2004/85 ongegrond

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van

J. van Zinderen

tegen

de hoofdredacteur van de Leeuwarder Courant

Bij brief van 15 juli 2004 met twee bijlagen heeft J. van Zinderen te Vledder (klager) een klacht ingediend tegen de hoofdredacteur van de Leeuwarder Courant (verweerder). Hierop heeft S.J. van der Meulen, adjunct-hoofdredacteur, geantwoord in een brief van 26 juli 2004.

De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 3 september 2004 buiten aanwezigheid van partijen.

DE FEITEN

Klager heeft naar aanleiding van een bericht over preventief fouilleren in de trein een ingezonden brief ter plaatsing aangeboden in de rubriek ‘Ingezonden’. Deze brief, met de kop ‘Fouilleren in de trein’, bevatte de volgende openingszin:
Aanranden, dat is dat de betrokkene, het slachtoffer, de vernedering moet ondergaan, dat haar of zijn lichaam, tegen haar of zijn wil, door een wildvreemd persoon wordt betast en bevoeld.

De brief is gepubliceerd in de rubriek ‘Ingezonden’ van de Leeuwarder Courant waarbij de eerste zin is gewijzigd. De brief is voorzien van de kop ‘Fouilleren’. De eerste zin luidde als volgt:
Aanranden, dat is wat de betrokkene moet ondergaan, wanneer haar of zijn lichaam tegen haar of zijn wil door een wildvreemd persoon wordt betast.
Verder is de ingezonden brief ongewijzigd gepubliceerd.

Klager heeft zijn onvrede over de wijzigingen in zijn bijdrage aan de redactie kenbaar gemaakt. Op 1 juli 2004 heeft H. Willems, redacteur van de Leeuwarder Courant, schriftelijk gereageerd op deze kritiek.

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Klager stelt af en toe een bijdrage te schrijven voor de rubriek ‘Ingezonden’ van de Leeuwarder Courant. Hierbij is het volgens hem herhaaldelijk voorgekomen dat er in zijn tekst iets werd veranderd. Laatstelijk is dit gebeurd in zijn bijdrage over fouilleren in de trein. Volgens klager heeft hij in zijn stukje de vergelijking willen maken tussen aanranden en fouilleren. Hierbij heeft hij een aantal essentiële woorden gebruikt in identieke constructies. Bij publicatie zijn de woorden ‘slachtoffer’ en ‘vernedering’ weggelaten waardoor de vergelijking is verdwenen en de strekking van zijn betoog is tenietgedaan, aldus klager. Hij hoopt door middel van zijn klacht van de Raad uitsluitsel te krijgen over de vraag wat er met de tekst van een ingezonden brief wel of niet mag worden gedaan.

Verweerder stelt dat klager in hoofdzaak antwoord verlangt op de vraag ‘wat er met de tekst van een ingezonden brief wel of niet mag worden gedaan’. Volgens verweerder laat de Leeuwarder Courant voor wat betreft haar beleid ten aanzien van ingezonden brieven daarover geen twijfel bestaan. In een begeleidend kader in de rubriek ‘Ingezonden’ staat elke keer de regel “Inzendingen kunnen worden ingekort”. Het inkorten van een brief is feitelijk het redigeren daarvan, aldus verweerder. Het is voor de redactie uitgangspunt dit redigeren zo zorgvuldig en vakkundig te verrichten dat de bedoeling en strekking van de oorspronkelijke tekst behouden blijven en daarmee dus de mening of het oordeel van de auteur wiens naam in de krant wordt vermeld. Verweerder is van oordeel dat in het geval van de brief van klager niet van dit uitgangspunt is afgeweken. De tekst in de krant is een zorgvuldig geredigeerde versie van de brief van klager.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

De kern van de klacht is dat verweerder zodanige veranderingen heeft aangebracht in een ingezonden brief van klager dat daardoor de strekking van het betoog van klager zou zijn tenietgedaan.

Volgens het vaste oordeel van de Raad heeft een redactie in beginsel de vrijheid om ingezonden brieven in te korten of te redigeren. Bij het gebruikmaken van dit recht dient te worden voorkomen dat afbreuk wordt gedaan aan de inhoud of de strekking van de ingezonden brief. (vgl. onder meer: Verkijk tegen Nieuwe Ooststellingwerver, RvdJ 2002/05 en Pels tegen de Volkskrant, RvdJ 2001/40).

In de eerste zin van de ingezonden brief van klager zijn weliswaar wijzigingen aangebracht, maar de Raad deelt niet de opvatting van klager dat het weglaten van de woorden ‘slachtoffer’ en ‘vernedering’ afbreuk heeft gedaan aan de inhoud of de strekking van zijn schrijven. Klager wilde in zijn brief een vergelijking maken tussen aanranden en fouilleren. Deze vergelijking en daarmee de strekking van het betoog van klager is volledig overeind gebleven, ondanks de wijzigingen die door verweerder zijn aangebracht.

Derhalve kan niet worden geoordeeld dat verweerder grenzen heeft overschreden van hetgeen, gelet op de journalistieke verantwoordelijkheid, maatschappelijk verantwoord is.

BESLISSING

De klacht is ongegrond.

De Raad verzoekt verweerder deze beslissing integraal of in samenvatting in de Leeuwarder Courant te publiceren.

Aldus vastgesteld door de Raad op 5 november 2004 door mr. J.B. Fleers, voorzitter, drs. C.M. Buijs, prof. dr. mr. B. de Gaay Fortman, mr. A. Herstel, mw. C.J.E.M. Joosten, leden, in tegenwoordigheid van mr. M.M.S. van den Berg, secretaris.

Uitspraak 2004-85