2004/70 ongegrond

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van

Stichting Peuterspeelzalen Ommen

tegen

de hoofdredacteur van de Stentor

Bij brief van 27 april 2004 met twee bijlagen heeft D.M. Bakker-Klomp namens Stichting Peuterspeelzalen Ommen (klaagster) een klacht ingediend tegen de hoofdredacteur van de Stentor (verweerder). Hierop heeft A. Engbers, hoofdredacteur, gereageerd in een brief van 26 mei 2004 met vijf bijlagen.

De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 25 juni 2004 in aanwezigheid van Engbers. Klaagster is daar niet verschenen.

Naar aanleiding van de ontsten-tenis van een der leden van de Raad, heeft verweerder desgevraagd laten weten geen bezwaren te hebben tegen behande-ling van de zaak door de voorzitter en drie leden.

DE FEITEN

Op 2 april 2004 zijn in de editie-Zwolle van de Stentor twee artikelen verschenen over de (on)veiligheid op peuterspeelzalen en scholen, onder de koppen “Dagelijks ongelukken op school” en “Dodelijk ongeval schokt ook Zwolle”. Bij de artikelen is een foto geplaatst van een kapotte glijbaan van een speelzaal van klaagster. Het onderschrift luidt:
Op peuterspeelzalen en kinderdagverblijven is het vallen vanaf een hoogte de belangrijkste oorzaak van ongevallen. Glijbanen, zoals deze bij een peuterspeelzaal in Ommen, zijn leuk en uitdagend, maar kunnen soms tot drama’s leiden.”

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Klaagster stelt dat de foto van haar speelzaal een archieffoto betreft. Een jaar geleden is de afgebeelde glijbaan vernield door vandalen, voor welke gebeurtenis klaagster destijds aandacht heeft gevraagd in de media. De bewuste foto is nu zonder haar toestemming geplaatst bij artikelen die een ernstig onderwerp betreffen en voorzien van een suggestief onderschrift. Door plaatsing van de foto in de huidige context wordt de onjuiste suggestie gewekt dat ook bij de peuterspeelzaal van klaagster een drama met een glijbaan heeft plaatsgevonden, aldus klaagster. Volgens haar doet de foto voorts ten onrechte voorkomen dat zij gebruik maakt van een ondeugdelijke glijbaan.
Nadat zij door kennissen uit Zwolle op de hoogte was gebracht van de publicatie, heeft zij contact opgenomen met de redactie van de editie-Zwolle van de Stentor. De uitkomst van het telefoongesprek tussen A. Boer, degene die verantwoordelijk was voor het plaatsen van de foto, en de voorzitter van klaagster, was voor klaagster niet bevredigend. Naar de mening van Boer was rectificatie niet aan de orde. Evenmin heeft hij excuses aangeboden. Klaagster voelde zich aldus door Boer gehoord noch begrepen.
Klaagster betoogt dat door plaatsing van de foto haar naam in diskrediet is gebracht.
Verweerder stelt dat hij naar aanleiding van een ongeluk op een peuterspeelzaal in Goes, in de Zwolse editie van de Stentor aandacht heeft besteed aan de veiligheid op peuterspeelzalen en scholen. Daarbij is een reactie gevoegd van Zwolse peuterspeelzalen op het drama in Goes. Volgens verweerder illustreert de foto het in de berichtgeving opgenomen commentaar van Stichting Consument en Veiligheid, dat geen enkele peuterspeelzaal of school voor honderd procent veilig is voor kinderen. Naar de mening van verweerder is de tekst van de berichtgeving noch het onderschrift bij de foto suggestief. De goede naam van klaagster is op geen enkele manier in diskrediet gebracht, aldus verweerder. In dat verband benadrukt hij dat het hier om berichtgeving gaat die in de editie-Zwolle van zijn krant is gepubliceerd. Die editie wordt alleen in Zwolle verspreid, en niet in Ommen, de plaats waar klaagster is gevestigd.
Verweerder erkent dat het beter was geweest als bij de foto was vermeld dat het een archieffoto betrof, hetgeen hij gewend is te doen als hij archieffoto’s gebruikt. Verder was het niet nodig geweest expliciet te vermelden dat de foto betrekking had op een peuterspeelzaal in Ommen.
Verweerder betreurt het dat klaagster zich door Boer niet gehoord en begrepen voelt. Om voortaan in dit soort gevallen lezers beter tegemoet te kunnen komen, zal binnenkort een nieuwe rubriek voor ‘correcties en aanvullingen’ in de krant worden opgenomen. Op dit moment rectificeert verweerder alleen als hij daadwerkelijk iets fout heeft gedaan. In dit geval was daarvan echter geen sprake, zodat een rectificatie niet opportuun was, aldus verweerder.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

Met verweerder is de Raad van mening dat het beter was geweest indien bij de foto was vermeld dat het een archieffoto betrof. Voorts was het in het kader van een open berichtgeving redelijkerwijs niet nodig te vermelden dat de foto betrekking heeft op een peuterspeelzaal in Ommen, zoals verweerder ook heeft erkend.

De Raad heeft er begrip voor dat de publicatie van de foto, op de wijze als is geschied, klaagster niet welgevallig is. Anders dan klaagster is de Raad van oordeel dat van die publicatie niet de suggestie uitgaat dat (ook) bij haar peuterspeelzaal een drama met een glijbaan heeft plaatsgevonden. Wel wordt (ten onrechte) gesuggereerd dat bij een peuterspeelzaal in Ommen gebruik wordt gemaakt van een ondeugdelijke glijbaan. In het algemeen dient het (her)plaatsen van een foto, zonder nadere uitleg van de aanleiding voor de foto, bij een artikel met een andere context en strekking dan die waarvoor de foto is gemaakt, achterwege te blijven. Het gaat echter om een publicatie in de niet in Ommen verspreide editie-Zwolle van de Stentor, zodat de kans dat bij de lezers de suggestie is gewekt dat het om de peuterspeelzaal van klaagster zou gaan, zo gering moet worden geacht, dat daaraan geen doorslaggevende betekenis toekomt bij de beantwoording van de vraag of sprake is van journalistiek onzorgvuldig handelen.

Een en ander leidt tot de slotsom dat verweerder geen grenzen heeft overschreden van hetgeen, gelet op de eisen van journalistieke zorgvuldigheid, maatschappelijk aanvaardbaar is.

BESLISSING

De klacht is ongegrond.

De Raad verzoekt verweerder deze beslissing integraal of in samenvatting in de Stentor te publiceren.

Aldus vastgesteld door de Raad op 9 augustus 2004 door mr. J.B. Fleers, voorzitter, drs. C.M. Buijs, mw. A.C. Diamand en prof. drs. E. van Thijn, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris.

Uitspraak 2004-70