2004/92 ongegrond

 

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van

P. Treanor

tegen

H. van Houwelingen en de hoofdredacteur van Het Parool

Bij brief van 15 september 2004 met diverse bijlagen heeft P. Treanor te Amsterdam (klager) een klacht ingediend tegen H. van Houwelingen en de hoofdredacteur van Het Parool (verweerders). Hierop heeft Van Houwelingen geantwoord in een brief met twee bijlagen onder begeleidend schrijven van A. de Lange, adjunct-hoofdredacteur, van 12 oktober 2004. Klager heeft daarop nog gereageerd in een brief van 15 oktober 2004. Voorts heeft klager bij brief van diezelfde datum een verzoek tot wraking ingediend.

De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 22 oktober 2004. Aan de zijde van verweerders zijn daar Van Houwelingen en P. Vugts, sous-chef, verschenen. Klager was niet aanwezig.

BEOORDELING VAN HET VERZOEK OM WRAKING

Klager heeft een verzoek om wraking gedaan van raadslid Herstel. Volgens klager was Herstel lid van de raadkamer die in 2002 klagers verzoek tot vervolging van mw. B. van Amsberg – Van Lippe-Biesterveld heeft afgewezen. Herstel heeft zijn zittingslijsten uit de door klager genoemde periode bekeken en geen zaak gevonden waarin klager voorkomt.
Voorts heeft klager een verzoek om wraking gedaan van raadslid Salomons. Klager stelt dat Salomons in haar functie als gemeentelijke ombudsman een klacht van hem heeft afgewezen en hem daarbij te verstaan heeft gegeven, dat hij geen recht had om een klacht in te dienen. Salomons heeft in haar databestand van de afgelopen vijf jaar geen zaak van klager aangetroffen. Wellicht dat klagers zaak vormvrij is afgedaan, omdat deze niet viel binnen haar bevoegdheid, aldus Salomons.

Conform artikel 7 lid 5 van het Reglement voor de werkwijze van de Raad voor de Journalistiek hebben de niet-gewraakte leden van de Raad over de wraking beslist.

De enkele omstandigheid dat een raadslid al eerder bemoeienis heeft gehad met een zaak van een van betrokken partijen, is onvoldoende om partijdigheid aan te nemen, maar bijkomende feiten en omstandigheden kunnen dit anders maken. Ook al zou het juist zijn dat raadsleden Herstel en Salomons eerder bemoeienis hebben gehad met zaken van klager, dan nog kan zulks niet leiden tot het oordeel dat klagers verzoek om wraking gegrond is, nu niet is gebleken van bijkomende feiten en omstandigheden, die tot partijdigheid van genoemde raadsleden zouden kunnen leiden.

De klacht is vervolgens inhoudelijk behandeld door een der leden als waarnemend voorzitter tezamen met de resterende leden.

DE FEITEN

Op 14 september 2004 is in Het Parool een artikel van de hand van Van Houwelingen verschenen onder de kop “Kruistocht tegen ‘het rechtse gevaar’ – Beroepsactivist Paul Treanor onophoudelijk in de weer tegen ‘racisme’”. De intro van het artikel luidt:
“Extreem links, met ‘extreem’ in vette hoofdletters. De Amsterdamse beroepsactivist Paul Treanor is het. In alles ziet hij het rechtse gevaar op Nederland afstormen. Daartegen moet hij protesteren. Een greep uit zijn overtuigingen: dodenherdenking is een racistische activiteit, streekvervoer moet gebombardeerd worden en Volkert van der G. moet vrij.”
Verder bevat het artikel onder meer de volgende passages:
“Hele forums op internet staan vol over de acties van Treanor. Met zijn provocerende teksten beledigt hij veel mensen. Begin 2002 diende hij bijvoorbeeld een aanvraag in voor de doodstraf voor Pim Fortuyn. Ook terroriseerde hij meerdere websitebeheerders die volgens hem racistische leuzen op hun sites hadden staan. Peter van Schaik is momenteel een van zijn ‘slachtoffers’. Hij beheert meerdere websites die, in de breedste zin, te maken hebben met de dood en met begraven.”
en
“R. Eissens van het Meldpunt Discriminatie Internet (MDI), die zeer is gespitst op racistische uitingen, reageert furieus: “Er zijn in het verleden meldingen binnengekomen over Van Schaiks website. Er is hier toen samen met de beheerder tegen opgetreden en de site wordt regelmatig door hem geschoond. Aangezien er veel uitingen worden geplaatst, ontsnapt er wel eens één aan zijn aandacht.. Als wij hierover een melding krijgen, verwijdert hij de uitingen altijd prompt.”
en
“Dat Treanor er geen problemen mee heeft al zijn tijd te steken in het voeren van zijn eenmansacties, ondervond ook deze krant. Nadat hij ook de berichtgeving in Het Parool als ‘racistisch’ had ontmaskerd – de krant wordt volgens hem geschreven ‘vanuit een blank Hollands standpunt’ – hield zijn felle campagne wekenlang aan.”
In het artikel is verder ook Van Schaik aan het woord gelaten.

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Klager stelt dat ten onrechte is beweerd dat hij het streekvervoer wil ‘bombarderen’. Ter ondersteuning van deze stelling verwijst hij naar een publicatie van zijn hand op internet.
Verder stelt klager dat Van Houwelingen bewust heeft nagelaten te vermelden dat Van Schaik oproepen tot geweld heeft verspreid. Klager heeft Van Houwelingen een e-mail gestuurd, waarin hij heeft gewezen op diverse uitspraken die voorkomen op de website van Van Schaik. Als Van Houwelingen daaruit had geciteerd, dan was er een ander beeld ontstaan, aldus klager. Hij meent dat Van Houwelingen ten onrechte Van Schaik de kans heeft geboden zichzelf vrij te praten van racisme.
Klager maakt voorts bezwaar tegen de zinsnede “Ook terroriseerde hij meerdere websitebeheerders die volgens hem racistische leuzen op hun sites hadden staan.” Van Schaik is de enige die hij openlijk heeft aangesproken. Tegen drie anderen heeft hij aangifte gedaan omdat er opgeroepen werd hem te vermoorden, maar ook daarover is in het artikel niets vermeld.

Bovendien heeft Van Houwelingen ten onrechte in het nieuwsbericht vermeld dat klager de redactie van Het Parool racistisch vindt. De opmerking van Van Houwelingen hoort niet thuis in dit artikel en ook op dit punt heeft Van Houwelingen nagelaten de achtergrond te vermelden, aldus klager.
Ten slotte merkt hij op dat de etnische tweedeling in de Nederlandse samenleving een grote rol speelt in deze zaak.

Verweerders stellen dat klager begin september 2004 pamfletten heeft verspreid met de oproep om te demonstreren voor het huis van Van Schaik. Deze actie vormde de aanleiding van het artikel. Van Houwelingen heeft vervolgens Van Schaik gebeld en hem gevraagd om een reactie. Van Schaik bestreed de beschuldiging van klager, dat hij racistische leuzen op het internet zou verspreiden. Verder heeft zij die beschuldiging gecheckt bij het Meldpunt Discriminatie Internet. De reactie van Eissens is in het artikel opgenomen. Volgens Van Houwelingen staan de sites van Van Schaik niet vol met racistische leuzen, zoals klager beweert.
Om aan te geven dat klager vaker personen c.q. instanties beschuldigt van racisme, is in de laatste alinea van het artikel klagers actie tegen Het Parool aangehaald. In een e-mail aan Het Parool heeft klager onder meer geschreven: “Het Parool is een racistische krant, die Amsterdam benadert vanuit een blank Hollands standpunt.” Dit is overgenomen in het artikel.
Voor wat betreft de bewering dat klager het streekvervoer wil ‘bombarderen’ wijst Van Houwelingen erop dat klager op zijn website Luitenant-generaal Urlings, Bevelhebber der Landstrijdkrachten, heeft verzocht een staatsgreep te plegen en de regering omver te werpen.
Ten slotte stelt Van Houwelingen dat zij in haar berichtgeving de aangiftes van klager tegen Stormfront en Indymedia heeft meegerekend, omdat daar een discussie gaande is over klagers activiteiten. Bovendien zet klager herhaaldelijk stellingen of zijn bezwaarschriften, aangiftes en klachten op internet. Vaak wordt daarop negatief gereageerd, aldus Van Houwelingen.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

De klacht heeft allereerst betrekking op de bewering dat klager het streekvervoer wil ‘bombarderen’. Op de website web.inter.nl.net/users/Paul.Treanor/streekvervoer.html, waarnaar klager heeft verwezen, staat de volgende tekst:
“Oproep tot staatsgreep: streekvervoer – Als het democratisch proces tot foute uitkomsten leidt, zoals slecht streekvervoer, dan moet het buiten werking gesteld worden. Een verzoek aan de legerleiding om de regering omver te werpen, en een goed stelsel van streekvervoer tot stand te brengen.”
Daaronder heeft klager een brief aan Luitenant-generaal Urlings gepubliceerd, waarin onder meer de volgende passage voorkomt:
“Ik verzoek je om een staatsgreep te plegen tegen het slechte streekvervoer. (...) Met staatsgreep bedoel ik, het met militair geweld omverwerpen van de democratisch gekozen regering.”
Tegen de achtergrond van deze oproep van klager is het niet onbegrijpelijk dat verweerders klagers standpunt over het streekvervoer kort hebben samengevat op de wijze als zij hebben gedaan. Er is geen grond voor de conclusie dat verweerders aldus journalistiek ontoelaatbaar hebben gehandeld. Dit onderdeel van de klacht is derhalve ongegrond.

 

Verder heeft klager betoogd dat verweerders onzorgvuldig hebben gehandeld door niet te vermelden dat Van Schaik oproepen tot geweld heeft verspreid. De Raad stelt voorop dat verweerders vrij zijn in hun selectie van nieuws. Niet is gebleken dat verweerders zó eenzijdig over het dispuut tussen klager en Van Schaik hebben bericht, dat zij daardoor klager (opzettelijk) hebben benadeeld.

Evenzeer ongegrond is klagers bezwaar tegen de zinsnede “Ook terroriseerde hij meerdere websitebeheerders die volgens hem racistische leuzen op hun sites hadden staan.” Uit de stukken blijkt genoegzaam dat klager veelvuldig reageert op uitingen die voorkomen op het internet. Zo heeft klager onder meer in een pamflet opgeroepen voor het huis van Van Schaik te demonstreren en heeft hij tegen enkele andere websitebeheerders aangifte gedaan. Dat een en ander is vervat in de metafoor dat klager ‘meerdere websitebeheerders terroriseerde’ is, mede bezien in de context van het gehele artikel en gelet op de wijze waarop klager zich onder meer op zijn eigen website uitlaat, niet journalistiek onzorgvuldig.

Ten slotte is de klacht gericht tegen de slotalinea van het artikel, waarin verweerders hebben bericht over de wijze waarop klager Het Parool heeft bejegend. Naar het oordeel van de Raad is deze passage, waarvan de juistheid niet door klager is betwist, in het kader van het artikel alleszins functioneel en niet ontoelaatbaar.

Een en ander leidt tot de slotsom dat verweerders geen grenzen hebben overschreden van hetgeen, gelet op de eisen van journalistieke verantwoordelijkheid, maatschappelijk aanvaardbaar is.

BESLISSING

De klacht is ongegrond.

De Raad verzoekt verweerders deze beslissing integraal of in samenvatting in Het Parool te publiceren.

Aldus vastgesteld door de Raad op 10 december 2004 door mr. A. Herstel, waarnemend voorzitter, drs. C.M. Buijs, mw. E.H.C. Salomons en drs. P. Sijpersma, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris.

Uitspraak 2004-92