2005/11 gegrond

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van

X

tegen

de hoofdredacteur van het Brabants Dagblad

Bij brief van 26 december 2004 met drie bijlagen heeft X (klager) een klacht ingediend tegen de hoofdredacteur van het Brabants Dagblad (verweerder). Hierop heeft algemeen hoofdredacteur T. van der Meulen, algemeen hoofdredacteur, geantwoord in een brief van 5 januari 2005. Klager heeft daarop nog gereageerd in een schrijven van 18 januari 2005.

De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 4 februari 2005 buiten aanwezigheid van partijen.

DE FEITEN

Op 16, 17 en 20 november 2004 zijn in het Brabants Dagblad artikelen gepubliceerd, waarin aandacht is besteed aan de vondst van twee hennepplantages na een brand in een fotozaak. In de berichtgeving is vermeld dat klager eigenaar is van de fotozaak en dat hij volgens een politiewoordvoerder één hennepplantage zelf beheerde en de andere verhuurde. In de artikelen van 16 en 17 november 2004 is de naam van klager vermeld.

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Klager stelt dat hij bij het zoeken naar werk en woonruimte met de berichtgeving wordt geconfronteerd. Hij voelt zich persoonlijk geschaad door de publicatie van zijn naam en door de wijze waarop over zijn privé-leven is bericht. Klager wenst geen verdere publicatie op de manier zoals is gebeurd.
Voorts stelt klager dat hij herhaaldelijk telefonisch contact heeft gezocht met verweerder, maar dat hij steeds niet kon worden doorverbonden met de hoofdredacteur. De redactie heeft hem vervolgens geadviseerd zijn klacht bij de Raad in te dienen.

Verweerder stelt te betreuren dat de naam van klager, overigens foutief gespeld, in de publicaties van 16 en 17 november 2004 is vermeld. Die vermelding is volstrekt in strijd met zijn redactionele beleid. Het artikel van 20 november 2004 is geredigeerd volgens de regels van de krant; daarin wordt de naam van de verdachte niet vermeld.
Hij was bereid geweest om de berichtgeving te rectificeren, als klager daarom had verzocht, aldus verweerder.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

De kern van de klacht is dat verweerder onzorgvuldig heeft gehandeld door de naam van klager in de artikelen van 16 en 17 november 2004 te vermelden. De raad zal zich tot die kern beperken.

De Raad hanteert als vaste lijn in zijn uitspraken dat ten aanzien van het vermelden van persoonlijke gegevens van verdachten en veroordeelden terughoudendheid in de berichtgeving is geboden. Een journalist dient in beginsel te voorkomen dat een verdachte of veroordeelde kan worden geïdentificeerd. Slechts onder bijzondere omstandigheden mag van deze regel worden afgeweken. De bedoeling is dat het belang van betrokkene bij de bescherming van zijn privacy steeds wordt afgewogen tegen het mogelijk belang dat met bekendmaking is gediend en dat het privacybelang slechts voor dat belang wijkt, indien daar zwaarwichtige redenen voor bestaan (vgl. onder meer: X en Y tegen de hoofdredacteur van de Amersfoortse Courant, RvdJ 2004/69 en X tegen Haagsche Courant e.a., RvdJ 2004/57).

Verweerder heeft erkend dat klagers naam in de artikelen van 16 en 17 november 2004 niet vermeld had mogen worden. De Raad deelt dit standpunt en oordeelt derhalve dat verweerder met die publicaties grenzen heeft overschreden van hetgeen, gelet op de eisen van journalistieke verantwoordelijkheid, maatschappelijk aanvaardbaar is.

BESLISSING

De klacht is gegrond.

Aldus vastgesteld door de Raad op 25 februari 2005 door mr. A. Herstel, voorzitter, mr. drs. M.M.P.M. Kreyns, mw. E.H.C. Salomons en mw. drs. B.L.W. Tillema, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris.