2004/96 deels gegrond

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van

H. Bijlsma

tegen

de hoofdredacteur van de Leeuwarder Courant

Bij brief van 12 oktober 2004 met zes bijlagen heeft mr. P. van der Sluis, advocaat te Leeuwarden, namens H. Bijlsma (klager) een klacht ingediend tegen de hoofdredacteur van de Leeuwarder Courant (verweerder). Hierop heeft R. Mulder, hoofdredacteur, geantwoord in een brief van 22 oktober 2004 met een bijlage. Mr. van der Sluis heeft namens klager nog een bijlage overgelegd bij brief van 22 oktober 2004 en heeft op het verweer gerepliceerd in een schrijven van 11 november 2004. Ten slotte heeft Mulder nog op die repliek gereageerd bij brief van 15 november 2004.

De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 19 november 2004 buiten aanwezigheid van partijen.

DE FEITEN

Op 26 juni 2004 is op de voorpagina van de Leeuwarder Courant een artikel verschenen onder de kop “Baas loonbedrijf na graverij onder curatele”. De lead van het artikel luidt:
De Friese autoriteiten hebben gezamenlijk ondernemer Hendrik Bijlsma uit Ryptsjerk in de tang. De directeur van een groot loonbedrijf heeft afval begraven rond zijn woonboerderij. Bovendien groef Bijlsma illegaal met zwaar materieel een weiland tot grote diepte af.”
Het slot van het artikel luidt:
Gemeente, provincie en politie nemen geen enkel risico meer met Bijlsma. Met een gecoördineerd toezicht proberen ze hem nu binnen de regels te houden.”
Op diezelfde dag is in de Leeuwarder Courant een achtergrondartikel over de kwestie gepubliceerd onder de kop “Graverij”.

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Klager stelt dat verweerder de concepttekst van het achtergrondartikel voor commentaar aan hem heeft voorgelegd. Bij brief van 24 juni 2004 heeft de voormalig raadsman van klager een aantal op- en aanmerkingen gemaakt, die in het achtergrondartikel zijn verwerkt. De concepttekst van het voorpagina-artikel is echter niet vooraf aan hem voorgelegd. Klager acht dit journalistiek onzorgvuldig. Hij meent dat hij ervan mocht uitgaan dat er geen andere teksten geplaatst zouden worden, dan de tekst die wel aan hem is voorgelegd.
Verder maakt klager bezwaar tegen de kop van het voorpagina-artikel. Daarin wordt ten onrechte beweerd dat hij onder curatele is gesteld. Hij heeft een beschikking van de provincie Friesland ontvangen, waarbij hem wordt geboden een hoeveelheid bodemmateriaal af te voeren. Tegen die beschikking heeft hij bezwaar aangetekend, op welk bezwaar nog niet is beslist. Voor het overige wordt hij niet anders dan op eventuele vergunningsplichtige activiteiten gecontroleerd. Van een onder curatele stelling is in het geheel geen sprake, aldus klager. Door de onjuiste kop worden zijn belangen alsmede die van het bedrijf van Jelle Bijlsma B.V., waarvan hij mededirecteur is, geschaad. De kop wordt door derden zo geïnterpreteerd dat hij (ook) in zijn functie van (mede-)directeur onder curatele zou staan.
Klager acht het niet aannemelijk dat lezers het woordenboek zullen raadplegen om te achterhalen wat met het woord ‘curatele’ wordt bedoeld. Juist de zakelijke relaties van klager en Jelle Bijlsma B.V. kennen aan het woord de juridische betekenis toe als bedoeld in artikel 1:379 BW, die aansluit bij de betekenis die er in het maatschappelijk verkeer aan wordt toegekend, of associëren het woord mogelijk zelfs met een faillissementssituatie. In het maatschappelijk verkeer wordt onder ‘curatele’ iets totaal anders verstaan dan ‘het aan banden leggen’, aldus klager.

Verweerder stelt dat het voorpagina-artikel een samenvatting behelst van het achtergrondartikel, waarvan de inhoud niet door klager wordt betwist. Het voorpagina-artikel bevat geen andere feiten dan het achtergrondartikel en de toon is zakelijk. Volgens verweerder was het daarom niet nodig de concepttekst van het voorpagina-artikel apart aan klager voor te leggen. Gezien de omvang van de zaak en de reacties van de bevoegde instanties, was plaatsing van de belangrijkste feiten op de voorpagina gerechtvaardigd, aldus verweerder.
Hij stelt verder dat het begrip ‘curatele’ in de juiste context moet worden gelezen en verstaan. Al in de kop wordt door het begrip ‘graverij’ een direct verband gelegd met het complex van feiten en omstandigheden zoals dat elders wordt beschreven. Uit het artikel zelf blijkt dat gemeente, provincie en politie hebben besloten tot een gecoördineerd toezicht op de activiteiten van klager. Zij leggen hem aan banden en dat mag in figuurlijke betekenis ‘onder curatele’ worden genoemd. Het is niet aannemelijk dat klager vooral schade zou hebben geleden door het gebruik van het woord ‘curatele’. Juist zakelijke relaties zullen kennis willen nemen van het hele verhaal met alle belastende verklaringen en feiten, aldus verweerder.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

De klacht is alleen gericht tegen het voorpagina-artikel en bestaat uit de volgende onderdelen:
1. ten onrechte is de concepttekst niet aan klager voorgelegd;
2. het gebruik van het woord ‘curatele’ in de kop is journalistiek onzorgvuldig.

De Raad acht onderdeel 1. van de klacht ongegrond. Gesteld noch gebleken is dat de inhoud van het voorpagina-artikel in belangrijke mate afwijkt van het achtergrondartikel, dat wel aan klager is voorgelegd en waarvan de inhoud niet door hem wordt betwist. Er bestaat dan ook geen grond voor de conclusie dat verweerder journalistiek onzorgvuldig heeft gehandeld, door de concepttekst van het voorpagina-artikel niet apart aan klager voor te leggen.

Voor zover betrekking hebbend op het gebruik van het woord ‘curatele’ in de kop “Baas loonbedrijf na graverij onder curatele” is de klacht echter wel gegrond. Gezien de zakelijke inhoud van het artikel acht de Raad het aannemelijk dat de gemiddelde lezer aan de term ‘curatele’ de betekenis zal hechten die in het juridische c.q. zakelijke verkeer gangbaar is, te weten dat klager onder voogdij is gesteld ten aanzien van het beheer van zijn middelen c.q. dat hem het vrije beheer van zijn zaken is ontnomen. Aldus werpt de kop een zodanige smet op klager en zijn bedrijfsvoering, dat deze niet zonder deugdelijke feitelijke grondslag gepubliceerd had mogen worden. Een dergelijke grondslag ontbreekt echter. Met het gebruik van het woord ‘curatele’ in de kop van het voorpagina-artikel heeft verweerder derhalve grenzen overschreden van hetgeen, gelet op de eisen van journalistieke verantwoordelijkheid, maatschappelijk toelaatbaar is (vgl. onder meer: Van Heijningen en de Socialistische Partij tegen Koolhoven en De Telegraaf, RvdJ 2003/70).

BESLISSING

Voor zover de klacht is gericht tegen het gebruik van het woord ‘curatele’ in de kop van het voorpagina-artikel is deze gegrond, en voor het overige ongegrond.

De Raad verzoekt verweerder deze beslissing integraal of in samenvatting in de Leeuwarder Courant te publiceren.

Aldus vastgesteld door de Raad op 17 december 2004 door mr. A.H. Schmeink, waarnemend voorzitter, mw. E.J.M. Lamers en mw. E.H.C. Salomons, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris.

Uitspraak 2004-96