2004/9 ongegrond

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van

de heer en mevrouw F. Willems

tegen

F. Lubbers en de hoofdredacteur van de Beiler Courant

Bij brief van 23 oktober 2003 met een bijlage heeft mr. P.C.H. van Schooten, advocaat te Assen, namens de heer en mevrouw F. Willems (klagers) een klacht ingediend tegen F. Lubbers en de hoofdredacteur van de Beiler Courant (verweerders). Hierop heeft J.J.M. van Velzen, hoofdredacteur, gereageerd in een brief met drie bijlagen, die door de Raad op 10 november 2003 is ontvangen.

De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 12 december 2003. Aan de zijde van klagers is daar F. Willems verschenen, vergezeld van A.G. Boverhuis. Namens verweerders was Van Velzen aanwezig. Willems heeft de klacht toegelicht aan de hand van een notitie.

Naar aanleiding van de ontstentenis van een der leden van de Raad hebben partijen desgevraagd laten weten geen bezwaar te hebben tegen behandeling van de zaak door de voorzitter en drie leden.

DE FEITEN

Op 9 september 2003 is in Klabats, het orgaan van de Milieufederatie Drenthe, een artikel verschenen onder de kop “Vraagtekens rond spoelplaats bloembollen”. Daarin komt de volgende zinsnede voor:
Omwonenden maken zich ongerust over deze ontwikkelingen en hebben bij de gemeente aan de bel getrokken.

Vervolgens is op 30 september 2003 in de Beiler Courant een artikel gepubliceerd onder de kop “Forse kritiek Milieufederatie op handelen bij spoelplaats – Biologische bloembollen voor Bolhuis”. Dit artikel bevat onder meer de volgende passage:
De Milieufederatie Drenthe schrijft in haar nieuwsbrief Klabats over een spoelplaats voor bloembollen aan het Oranjekanaal nabij Hijken. Omwonenden maken zich ongerust over de situatie bij die wasplaats.

Ten slotte is op 14 oktober 2003 in de Beiler Courant een artikel van de hand van Lubbers verschenen onder de kop “Berichtgeving Milieufederatie valt verkeerd bij kweker”. Het artikel gaat over bezwaren van kweker G. Veninga tegen het hierboven bedoelde artikel in Klabats, dat in de Beiler Courant is aangehaald. In het artikel worden J. van den Bergh, van de Milieufederatie Drenthe, en Veninga als volgt geciteerd:
Van den Bergh beaamt dat er is afgegaan op de melding van één persoon, terwijl er in het artikel wordt gerept over buurtbewoners. Het gaat in dit geval om recreatieondernemer Frans Willems, die bezwaren heeft gemaakt tegen de activiteiten die het bedrijf van Veninga ontplooit. ‘Voor zover wij weten gaat het om één persoon hier in de buurt die bezwaar maakt’, zegt Gert Veninga, ‘en dat is onze buurman Willems. Dan is het jammer dat er gerept wordt over buurtbewoners.’

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Klagers betogen dat zij door het artikel van 14 oktober 2003 in een verkeerd daglicht zijn geplaatst. Zij worden daarin genoemd, zonder dat hun wederhoor is geboden. Als klagers in de gelegenheid waren gesteld commentaar te geven, hadden zij kunnen uitleggen dat hun bezwaren niet zozeer zijn gericht tegen de activiteiten van Veninga, als wel tegen de wijze waarop het College van B&W van de gemeente Midden-Drenthe omspringt met wet- en regelgeving en ingediende zienswijzen. Verder hadden klagers in dat geval kunnen meedelen dat zij hebben geprobeerd met Veninga en de gemeente tot een oplossing te komen.
Door na te laten wederhoor toe te passen, hebben verweerders onzorgvuldig gehandeld, aldus klagers.

Verweerders stellen dat zij in het artikel van 14 oktober 2003 slechts de zakelijke mededeling hebben opgenomen dat Willems bij de Milieufederatie Drenthe heeft geklaagd. Deze mededeling is gedaan, omdat in het artikel van 30 september 2003 ten onrechte was vermeld dat ‘omwonenden’ zich ongerust maakten en aan de bel hadden getrokken. Willems speelt verder geen enkele rol in het beschreven meningsverschil tussen Veninga en de Milieufederatie. Volgens verweerders was het daarom niet nodig klagers wederhoor te bieden. Zij zien bovendien niet in dat klagers in een verkeerd daglicht zijn geplaatst.
Het bevreemdt dat klagers geen contact met Lubbers hebben opgenomen. Als de visie van klagers een andere kijk op de zaak zou hebben gegeven en nieuwswaarde zou hebben gehad, dan hadden zij daar zeker aandacht aan besteed, aldus verweerders.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

De klacht is gericht tegen de publicatie in de Beiler Courant van 14 oktober 2003. Dit artikel gaat in hoofdzaak over de bezwaren van Veninga tegen de berichtgeving van de Milieufederatie Drenthe in haar orgaan Klabats. In dat verband wordt aandacht besteed aan het dispuut tussen Veninga en de Milieufederatie inzake het aanleggen van een spoelbassin voor bloembollen door Veninga, en de rol die de overheid in die kwestie heeft gespeeld. Min of meer zijdelings is daarbij vermeld dat de heer Willems bezwaren zou hebben tegen de activiteiten van Veninga.

Volgens het vaste oordeel van de Raad dient een journalist bij het publiceren van ernstige beschuldigingen met bijzondere zorgvuldigheid te werk te gaan, hetgeen in het algemeen onder meer inhoudt het toepassen van wederhoor. In eerdere gevallen heeft de Raad geoordeeld dat een journalist óók wederhoor dient toe te passen, indien een betrokkene slechts zijdelings een rol speelt in de publicatie en daardoor wordt gediskwalificeerd (vgl. Van Heijningen tegen Van Harten en Algemeen Dagblad, RvdJ 2002/11 en Vogelzang tegen Sant, RvdJ 2001/50).

Het is niet onbegrijpelijk dat de publicatie klagers niet welgevallig is, nu zij daarin als ‘dwarsliggers’ worden gekenschetst. Zij wonen bovendien in een kleine gemeenschap, waarin de Beiler Courant wordt verspreid, en lopen daardoor kans dat zij op hun vermelding worden aangesproken. Het zou dan ook niet hebben misstaan, indien verweerders bij klagers wederhoor zouden hebben toegepast, al was het maar om ook hun kijk op de zaak te vernemen. Naar het oordeel van de Raad is hier echter geen sprake van een zodanige diskwalificatie van klagers dat met het achterwege laten van wederhoor jegens hen onzorgvuldig is gehandeld.

De slotsom is derhalve dat verweerders geen grenzen hebben overschreden van hetgeen, gelet op de eisen van journalistieke verantwoordelijkheid, maatschappelijk aanvaardbaar is.

BESLISSING

De klacht is ongegrond.

De Raad verzoekt verweerders deze beslissing integraal of in samenvatting in de Beiler Courant te publiceren.

Aldus vastgesteld door de Raad op 27 januari 2004 door mr. R.W.L. Loeb, voorzitter, drs. C.M. Buijs, mr. A. Herstel en mr. A.H. Schmeink, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris.

Uitspraak 2004-09