2004/73 gegrond

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van

R. Heidstra en CITT b.v.

tegen

E.L. de Witt en de hoofdredacteur van de Roskam

Bij brief van 5 mei 2004 met drie bijlagen heeft mr. J.C. Dingeldein, advocaat te Enschede, namens R. Heidstra en CITT b.v. (klagers) een klacht ingediend tegen E.L de Witt en de hoofdredacteur van de Roskam (verweerders). Hierop hebben De Witt en H. Pape, hoofdredacteur, gereageerd in brieven van 25 onderscheidenlijk 28 mei 2004.

De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 25 juni 2004 in aanwezigheid van Heidstra en mr. Dingeldein, die de klacht heeft toegelicht aan de hand van een pleitnotitie. Verweerders zijn daar niet verschenen.

Naar aanleiding van de ontsten-tenis van een der leden van de Raad, hebben klagers desgevraagd laten weten geen bezwaren te hebben tegen behande-ling van de zaak door de voorzitter en drie leden.

DE FEITEN

Op 5 maart 2004 is in de Roskam een artikel van de hand van De Witt verschenen onder de kop “Rinno Heidstra bedient zich van veel oude trucs”. De intro van het artikel, geplaatst onder de subkop “Biofotonendokter hoort thuis in rijtje met Jomanda en Matthias Rath”, luidt als volgt:
Een kwakzalver haal je er zo uit. Veel grote woorden die indrukwekkend klinken, vanwege de enorme leegte daarachter die verhulling behoeft. Knip- en plakwerk met termen uit de echte wetenschap. Goochelen met nullen. Absurde stellingen en onnavolgbare pogingen tot redenering. Meestal blijft hun reikwijdte beperkt tot de advertentiekolommen achterin tijdschriften voor het minder ontwikkelde deel van de natie, of de door Tineke de Nooij gevulde uren op het Tell Sell-kanaal. Als het rioolschraapsel de serieuzere media bereikt is het tijd voor een weerwoord. Tien redenen waarom Rinno Heidstra, over wie vorige week in deze krant werd bericht, pek en veren verdient.
Verder bevat het artikel onder meer de volgende passages:
Voor iemand die zich fysiotherapeut noemt, heeft Heidstra uit Enschede opvallend weinig kijk op zelfs maar de meest elementaire processen in het menselijk lichaam.
en
De geldbeluste scharrelaar trakteert ons op een college fysiologie dat op werkelijk alle fronten de plank misslaat.
en
Uit het bestaan van atomen en subatomaire deeltje leidt de Enschedese oplichter onnavolgbaar en zonder enige uitleg of argumentatie af (...)

en
(...) de slimme oplichter stort zich het liefst op vage klachten. (...) Ook Heidstra houdt zich het liefst bezig met ME, RSI en andere meidenziekten.
en
Heidstra licht de boel op waar zijn arme patiënten bijstaan (...)

Bij brief van 26 maart 2004 heeft Heidstra zijn bezwaren tegen de publicatie kenbaar gemaakt aan Pape en om rectificatie verzocht. Hij heeft daarop geen reactie ontvangen.

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Klagers stellen dat Heidstra, gediplomeerd fysiotherapeut, in het artikel ten onrechte wordt afgeschilderd als een geldbeluste oplichter. De Witt heeft Heidstra niet geïnterviewd en hem ook niet voorafgaand aan de publicatie de concepttekst ter inzage doen toekomen, terwijl daar gezien de inhoud van het artikel alle reden voor bestond, aldus klagers. Volgens hen heeft De Witt enkel per e-mail tarieven bij hen opgevraagd. De Witt heeft niet de moeite genomen onderzoek te doen naar de methode waarop de behandelingen van Heidstra zijn gebaseerd. Had hij dat wel gedaan, dan had hij ontdekt dat de methode haar oorsprong vindt in een door professor dr. F.A. Popp ontwikkelde leer. Popp is verbonden aan het Max Planck Instituut in Duitsland. Bovendien is de leer onderwerp van academische studies van enkele weten-schappers in Utrecht.
Verder stellen klagers dat Heidstra in september 2003 een nieuwe fysiotherapiepraktijk is gestart onder de naam CITT, waar ook de behandeling op basis van de leer van Popp wordt toegepast. De resultaten zijn meer dan goed, aldus klagers. De behandelingen zijn bovendien erkend door het merendeel van de ziektekostenverzekeraars.
Klagers betogen dat zij door de grievende, tendentieuze publicatie in hun belangen zijn geschaad. Door de diverse diskwalificaties is de persoonlijke integriteit van Heidstra geschaad. CITT is geschaad doordat ook deze praktijk in een kwaad daglicht is gesteld. Over klagers hangt nu een waas van oplichterij en kwakzalverij. Door kwetsende bewoordingen en ongefundeerde beschuldigingen te publiceren en geen wederhoor toe te passen, hebben verweerders onzorgvuldig gehandeld, aldus klagers.

De Witt stelt dat de gewraakte passages moeten worden bezien in de context van het hele artikel, waarin hij de beweringen over Heidstra uitvoerig heeft beargumenteerd. Hij heeft het artikel geschreven naar aanleiding van een eerder artikel van P. Bonder in de Roskam. In die publicatie werd de handelwijze van Heidstra kritiekloos gepresenteerd, aldus De Witt. Hij heeft zich vervolgens in het onderwerp verdiept. Uit het artikel van Bonder en de door hem ingewonnen informatie kon hij niet anders dan de conclusies trekken zoals hij die in het artikel heeft verwoord. Hij wilde aldus de lezers de resultaten van zijn speurtocht voorleggen. Het was niet zijn bedoeling Heidstra te schaden, te kwetsen of te beledigen.
Verder stelt De Witt dat het niet zijn gewoonte is een artikel voor publicatie voor te leggen aan de personen die daarin worden genoemd. Volgens De Witt is het principe van hoor en wederhoor geen generieke regel, maar een gunst. Het wordt met name toegepast als iemand in een interview iets opvallends beweert over een ander, aldus De Witt. Hij stelt dat hij wel degelijk contact heeft gehad met Heidstra en dat hij ook in de literatuur heeft gezocht naar een onderbouwing van de beweringen die Heidstra doet op zijn website en in het artikel van Bonder. Op de websites waarnaar Heidstra op zijn eigen website verwijst, heeft hij die onderbouwing niet kunnen vinden.
Ten slotte stelt De Witt dat Heidstra zich door het interview met Bonder heeft gemengd in het publieke discours. Heidstra heeft uitgebreid de gelegenheid gehad zijn eigen visie te ventileren en kan niet verwachten dat die door iedereen instemmend wordt ontvangen, aldus De Witt.

Pape stelt dat de Roskam onder meer een platform is voor maatschappelijk debat in de regio. Heidstra heeft tegenover Bonder vrijelijk zijn verhaal kunnen doen. De Witt vond de uitlatingen van Heidstra getuigen van oplichterij en kwakzalverij, en verwoordde die opvatting een week later in een pittige analyse.
Volgens Pape maken klagers ten onrechte geen onderscheid tussen de journalistieke genres ‘interview’ en ‘analyse’ en schermen zij naar believen met het beginsel van hoor en wederhoor. Pape meent dat geen recht op wederhoor bestaat, maar als al wederhoor had moeten worden toegepast, dan was dat in het interview en niet in de analyse van De Witt.
Ten slotte stelt Pape dat Heidstra de ruimte heeft om, als bijdrage aan het debat, zelf een analyse te schrijven.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

Het artikel behelst een kritische beschouwing van de door Heidstra toegepaste behandelmethode. Bij die kritische beschouwing blijft het echter niet. Ook de persoon van Heidstra wordt op de korrel genomen. Hij wordt aangeduid als een ‘geldbeluste scharrelaar’, een ‘oplichter’, die ‘de boel oplicht waar zijn patiënten bijstaan’. Dit zijn zeer ernstige beschuldigingen, die Heidstra, fysiotherapeut, in diens beroepsuitoefening diskwalificeren. Publicatie van dergelijke beschuldigingen vereist een deugdelijke grondslag, en die ontbreekt hier. Ook als ervan wordt uitgegaan dat het betoog van De Witt de uiteenzettingen van Heidstra met betrekking tot de uitgangspunten en werking van diens behandelmethode op losse schroeven zet, dan nog stond het hem niet vrij Heidstra neer te zetten als een oplichter: iedere aanwijzing dat met de gewraakte methode geen positieve resultaten worden geboekt, bijvoorbeeld in de vorm van uitlatingen in die zin van ex-patiënten van Heidstra, ontbreekt immers in het artikel.

Daar komt bij dat een journalist, volgens het vaste oordeel van de Raad, bij het publiceren van ernstige beschuldigingen met bijzondere zorgvuldigheid te werk dient te gaan, hetgeen in het algemeen meebrengt dat hij wederhoor dient toe te passen. Dat heeft De Witt nagelaten. Dat het artikel slechts een analyse van de methode zou behelzen vormt daarvoor, anders dan verweerders menen, geen rechtvaardiging. Zoals hiervoor al opgemerkt beperkt het artikel zich immers niet tot een analyse.

De Raad komt tot de slotsom dat verweerders aldus grenzen hebben overschreden van hetgeen uit een oogpunt van journalistieke verantwoordelijkheid aanvaardbaar is, door over Heidstra te berichten, zoals hij hebben gedaan en na te laten wederhoor toe te passen.

(vgl. onder meer Gerla/Kat, RvdJ 2004/26, De Vries/De Jong en HP/De Tijd, RvdJ 2003/43 en X/Dagblad Zaanstreek, RvdJ 2003/45)

BESLISSING

De klacht is gegrond.

De Raad verzoekt verweerders deze beslissing integraal of in samenvatting in de Roskam te publiceren.

Aldus vastgesteld door de Raad op 31 augustus 2004 door mr. J.B. Fleers, voorzitter, drs. C.M. Buijs, mw. A.C. Diamand en prof. drs. E. van Thijn, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris.

Uitspraak 2004-73