2004/82 ongegrond

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van

N. de Jonge-Midde, h.o.d.n. Le Garçon

tegen

de hoofdredacteur van het Algemeen Dagblad

Bij brief van 10 juli 2004 met vijf bijlagen heeft G.S. de Jonge namens N. de Jonge-Midde te Nieuwerkerk a/d IJssel (klaagster) een klacht ingediend tegen de hoofdredacteur van het Algemeen Dagblad (verweerder). Hierop heeft J. Bonjer, hoofdredacteur, geantwoord in een brief van 4 augustus 2004 met tien bijlagen.

De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 26 augustus 2004. G.S. de Jonge was daar aanwezig, vergezeld van C.F. Riethof, en heeft de klacht toegelicht aan de hand van een notitie. Namens verweerder zijn R. Vermeulen, adjunct-hoofdredacteur, en P. Hovius, redacteur van de redactie Uw Goed Recht, verschenen.

Naar aanleiding van de plotselinge ontstentenis van de voorzitter van de Raad, hebben partijen desgevraagd laten weten geen bezwaren te hebben tegen behandeling van de zaak door een der leden als waarnemend voorzitter tezamen met de resterende leden.

DE FEITEN

Op 3 juni 2004 heeft Hovius tezamen met J.W.M. Gouda in het kader van de zogeheten ‘Nationale Haringtest’ de haringkraam van klaagster, Haringkraam Le Garçon, bezocht.

Vervolgens heeft Hovius in een brief van 21 juni 2004 aan klaagster bericht:
Het Algemeen Dagblad heeft onlangs traditiegetrouw onderzoek gedaan naar de kwaliteit van de Hollandse Nieuwe. In het kader van deze 22ste Nationale Haringtest zijn ook bij uw bedrijf een aantal haringen gekocht. Deze zijn sensorisch beoordeeld door keurmeester M. Gouda. Microbiologisch onderzoek werd verricht door het door de Raad voor Accreditatie geaccrediteerde LabCo te Europoort Rotterdam.
Ik zend u hierbij ter inzage de concepttekst met betrekking tot de bij u gekochte haring, alsmede een korte uitleg hoe de test tot stand komt.
Ik wil u graag in staat stellen, indien u daar behoefte aan heeft, tot het geven van een korte reactie. Deze zal dan in al dan niet geredigeerde vorm worden verwerkt in een algemeen verhaal met reacties.(...)

Hierop heeft G.S. de Jonge gereageerd bij brief van 23 juni 2004. De Jonge heeft daarin onder meer aan Hovius geschreven:
Op donderdag 3 juni bracht u een bezoek aan onze haringkraam. Wij zagen dat er door één van de twee mannen door middel van een digitale temperatuur meting werd gedaan. Omdat wij zagen dat de afstand tussen de digitale thermometer en de haringen te groot was, namelijk meer dan een meter en zodoende er teveel omgevingstemperatuur werd gemeten, namen wij met onze geijkte digitale thermometer ook een meting. Onze meter vermelde 10,4 graden Celsius, dit hebben wij aan de door u gestuurde mannen getoond.
Toen wij op vrijdag 4 juni 2004 een bezoek kregen van de VWA (
Voedsel en Waren Autoriteit), gestuurd door u, constateerde deze dat er voldoende maatregelen in het kader van de hygiëne waren genomen, maar dat de temperatuur van haringen toch een 2-tal graden te hoog was. Hiervan is een proces-verbaal opgemaakt en dit heeft er toe geleid dat wij gestopt zijn met onze activiteiten. (...)
Wij hechten veel waarde aan perfecte hygiënische omstandigheden en een goede schoongemaakte haring. En hebben daarvoor de volgende maatregelen genomen: (...)
 De haringen worden ter plekke schoongemaakt en de schoongemaakte haringen (nooit meer dan 10) liggen in een bak op ijsschaafsel.
 Wij hebben de beschikking over een vries- en koelcel.
 Achter de kraam bevindt zich een koelkast. (...)
Onze klachten willen een zachte niet te lang doorgepekelde haring. Deze haringen zijn wat zachter dan doorgepekelde haringen (u noemt dit papperig).
Over smaak valt niet te twisten. Onze klanten waarderen de smaak van de door ons verkochte haringen. (...) “Als uw keurmeester (ze zijn éénlingen) onze haringen niet lekker vindt, moet hij ze niet bij ons kopen.” (...)
Onze haringkraam is een verschrikkelijk uit de hand gelopen hobby. Deze hobby nemen wij erg serieus. Dit is de reden dat wij het niet kunnen accepteren dat een media welke uit is op sensatie zonder enige meerwaarde (verkoop van veel krantjes) ons bedrijfje (en voor ons al vele anderen) kapot heeft gemaakt.

Op 3 juli 2004 is in het Algemeen Dagblad een aantal artikelen aan de resultaten van de ‘Nationale Haringtest’ gewijd. Onder meer is een ranglijst van beoordeelde ondernemingen gepubliceerd, die loopt van 1 (beste beoordeling) tot en met 85 (slechtste beoordeling). Van de haringen zijn de smaak, hygiëne en presentatie beoordeeld; aan de smaak is een rapportcijfer gegeven; de rijping en schoonmaak zijn beoordeeld; het gewicht, de prijs per stuk en de temperatuur zijn vermeld; de bacteriologische gesteldheid is beoordeeld; er is een conclusie aan de beoordeling verbonden en ten slotte is een eindcijfer gegeven.
De haringkraam van klaagster is op nummer 59 geplaatst. Onder ‘beoordeling op smaak, hygiëne en presentatie’ is vermeld: “Opperhuid, graten, ingewanden. Niet fris en zilt, maar papperig en week. Alles ligt ongekoeld!” Verder staat onder ‘Conclusie’: “Middeleeuwse toestanden! Keuringsdienst van Waren heeft al ‘passende maatregelen’ genomen. Eigenaar heeft kraam gesloten.
In het artikel “’Ik laat de smaak wel aan m’n klanten over!’”, dat reacties van geteste bedrijven bevat, is als reactie van Haringkraam Le Garçon vermeld:
Wij leveren een perfecte zeegekaakte haring. Als uw keurmeester die niet lekker vindt, moet hij niet bij ons kopen. Wij kunnen niet accepteren dat een krant die uit is op sensatie ons bedrijfje kapot maakt. Na het bezoek van de Keuringsdienst hebben wij besloten de verkoop vrijwillig te beëindigen. Het wordt ons niet gegund.

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Klaagster stelt dat over haar haringkraam ten onrechte negatief en onjuist is bericht. Zij meent dat bij de publicatie van een warenonderzoek als het onderhavige de juiste feiten moeten worden weergegeven. Dat is hier niet gebeurd, aldus klaagster.
Volgens haar is ten onrechte vermeld dat ‘alle haringen ongekoeld liggen’. Alle haringen lagen gekoeld en er was slechts een klein aantal, te weten dat bestemd was voor de directe verkoop, onafgedekt, aldus klaagster. Ter zitting heeft De Jonge hieraan toegevoegd dat de keurmeester en de journalist van het Algemeen Dagblad de emmers met haringafval, die niet gekoeld stonden, waarschijnlijk hebben aangezien voor emmers met niet schoongemaakte haringen. Van buitenaf is niet te zien welke inhoud een emmer heeft. De emmers met haringen stonden wel degelijk in een koelkast achter de kraam en in een koelcel. Als de journalist navraag had gedaan, had hem ter zake uitleg gegeven kunnen worden.
Klaagster acht voorts onjuist dat in het artikel is vermeld dat de temperatuur van de door haar verkochte haringen 17,9°C bedroeg. Volgens haar meting bedroeg die temperatuur 10,4°C, hetgeen zij aan de keurmeester en de journalist heeft laten zien. Bovendien werd door de controleur van de Voedsel en Waren Autoriteit een dag later onder dezelfde omstandigheden 11°C gemeten, aldus klaagster. Volgens haar vindt de Keuringsdienst een temperatuur tussen 7 en 9°C acceptabel, geeft de dienst een waarschuwing als de temperatuur tussen 9 en 11°C is, en maakt de dienst bij een temperatuur boven 11°C proces-verbaal op.
Verder meent klaagster dat verweerder ten onrechte heeft gesproken over ‘middeleeuwse toestanden’, aangezien haar kraam is voorzien van de modernste attributen. Ten slotte is ten onrechte een prijs van € 1,70 vermeld, omdat zij haar haringen voor € 1,60 verkocht.
Klaagster betoogt dat aldus sprake is van onzorgvuldige berichtgeving waardoor haar onderneming ten onrechte in een verkeerd daglicht is gezet.

Verweerder stelt voorop dat het Algemeen Dagblad al 22 jaar onderzoek doet naar de kwaliteit van de Hollandse Nieuwe, zoals die aan het begin van het seizoen aan de consument wordt aangeboden. Aan dit onderzoek werkt een onafhankelijk keurmeester mee en voor het microbiologisch onderzoek wordt een geaccrediteerd laboratorium ingeschakeld. In de loop der jaren heeft het Algemeen Dagblad zich grote kennis eigen gemaakt over het product haring en over de gang van zaken bij de visdetailhandel. Hovius heeft daartoe onder andere een cursus ‘omgaan met haring’ gevolgd. Vaak komt vast te staan dat in de branche onvoldoende zorgvuldig met de Hollandse Nieuwe wordt gewerkt. De consument daarop te attenderen en de branche een spiegel voor te houden zijn de grondslagen van de test, aldus verweerder. Op (de publicatie van) de testresultaten wordt vaak verontwaardigd gereageerd door de beoordeelde ondernemingen.
Bij het bezoek aan de haringkraam van klaagster verbaasden keurmeester Gouda en verslaggever Hovius zich over het primitieve karakter van het verkooppunt. Bovendien was onmiddellijk duidelijk dat niet aan de normen van de Warenwet werd voldaan. Zo lag bijvoorbeeld alle voor onmiddellijke verkoop bestemde haring ongekoeld en onafgedekt. Volgens verweerder bleek verder uit een temperatuurmeting, verricht onmiddellijk na aankoop door de keurmeester met een geijkte steekthermometer en buiten aanwezigheid van de detaillist, dat de temperatuur van de verkochte haring 17,9°C bedroeg. De wettelijk toegestane norm is maximaal 7°C, hetgeen is vermeld in de ‘Hygiënecode voor de Visdetailhandel’: “Verse producten moeten worden gekoeld op maximaal 7°C. Dit is de wettelijke eis die wordt gesteld aan alle producten die u hebt opgeslagen en uitgestald. Koeling door alleen scherfijs te gebruiken, is toegestaan als daarmee de producttemperatuur onder de 7°C blijft. De adviestemperatuur voor de meeste producten is 0-2°C.” Een en ander was aanleiding om een klacht in te dienen bij de alarmlijn van de Keuringsdienst van Waren. Verweerder wijst verder op een brief van keurmeester Gouda van 27 juli 2004, waarin deze onder meer verklaart: “Nadat wij de als verkooppunt ingerichte tent waren binnengegaan, viel mij op dat de voor onmiddellijke verkoop bestemde haring niet gekoeld en niet afgedekt op een schaal lag. Van, zoals Le Garçon stelt, koeling door middel van een schaal met ijs heb ik niets gezien. Onmiddellijk na aankoop van de haring heb ik met behulp van een geijkte steekthermometer de temperatuur gemeten. De gemeten temperatuur bedroeg 17,9°C, waar de wet een maximumtemperatuur van 7°C voorschrijft. Voor de rest viel mij op dat er emmers met nog niet schoongemaakte haring buiten de koeling stonden. Ook elders in de tent stonden ongekoeld bakken met haring. (...) Het verhaal heb ik voor publicatie ingezien. De tekst over Le Garçon was voor mij een getrouwe weergave van de werkelijkheid en vormde voor mij geen aanleiding daar op- en of aanmerkingen over te maken.” Voorts wijst verweerder op een brief van de Voedsel en Waren Autoriteit aan Hovius van 9 juni 2004, waarin is bericht dat ‘de klacht gegrond was’ en ‘tegen het verantwoordelijke bedrijf passende maatregelen zijn genomen’. Uit de ter plekke opgemaakte administratie blijkt bovendien dat de haringen per stuk € 1,70 kostten en dat in de aanbieding voor vier haringen € 6,70 is betaald. Het kan zijn dat klaagster op een later tijdstip de verkoopprijs naar beneden heeft bijgesteld, aldus verweerder.
Hij stelt verder dat alle bij het onderzoek betrokken ondernemingen vóór publicatie op de hoogte zijn gesteld van de testresultaten en in de gelegenheid zijn gesteld daarop een reactie te geven. Klaagster heeft van die mogelijkheid gebruik gemaakt en de essentie van haar reactie is gepubliceerd. Het gebruik van het woord ‘middeleeuws’ moet worden bezien in de context van de hele publicatie. De term duidt hier op hygiënische toestanden die in deze tijd niet door de beugel kunnen. Klaagster heeft die term in haar reactie alleen ‘onbegrijpelijk’ genoemd. Als zij echt onoverkomelijke bezwaren had gehad en deze kenbaar had gemaakt, dan had over een andere tekst overlegd kunnen worden.
Verweerder concludeert dat in alle opzichten zorgvuldig is gehandeld.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

De berichtgeving behelst een consumententest, waarbij een oordeel over smaak, hygiëne, presentatie en temperatuur van haring wordt gegeven. Het eindoordeel wordt tot uitdrukking gebracht in een conclusie en een cijfer. De kritische beschouwing van de door klaagster verkochte haring en haar verkooppunt is aan te merken als een recensie c.q. productbeoordeling.

Volgens het vaste oordeel van de Raad komt aan recensenten een grote mate van vrijheid toe, niet alleen wat de vorm van de recensie betreft, maar ook en vooral ten aanzien van de inhoud. Van het geven van zijn, kritische, mening over het werk waarop de recensie betrekking heeft behoeft de recensent zich in het algemeen niet te laten weerhouden door de mogelijkheid dat daardoor afbreuk wordt gedaan aan de reputatie van de maker van het werk. Bovendien is het beginsel van hoor en wederhoor, behoudens bijzondere omstandigheden, bij recensies niet aan de orde. De vrijheid van een recensent is echter niet onbegrensd. Bij het voorgaande dient voorop te staan dat een recensie geen wezenlijke onjuistheden mag bevatten.

De klacht is er met name op gericht dat in het artikel ten onrechte is vermeld dat ‘alle haringen ongekoeld lagen’ en dat de temperatuur van de haringen 17,9°C bedroeg. De lezingen van partijen ter zake staan lijnrecht tegenover elkaar. De Raad acht voorshands aannemelijk dat de door verweerder gegeven lezing de juiste is.

In de eerste plaats vanwege hetgeen keurmeester Gouda, die – blijkens zijn door verweerder overlegde c.v. – zijn sporen onder meer heeft verdiend als vistechnoloog en onderzoeker bij zowel het TNO-instituut voor visserijproducten als bij het Nederlands Instituut voor visserijonderzoek RIVO, ter zake heeft verklaard.
Steun voor de lezing van verweerder biedt ook het feit dat, blijkens de brief van 23 juni jl. van klaagster aan Hovius, de Voedsel en Waren Autoriteit na controle een proces-verbaal heeft opgemaakt. De Raad acht aannemelijk dat dit niet zou zijn geschied als de haringen van klaagster voldoende gekoeld zouden zijn en (daardoor) de juiste temperatuur (maximaal 7°C) zouden hebben gehad.
Echter, ook als juist is dat de temperatuur van de door klaagster verkochte haringen geen 17,9°C bedroeg, hetgeen de Raad niet kan vaststellen, kan dat niet leiden tot de conclusie dat verweerder journalistiek onaanvaardbaar heeft gehandeld. Naar het oordeel van de Raad is de kern van de zaak dat de temperatuur onaanvaardbaar hoog was, omdat deze ruimschoots meer dan 7°C bedroeg.
Verder heeft klaagster nog aangevoerd dat Hovius en Gouda wellicht emmers met haringafval voor emmers met niet schoongemaakte haringen hebben aangezien, omdat de inhoud van de emmers niet van buitenaf is te zien. De Raad acht een mogelijke verwarring ter zake eerder het gevolg van de bedrijfsvoering van klaagster, dan van journalistiek ontoelaatbaar handelen van Hovius.

Mede in aanmerking genomen dat verweerder onverplicht wederhoor heeft toegepast en de reactie van klaagster in essentie heeft weergegeven, moet worden geconcludeerd dat hij geen grenzen heeft overschreden van hetgeen, gelet op de eisen van journalistieke verantwoordelijkheid, maatschappelijk aanvaardbaar is.

(vgl. onder meer Kleef/Visser en Johan, RvdJ 2003/37; Galama/Van Kleef en Knapen, RvdJ 2001/17; Medical Service Europe/Sugar.nl, RvdJ 2001/23; Zijlstra/Algemeen Dagblad, RvdJ 2000/11)

BESLISSING

De klacht is ongegrond.

De Raad verzoekt verweerder deze beslissing integraal of in samenvatting in het Algemeen Dagblad te publiceren.

Aldus vastgesteld door de Raad op 12 oktober 2004 door prof. drs. E. van Thijn, waarnemend voorzitter, drs. G.H.J.M. Bueters, mw. F.W. Dresselhuys en mr. drs. M.M.P.M. Kreyns, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris.

Uitspraak 2004-82