2004/88 niet-ontvankelijk

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van

R. Blöte

tegen

de hoofdredacteur van KRO’s Netwerk

Bij brief van 10 juli 2004 met drie bijlagen heeft R. Blöte te Wassenaar (klager) een klacht ingediend tegen de hoofdredacteur van KRO’s Netwerk (verweerder). Vervolgens heeft de secretaris van de Raad klager bij brief van 15 juli 2004 verzocht gemotiveerd aan te geven wat zijn rechtstreeks belang is bij een oordeel van de Raad. Klager heeft daarop geantwoord in een schrijven van 17 juli 2004. Mr. A.A.J. van Dijk, KRO mediastaf/Juridische Zaken, heeft op de klacht gereageerd bij brief van 6 augustus 2004.

De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 24 september 2004. Klager was daar aanwezig, vergezeld van zijn dochter A. Blöte.

DE FEITEN

In de zeventiger en tachtiger jaren van de vorige eeuw heeft de overheid in het kader van de ‘Beeldende Kunst Regeling’ (BKR) werken van kunstenaars aangekocht. De BKR is in 1987 door toenmalig minister van Cultuur E. Brinkman afgeschaft. De overheid heeft vervolgens, om af te komen van de kunstdepots, kunstenaars in de gelegenheid gesteld eigen werken terug te ontvangen. Toenmalig staatssecretaris A. Nuis zorgde ervoor dat de ontruiming van kunstdepots op gang kwam. Een selectiecommissie, onder voorzitterschap van L. van Weelde, beoordeelde welke werken voor het Rijk werden behouden en welke werken werden teruggegeven aan de kunstenaars.

Op 9 juni 2004 is in KRO’s Netwerk een reportage uitgezonden met de titel “’Goudmijn’ voor kunstenaars” (hierna: de uitzending). Daarin staat centraal de kunstenaar F. van der Horst, die enkele van zijn werken ophaalt bij de gemeente Arnhem. In dat kader is tevens aandacht besteed aan de geschiedenis van de BKR. Naast Van der Horst zijn ook voornoemde Brinkman, Nuis en Van Weelde aan het woord gelaten.

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Klager stelt dat hij een rechtstreeks belang heeft bij een oordeel van de Raad, omdat in de uitzending beelden zijn getoond van een manifestatie op het Binnenhof tegen afschaffing van de BKR en daarbij duidelijk zijn autobus in beeld is gebracht. Volgens klager weet zijn hele omgeving dat hij met die bus deelnam aan de manifestatie. Na de uitzending is hem van allerlei kanten gevraagd of zijn actie op het Binnenhof voor dit doel wel zin had.
Naar de mening van klager is in de uitzending ten onrechte een negatief beeld geschetst van de BKR. Klager vindt het met name kwalijk dat Van der Horst heeft gezegd: “Als ik een drol had ingeleverd, hadden ze die ook aangekocht.” Volgens klager had verweerder ook andere kunstenaars of een woordvoerder van hun vakbond aan het woord moeten laten.
Klager betoogt dat de uitzending beledigend is voor de hele groep van kunstenaars die aan de BKR heeft deelgenomen, omdat zij worden afgeschilderd als profiteurs van een belachelijke regeling. Door de uitzending is zijn hele creatieve verleden, inclusief zijn principiële deelname aan de BKR, in een kwalijk daglicht komen te staan, aldus klager.

Verweerder stelt dat klager niet-ontvankelijk is in zijn klacht. Dat klager indertijd actie voerde tegen de opheffing van de BKR, maakt hem niet een direct betrokkene bij iedere hem onwelgevallige uitzending over de BKR, aldus verweerder. In de uitzending is archiefmateriaal uit de jaren tachtig gebruikt, waaronder beelden van een demonstratie op het Binnenhof, in een context om aan te tonen dat er indertijd veel protest was tegen de afschaffing van de BKR. Het archiefmateriaal schetst een tijdsbeeld, zonder enige verwijzing naar klager. Ook overigens bevat de uitzending geen enkele verwijzing naar klager. Dat klager zich persoonlijk aangesproken voelt, betekent volgens verweerder niet dat klager persoonlijk in zijn belang is geraakt.

BEOORDELING VAN DE ONTVANKELIJKHEID

Ingevolge artikel 2 lid 1 van het Reglement van de Raad komt slechts voor behandeling in aanmerking een klaagschrift dat is ingediend door een \'rechtstreeks belanghebbende\'. Volgens het vaste oordeel van de Raad kan een klager als zodanig worden aangemerkt, indien zijn belang bij de gewraakte publicatie direct betrokken is en hij door die publicatie persoonlijk in zijn belang is geraakt.

Klager heeft betoogd dat hij in deze kwestie een rechtstreeks belang heeft bij een oordeel van de Raad, omdat zijn autobus in beeld is gebracht en zijn hele omgeving weet dat hij met die bus destijds deelnam aan de manifestatie op het Binnenhof tegen afschaffing van de BKR. Klager voelt zich door de uitzending in zijn belang geraakt, omdat de BKR belachelijk is gemaakt en hij daardoor, als deelnemer aan die regeling, in een negatief daglicht is komen te staan.
Alhoewel de Raad begrip heeft voor de gevoelens van klager, volgt de Raad klager niet in zijn betoog dat hij als ‘rechtstreeks belanghebbende’ kan worden aangemerkt. De door klager gestelde omstandigheden kunnen niet leiden tot het oordeel dat zijn belang direct betrokken is bij de uitzending. Ook overigens is van dergelijke omstandigheden niet gebleken. Klager is derhalve in zijn klacht niet-ontvankelijk (vgl. onder meer X tegen Stichting Teleac/NOT, RvdJ 2004/77).

BESLISSING

Klager is in zijn klacht niet-ontvankelijk.

De Raad verzoekt verweerder aan deze beslissing aandacht te besteden in een uitzending van KRO’s Netwerk dan wel deze beslissing integraal of in samenvatting op zijn website te publiceren.

Aldus vastgesteld door de Raad op 8 november 2004 door mw. mr. M.E. Leijten, voorzitter, mr. drs. M.M.P.M. Kreyns, drs. P. Sijpersma, mw. drs. B.L.W. Tillema en mr. drs. G.J. Wolffensperger, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris.

Uitspraak 2004-88