2005/19 ongegrond

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van

prof. dr. W.J. Ockels

tegen

B. Scholtens en de hoofdredacteur van de Volkskrant

Bij brief van 22 februari 2005 met vier bijlagen heeft prof. dr. W.J. Ockels te Delft (hierna: klager) een klacht ingediend tegen B. Scholtens en de hoofdredacteur van de Volkskrant (hierna: verweerders). Hierop heeft Scholtens geantwoord in een brief van 2 maart 2005 met een bijlage.

De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 1 april 2005. Klager is daar verschenen, vergezeld van J. Ockels-Swaving en N.O. Saaneh, en heeft zijn klacht toegelicht aan de hand van een notitie. Aan de zijde van verweerders waren Scholtens en M. Persson, redacteur van het katern ‘Kennis’, aanwezig.

DE FEITEN

Op 16 februari 2005 is in de Volkskrant een artikel van de hand van Scholtens verschenen onder de kop “Met Wubbo in de racebus naar Beijing”. De lead van het artikel luidt:
Fijne plannen voor de toekomst heeft hij altijd, ruimtevaarder Wubbo Ockels. Hij is nu hoogleraar aan de TU in Delft. Astronaut Ockels, die in 1985 zes dagen in een space shuttle rond de aarde draaide, wil een supersnelle bus ontwerpen. Die elektrische bus moet met 250 kilometer per uur door de polder kunnen razen, over een speciale betonnen baan zonder al te veel oneffenheden. Van Den Haag naar het centrum van Groningen bijvoorbeeld, in anderhalf uur.
Verder bevat het artikel onder meer de volgende passage:
Zijn studenten waren aan iets nieuws toe. In 1997 patenteerde de astronaut een idee voor een supervlieger, met tweehonderd vleugels van elk drieduizend vierkante meter. (...) Maar sinds begin 2003 is niets meer van de gigavlieger vernomen. Een woordvoerder van het energie-instituut ECN in Petten, dat indertijd meerekende: ‘Het was voor studenten een leuk idee om aan te rekenen, maar praktisch uitvoerbaar was het niet.’

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Klager stelt dat het artikel met opzet negatief is geschreven, op een algemeen tendentieuze en minachtende manier.
Volgens klager is ten onrechte gesuggereerd dat zowel het superbus-project als het laddermolen-project (de ‘gigavlieger’) niet haalbaar zou zijn. Verder is ten onrechte gesuggereerd dat zijn studenten aan iets nieuws toe zijn, omdat zij bezig zijn met een project dat geen toekomst heeft. Het is bovendien onjuist dat sinds 2003 niets meer van het laddermolen-project is vernomen, aldus klager.
Volgens hem had Scholtens op eenvoudige wijze actuele informatie over dat project kunnen vergaren, bijvoorbeeld door onderzoek op internet. Bovendien had Scholtens navraag bij hem kunnen doen. Echter, het aanbod van zijn medewerker Melkert om hem op zijn mobiele telefoon te bellen heeft Scholtens afgeslagen, omdat dat niet nodig zou zijn. Overigens heeft Scholtens in zijn gesprek met Melkert op geen enkele manier laten blijken dat hij voornemens was een dergelijk, negatief stuk te schrijven. Ook de verwijzing naar het energie-instituut ECN is niet juist. Dat instituut heeft destijds alleen een voorstudie gedaan voor de energieberekening op zich. In die studie was de haalbaarheid van het project in het geheel niet aan de orde. Volgens klager heeft de woordvoerder van ECN ook niet aan Scholtens meegedeeld dat het laddermolen-project onhaalbaar zou zijn.
Klager betoogt dat verweerders, door ten onrechte te suggereren dat het artikel op waarheid berust, de lezer hebben misleid. Door de onzorgvuldige berichtgeving is zijn goede naam – als voorstander van jeugd, innovatie en duurzame ontwikkeling – geschaad. Bovendien heeft de berichtgeving mogelijk nadelige consequenties voor de financiering van toekomstige projecten alsmede voor de motivatie van zijn studenten, aldus klager.

Scholtens stelt voorop dat vier dagen in de week op de derde economiepagina een beschouwend stukje staat, dat vaak een opinievormende reactie is op het nieuws over een enigszins luchtig onderwerp. Het staat tussen het zware leeswerk, onder aan de pagina, vet gezet en losjes geschreven. Op de redactie gaat de rubriek als ‘De Bright’ door het leven.
Aanleiding voor het artikel was onder meer een publicatie in De Telegraaf over het plan voor een superbus en de activiteiten van klager richting politiek ten aanzien van de financiering van zijn project. Daarin komt de haalbaarheid nauwelijks in beeld. In zijn artikel heeft Scholtens geprobeerd andere meningen op journalistieke wijze in kaart te brengen. Hij heeft diverse experts aan het woord gelaten. Daaruit komt het beeld naar voren dat het superbus-project leuk lijkt, maar dat de geraadpleegde experts bij de uitvoerbaarheid grote vraagtekens zetten. Vervolgens heeft hij een brug gemaakt naar het laddermolen-project: ook dat is een leuk plan, maar praktisch niet uitvoerbaar, zo vinden ze op het onderzoeksinstituut ECN. Ook daar hebben ze al jaren (officieel) niets meer van dat plan vernomen, aldus Scholtens.
Hij heeft bovendien wel degelijk onderzoek verricht op internet, maar daar kon hij geen verwijzingen vinden naar recente wetenschappelijke artikelen over wat met dat project is bereikt. Verder heeft hij Melkert gesproken, die hem meedeelde als projectleider voldoende op de hoogte te zijn en hem heeft gezegd “als we er niet uitkomen is er nog zijn 06”.
Scholtens kan zich voorstellen dat klager het artikel vervelend vindt, maar meent dat hij niet journalistiek ontoelaatbaar heeft gehandeld.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

De kern van de klacht is dat verweerders opzettelijk negatief en misleidend over de projecten van klager hebben bericht en daardoor jegens hem journalistiek onzorgvuldig hebben gehandeld.

Naar het oordeel van de Raad bevat het artikel, behalve enkele nieuwsfeiten en uitlatingen van bronnen, voor een groot deel opiniërende elementen. Het staat een journalist vrij over een bepaald feit zijn mening te verkondigen, mits duidelijk is dat het om zijn persoonlijke opvatting gaat.

Verweerders hebben voldoende aannemelijk gemaakt dat het artikel deel uitmaakt van een vaste, lichte rubriek. Gelet op de luchtige en kennelijk opzettelijk overdreven tendentieuze toon, zijn de bedoeling van het artikel en de aard van de daarin opgenomen informatie voor de gemiddelde lezer voldoende duidelijk: de publicatie behelst met name de persoonlijke visie van de auteur, feitelijke verslaglegging staat niet voorop en overdrijving als stijlmiddel wordt niet geschuwd.

In dit licht bezien acht de Raad de publicatie niet onaanvaardbaar. In het artikel komen geen kwalificaties of vergelijkingen voor die journalistiek ontoelaatbaar zijn. Dat klager het artikel als minachtend heeft opgevat, is daarvoor onvoldoende.

Een en ander leidt tot de slotsom dat verweerders geen grenzen hebben overschreden van hetgeen, gelet op de eisen van journalistieke verantwoordelijkheid, maatschappelijk aanvaardbaar is.

(vgl. onder meer: Houpperichs tegen Van Dommelen en Van der Hart, RvdJ 2004/75; Suijkerbuijk tegen Geerts, Jongsma en Dagblad De Limburger, RvdJ 2004/08, Rabbijn Lewis e.a. tegen Cassuto, RvdJ 2002/63)

BESLISSING

De klacht is ongegrond.

De Raad verzoekt verweerders deze beslissing integraal of in samenvatting in de Volkskrant te publiceren.

Aldus vastgesteld door de Raad op 2 mei 2005 door mw. mr. M.E. Leijten, voorzitter, drs. G.T.M. Driehuis, mw. C.J.E.M. Joosten, mw. E.H.C. Salomons en mr. A.H. Schmeink, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris.