2004/78 ongegrond

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van

J.E.G. Hensen

tegen

de hoofdredacteur van Dagblad De Limburger

Bij brief van 28 juni 2004 met twee bijlagen heeft J.E.G. Hensen te Hamont Achel, België (klaagster) een klacht ingediend tegen de hoofdredacteur van Dagblad De Limburger (verweerder). Hierop heeft G. Bouten, adjunct-hoofdredacteur, geantwoord in een brief van 16 juli 2004.

De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 12 augustus 2004 buiten aanwezigheid van partijen.

Naar aanleiding van de plotselinge ontstentenis van een der leden van de Raad is de zaak behandeld door de voorzitter en drie resterende leden.

DE FEITEN

Op 25 juni 2004 is in Dagblad De Limburger een artikel van de hand van P. Bots verschenen onder de kop “Dialectband haalt cd uit verkoop”. In dit artikel werd verslag gedaan van de gang van zaken rondom het verschijnen van een carnaval cd van de band Tsjèh-tsjèh-tsjèh. Op deze cd stond het liedje ‘Weem kindtj ze nog’ over de op 30 augustus 1989 vermoorde Wies Hensen, de zus van klaagster. Dit liedje werd door de nabestaanden van Wies Hensen als zeer grievend ervaren. Daarom hebben de nabestaanden een advocaat ingeschakeld die de band Tsjèh-tsjèh-tsjèh heeft gesommeerd de cd uit de handel te nemen, van het internet te verwijderen en niet meer ten gehore te brengen. Aan deze sommaties heeft de band voldaan.
Het artikel bevat de volgende passages:
De nabestaanden stoorden zich aan de tekst waarin de destijds op 32-jarige leeftijd vermoorde zus wordt afgeschilderd als een rouwdouwer. Zo zingt de band, vertaald: ‘Ze was de schrik van Weert, een heette Dikke Hens. Ze ging altijd te ver, ietsjes over de grens. Zo was Hens’. Ook wordt in het lied gezongen dat de vrouw een smekende Duitser in zijn kruis bijt.
en:
“Wies Hensen stond in Budel en Weert bekend als een rouwdouwer en is in het nummer van de band ook zo geportretteerd. Door haar lichaamsgewicht van zo’n honderd kilo had de vrouw de bijnamen ‘Dikke Miep’, ‘Dikke Wies’ en ‘Dikke Hens’.

De volledige tekst van het lied ‘Weem kindtj ze nog’ is bij het artikel gepubliceerd.

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Klaagster stelt dat de nabestaanden zeer geraakt zijn door het artikel van Bots. Verder spreekt zij haar verbazing uit over het feit dat bij het artikel de volledige tekst van het gewraakte liedje is gepubliceerd, terwijl Bots wist dat dit liedje door de nabestaanden als zeer grievend werd ervaren. Daarnaast maakt klaagster bezwaar tegen de negatieve beschrijving van haar zus. Volgens klaagster is het leed van de nabestaanden door dit artikel alleen nog maar erger geworden en is het artikel moedwillig kwetsend.

Verweerder stelt dat Bots in het gewraakte artikel op feitelijke wijze, met inachtneming van hoor en wederhoor, verslag heeft gedaan van het verschijnen van een cd over de vermoorde Wies Hensen, de reactie daarop van de nabestaanden en het uiteindelijk uit de handel nemen van de cd. Aanleiding voor het artikel was volgens verweerder een persbericht waarin de band Tsjèh-tsjèh-tsjèh meldde hun cd uit de handel te nemen omdat een nummer van die cd als grievend werd ervaren door de nabestaanden van de vermoorde Hensen. Dit persbericht was opgesteld in overleg met de advocate van de nabestaanden. Volgens verweerder was dit bericht om twee redenen interessant om journalistiek op te pakken. Allereerst omdat de moord op Hensen de gemoederen in de regio bezig heeft gehouden aangezien het slachtoffer een bekende verschijning was in Weert en omstreken. Die bekendheid had het slachtoffer vanwege haar wat ruwe omgangsvormen, aldus verweerder. Daarnaast was het persbericht interessant vanwege het feit dat de band Tsjèh-tsjèh-tsjèh eveneens enige bekendheid geniet in de regio Weert. Het conflict over de cd en de het besluit om de nog niet verkochte cd’s uit de handel te halen, vormden derhalve aanleiding voor het artikel van 25 juni 2004. De beslissing om de tekst bij het artikel te publiceren is volgens verweerder zorgvuldig afgewogen. Belangrijk criterium hierbij was het feit dat het enkel memoreren van de bezwaren tegen de cd, zonder duidelijk te maken waar die bezwaren betrekking op hebben, de lezer zou opzadelen met vragen. Toen bleek dat in het lied een algemeen bekend beeld van de vermoorde vrouw werd geschetst, is besloten dat publicatie verantwoord was. Juist de combinatie van een feitelijk journalistiek verslag en de songtekst stelt de lezer in staat zélf een oordeel te vellen over de kwestie. Bij de overweging om ook de songtekst te publiceren heeft verder meegespeeld dat er reeds tweehonderd cd’s (inclusief een boekje met songteksten) van de band waren verkocht aan onder meer horecagelegenheden in Weert. Ook was de songtekst tot kort voor de publicatie van het artikel nog te lezen op de website van de band. Daar was het nummer ook te beluisteren. Volgens verweerder zijn met het artikel geen grenzen overschreden van hetgeen, gelet op de eisen van journalistieke verantwoordelijkheid, maatschappelijk aanvaardbaar is. In het artikel is bovendien geen sprake van leedvermaak noch van moedwillig kwetsen van klaagster en andere nabestaanden.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

De kern van de klacht is dat verweerder de nabestaanden van de vermoorde zus van klaagster ernstig heeft gekrenkt door de publicatie van de songtekst en de negatieve omschrijving van het slachtoffer.

Voorop moet worden gesteld dat een nieuwsbericht zoveel mogelijk gegevens dient bevatten opdat de lezer zich een waarheidsgetrouw en controleerbaar beeld van het nieuwsfeit kan vormen. Daartegenover staat dat, volgens het vaste oordeel van de Raad, de journalistieke verantwoordelijkheid met zich meebrengt dat de persoonlijke levenssfeer over wie wordt gepubliceerd niet verder mag worden aangetast dan in het kader van een open berichtgeving nodig is (vgl. onder meer: X tegen Haddeman en De Telegraaf, RvdJ 2003/53).

In dit geval heeft klaagster door de dood van haar zuster al bijzonder zwaar leed ondergaan. Haar bezwaren tegen de gewraakte berichtgeving zijn dan ook zeker voorstelbaar. De vraag is thans of de publicatie in Dagblad De Limburger nog - redelijkerwijs voorzienbaar - leed heeft toegevoegd, dat niet in evenredigheid is met het belang dat met publicatie is gemoeid. De Raad is van mening dat de beschrijving van het slachtoffer en de publicatie van de tekst in het onderhavige geval functioneel zijn en niet als grensoverschrijdend vallen aan te merken. Er is geen grond voor het oordeel dat de wederpartij het belang van de gewraakte publicaties niet heeft afgewogen tegen de belangen van de nabestaanden bij het publiceren van de songtekst en de beschrijving van het slachtoffer. Hoewel er begrip bestaat voor het feit dat klaagster geschokt is door deze publicatie, kan niet worden geconcludeerd dat de verweerder hierdoor grenzen heeft overschreden van hetgeen, gelet op de eisen van journalistieke verantwoordelijkheid, maatschappelijk aanvaardbaar is.

BESLISSING

De klacht is ongegrond.

De Raad verzoekt verweerder deze beslissing integraal of in samenvatting in Dagblad De Limburger te publiceren.

Aldus vastgesteld door de Raad op 6 oktober 2004 door prof. dr. mr. B. de Gaay Fortman, waarnemend voorzitter, mr. A.H. Schmeink, mw. drs. B.L.W. Tillema en mr. drs. G.J. Wolffensperger, leden, in tegenwoordigheid van mr. M.M.S. van den Berg, secretaris.

Uitspraak 2004-78