2004/76 gegrond

 

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek

inzake de klacht van

 

X

 

tegen

 

de redactie van TROS Radar

 

Bij brief van 22 juni 2004 met zes bijlagen heeft X (klager) een klacht ingediend tegen de redactie van het televisieprogramma TROS Radar (verweerster), dat wordt uitgezonden door de TROS. Hierop heeft A. Hertsenberg, eindredacteur en presentatrice TROS Radar, gereageerd in een verweerschrift van 6 augustus 2004 met vijf bijlagen.

 

De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 12 augustus 2004. Klager is daar verschenen, vergezeld van W.J.F.B. Mennings (voorzitter van de Vereniging van Beroepsmatige Kennelhouders), en heeft zijn standpunt toegelicht aan de hand van een notitie. Aan de zijde van verweerster zijn daar voornoemde Hertsenberg, P. Klapwijk, redacteur TROS Radar, en mr. B. Aalberts, hoofd juridische zaken TROS, verschenen.

 

Naar aanleiding van de plotselinge ontstentenis van een der leden van de Raad, hebben partijen desgevraagd laten weten geen overwegende bezwaren te hebben tegen behandeling van de zaak door de voorzitter en drie leden.

 

DE FEITEN

 

In de uitzending van TROS Radar van 24 mei 2004 is aandacht besteed aan de malafide hondenhandel in Nederland. Naar aanleiding van deze uitzending plaatste verweerster op 25 mei 2004 onder de kop ‘Malafide hondenhandel’ de volgende tekst op de website van TROS Radar (www.trosradar.nl):

Een jaar geleden besteedde Radar aandacht aan de veel dierenleed veroorzakende malafide hondenhandel. Zo lieten we onder andere zien, dat deze fokkers de hondjes inenten en dat de teefjes het ene nest na het andere laten werpen. Twee verslaggevers van Radar kochten een King Charles Spaniël genaamd Dushi. Deze pup was ernstig ziek en zou zonder medische hulp zijn gestorven. Inmiddels gaat het – na torenhoge dierenartsenrekeningen – weer wat beter met Dushi.

 

Naar aanleiding van onze uitzending zijn de Dierenbescherming en de Radarredactie overspoeld met reacties van mensen met soortgelijke ervaringen. Op basis van al die reacties heeft de Dierenbescherming een top 5 samengesteld van de meest beruchte hondenhandelaren:

1. (...)

            2. (...)

            3. (...)

            4. (...)

            5. (...) en X (…)

 

Klager drijft samen met zijn echtgenote een onderneming genaamd […]. Dit bedrijf houdt zich bezig met het fokken, inkopen en verkopen van jonge honden. Op 27 mei 2004 is de ‘Top 5 van meest beruchte hondenhandelaren’ gewijzigd in de ‘Top 5 van handelaren met de meeste klachten’. Vervolgens is op 7 juni 2004 in de kop van het bericht de term ‘malafide’ vervangen door ‘dubieuze’. Op 6 juli 2004, nadat door klager een kort geding procedure aanhangig was gemaakt, is de Top 5 door verweerster van de website verwijderd.

 

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

 

Klager stelt dat verweerster onrechtmatig heeft gehandeld door zonder de klachten op juistheid te onderzoeken over te gaan tot het plaatsen van de Top 5 op de website www.trosradar.nl. Deze publicatie is vervolgens door andere websites overgenomen. Bovendien heeft verweerster ten onrechte nagelaten hoor en wederhoor toe te passen. Daarnaast valt verweerster volgens klager te verwijten dat ze de klachten niet heeft afgezet tegen de periode waarin deze klachten zijn gedeponeerd, de hoeveelheid dieren per jaar en de aard van de klachten. Dit klemt temeer aangezien het bedrijf van klager van de gemeente […] te kennen heeft gekregen dat het bedrijf een nette en verzorgde indruk maakt en verder voldoet aan alle wettelijke eisen. Noch de Dierenbescherming noch verweerster zijn volgens klager bij zijn bedrijf op bezoek geweest. Door de publicatie van de tekst op de website is de reputatie van zijn bedrijf ernstig aangetast, wat een aanzienlijke verkoopdaling tot gevolg heeft gehad. Klager heeft contact opgenomen met de Dierenbescherming en om inzage verzocht in de klachten die over zijn bedrijf waren binnen gekomen. Uit de verstrekte gegevens blijkt dat de klachten de periode van januari 1996 tot en met juni 2002 betreffen. Volgens klager leert analyse van de klachten verder dat slechts achttien van de tweeëntwintig klachten betrekking hebben op gezondheidsproblemen van door het bedrijf van klager verkochte puppy’s. Gemiddeld betreft het volgens klager drie klachten per jaar waarbij klager benadrukt dat zijn bedrijf ongeveer 800 puppy’s per jaar verkoopt. De personen die bij de Dierenbescherming hebben geklaagd, hebben zich nooit rechtstreeks tot het bedrijf van klager gericht waardoor hij nimmer de gelegenheid heeft gehad deze klachten serieus te behandelen. Volgens klager is het onjuist om zijn bedrijf op grond van het bovenstaande als ‘berucht’ af te schilderen. Tot slot stelt klager dat de Dierenbescherming niet als betrouwbare bron kan worden beschouwd aangezien het ‘Zwartboek Malafide hondenhandel’ door deze organisatie is samengesteld en verspreid zonder dat alle klachten die in dat zwartboek staan op waarheid zijn onderzocht.

 

Verweerster stelt dat alleen de Dierenbescherming zich tegen de kritiek van klager kan verweren en dat klager zich voor vragen over de totstandkoming van het onderzoek, de klachten en de samenstelling van de Top 5 direct tot de Dierenbescherming dient te wenden. Bij de Dierenbescherming zijn naar aanleiding van haar oproep in het programma TROS Radar in maart 2003, 1500 klachten binnengekomen over misstanden in de hondenhandel in Nederland. Deze klachten zijn door de Dierenbescherming zelfstandig verzameld en onderzocht. De klachten, het in een zwartboek gebundelde onderzoek getiteld “Zwartboek Malafide Hondenhandel 2004” en de Top 5 zijn vervolgens in de uitzending van TROS Radar van 24 mei 2004 door de Dierenbescherming bekendgemaakt en nader toegelicht. De Top 5 is derhalve afkomstig van de Dierenbescherming en niet van verweerster. Op de website www.trosradar.nl is ook steeds bericht dat de Dierenbescherming de bron was van de Top 5. Volgens vaste jurisprudentie is in een dergelijk geval niet het medium of de journalist/verslaggever verantwoordelijk voor de desbetreffende mededelingen maar de bron zelf, aldus verweerster. Verweerster heeft de uitlatingen van de Dierenbescherming (waaronder de Top 5) niet tot de hare gemaakt. Er bestaat volgens verweerster bovendien geen algemene eis voor journalisten om systematisch en formeel afstand te nemen van een citaat dat anderen kan beledigen, aangezien dat niet verenigbaar is met de rol van de pers om informatie te verschaffen. Verweerster stelt verder dat de Dierenbescherming algemeen wordt beschouwd als betrouwbare bron. Op het moment dat klager zich bij verweerster meldde met vragen over de Top 5 heeft verweerster klager laten weten dat de Dierenbescherming de bron was van de Top 5 en dat klager zich met zijn vragen tot de Dierenbescherming diende te wenden. Tevens is door verweerster bericht dat op het moment dat de Dierenbescherming mocht besluiten om de Top 5 te rectificeren, zij direct de aanpassing op haar site zou overnemen. Op het verzoek van klager om zijn naam uit de Top 5 te verwijderen kon volgens verweerster niet worden ingegaan aangezien zij door deze handeling de Top 5 tot de hare zou maken, zonder alle aspecten van het achterliggende onderzoek te kunnen doorgronden. Verweerster heeft naar aanleiding van de kritiek van klager wel contact gezocht met de Dierenbescherming. Aangezien de Dierenbescherming aangaf nog steeds achter de Top 5 te staan, is niet tot een aanpassing van de website overgegaan, aldus verweerster. Wel heeft verweerster een weerwoord van klager op haar website opgenomen. Volgens verweerster hebben kijkers en fokkers alle gelegenheid gehad om kritiek te leveren op de uitzending en de Top 5 middels het forum van de website. Op 6 juli 2004 is de Top 5 door verweerster van de site verwijderd, aangezien de Dierenbescherming in tegenspraak met eerdere stellingen liet weten dat “de verzameling klachten niet door de Dierenbescherming was vergaard met het doel een Top 5 samen te stellen”. Dat de Top 5 momenteel nog via andere sites te raadplegen is, is volgens verweerster een kwestie die zich geheel buiten haar macht afspeelt. Verweerster heeft op 3 augustus 2004 nog een schrijven ontvangen van de Algemeen Directeur van de Dierenbescherming waarin wederom wordt gemeld dat de Dierenbescherming geen afstand neemt van de betrouwbaarheid van de Top 5 aangezien die lijst het resultaat zou weerspiegelen van de door de Dierenbescherming ontvangen klachten.

Verweerster concludeert tot ondergrondverklaring van de klacht aangezien haar geen enkel verwijt van journalistiek onzorgvuldigheid kan worden gemaakt. Verweerster stelt op zorgvuldige wijze te hebben gehandeld zoals dit van een betrouwbaar en gewaardeerd consumentenprogramma kan worden verwacht.

 

BEOORDELING VAN DE KLACHT

 

De redactie van het televisieprogramma TROS Radar heeft zich bij haar berichtgeving over de malafide hondenhandel in Nederland vrijwel uitsluitend gebaseerd op de uitkomsten van een door de Dierenbescherming verricht onderzoek. De door verweerster gepubliceerde ‘Top 5 van meest beruchte hondenhandelaren’ (later: ‘Top 5 van hondenhandelaren met de meeste klachten’) is samengesteld door de Dierenbescherming. Het feit dat klager is opgenomen in deze Top 5 vormt een ernstige beschuldiging aan zijn adres.

Volgens het vaste oordeel van de Raad moet een journalist bij het publiceren van ernstige beschuldigingen met bijzondere zorgvuldigheid te werk gaan, hetgeen in het algemeen onder meer inhoudt het toepassen van wederhoor. Dat de beschuldigingen afkomstig zijn van derden, i.c. een gerespecteerde organisatie als de Dierenbescherming, maakt zulks niet anders (vgl. onder meer: Holland Casino tegen Het Parool, RvdJ 2004/64).

Verweerster had de beschuldigingen derhalve niet mogen uitzenden en publiceren zonder klager of een vertegenwoordiger van zijn beroepsgroep in de gelegenheid te stellen daarop commentaar te geven. Pas ná de uitzending heeft verweerster klager en anderen deze mogelijkheid geboden. Door hetgeen klager heeft aangevoerd over de tegen zijn bedrijf ingediende klachten, heeft de Raad bovendien de overtuiging gekregen dat het door de Dierenbescherming verrichte onderzoek jegens klager onvoldoende zorgvuldig is geweest.

 

Alle omstandigheden in aanmerking genomen, is de Raad van oordeel dat verweerster in dit geval grenzen hebben overschreden van hetgeen – gelet op de eisen van journalistieke verantwoordelijkheid – maatschappelijk aanvaardbaar is, door de beschuldigingen van de Dierenbescherming aan het adres van klager te publiceren en uit te zenden, zonder hem enige vorm van wederhoor te bieden.

 

BESLISSING

 

De klacht is gegrond.  

 

De Raad verzoekt verweerster aan deze beslissing aandacht te besteden in een uitzending van het televisieprogramma TROS Radar alsmede deze beslissing integraal of in samenvatting op de website www.trosradar.nl te publiceren.

 

Aldus vastgesteld door de Raad op 6 oktober 2004 door prof. dr. mr. B. de Gaay Fortman, waarnemend voorzitter, mr. A.H. Schmeink, mw. drs. B.L.W. Tillema en mr. drs. G.J. Wolffensperger, leden, in tegenwoordigheid van mr. M.M.S. van den Berg, secretaris.