2005/12 gegrond

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van

W.P.M. Berghuizen

tegen

A. Lippold en de directeur(-hoofdredacteur) van Webers Media Lorentz B.V. (De Leusdervelder)

Bij brief van 24 januari 2005 met twee bijlagen heeft W.P.M. Berghuizen te Leusden (hierna: klager) een klacht ingediend tegen A. Lippold, journalist, en de directeur(-hoofdredacteur) van Webers Media Lorentz B.V., uitgever van het huis-aan-huisblad ’De Leusdervelder’, (hierna: verweerders). Hierop heeft J.B. Webers namens verweerders geantwoord in een schrijven van 22 februari 2005 met vier bijlagen.

De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 4 maart 2005. Klager is daar verschenen, vergezeld van mr. S.M.I. Blankers-Van Gennip, juridisch adviseur. Verweerders waren niet aanwezig.

DE FEITEN

Op 31 december 2004 zijn in De Leusdervelder twee artikelen van de hand van Lippold verschenen. Het eerste artikel, met de kop “Weggepest uit Leusden ‘We zijn het zat!’”, behelst een interview met de heer en mevrouw Slootman over een conflict betreffende aanpassingen aan hun winkelpand. Het artikel bevat onder meer de volgende passage:
De leegverkoop is inmiddels in volle gang en binnen afzienbare tijd vertrekt Liberty uit winkel-centrum de Hamershof uit Leusden. Het echtpaar Slootman is het zat. Spuugzat. Ze zijn, naar eigen zeggen, voortdurend ‘gedwarsboomd’ door de Vereniging van Eigenaren (VVE), in casu: voorzitter Pim Berghuizen. In het o zo vredige Leusden is het al jaren oorlog tussen Liberty en met name Berghuizen. Waar het over gaat? Over aanpassingen van het winkelpand, over een muurtje. Zielig zijn ze niet, de heer en mevrouw Slootman, maar wel murw gebeukt door alle ruzies, aanvallen, tegenwerkingen, pesterijen en het feit dat ze voor de rechtbank zijn gesleept ‘voor een akkefietje dat te onbenullig is voor woorden’. Het sluimerende conflict is zó hoog opgelopen, dat Berghuizen beweert in elkaar te zijn geslagen door klusjesman Nico. Aangifte bij de politie heeft hij echter niet gedaan en de klusjesman zegt dat Berghuizen glashard liegt.
Het tweede artikel, met de kop “Is Pim Berghuizen wel of niet in elkaar geslagen? - ‘Hij verspreidt leugens’”, bevat onder meer de volgende passage:
Pim Berghuizen contra Ronald Slootman. Ofwel: de twee hoofdrolspelers in het al vijf jaar durende moddergevecht. Met het vertrek van Liberty uit Leusden lijkt er een eind te komen aan het spetterende conflict, maar achter de schermen gaat de strijd onverminderd voort. Uiteraard hebben wij Pim Berghuizen, in het kader van hoor en wederhoor, alle ruimte geboden te reageren. Op vrijdag 17 december was hij uiterst spraakzaam en deed zelfs uitvoerig zijn kant van het verhaal. Hij vertelde openlijk over het conflict, de rechtszaak en de vechtpartij in het magazijn van Liberty. Maandag 20 december draaide Berghuizen ineens als een blad aan de boom om. Wij hadden hem uit eigen beweging het verhaal ter inzage gefaxt en hem zo de kans gegeven aanvullingen en correcties aan te brengen. Maar wat schetste onze verbazing: Berghuizen zei helemáál niet meer in de krant te willen! Dat was zo besloten door de vergadering van de Vereniging van Eigenaren...
In het artikel worden R. Slootman en klusjesman Nico aan het woord gelaten.

Op 14 januari 2005 is in De Leusdervelder opnieuw over de kwestie bericht. Het artikel van de hand van Lippold, met de kop “‘Tiran van Leusden’ - Je staat er gekleurd op, Pim”, bevat onder meer de volgende passages:
Het verhaal over het daverende conflict tussen Liberty (echtpaar Slootman) en de Vereniging van Eigenaren (lees: voorzitter Pim Berghuizen) heeft tot heftige reacties geleid, zowel bij ondernemers als particulieren.
en
Duidelijk is dat Leusden verdeeld is over Berghuizen, die een aantal sportzaken runt. De ene helft waardeert hem (als zakenman) om zijn inzet voor de winkeliers, terwijl de andere helft hem afschildert als een feodale regent die niet meer van deze tijd is. Berghuizen is een machtig man in winkelcentrum de Hamershof als voorzitter van de VVE. Volgens verschillende mensen is hij rechtlijnig, onberekenbaar, kort voor de kop, denkt zwart-wit en begint bij het minste of geringste te steigeren. Dat komt doordat hij zo klein van stuk is, spotten mensen uit zijn directe omgeving. Behalve Liberty hebben meer particulieren (onder wie werknemers) bedrijven ruzie gehad met Berghuizen, of liggen nog steeds met hem overhoop. Alleen zijn velen bang voor hem en willen daarom niet hun naam in de krant. Bij het bureau Rechtshulp ligt een ‘dikke ordner’ over conflicten tussen Berghuizen en (ex-) werknemers. Zo is er al vier jaar lang een spetterende en geruchtmakende ruzie tussen een vooraanstaande ex-werknemer en Berghuizen.
en
Sommigen typeren hem als een ‘tiran’.
en
Uiteraard hebben wij Pim Berghuizen ruimschoots en herhaaldelijk de kans gegeven zijn verhaal te vertellen. Daar heeft hij geen zin in. Hij stapte wel naar de gemeente met het verhaal dat wij hem hadden gefaxt. Wel reageert het bestuur van de Vereniging van Eigenaren inhoudelijk op de affaire. ‘Degene die het lef heeft het voorzitterschap op zich te nemen, moet niet als kwade genius worden gezien’.
Verder heeft Lippold in zijn column “Naadje pet...” aandacht aan de zaak besteed. Voorts in onder de kop “Van de bestuurder van de Vereniging van Eigenaars: ‘Dit schaadt alle betrokkenen!’” een reactie van de VvE opgenomen. Daarin komt onder meer de volgende passage voor:
Zoals de heer Berghuizen de heer Lippold in het eerste gesprek al heeft meegedeeld gaat het hier niet over een zaak tussen de heer Slootman en de heer Berghuizen maar tussen de Vereniging van Eigenaars en de individuele eigenaar de heer Hendriks. De heer Berghuizen is slechts – en dan nog maar gedeeltelijk – uitvoerder van besluiten die door de vergadering zijn genomen. De heer Hendriks heeft zijn winkelpand verhuurd aan Liberty (mevrouw Slootman). Hij is daarin vrij maar hij dient zich wel aan de regels en verplichtingen te houden die gelden voor alle leden van de Vereniging van Eigenaars. De huurders dienen zich hieraan aan te passen.
Ten slotte is onder de kop “Het publiek oordeelt” een aantal voor klager negatieve reacties van lezers opgenomen.

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Klager stelt dat hij in de berichtgeving van 31 december 2004 op een zeer vervelende en onjuiste manier is besproken. Volgens klager heeft hij niet persoonlijk, maar als voorzitter van de Vereniging van Eigenaars (VvE) in opdracht van de algemene ledenvergadering gehandeld. In de berichtgeving is zijn naam en daarmee ook zijn bedrijf ten onrechte op een negatieve wijze belicht, aldus klager. Verder wijst hij erop dat niet de huurder (Slootman), maar de verhuurder (Hendriks) verantwoordelijk is voor de uitvoering van de regels van de VvE.
Klager stelt voorts dat Lippold in de berichtgeving van 14 januari 2005 voorbeelden heeft gebruikt die per se onwaar zijn, terwijl hij zich niet heeft verdiept in de zaak. Zo bestaat het Bureau voor Rechtshulp al een aantal jaren niet meer en is er geen conflict tussen klager en een ex-werknemer. Onder meer door de kop “Tiran van Leusden’ - Je staat er gekleurd op, Pim” en de passage waarin wordt gesuggereerd dat hij een 'feodale regent' zou zijn, voelt klager zich bijzonder geschaad, zowel privé als zakelijk.
Ter zitting heeft klager hieraan toegevoegd dat hij voorafgaand aan de berichtgeving van 31 december 2004 contact heeft gehad met Lippold, waarbij hij de kwestie heeft uitgelegd en heeft meegedeeld dat hij als voorzitter van de VvE alleen de boodschapper was. Vervolgens heeft Lippold hem op 23 december 2004 een weergave van dat gesprek voorgelegd die niet juist was, waarop hij Lippold heeft verzocht die weergave niet te publiceren. Volgens klager heeft Lippold hem verder op 7 januari 2005 een tekst gestuurd met het verzoek daarop te reageren. Nadat hij Lippold had laten weten dat hij in dat artikel willens en wetens werd beschadigd, is een afspraak gemaakt voor 11 januari 2005 om een en ander uitvoeriger te bespreken, aldus klager. In dat gesprek heeft hij Lippold meegedeeld dat het artikel diverse onjuistheden bevatte en dat bijvoorbeeld niet juist was dat hij een conflict had met een ex-werknemer. Volgens klager heeft Lippold toen meegedeeld dat hij het artikel niettemin zou publiceren, omdat daarin geen wijzigingen meer konden worden aangebracht. Wederhoor heeft dus wel plaatsgevonden, maar daar is niets mee gedaan, aldus klager.
Ten slotte heeft hij desgevraagd ter zitting meegedeeld dat hij slechts éénmaal contact heeft gehad met de heer en mevrouw Slootman, en wel bij aanvang van de huur in verband met het ophangen van een reclamebord.

Verweerders hebben zich op het standpunt gesteld dat zij klager in alle gevallen ruim vóór publicatie op de hoogte hebben gesteld van de voorgenomen publicatie. Verweerders hebben naar hun oordeel alle zorgvuldigheidsnormen in acht genomen die redelijkerwijs in acht genomen hadden kunnen worden. Klager heeft hieraan niet willen meewerken, ondanks het feit dat hij daartoe ruimschoots in de gelegenheid is gesteld. Om achteraf een klacht in te dienen, achten verweerders niet alleen vreemd, maar eigenlijk ronduit kinderachtig.
Ten slotte wijzen zij erop dat zij ook op 28 januari 2005 over de kwestie hebben bericht, waarbij zij voor klager positieve reacties hebben opgenomen.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

De Raad is van oordeel dat de wijze van presenteren van feiten en meningen de lezer weinig ruimte laat voor een andere conclusie dan dat klager regelmatig het conflict heeft gezocht met de heer en mevrouw Slootman, de huurders van het pand waarin hun winkel ‘Liberty’ is gevestigd.

Naar het oordeel van de Raad klopt het door Lippold van klager geschetste beeld niet met de feiten. In de artikelen wordt miskend dat klager slechts heeft gehandeld als voorzitter van de Vereniging van Eigenaars. Voorts wordt miskend dat de Vereniging van Eigenaars een zakelijk conflict heeft met de verhuurder van het desbetreffende pand (Hendriks) en niet met de huurders (Slootman) ervan.

Verder wordt klager in de berichtgeving gekenschetst als een ‘tiran’, een ‘feodale regent’, die ‘rechtlijnig’ en ‘onberekenbaar’ is en snel en vaak conflicten heeft met mensen. Daarbij is bovendien gewezen op een ‘spetterende en geruchtmakende ruzie’ tussen klager en een vooraanstaande ex-werknemer. De berichtgeving bevat aldus zeer grievende kwalificaties, die klager diskwalificeren. Publicatie van dergelijke kwalificaties vereist een deugdelijke grondslag, maar die ontbreekt hier.

Klager heeft voorts aannemelijk gemaakt dat de artikelen in hun uiteindelijk gepubliceerde vorm niet aan hem voor commentaar zijn voorgelegd, althans dat verweerder met zijn opmerkingen over de weergave van de feiten niets heeft gedaan.

Naar het oordeel van de Raad is aldus sprake van eenzijdige, onnodig grievende berichtgeving.

Het bovenstaande leidt tot het oordeel dat verweerders, door te handelen en na te laten als hiervoor omschreven, grenzen hebben overschreden van hetgeen, gelet op de eisen van journalistieke verantwoordelijkheid, maatschappelijk aanvaardbaar is.

BESLISSING

De klacht is gegrond.

De Raad verzoekt verweerders deze beslissing integraal of in samenvatting in De Leusdervelder te publiceren.

Aldus vastgesteld door de Raad op 30 maart 2005 door mw. mr. M.E. Leijten, voorzitter, mw. A.C. Diamand, T.R. Harkema, mr. A.H. Schmeink en mr. drs. G.J. Wolffensperger, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris.