2004/86 gegrond deels gegrond

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van

H.W. Buitendijk

tegen

de vereniging De Evangelische Omroep c.q. de hoofdredacteur van EO-TweeVandaag
en tegen de hoofdredacteur van Dagblad van het Noorden

Bij brief van 6 april 2004 met diverse bijlagen heeft H.W. Buitendijk te Ter Apel (klager) een klacht ingediend tegen de vereniging De Evangelische Omroep en de hoofdredacteur van Dagblad van het Noorden. Vervolgens heeft de Raad nog een aantal brieven van bekenden van Buitendijk ontvangen. Die brieven zijn aan het dossier toegevoegd.
Mr. G. Rietkerk, hoofd Juridische Zaken en Mediabeleid van de vereniging De Evangelische Omroep (hierna: de EO), heeft op de klacht gereageerd bij verweerschrift van 8 juli 2004 met twee bijlagen.
E. van Dijk, adjunct-hoofdredacteur van Dagblad van het Noorden, heeft op de klacht gereageerd in een brief van 11 augustus 2004 met een bijlage.

De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 26 augustus 2004. Buitendijk is daar verschenen in aanwezigheid van A. Albrecht en S. Steenhuis, en heeft zijn klacht toegelicht aan de hand van een notitie. Aan de zijde van de Evangelische Omroep waren T. van der Ham en M. Beckmann, beiden redacteur, en voornoemde Rietkerk aanwezig. Namens de hoofdredacteur van Dagblad van het Noorden zijn voornoemde Van Dijk en G. Brouwer, redacteur, verschenen. Voorafgaand aan de zitting heeft de Raad de gewraakte uitzending van EO-TweeVandaag bekeken.

Naar aanleiding van de plotselinge ontstentenis van de voorzitter van de Raad hebben partijen desgevraagd laten weten geen bezwaren te hebben tegen behandeling van de zaak door een der leden als waarnemend voorzitter tezamen met de resterende leden.

DE FEITEN

Op 26 maart 2004 heeft de Evangelische Omroep in een uitzending van EO-TweeVandaag aandacht besteed aan een woongroep in Ter Apel (hierna: de uitzending). De intro van de uitzending luidt:
Groningse woongroep beschuldigd van kindermishandeling. Politie doet een onderzoek naar de religieuze groepering en haar leidster.
De uitzending wordt verder ingeleid als volgt:
Goedenavond. Ze noemt zichzelf Fee. Een naam die ze van God ontvangen zou hebben. En ze ziet zichzelf als een stofzuiger. Via goddelijke krachten die door haar heen werken moet ze andere mensen schoonmaken. Fee - haar echte naam is Marjolein Buitendijk - is leidster van een religieuze woongroep in het Groningse Ter Apel. Wat haar leer inhoudt blijft voor buitenstaanders onduidelijk. Feit is wel dat een aantal aanhangers haar inmiddels de rug heeft toegekeerd. Volgens hen zou de situatie in Ter Apel volledig uit de hand zijn gelopen. Afgelopen dinsdag meldden twee ex-leden van de omstreden groepering zich bij de politie. Ze maken onder meer melding van geestelijke en lichamelijke mishandeling van kinderen. Ze zeggen ook te vrezen voor het welzijn van de ruim vijftien kinderen die zich nog onder de hoede van Buitendijk bevinden. Haar voormalige aanhangers stellen dat de leefgemeenschap is uitgegroeid tot een gevaarlijke sekte, die geleid wordt door een psychisch labiele vrouw. Maar is dat ook zo? Ton van der Ham en Melliena Beckmann zochten haar op.
Klager is de vader van Marjolein Buitendijk en lid van de woongroep. Hij wordt in de uitzending aan het woord gelaten, net als zijn dochter en enkele andere leden van de woongroep. Daarnaast worden de in de inleiding bedoelde ex-leden, aan het woord gelaten alsmede B. Krol, die door de voice-over wordt aangeduid als ‘voorganger en deskundige op het gebied van sekten’.

Diezelfde dag is in Dagblad van het Noorden over de zaak bericht in twee artikelen van de hand van Brouwer onder de koppen “’Ze noemt zich de vrouw van God’” respectievelijk “’In Ter Apel is bij sekte vrouw gedood’”. Het laatstbedoelde artikel is in een andere editie van Dagblad van het Noorden verschenen onder de kop “Ex-bewoner rept over kindermishandeling, misbruik en hersenspoelen in sektarische woongemeenschappen”. De lead van dat artikel luidt:
In twee woongemeenschappen in Ter Apel en in Bunde Dollart in Duitsland worden kinderen mishandeld, misbruikt en gehersenspoeld in een omgeving die veel weg heeft van een sekte. Dat zegt Bart Kiviet uit Delfzijl, die er zelf ruim zeven jaar woonde. Door een ander wordt melding gemaakt dat er een vrouw onder verdachte omstandigheden dood is gegaan in de woongemeenschap in Ter Apel.
Het slot van dat artikel luidt:
De beschuldiging van moord op een vrouw die in de woongemeenschap in Ter Apel woonde is volgens Henk Buitendijk absurd. “Toen Ans voor de badkamer liggend werd aangetroffen was zij al overleden. De huisarts was binnen een kwartier aanwezig. Ans had een hartaanval gehad. Haar achterkant nek en rug zaten vol blauwe plekken.”

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Ter zake van de uitzending stelt klager – kort samengevat – dat sprake is van onjuiste, eenzijdige en suggestieve berichtgeving, die is gebaseerd op onbetrouwbare bronnen.
Eén van de geïnterviewde ex-leden van de woongroep is in een juridische procedure verwikkeld met een lid van de woongroep inzake de voogdij over hun zoon. De EO is door dit ex-lid gebruikt om zijn persoonlijke vete uit te vechten, aldus klager. Een ander geïnterviewd ex-lid is uit de woongroep gezet en is om die reden geen betrouwbare bron. Verder heeft de ‘sektedeskundige’ zijn uitlatingen gebaseerd op de door de EO gemaakte opnamen. De deskundige heeft de woongroep niet zelf bezocht en heeft aldus niet op zorgvuldige wijze zijn mening over de woongroep gevormd.
In de uitzending zijn diverse onjuiste, ernstige beschuldigingen aan het adres van de woongroep geuit. Onder meer is de woongroep beschuldigd van kindermishandeling, maar daarvan is in het geheel geen sprake. De kinderen in de woongroep krijgen af en toe een corrigerende tik, maar dat is geen grond voor het doen van zo een ernstige beschuldiging. Ook is ten onrechte gesuggereerd dat de dochter van klager alcoholiste zou zijn.
Bovendien heeft de EO onvoldoende wederhoor toegepast. In ieder geval heeft de EO bepaalde positieve uitlatingen van leden van de woongroep niet in de uitzending opgenomen, waardoor een eenzijdig, negatief beeld van de woongroep is geschetst. Daarnaast heeft de EO diverse afspraken geschonden, bijvoorbeeld over het in beeld brengen van bepaalde personen.
Klager concludeert dat de EO door een en ander onzorgvuldig over de woongroep heeft bericht.
Met betrekking tot de publicatie in Dagblad van het Noorden stelt klager – kort samengevat – dat sprake is van suggestieve berichtgeving. Ten onrechte is de indruk gewekt dat een lid van de woongroep zou zijn vermoord. Het artikel bevat aldus zeer ernstige, ongefundeerde beschuldigingen, aldus klager. Dagblad van het Noorden heeft nagelaten die beschuldigingen bij bijvoorbeeld de politie te verifiëren.

De EO vraagt zich allereerst af of klager in zijn klacht ontvankelijk is. Verder meent de EO dat de Raad niet bevoegd is over de klacht te oordelen voor zover deze tegen haar is gericht, omdat onder het begrip ‘journalist’ in de zin van de Statuten geen rechtspersoon kan worden verstaan.
De EO stelt voorts dat over de woongroep niet kritiekloos is bericht, maar dat dat ook niet van haar mag worden gevraagd. Zij is in de gebruikte bewoordingen terughoudend geweest. Verschillende meningen zijn tegenover elkaar gezet en het is aan de kijker om conclusies te trekken, aldus de EO. Bij de selectie van het materiaal is onder meer gelet op de relevantie en de resultaten van de voorafgaande research bij ex-leden, politie, scholen, Raad voor de Kinderbescherming en huisartsen. Bepaald gevoelig materiaal, zoals uitlatingen van kinderen, is uit zorgvuldigheid weggelaten. De passages die negatief zijn voor de woongroep betreffen met name de uitspraken van de leden van de woongroep zelf.
Verder stelt de EO dat het verhaal van het ex-lid dat betrokken is bij de voogdijzaak, uitvoerig is gecheckt bij andere ex-leden en bij diverse instanties. De ex-leden bevestigden allen het verhaal. De instanties wilden niet reageren, of wisten niet wat ze ervan moesten denken, hadden op zich geen signalen dat het fout zat, of wilden bevestigen noch ontkennen. Het beeld van de instanties bood niet erg veel houvast. Door de woongroep verstrekte documenten zijn bestudeerd, maar wierpen volgens de EO geen ander licht op de zaak.
De geïnterviewde deskundige is theoloog. Hij heeft zich in meerdere sekten verdiept en is diverse keren door politie en justitie geconsulteerd. Er is geen reden om aan zijn deskundigheid te twijfelen. Op basis van het ruwe opnamemateriaal was hij in staat om te komen tot de beoordeling die hij heeft gegeven. Volgens de EO was zij niet verplicht klager te informeren over de betrokkenheid van de deskundige. Voorts betwist de EO dat bepaalde door klager gestelde afspraken zijn gemaakt en/of geschonden.
Bovendien is op correcte wijze wederhoor toegepast. Aan de woongroep is een videoband getoond met daarop de geuite beschuldigingen. De reactie van de leden van de woongroep is gefilmd en verwerkt in de uitzending.
Ter zitting voegt Rietkerk hieraan toe dat aan journalisten moet worden overgelaten hoe zij journalistiek bedrijven en feiten boven water halen. Feiten in de uitzending zijn de beschuldigingen die aan het adres van de woongroep zijn geuit en de reactie daarop van de woongroep. Het is aan de kijker om een en ander te interpreteren. Niet ieder onderzoek leidt tot een objectieve, ware conclusie. Soms blijven meningen tegenover elkaar staan. De aanleiding van de uitzending was de aangifte van kindermishandeling door de woongroep, die door een aantal ex-leden is gedaan. Die aangifte was journalistiek relevant en is daarom ook in de uitzending opgenomen.

De hoofdredacteur van Dagblad van het Noorden stelt dat Brouwer op verzoek van de leden van de woongroep naar hun adres in Duitsland is gekomen om hun verhaal op te tekenen. Brouwer heeft daarbij te kennen gegeven dat hij hoor en wederhoor zou toepassen. Overigens heeft Brouwer de Raad voor de Kinderbescherming, de politie en de EO om een reactie gevraagd.
De beschuldiging van moord komt uit een brief die door de dochter van klager is geschreven. De redactie heeft een kopie van die brief van klager ontvangen. Bovendien is de reactie van klager op die beschuldiging in het artikel opgenomen.

BEOORDELING VAN DE ONTVANKELIJKHEID

Ter zitting heeft klager de Raad verzocht het klaagschrift met bijlagen en de naderhand door bekenden van hem aan de Raad toegestuurde brieven op te vatten als een klacht van klager met diverse steunbetuigingen. Klager kan – als lid van de woongroep en als geïnterviewde – als ‘rechtstreeks belanghebbende’ worden beschouwd in de zin van het Reglement van de Raad en is derhalve in zijn klacht ontvankelijk.

BEOORDELING VAN DE BEVOEGDHEID

In artikel 4 lid 2 van de Statuten is bepaald dat onder journalist wordt verstaan: ‘degene die, hetzij in dienstverband, hetzij als zelfstandige, er zijn hoofdberoep van maakt mede te werken aan de redactionele leiding of redactionele samenstelling van publiciteitsmedia, waaronder (...) programma\'s die worden verspreid door radio of televisie, voor zover deze bestaan uit nieuws, reportages, beschouwingen of rubrieken van informatieve aard (...)’.
Volgens artikel 4 lid 4 van de Statuten worden voorts als journalist beschouwd de bij de in lid 2 genoemde publiciteitsmedia werkzame eigenaren-hoofdredacteuren en eigenaren- redacteuren en – indien het publiciteitsmedium wordt uitgegeven casu quo wordt verzorgd door een rechtspersoon – directeuren of directeuren-redacteuren.

Indien een klager zijn klacht heeft gericht tegen een bepaald medium, wordt die klacht door de Raad opgevat als te zijn gericht tegen de hoofdredacteur van dat medium. Alleen indien uit de inhoud van de klacht volgt dat het niet klagers bedoeling is deze te richten tegen degene die verantwoordelijk is voor de uitzending of publicatie zal dat anders kunnen zijn, maar daarvan is in het onderhavige geval geen sprake. In het onderhavige geval is de klacht doorgestuurd aan de hoofdredactie van EO-TweeVandaag en de hoofdredactie van Dagblad van het Noorden met het verzoek op de klacht te reageren.

De Raad acht zich derhalve bevoegd over de klacht te oordelen.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

voor zover gericht tegen de EO c.q. de hoofdredacteur van EO-TweeVandaag

Uit hetgeen klager naar voren heeft gebracht, maakt de Raad op dat de kern van zijn klacht – waartoe de Raad zich in zijn oordeel zal beperken – bestaat uit de volgende onderdelen:
1. Ten onrechte is de indruk gewekt dat klager, althans zijn woongroep, zich schuldig heeft gemaakt aan kindermishandeling.
2. Er is een eenzijdig en ten onrechte overwegend negatief beeld van de woongroep van klager geschetst.

De Raad stelt voorop dat bij berichtgeving die ernstige beschuldigingen bevat, een journalist met bijzondere zorgvuldigheid te werk moet gaan. In de uitzending wordt ten aanzien van de beschuldiging van kindermishandeling onder meer door een aantal geïnterviewden gezegd dat kinderen ‘een flinke mep’ kregen en dat ‘sommigen soms echt stonden te duizelen’. Door de voice-over wordt bericht dat ‘kinderen zouden worden geslagen, zonder dokterstoezicht medicijnen toegediend krijgen en gedwongen worden rauw vlees te eten’. Verder bevat de uitzending onder meer de volgende passage:
M. Beckmann: “We hebben met een aantal kinderen gesproken daar. Toen wij vroegen van nou worden jullie geslagen zeiden ze allemaal nee.
B. Krol: “Nee natuurlijk. Ze zijn allemaal geïnstrueerd Maar ze zullen allemaal geslagen worden want dat ligt ingebed in hun theologie, hun filosofie. Dat kan niet anders, dat heeft ze eerlijk gezegd. Je moet op dat bepaalde punt op het hoofd slaan want anders gaat het fout met die kinderen.
De Raad is van oordeel dat de vormgeving van de uitzending – de wijze van presenteren van feiten en meningen in combinatie met de montage van de beelden – de kijker weinig ruimte laat voor een andere conclusie dan dat in de woongroep van klager sprake was van kindermishandeling. Voor een dergelijke zeer ernstige beschuldiging aan het adres van klager c.q. zijn woongroep is bij uitstek een deugdelijke grondslag vereist (vgl. onder meer: Holland Casino tegen Middelburg en Van Gruijthuijsen, RvdJ 2004/64 en X tegen de vereniging De Evangelische Omroep en de hoofdredacteur van EO-TweeVandaag, RvdJ 2004/45).

De beweringen zijn kennelijk voornamelijk gebaseerd op uitlatingen van ex-leden van de woongroep die ten tijde van de opnamen met (leden van) de woongroep in dispuut zijn. Geschillen, en zeker sterk door emoties bepaalde en vaak diep ingrijpende geschillen als de onderhavige, laten zich over het algemeen niet op een verantwoorde wijze beschrijven aan de hand van de feiten zoals deze door een der partijen gepresenteerd worden (vgl. Hamouda tegen Dagblad van het Noorden, RvdJ 2004/3). Daarom kunnen vraagtekens worden geplaatst bij de betrouwbaarheid van een dergelijke bron als brenger van objectieve feiten.

Afgezien van één ‘deskundige’, die kennelijk niet zelf met klager of andere leden van de woongroep heeft gesproken, zijn geen autoriteiten aan het woord gelaten. Daarbij komt dat de EO zelf in haar verweer heeft gesteld dat ‘de instanties niet wilden reageren, of niet wisten wat ze ervan moesten denken, op zich geen signalen hadden dat het fout zat, of wilden bevestigen noch ontkennen’ en dat ‘het beeld van de instanties niet erg veel houvast bood’. Desgevraagd heeft Van der Ham ter zitting nog meegedeeld dat hij niet verder heeft onderzocht wat met de aangifte bij de politie is gebeurd, nadat die door de ex-leden is gedaan.

Door toch te berichten over de beschuldiging van kindermishandeling op de wijze zoals zij heeft gedaan, heeft de EO onevenwichtig en daardoor onzorgvuldig over klager en zijn woongroep bericht. Op dit punt in de klacht derhalve gegrond.

De wijze waarop overigens in de uitzending over de woongroep van klager is bericht, acht de Raad echter niet onzorgvuldig. De uitzending bevat enkele uitspraken over de woongroep, waarvan de juistheid op details kan worden betwist. Deze uitspraken en de daaraan verbonden kwalificaties, interpretaties en conclusies, acht de Raad echter niet van een zodanige ernst dat publicatie ervan niet had mogen plaatsvinden. De Raad neemt daarbij mede in aanmerking dat bij leden van de woongroep wederhoor is toegepast en dat niet is gebleken dat de EO bewust positieve uitlatingen over de woongroep heeft weggelaten.

BEOORDELING VAN DE KLACHT
voor zover gericht tegen de hoofdredacteur van Dagblad van het Noorden

De Raad heeft deze klacht aldus opgevat dat de kern is dat in de kop “’In Ter Apel is bij sekte vrouw gedood’” ten onrechte is gesuggereerd dat de woongroep van klager schuldig is aan moord. De Raad zal zich hiertoe in zijn oordeel beperken.
Naar het oordeel van de Raad kan de kop moeilijk anders worden begrepen dan als bericht dat klagers woongroep actief betrokken is geweest bij het overlijden van een vrouwelijk lid van de woongroep. Dit bericht werpt een zodanige smet op de woongroep van klager, dat het niet zonder deugdelijke feitelijke grondslag gepubliceerd had mogen worden. Een dergelijke grondslag ontbreekt echter. Met de publicatie van de kop hebben verweerders derhalve grenzen overschreden van hetgeen, gelet op de eisen van journalistieke verantwoordelijkheid, maatschappelijk toelaatbaar is. Overigens heeft Van Dijk ter zitting desgevraagd erkend dat het wellicht beter zou zijn geweest, indien een minder stellige kop boven het artikel zou zijn geplaatst, hetgeen in een andere editie van Dagblad van het Noorden ook is gebeurd.

BESLISSING

De klacht gericht tegen de EO c.q. de hoofdredacteur van EO-TweeVandaag is gegrond voor zover is bericht over vermeende betrokkenheid van klager, althans zijn woongroep, bij kindermishandeling. Voor het overige is de klacht ongegrond.
De Raad verzoekt de EO c.q. de hoofdredacteur van EO-TweeVandaag deze beslissing integraal of in samenvatting op hun website te publiceren.

De klacht gericht tegen de hoofdredacteur van Dagblad van het Noorden is gegrond.
De Raad verzoekt de hoofdredacteur van Dagblad van het Noorden deze beslissing integraal of in samenvatting in Dagblad van het Noorden te publiceren.

Aldus vastgesteld door de Raad op 5 november 2004 door prof. drs. E. van Thijn, waarnemend voorzitter, drs. G.H.J.M. Bueters, mw. F.W. Dresselhuys en mr. drs. M.M.P.M. Kreyns, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris.

Uitspraak 2004-86