2004/8 ongegrond

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van

M.W. Suijkerbuijk

tegen

J. Geerts, I. Jongsma en de hoofdredacteur van Dagblad De Limburger

Bij brief van 24 september 2003 met negen bijlagen heeft M.W. Suijkerbuijk te Bemelen (klager) een klacht ingediend tegen J. Geerts, I. Jongsma en Dagblad De Limburger (verweerders). Hierop heeft B. Brouwers, hoofdredacteur van Dagblad De Limburger, namens verweerders, geantwoord in een brief van 15 oktober 2003.

De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 13 november 2003 buiten aanwezigheid van partijen.

DE FEITEN

Door de Heemkundevereniging Houthem-Sint Gerlach is een expositie georganiseerd van werken van de kunstenaar Charles Eijck onder het motto: ‘Houthem, Broekhem en Geulhem gezien door de ogen van Charles Eijck’. Op 3 juni 2003 is in Dagblad De Limburger over deze tentoonstelling een artikel verschenen onder de kop “De meester van het Ravensbos exposeert”. In reactie op dit artikel heeft klager een e-mail gestuurd aan de auteur van het artikel, V. Bodewes. In deze e-mail heeft klager Bodewes erop gewezen dat zij de naam van de kunstenaar herhaaldelijk verkeerd zou hebben geschreven namelijk: Eyck in plaats van Eijck. Daarnaast heeft klager Bodewes verzocht om bij eventuele herplaatsing van haar artikel een correctie door te voeren.

In Dagblad De Limburger, editie Heuvelland, van 7 juni 2003 werd in de rubriek ‘Op de helling’ met bijdragen van J. Geerts en I. Jongsma onder de kop ‘Uitsmijter’ een kort artikel gepubliceerd. Dit artikel bevat onder meer de volgende passages:
Wij schreven deze week over de nieuwe tentoonstelling in Houthem gezien door de ogen van Charles Eijck. Of is het ‘Eyck’? Consequent (dat dan weer wel) schreven wij ‘Eyck’. Maar we kregen een reactie, via e-mail, van Rinus Suijkerbuijk: medewerker aan het de tentoonstelling begeleidende boekwerkje. ‘Pijnlijk’ noemt hij onze vergissing en wijst er ook op dat op een bepaalde pagina in zijn boek wordt uitgelegd waarom het ‘Eijck moet zijn en geen ‘Eyck’. We stellen het op prijs wanneer mensen ons wijzen op onze fouten. Dat een enkele lezer die gelegenheid aangrijpt om zijn of haar boek te promoten, vinden we ook prima. Maar in dit geval slaat bij ons toch de vertwijfeling toe. De poster van de tentoonstelling spelt ‘Eyck’, de folders, de flyers hebben het ook over ‘Eyck’. Het ter gelegenheid van de tentoonstelling uitgebrachte boek, een ander boekwerk dan dat van Rinus Suijkerbuijk, heeft ook de naam ‘Eyck’ van links naar rechts op de kaft staan. Wat het allemaal nog typischer maakt is het feit dat voor de artwork van al die materialen de handtekening van Eyck/Eijck is gebruikt. Zelf schreef hij ‘Eyck’.
en
We zouden bijna gaan denken dat onze gerespecteerde brievenschrijver er zelf naast zit. Over honderd jaar zullen de mensen zeggen: die Rinus toch. Hij hield het consequent vol in zijn handtekening, maar het moet toch écht ‘Suyckerbuyck’ zijn.

Op 10 juni 2003 heeft klager Brouwers schriftelijk op de hoogte gesteld van zijn ongenoegen over het onderdeel ‘Uitsmijter’ van de rubriek ‘Op de helling’. Tevens heeft klager verzocht om verontschuldigingen en een rectificatie. Daarnaast heeft klager een persiflage op de rubriek ‘Op de helling’ naar de redactie Valkenburg gestuurd.

Brouwers reageerde op 12 juni 2003 per brief op het schrijven van klager. Hierbij heeft Brouwers aangegeven het te betreuren dat klager zich gegriefd voelt door de berichtgeving in Dagblad De Limburger. Daarnaast heeft hij gemotiveerd aangegeven waarom hij geen aanleiding zag voor een rectificatie. Hierop heeft klager op 17 juni 2003 wederom schriftelijk gereageerd.

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Klager maakt bezwaar tegen het feit dat de inhoud van zijn e-mail aan Bodewes zonder zijn toestemming is gebruikt in de rubriek ‘Op de helling’. Verder maakt klager bezwaar tegen het feit dat zijn woorden uit zijn e-mail uit hun verband zijn gehaald en dat hij belachelijk is gemaakt zonder een kans te hebben gekregen om zich te verdedigen. Ten slotte wijst klager erop dat er in de rubriek ‘Op de helling’ een onjuiste voorstelling van zaken is gegeven en dat de rubriek nodeloos kwetsende opmerkingen bevat.

Verweerders hebben aangegeven het te betreuren dat klager zich gegriefd voelt door de berichtgeving in Dagblad de Limburger. Daarnaast hebben verweerders gesteld dat de wekelijkse rubriek ‘Op de helling’ een satirische rubriek is waarin onderwerpen met een knipoog worden behandeld. In het vaste onderdeel ‘De Uitsmijter’ worden er plaagstootjes of reprimandes uitgedeeld. Lezers blijken, volgens verweerders, goed op de hoogte van de draagwijdte van deze rubriek en kennen het onderscheid tussen de aanpak van het normale nieuws en de aanpak zoals gebezigd in deze rubriek.
Of een ingezonden brief in deze rubriek zou moeten figureren zou onderwerp van discussie kunnen zijn, aldus verweerders. Daar staat volgens verweerders echter tegenover dat het stukje zeer mild van toon is. Ten slotte wijzen verweerders dat Dagblad De Limburger een krant is die er in journalistiek keuzes, aanpak en uitwerking verantwoorde maatstaven op na houdt. Naar hun mening hebben zij ook in het onderhavige geval conform deze maatstaven gehandeld.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

De klacht heeft enerzijds betrekking op het zonder toestemming gebruiken van een ingezonden e-mail in een satirische rubriek. De wijze waarop verweerders gebruik hebben gemaakt van de e-mail van klager aan Bodewes kan weliswaar als weinig 'chique' worden omschreven, doch zulks biedt, gezien alle omstandigheden, onvoldoende grond voor de conclusie dat de publicatie ontoelaatbaar is. Hierbij heeft de Raad mede in aanmerking genomen dat de e-mail van klager een zakelijke reactie inhoudt die het dagblad aangaat en niet het karakter heeft van een schrijven van persoonlijke aard aan Bodewes.

Het tweede onderdeel van de klacht betreft de inhoud van het artikel. Volgens klager bevat de aangevallen publicatie feitelijke onjuistheden en nodeloos grievende opmerkingen.

Het gewraakte artikel ‘De Uitsmijter’ is een onderdeel van de vaste rubriek ‘Op de helling’ van Dagblad De Limburger. Daar het om een vaste satirische rubriek gaat is bij de lezer bekend dat feitelijke verslaglegging daarin niet beoogd wordt en dat overdrijving als stijlmiddel niet wordt geschuwd. De Raad acht de gebezigde schrijfstijl in het kader van een satirische rubriek niet onaanvaardbaar. Gezien voornoemde context hebben verweerders met het gebruik van de inhoud van de e-mail van klager niet de grenzen overschreden van hetgeen, gelet op hun journalistieke verantwoordelijkheid, maatschappelijk aanvaardbaar was, ook al bevat de aangevallen passage mogelijk feitelijke onjuistheden.

BESLISSING

De klacht is ongegrond.

De Raad verzoekt verweerder deze beslissing integraal of in samenvatting in Dagblad De Limburger te publiceren.

Aldus vastgesteld door de Raad op 8 januari 2004 door mw. mr. M.E. Leijten, voorzitter, mw F.W. Dresselhuys, drs. G.T.M. Driehuis, mw. C.D. Smolders en prof. drs. E. van Thijn, leden, in tegenwoordigheid van mr. M.M.S. van den Berg, secretaris.

Uitspraak 2004-08