2004/74 ongegrond onthouding oordeel

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van

M. Fröberg

tegen

H. Spinhof

Bij brief van 15 juni 2004 met een bijlage heeft M. Fröberg te Hilversum (klager) een klacht ingediend tegen H. Spinhof (verweerder). Hierop heeft Spinhof gereageerd in een brief van 1 juli 2004 met een bijlage.

De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 9 juli 2004 in aanwezigheid van partijen.

DE FEITEN

Op 29 mei 2004 is in de Stentor een artikel van de hand van Spinhof verschenen met de kop “IKON stopt met jeugdprogramma’s”. In het artikel wordt klager aan het woord gelaten.

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Klager stelt dat verweerder hem telefonisch heeft benaderd voor een interview over de programmatische toekomst van de IKON. Verweerder heeft toen gemeld dat hij belde namens het omroeptijdschrift Spreek’buis, aldus klager. Volgens hem liet verweerder aan het eind van het gesprek weten dat hetgeen klager te vertellen had, waarschijnlijk onvoldoende was voor een publicatie. Klager heeft verweerder toen dringend verzocht om in het geval dat deze toch tot publicatie zou overgaan, het artikel vooraf aan hem voor te leggen om feitelijke onjuistheden te kunnen corrigeren. Volgens klager heeft verweerder toen niet gezegd, dat hij dat niet wilde doen. Omdat verweerder in eerdere gevallen wél vooraf artikelen aan hem had voorgelegd, verwachtte hij dat verweerder dat nu ook zou doen, aldus klager.
Klager was zeer verrast toen hij zonder nadere aankondiging van verweerder kennis nam van de publicatie in de Stentor. Verweerder heeft nimmer gemeld dat hij het artikel mogelijk aan een ander medium dan Spreek’buis zou aanbieden. Klager wil echter zelf kunnen bepalen voor welk periodiek hij al dan niet een interview geeft. Daarnaast kan hetgeen hij wil zeggen, afhankelijk zijn van de doelgroep van het betreffende periodiek. Bovendien heeft verweerder hem het artikel niet vooraf laten lezen, terwijl hij daar wel om had gevraagd.
Klager betoogt dat deze handelwijze van verweerder onzorgvuldig is.

Verweerder stelt dat hij zich bij klager heeft geïntroduceerd door zijn naam te noemen. Hij heeft niet gemeld voor welk tijdschrift hij belde, omdat hij nog niet wist of het gesprek met klager een artikel zou opleveren. Dat dat wel het geval was, bleek pas achteraf.
Het noemen van zijn naam was voldoende, omdat klager hem kent als freelance-journalist. Het is klager en de IKON bekend dat hij schrijft voor onder meer de Stentor en Spreek’buis.
Enkele artikelen van zijn hand over en met medeweten van de IKON verschenen eerder in de Stentor, aldus verweerder. Hij kent klager sinds diens vroegere functie bij de regionale Omroep Brabant en hij heeft klager daar toen voor het eerst gesproken voor een artikel in Spreek’buis.
Verder stelt verweerder dat het telefoongesprek met klager plaatsvond zonder afspraken of voorwaarden vooraf. Hij wilde drie zaken omtrent de IKON, die hij uit verschillende bronnen had vernomen, bij klager verifiëren, waaronder het stopzetten van de jeugdprogramma’s. Op de vraag van klager of deze het artikel voor publicatie mocht inzien, heeft hij geen toezegging gedaan maar geantwoord dat hij dat zou laten afhangen van de aard van het verhaal. Toen bleek dat het gesprek met klager nieuws had opgeleverd, heeft hij de zendercoördinator van de jeugdzender Z@ppelin om een reactie gevraagd. Daarmee was het verhaal rond. Er was geen aanleiding om het artikel vooraf aan klager te laten lezen, omdat de feiten niet alleen door klager, maar ook door anderen waren bevestigd, aldus verweerder.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

De klacht valt uiteen in de volgende te onderscheiden onderdelen:
1. verweerder heeft zich in het telefoongesprek met klager voorgedaan als journalist van het tijdschrift Spreek’buis, maar heeft het artikel laten plaatsen in de Stentor;
2. verweerder is ten onrechte de afspraak over inzage vooraf niet nagekomen.

Voor beoordeling van onderdeel 1. is van wezenlijk belang wat verweerder daadwerkelijk in het telefoongesprek met klager heeft gezegd. De lezingen van partijen ter zake staan lijnrecht tegenover elkaar.
Klager heeft gesteld dat verweerder in het telefoongesprek expliciet heeft vermeld dat hij klager wenste te interviewen voor een publicatie in het tijdschrift Spreek’buis. Volgens klager is in het gesprek in ieder geval expliciet de naam ‘Spreek’buis’ gevallen.
Daarentegen heeft verweerder gesteld dat hij ter introductie slechts zijn naam heeft genoemd, hetgeen voldoende was omdat hij klager in het verleden meermaals heeft gesproken voor publicaties in diverse media waaronder zowel Spreek’buis als de Stentor. Volgens verweerder heeft hij die media in het desbetreffende telefoongesprek niet genoemd, omdat hij nog niet wist of het gesprek met klager zou resulteren in een publicatie.
Aangezien er geen materiaal voorhanden is op grond waarvan de Raad kan vaststellen welke lezing de juiste is, onthoudt hij zich ter zake van een oordeel.
Ten overvloede merkt de Raad in dit verband op dat het hoffelijker was geweest als verweerder op het moment dat hij wist dat het gesprek met klager daadwerkelijk gepubliceerd zou worden, aan klager had kenbaar gemaakt dat het een artikel in de Stentor betrof.

Ter zake van onderdeel 2. overweegt de Raad dat niet is gebleken dat partijen afspraken hebben gemaakt over inzage vooraf. Enerzijds heeft klager zelf gesteld, dat hij verweerder daarom heeft gevraagd en dat hij naar aanleiding van eerder contact met verweerder de verwachting had dat verweerder aan dat verzoek zou voldoen. Anderzijds heeft verweerder gemotiveerd weersproken dat hij ter zake afspraken met klager zou hebben gemaakt. Aldus kan niet worden geconcludeerd dat verweerder gemaakte afspraken heeft geschonden, zodat de klacht op dit punt ongegrond is.

BESLISSING

Voor zover de klacht erop is gericht dat verweerder zich heeft uitgegeven als journalist van Spreek’buis, maar het artikel heeft gepubliceerd in de Stentor, onthoudt de Raad zich van een oordeel. Voor het overige is de klacht ongegrond.

De Raad verzoekt verweerder deze beslissing integraal of in samenvatting in de Stentor te (laten) publiceren.

Aldus vastgesteld door de Raad op 13 september 2004 door mr. A. Herstel, waarnemend voorzitter, mw. A.C. Diamand, mw. C.J.E.M. Joosten, mr. drs. M.M.P.M. Kreyns en prof. drs. E. van Thijn, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris.

Uitspraak 2004-74