2004/69 ongegrond

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van

X en Y

tegen

de hoofdredacteur van de Amersfoortse Courant

Bij brief van 8 juni 2004 met twee bijlagen hebben X en Y (klagers) een klacht ingediend tegen de hoofdredacteur van de Amersfoortse Courant (verweerder). Hierop heeft A. Kalmann, algemeen hoofdredacteur, gereageerd in een brief van 24 juni 2004.

De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 9 juli 2004 buiten aanwezigheid van partijen.

DE FEITEN

Op 2 juni 2004 is in de Amersfoortse Courant een artikel verschenen onder de kop “Oversekste klusjesman belaagt vrouwen voor wie hij werkt”. Het artikel gaat over een strafzaak tegen X wegens stalking (het hinderlijk achtervolgen) van vrouwen door middel van e-mails en telefoontjes. In het artikel zijn de initialen, leeftijd en woonplaats van X vermeld en is bericht dat hij eigenaar is van een klussenbedrijf. Verder is vermeld dat “aan de stroom telefoontjes en e-mails een einde kwam rond de tijd dat hij in het huwelijk trad en zijn kind werd geboren. Dat was rond de jaarwisseling.”

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Klagers stellen dat in het artikel details over hen zijn vermeld, waardoor zij voor hun omgeving herkenbaar zijn. Y, de echtgenote van X, is op haar werk op de publicatie aangesproken. Klagers betogen dat aldus hun privacy onnodig is geschonden.
Verder stellen klagers dat in de kop van het artikel ten onrechte is gesuggereerd dat X vrouwen zou hebben aangerand. Bovendien is in het artikel onnodig uitgebreid en sensatiebelust verslag gedaan van de strafzaak, aldus klagers. Zij zijn door de buitensporige berichtgeving erg geraakt.
Verweerder stelt dat in het artikel verslag is gedaan van een openbare zitting van de rechtbank in de strafzaak tegen X. De gegevens die in het artikel zijn vermeld, zijn besproken tijdens die zitting. Verweerder meent dat noodzakelijk was bepaalde details te vermelden teneinde de kwestie voor de lezer deugdelijk te schetsen. Hij stelt dat klagers hooguit in het artikel herkenbaar zijn voor de slachtoffers.
Volgens verweerder wordt in de kop niet gesuggereerd dat X iemand zou hebben aangerand. X heeft tijdens de zitting bekend dat hij zeven vrouwen heeft lastig gevallen met brieven, e-mails en telefoontjes. Voor die vormen van stalken mag de term ‘belagen’ worden gebruikt, aldus verweerder.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

Klagers hebben betoogd dat hun privacy onnodig is geschonden en dat sprake is van suggestieve berichtgeving.
De Raad stelt voorop dat ten aanzien van het vermelden van persoonlijke gegevens van verdachten en veroordeelden terughoudendheid in de berichtgeving is geboden. Een journalist dient in beginsel te voorkomen dat een verdachte of veroordeelde kan worden geïdentificeerd. Slechts onder bijzondere omstandigheden mag van deze regel worden afgeweken.
De vermelding van initialen, leeftijd en woonplaats van verdachten en veroordeelden is gebruikelijk en niet onzorgvuldig. Het is derhalve de vraag of de toevoegingen over het bedrijf van X en de periode waarin zijn huwelijk en de geboorte van zijn kind hebben plaatsgevonden, ontoelaatbaar zijn. In het artikel is vermeld dat X sommige vrouwen, die hij later stalkte, had ontmoet bij het verrichten van werkzaamheden. Verder wordt in het artikel duidelijk gemaakt dat X ophield met het benaderen van de vrouwen toen hij in het huwelijk trad en zijn kind werd geboren. Het vermelden van deze persoonlijke gegevens van klagers is in dit geval dan ook relevant voor de berichtgeving. Verder is de Raad van oordeel dat klagers niet door iedere willekeurige lezer in het bericht kunnen worden herkend, maar slechts door personen uit hun directe omgeving. Het voor klagers ongewenste effect dat zij door bekenden op het handelen van X worden aangesproken moet primair worden gezien als een consequentie van dat handelen en niet als een gevolg van het gewraakte bericht.
Voor het overige kan evenmin worden geconcludeerd dat sprake is van onzorgvuldige berichtgeving. Het standpunt van klagers, dat in het artikel de onjuiste suggestie kan worden gelezen dat X vrouwen zou hebben aangerand, deelt de Raad niet. Het gebruik van de term ‘belagen’ voor hetgeen X ten laste is gelegd – in casu het lastig vallen van vrouwen door middel van (seksueel getinte) telefoontjes en e-mails – is gangbaar, in ieder in het juridisch taalgebruik, waar immers in artikel 285b van het Wetboek van Strafrecht deze aanduiding als kwalitatieve omschrijving voorkomt, en aldus niet onzorgvuldig.
In aanmerking genomen dat de strafzaak tegen X ontegenzeglijk veel invloed op het privé-leven van klagers heeft, had het wellicht de voorkeur verdiend als verweerder wat zakelijker over de kwestie had bericht. Er is echter geen grond voor de conclusie dat verweerder, door dat na te laten, grenzen heeft overschreden van hetgeen, gelet op de eisen van journalistieke zorgvuldigheid, maatschappelijk aanvaardbaar is.
(vgl. onder meer: X tegen Zwolse Courant, RvdJ 2003/33 en X tegen Nieuws TV, RvdJ 2000/60)

BESLISSING

De klacht is ongegrond.

De Raad verzoekt verweerder deze beslissing integraal of in samenvatting in de Amersfoortse Courant te publiceren.

Aldus vastgesteld door de Raad op 22 juli 2004 door mr. A. Herstel, waarnemend voorzitter, mw. A.C. Diamand, mw. C.J.E.M. Joosten, mr. drs. M.M.P.M. Kreyns en prof. drs. E. van Thijn, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris.

Uitspraak 2004-69