onlangs naar buiten bracht.
Naast de intro is vetgedrukt in een kader onder de kop “Situatie Koop in 2004 sterk veranderd” de volgende tekst gepubliceerd:
In 2004 kwamen 50,1 procent van de aandelen Koop Groep in handen van Cor Boonstra (ex-Philips) en Ralph Sonnenberg (Hunter Douglas) en daarmee verloor grootaandeelhouder Henk Koop de zeggenschap over het bedrijf. Willem Haverkamp is nu de directeur die zich bezig gaat houden met strategische ontwikkelingen. De Koop Groep zal worden opgeknipt en met kansrijke onderdelen (pijpleidingen, energie) wordt doorgegaan.

Naar aanleiding van de publicatie heeft klaagster bij brief van 13 januari 2005 haar bezwaren daartegen aan verweerder kenbaar gemaakt en rectificatie verzocht. In een schrijven van 20 januari 2005 heeft verweerder dat verzoek van de hand gewezen.

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Klaagster stelt dat in het artikel ten onrechte de term ‘bewindvoerder’ is gebruikt. De heer Haverkamp is geen bewindvoerder en treedt niet op namens nieuwe investeerders. Hij is bestuurder van de topvennootschap van de Koop Groep en houdt zich bezig met strategie-ontwikkeling.
Volgens klaagster is door het gebruik van de term ‘bewindvoerder’, bezien in de context en gelet op de plaatsing van het artikel in het economiekatern, ten onrechte de indruk gewekt dat zij hetzij in surseance van betaling verkeert dan wel onbekwaam is zichzelf te besturen. Door die onjuiste suggestie is zij in haar belangen geschaad, aldus klaagster.
Zij stelt voorts dat verweerder ten onrechte heeft geweigerd een rectificatie te plaatsen.

Verweerder stelt dat de redactie de term ‘bewindvoerder’ niet strikt beperkt tot gevallen waarin surseance van betaling is aangevraagd. In het artikel is slechts sprake van gedeponeerde cijfers. Van insolventie of surseance wordt niet gerept. Dat van een ‘bewindvoerder’ wordt gesproken, impliceert ook niet dat van een dergelijke toestand sprake is. In het artikel is juist vermeld dat de onderneming van klaagster niet failliet is.
De term ‘bewindvoerder’ is slechts in overdrachtelijke zin gebruikt, refererend aan het feit dat de heer Haverkamp namens anderen – de heren Boonstra en Sonnenberg – optreedt. Het gebruik van de term is ten behoeve van de lezer toegelicht in het vetgedrukte kader: de meerderheid van de aandelen is in handen van een nieuwe partij, met gevolgen voor zowel de zeggenschap als de directievoering. Die feiten zijn niet door klaagster bestreden.
Verweerder wijst nog op de definitie van de term ‘bewindvoerder’ in Van Dale’s woordenboek: “die het bewind voert over een zaak, een boedel enz., m.n. voorlopig of als plaatsvervanger”. De betekenis van de term is dus geheel neutraal, waarbij als speciale connotatie de tijdelijkheid dan wel het plaatsvervangende van de functie wordt vermeld. Dat is precies de betekenis waarin de term in het artikel is gebruikt, aldus verweerder.
Volgens verweerder is van onjuiste berichtgeving geen sprake en is er dan ook geen reden om tot rectificatie over te gaan.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

Gezien de zakelijke inhoud van het artikel en de plaatsing daarvan in het economiekatern acht de Raad het aannemelijk dat de gemiddelde lezer aan de term ‘bewindvoerder’ de betekenis zal hechten die in het juridische c.q. zakelijke verkeer gangbaar is, te weten dat de onderneming van klaagster onder bewind is gesteld omdat zij niet in staat is haar financiële belangen te behartigen en dat zij geen financiële handelingen mag verrichten zonder toestemming van de bewindvoerder. Overigens heeft de term ‘bewindvoerder’, naar het oordeel van de Raad, ook in het niet-juridische en niet-zakelijke verkeer de gangbare betekenis van iemand die moet ingrijpen bij calamiteiten.

Aldus werpt het gebruik van de term ‘bewindvoerder’ een zodanige smet op de onderneming van klaagster, dat deze niet zonder deugdelijke feitelijke grondslag gepubliceerd had mogen worden. Een dergelijke grondslag ontbreekt echter. Verweerder heeft nog aangevoerd dat hij de term ‘bewindvoerder’ neutraal heeft gebruikt en dat hij zulks heeft uitgelegd in het vetgedrukte kader. Anders dan verweerder is de Raad echter van mening dat uit het kader geenszins blijkt dat de heer Haverkamp tijdelijk dan wel als plaatsvervanger in neutrale zin het bewind voert over de onderneming van klaagster dan wel onderdelen van die onderneming.

Een en ander leidt tot de slotsom dat verweerder de term ‘bewindvoerder’ ten onrechte heeft gebruikt en daarmee grenzen heeft overschreden van hetgeen, gelet op de eisen van journalistieke verantwoordelijkheid, maatschappelijk toelaatbaar is (vgl. onder meer: Bijlsma tegen de Leeuwarder Courant, RvdJ 2004/96).

Het had op de weg van verweerder gelegen de onzorgvuldige berichtgeving recht te zetten, en hij heeft dat ten onrechte nagelaten. Ook voor zover de klacht erop is gericht dat verweerder ten onrechte heeft geweigerd een rectificatie te plaatsen, is deze derhalve gegrond.

BESLISSING

De klacht is gegrond.

De Raad verzoekt verweerder deze beslissing integraal of in samenvatting in het Dagblad van het Noorden te publiceren.

Aldus vastgesteld door de Raad op 9 mei 2005 door mw. mr. M.E. Leijten, voorzitter, drs. G.T.M. Driehuis, mw. C.J.E.M. Joosten, mw. E.H.C. Salomons en mr. A.H. Schmeink, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris.