2004/91 niet-ontvankelijk

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van

R. van Kleef

tegen

de hoofdredacteur van Panorama

Bij brief van 31 augustus 2004 met twee bijlagen heeft A. Kruis, directeur van het Anti Discriminatie Bureau Flevoland, namens R. van Kleef te Almere (klager) een klacht ingediend tegen de hoofdredacteur van Panorama (verweerder). Hierop heeft M. van der Werf, Juridische Zaken Sanoma Uitgevers B.V., geantwoord in een brief van 24 september 2004 met een bijlage.

De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 8 oktober 2004. Namens klager is daar S. Budak, werkzaam bij het Anti Discriminatie Bureau Flevoland, verschenen. Verweerder was niet aanwezig.

DE FEITEN

Op 9 juni 2004 is bij Panorama ‘Die Mannschaft Voodoo-pop’ gevoegd. Aan de lezer wordt gevraagd de pop te gebruiken bij de EK-voetbalwedstrijd Duitsland-Nederland op 15 juni 2004 en daarmee het Nederlands elftal te helpen de volgende wedstrijdronde te bereiken. De lezer wordt verzocht de naam te noemen van een Duitse voetballer, een speld in de pop te steken, vervolgens de volgende woorden uit te spreken: ‘Jij veroorzaakt straks een penalty voor Oranje!’, en dat ritueel twee keer te herhalen.

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Klager stelt dat verweerder met zijn actie de lezer heeft aangezet tot haat en aldus journalistiek onzorgvuldig heeft gehandeld. Klager heeft weliswaar de Nederlandse nationaliteit, maar zijn vader is Duitser. Bovendien voelt klager zich emotioneel gekwetst. Volgens klager is hij aldus persoonlijk in zijn belangen geschaad.

Verweerder stelt dat hij het voodoo-poppetje als een marketing actie heeft verspreid. De actie is niet serieus bedoeld en geeft een knipoog naar alle emoties rond het voetbal. Er wordt slechts opgeroepen tot het noemen van een Duitse speler met het oog op een te veroorzaken penalty. De actie is niet gericht tegen het hele Duitse volk. Van discriminatie of het aanzetten tot haat is geen sprake, aldus verweerder. Het is nooit zijn bedoeling geweest om met de actie mensen persoonlijk te beledigen.

BEOORDELING VAN DE ONTVANKELIJKHEID

Ingevolge artikel 2 lid 1 van het Reglement van de Raad komt slechts voor behandeling in aanmerking een klaagschrift dat is ingediend door een 'rechtstreeks belanghebbende'. Volgens het vaste oordeel van de Raad kan een klager als zodanig worden aangemerkt, indien zijn belang bij de gewraakte publicatie direct betrokken is en hij door die publicatie persoonlijk in zijn belang is geraakt.

Klager heeft betoogd dat hij in deze kwestie een rechtstreeks belang heeft bij een oordeel van de Raad, omdat zijn vader van Duitse afkomst is en hij zich emotioneel gekwetst voelt. Ter zitting heeft Budak daaraan toegevoegd dat klager meer in het algemeen belang beoogt acties als de onderhavige te voorkomen.
De Raad volgt klager niet in zijn betoog dat hij als ‘rechtstreeks belanghebbende’ kan worden aangemerkt. De door klager gestelde omstandigheden zijn daartoe ten enenmale onvoldoende. Klager is derhalve in zijn klacht niet-ontvankelijk (vgl. onder meer X tegen Stichting Teleac/NOT, RvdJ 2004/77).

BESLISSING

Klager is in zijn klacht niet-ontvankelijk.

De Raad verzoekt verweerder deze beslissing integraal of in samenvatting in Panorama te publiceren.

Aldus vastgesteld door de Raad op 24 november 2004 door mr. J.B. Fleers, voorzitter, T.G.G. Bouwman, drs. G.H.J.M. Bueters, mr. A. Herstel en mw. C.D. Smolders, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris.

Uitspraak 2004-91