2005/17 ongegrond

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van

T. Cool

tegen

de hoofdredacteuren van NRC Handelsblad, de Volkskrant, Het Parool en De Groene Amsterdammer

Bij brief van 1 februari 2005 met vijf bijlagen heeft T. Cool te Scheveningen (hierna: klager) een klacht ingediend tegen de hoofdredacteuren van NRC Handelsblad, de Volkskrant, Het Parool en De Groene Amsterdammer (hierna tezamen: verweerders). Naar aanleiding daarvan heeft de secretaris van de Raad klager bij brief van 4 februari 2005 geïnformeerd omtrent de werkwijze van de Raad. Hierop heeft klager gereageerd in een schrijven van 7 februari 2005, waarin hij onder meer heeft kenbaar gemaakt open te staan voor bemiddeling. Desgevraagd hebben verweerders de secretaris van de Raad laten weten dat zij bemiddeling in deze kwestie niet zinvol achtten.
F. Jensma, hoofdredacteur van NRC Handelsblad heeft op de klacht gereageerd in een brief van 17 februari 2005. In een schrijven van 7 maart 2005 heeft P. Broertjes, hoofdredacteur van de Volkskrant, aan de Raad bericht dat hij zich bij het verweer van Jensma aansluit.
De hoofdredacteuren van Het Parool en De Groene Amsterdammer hebben niet op de klacht gereageerd.

De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 18 maart 2005 in aanwezigheid van klager. Verweerders zijn daar niet verschenen.

DE FEITEN

In 2003 is een boek van de hand van klager en H. Hulst verschenen onder de titel “De ontketende kiezer – vrijheid en democratie in een sociale economie”. Volgens het boek wordt daarin ingegaan op de grote onvrede onder de kiezers en biedt het een perspectief en strategie voor de aanpak van veel maatschappelijke problemen van onze tijd. Het boek zegt de kiezer in het hart van de democratie te plaatsen en een betere rolverdeling voor te stellen tussen kiezers en gekozenen. Over klager wordt onder meer het volgende vermeld:
De analyse in dit boek is oorspronkelijk ontwikkeld door econometrist Thomas Cool toen hij in 1982-1991 op het Centraal Planbureau werkte. Discussie over en publicatie van de analyse werden echter tegengehouden. Ontluisterend is ook dat de wetenschapper met – naderhand door de rechter geconstateerd – machtsmisbruik uit zijn werk geplaatst en ontslagen is. Deze gang van zaken is in strijd met de claim dat het CPB een wetenschappelijk instituut zou zijn. Anno 2003 is de kwestie nog steeds actueel. Opvallend feit: over het afgelopen decennium heeft met het tegenhouden van de discussie op het CPB ook het beleid ten aanzien van werkloosheid en armoede vrijwel stilgestaan.

Op 26 november 2004 heeft klager een samenvatting van het boek op zijn website geplaatst onder de kop “Protest tegen de censuur van de wetenschap door de directie van het Centraal Planbureau”.

In een brief van 17 januari 2005 heeft klager verweerders onder meer het volgende bericht:
U krijgt van mij nog de komende twee weken tot 1 februari 2005 de tijd om objectief verslag te doen van mijn protest tegen de censuur van de wetenschap door de directie van het Centraal Planbureau. Doet niemand van u daarvan verslag dan zal ik me genoodzaakt zien deze nalatigheid van ieder voor te leggen aan de Raad voor de Journalistiek en het tv-programma “De leugen regeert”. De klacht zal luiden dat u ‘onjuist, althans onvolledig’ verslag doet.
Voor de goede orde voeg ik een exemplaar toe van het boekje “De ontketende kiezer” (2003). Voorzover ik weet heeft geen van uw bladen er in de laatste twee jaar over gerapporteerd. Mocht ik dit mis hebben, dan verzoek ik u mij daarvan op de hoogte te stellen en dan kunt u deze brief van me, met dan excuses van me, als niet-geschreven beschouwen.


DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Klager betoogt dat verweerders ten onrechte geen objectief verslag doen van zijn protest tegen de censuur van de wetenschap door de directie van het Centraal Planbureau. Volgens klager is de kern van de samenvatting van zijn boek, die hij op 26 november 2004 op zijn website heeft geplaatst, dat hij op het terrein van de economische wetenschap iets nieuws heeft bedacht en dat dit nieuwe inzicht pas kan worden gepubliceerd, als de censuur is opgeheven. Klager protesteert tegen de censuur van de wetenschap door de directie van het CPB in de hoop dat deze wordt opgeheven. Als journalisten niet over dat protest rapporteren, dan berichten zij onjuist, althans onvolledig, aldus klager. Ter staving wijst klager op diverse publicaties van verweerders over verschillende maatschappelijke onderwerpen, zonder dat melding is gedaan van zijn standpunt in die kwesties.
Klager erkent dat een redactie vrij is in de selectie van het nieuws. Hij is echter van mening dat de wijze waarop verweerders deze vrijheid in dit geval hanteren, maatschappelijk onaanvaardbaar is. Volgens hem mag selectie van nieuws niet leiden tot onzorgvuldigheid en maatschappelijk onaanvaardbare misinterpretatie.
Klager merkt op dat hij al op 7 september 1991 een persbericht over zijn protest heeft verspreid. Hij stelt dat de media zijn protest al zo’n 15 jaar doodzwijgen. Dit heeft grote gevolgen voor zijn persoonlijk leven en de ontwikkelingen in de Nederlandse samenleving, aldus klager.

Jensma, hoofdredacteur van NRC Handelsblad, stelt voorop dat hij geen relatie heeft met klager en dat hem van een geschil met deze niets bekend was. Hij heeft de brief van klager van 17 februari 2005 ontvangen, waarin deze hem een termijn stelt van twee weken om verslag te doen van diens opvattingen. Om voor de hand liggende redenen is hij daarop niet ingegaan. De krant heeft geen contact gehad met klager, er zijn geen toezeggingen gedaan en geen verwachtingen gewekt op grond waarvan klager het vertrouwen zou kunnen hebben dat NRC Handelsblad aan zijn publicatie aandacht zou besteden, aldus Jensma. Hij stelt dat de krant vrij is en wil blijven bij de selectie van de onderwerpen die de redactie wil behandelen. Volgens Jensma zou het zijn werk onmogelijk maken als iedere schrijver van een publicatie via de Raad aandacht in de krant zou kunnen afdwingen.
Broertjes, hoofdredacteur van de Volkskrant, sluit zich aan bij het betoog van Jensma.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

De klacht komt erop neer dat verweerders zonder goede grond weigeren te publiceren over hetgeen klager zijn ‘protest tegen de censuur van de wetenschap door de directie van het Centraal Planbureau’ noemt. Volgens klager leidt de weigering van verweerders ertoe dat zij onjuist, althans onvolledig rapporteren. De Raad volgt klager hierin niet.
Verweerders zijn vrij in hun selectie van nieuws. Er bestaat voorts geen journalistieke norm die meebrengt dat een (hoofd)redactie bij een publicatie over een maatschappelijk onderwerp steeds het standpunt van klager over het betreffende onderwerp in de publicatie zou moeten opnemen.
De klacht kan dan ook niet leiden tot het oordeel dat verweerders, door het achterwege laten van publicaties als door klager gewenst, grenzen hebben overschreden van hetgeen – gelet op de eisen van journalistieke verantwoordelijkheid – maatschappelijk aanvaardbaar is. Ook behoefden verweerders hun keuze om niet tot publicatie over te gaan tegenover klager niet te verantwoorden. (vgl. onder meer: Jongmans tegen NRC Handelsblad, RvdJ 2004/51; Braat tegen de Legerkoerier, RvdJ 2004/01).

BESLISSING

De klacht is ongegrond.

De Raad verzoekt verweerders deze beslissing integraal of in samenvatting in NRC Handelsblad, de Volkskrant, Het Parool en De Groene Amsterdammer te publiceren.

Aldus vastgesteld door de Raad op 22 april 2005 door mr. R.W.L. Loeb, voorzitter, drs. G.H.J.M. Bueters, drs. C.M. Buijs, prof. dr. mr. B. de Gaay Fortman, en mr. drs. M.M.P.M. Kreyns, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris.