2004/93 ongegrond

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van

C.H. van der Hoeven

tegen

B. de Koning, W. van Bergen en de hoofdredacteur van FEM Business

Bij brief van 19 augustus 2004 met een bijlage heeft mr. D.M. Wille, advocaat te Amsterdam, namens C.H. van der Hoeven (klager) een klacht ingediend tegen B. de Koning, W. van Bergen en de hoofdredacteur van FEM Business (verweerders). Hierop heeft mr. O.M.B.J. Volgenant, advocaat te Amsterdam, namens verweerders geantwoord in een brief van 27 september 2004 met vijf bijlagen. Klagers raadsvrouwe heeft daarop gerepliceerd bij schrijven van 5 oktober 2004. Ten slotte heeft de raadsman van verweerders op de repliek gereageerd bij brief van 13 oktober 2004 met een bijlage.

De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 22 oktober 2004 buiten aanwezigheid van partijen.

DE FEITEN

Op 22 mei 2004 is op de cover van FEM Business een artikel van de hand van De Koning en Van Bergen aangekondigd met de kop: “Amerikanen jagen op Nederlandse topmannen”. Daarbij zijn drie foto’s gepubliceerd, waaronder een van klager, met daarboven in grote letters ‘WANTED’. Onder de foto van klager is zijn naam afgedrukt. De inhoudsopgave bevat de volgende tekst:
Bestuurders in de bak?- Cees van der Hoeven, Michiel Meurs en Walter van de Vijver staan niet te lachen. Zij lopen de kans in Amerika te worden veroordeeld voor de misstappen die zij als bestuurder in Nederland hebben begaan. Hoe meer benadeelden, hoe langer de straf. Hoe is het leven in een Amerikaanse gevangenis?
Bij het artikel met de kop “VS keihard voor fraudeur” is voorts een foto van klager geplaatst met daarboven in grote letters ‘WANTED’ en daaronder in kleinere letters ‘for cooking the books’.
Het artikel bevat onder meer de volgende passages:
Voor ex-topmannen Walter van der Vijver, Cees van der Hoeven en Michiel Meurs dreigt celstraf in de VS. Na Enron en Worldcom loopt daar een recordaantal strafzaken tegen topmanagers.”
en
Ook Cees van der Hoeven en Michiel Meurs moeten zich zorgen maken. In Nederland onderzoekt fraudeofficier Joost Tonino of de voormalige topman en de chief financial officer van Ahold vervolgd kunnen worden voor valsheid in geschrifte en wellicht zelfs voor meer. Geen leuk vooruitzicht voor Van der Hoeven en Meurs, maar nog lang niet zo beangstigend als het visioen van een Amerikaanse gevangenis. (...) De kans dat Nederlanders worden uitgeleverd als ze door de Amerikaanse justitie voor zulke delicten worden aangeklaagd, is groot. Nederland is volgens het verdrag verplicht om op verzoek onderdanen uit te leveren als die worden aangeklaagd voor fraude en fraudeachtige delicten.
en
Sinds de oprichting in juli 2002 heeft de Corporate Fraud Task Force meer dan 660 mensen aangeklaagd, van wie meer dan 250 veroordeeld zijn of hebben bekend. Het klimaat voor Van der Vijver, Van der Hoeven en Meurs is dus bepaald niet gunstig.
en
Als deze meedogenloze systematiek op dezelfde manier wordt gehanteerd tegen Van de Vijver, Van der Hoeven en Meurs, en ze op alle punten schuldig worden bevonden, kan hen dat een gevangenisstraf opleveren die nog hoger uitvalt dan die van Olis. De knauw die hun gedrag aan de marktwaarde van hun bedrijf uitdeelde, levert hen al snel dertig punten op, wat de straffen in de richting van dertig jaar tot levenslang duwt.
en
Meewerken aan het onderzoeken levert ook veel strafkorting op, maar dan moet de verdachte wel met nieuwe onthullingen komen. Daarvoor lijkt het bij Van der Vijver, Van der Hoeven en Meurs, te laat.

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Klager maakt bezwaar tegen de publicatie van zijn portret in combinatie met de bewoordingen ‘WANTED’...‘Cees van der Hoeven’ en ‘WANTED’...‘for cooking the books’. Hij erkent dat hij in het kader van de ‘Ahold-kwestie’, uit hoofde van zijn hoedanigheid als voormalig bestuurder, onderwerp van een publiek debat over die kwestie is, en dat hij zich in dat kader bepaalde (onwelgevallige) publicaties moet laten welgevallen, omdat die worden gerechtvaardigd door het algemeen belang van de nieuwsgaring. De gewraakte publicatie gaat echter niet over hem of over zijn betrokkenheid bij de recente ontwikkelingen rond het Ahold-concern, maar over in de VS lopende strafzaken tegen topmanagers, de wijze waarop het strafsysteem in de VS werkt en het leven in gevangenissen aldaar. Volgens klager vormt het artikel aldus geen rechtvaardiging voor de gewraakte publicatie. Dat een strafrechtelijke component aan de orde is, zou juist aanleiding moeten zijn om een verhoogde zorgvuldigheid in acht te nemen. Verweerders hebben die verplichting echter volledig genegeerd, aldus klager.
Volgens hem hebben verweerders misbruik gemaakt van het feit dat hij nieuwswaarde heeft. Zijn portret is kennelijk alleen bedoeld om de aandacht van de lezer voor het artikel te trekken en heeft louter attentiewaarde. Ook als met de publicatie een algemeen belang is gediend, hoeft hij zich deze grove aantasting van zijn goede naam voor dat doel niet te laten welgevallen.
Verder betwist hij dat de illustraties door de lezer worden herkend als spotprent. FEM Business is een serieus zakelijk tijdschrift en in het artikel is geen spoor van scherts te bekennen. Evenmin is sprake van een column of van een vertolkte mening. Het artikel is het ‘omslagverhaal’, en is serieus bedoeld en door de lezer ook zo opgevat, aldus klager.
Hij is niet ingegaan op een aanbod van verweerders om zijn visie te geven, omdat dat geen adequate remedie zou zijn. Zijn klacht is gericht tegen de opmaak van het artikel, en met zijn visie zou die niet veranderen. Daarbij komt dat het artikel niet over hem en Ahold ging. Bovendien zou het ingaan op dat aanbod een verkeerd signaal afgeven; daarmee zouden verweerders immers voor hun aandeel in de beledigende publicatie beloond worden, te weten met een interview van iemand die heeft gekozen niet inhoudelijk in de media te reageren. Verder verwacht klager niet dat zijn rechten en belangen bij een nieuwe publicatie bij verweerders in goede handen zouden zijn.
Klager concludeert dat verweerders misbruik hebben gemaakt van zijn portret en aldus jegens hem journalistiek onzorgvuldig hebben gehandeld.

Verweerders stellen dat het jaarverslag van Ahold over 2003 informatie bevat over de strafrechtelijke onderzoeken en procedures die in de VS tegen Ahold en haar (voormalige) bestuurders worden gevoerd. Daaruit blijkt onder meer dat strafrechtelijke onderzoeken zijn ingesteld door het Amerikaanse Ministerie van Justitie en door het Department of Labor. In het kader van deze onderzoeken, die zich ook richten op klager, zijn dagvaardingen uitgebracht. Daarnaast lopen er in de VS ook civielrechtelijke procedures waarbij klager persoonlijk betrokken is. Inmiddels heeft het Openbaar Ministerie in Nederland besloten klager persoonlijk te vervolgen. De strafrechtelijke onderzoeken in Nederland en Amerika worden in het artikel vermeld. Volgens verweerders is het standpunt van klager dat hij in het artikel alleen ‘figureert’, derhalve onjuist. Hij miskent daarmee dat het artikel gaat over topmannen die in de VS worden vervolgd en dat dit concreet ook dreigt voor klager, nu er in de VS een strafrechtelijk onderzoek tegen hem loopt, aldus verweerders. De aandacht die in het artikel wordt besteed aan de mogelijkheid van persoonlijke vervolging van klager en de eventuele consequenties daarvan, vormen ruimschoots voldoende aanleiding voor de illustraties, aldus verweerders.
Zij betogen verder dat de portretten van klager spotprenten zijn, gemerkt door een schertsend, chargerend en cartoon-achtig karakter. Er is aansluiting gezocht bij ouderwetse Western-films. Elke lezer zal begrijpen dat er niet letterlijk een prijs op het hoofd van klager is gezet door een Amerikaanse sheriff.
Volgens verweerders staat vast dat klager mikpunt van publieke aandacht en spot is geworden. Klager is een publieke figuur en juist zijn optreden als topman van Ahold heeft tot veel aandacht van het publiek geleid. Hij moet dulden dat de pers over frauduleuze handelingen en de gevolgen daarvan schrijft, juist ook wanneer die handelingen blijkbaar aanleiding zijn voor strafrechtelijke stappen tegen hem persoonlijk.
Verweerders betwisten dat door de portretten schade aan de goede naam van klager is toegebracht. Voorstelbaar is dat de gang van zaken die aanleiding heeft gegeven tot de juridische stappen tegen klager, schade aan zijn goede naam heeft veroorzaakt. Daarvoor zijn verweerders echter niet verantwoordelijk.
Overigens heeft klager niet gereageerd op het aanbod om zijn visie op de vele procedures tegen Ahold en hemzelf te geven, waaraan vervolgens bij wijze van ‘weerwoord’ in FEM Business aandacht zou kunnen worden besteed.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

De klacht is alleen gericht tegen de publicatie van klagers portret in combinatie met de woorden ‘WANTED’...‘Cees van der Hoeven’ en ‘WANTED’...‘for cooking the books’, en niet tegen de verdere inhoud van het artikel. Klager kan – als voormalig bestuurder van het aan de beursgenoteerde Ahold-concern, dat veelvuldig in het nieuws is – als publiek figuur worden aangemerkt.

Volgens het vaste oordeel van de Raad zullen publiekelijk bekende personen in het algemeen moeten dulden dat hun portret wordt gepubliceerd, wanneer zij in het nieuws komen. Dat wil echter niet zeggen, dat alle afbeeldingen in alle denkbare situaties zonder meer voor publicatie gebruikt mogen worden. Ook publieke personen hebben aanspraak op eerbiediging van hun persoonlijke levenssfeer (vgl. onder meer: De Leeuw tegen Story, RvdJ 2003/20).
De wijze waarop de portretten van klager zijn gepubliceerd, is weinig kies. De publicaties in combinatie met de daaronder en daarboven geplaatste tekst zijn echter onmiskenbaar ironisch van aard. Wellicht dat verweerders daarmee de lezer extra op het artikel hebben willen attenderen. Dat neemt niet weg dat klager in het artikel, dat gaat over topmanagers die in de VS strafrechtelijk worden vervolgd, meer dan incidenteel is genoemd en dat is vermeld dat ook tegen klager diverse juridische stappen worden ondernomen. Klager heeft de juistheid van hetgeen daarover is bericht ook niet betwist.

Alle omstandigheden in aanmerking genomen is de Raad van oordeel dat verweerders geen grenzen hebben overschreden van hetgeen, gelet op de eisen van journalistieke verantwoordelijkheid, maatschappelijk aanvaardbaar is.

BESLISSING

De klacht is ongegrond.

De Raad verzoekt verweerders deze beslissing integraal of in samenvatting in FEM Business te publiceren.

Aldus vastgesteld door de Raad op 10 december 2004 door mr. R.W.L. Loeb, voorzitter, drs. C.M. Buijs, mr. A. Herstel, mw. E.H.C. Salomons en drs. P. Sijpersma, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris.

Uitspraak 2004-93