2004/68 niet-ontvankelijk

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van

A. Wessemius

tegen

P.R. de Vries

Bij brief van 25 mei 2004 met een bijlage heeft A. Wessemius te Lelystad (klager) een klacht ingediend tegen P.R. de Vries (verweerder). Vervolgens heeft de secretaris van de Raad klager bij brief van 28 mei 2004 verzocht gemotiveerd aan te geven wat zijn rechtstreeks belang is bij een oordeel van de Raad. Klager heeft daarop geantwoord in een schrijven van 7 juni 2004 en heeft zijn standpunt nog nader toegelicht bij brief van 24 juni 2004. Verweerder heeft zich in een brief van 25 juni 2004 uitgelaten over de ontvankelijkheid van klager.

De ontvankelijkheidsvraag is behandeld ter zitting van de Raad van 9 juli 2004 buiten aanwezigheid van partijen.

DE FEITEN

In maart 2004 is in een uitzending van het televisieprogramma ‘Peter R. de Vries, misdaadverslaggever’ aandacht besteed aan fout parkeren door ambtenaren van justitie en politie (hierna: de uitzending). De uitzending bevat beelden die met een verborgen camera zijn gemaakt. Het ‘volledige dossier’ van deze kwestie is op de website www.peterrdevries.nl gepubliceerd.

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Klager maakt – kort gezegd – bezwaar tegen het heimelijk observeren en afluisteren van personen door verweerder. Deze werkwijze van verweerder kan als uiterst hinderlijk worden ervaren, aldus klager. Volgens hem is het niet nodig om bij het maken van een televisieprogramma te werk te gaan zoals verweerder doet. Klager meent dat een journalist aan bronvermelding en verificatie moet doen. Door de werkwijze van verweerder wordt de privacy van burgers geschonden en wordt burgers onrecht aangedaan. Ten slotte wijst klager, als voormalig elektronica-ontwikkelaar, op het grote belang dat ontwerpers toekennen aan maatschappelijk verantwoord gebruik van producten.
Verweerder stelt dat hij in zijn televisieprogramma geen zaak heeft behandeld waarin klager betrokken is geweest. Volgens verweerder is klager geen direct betrokkene en is diens persoonlijke belang door de uitzending niet geschaad.

BEOORDELING VAN DE ONTVANKELIJKHEID

Ingevolge artikel 2 lid 1 van het Reglement van de Raad komt slechts voor behandeling in aanmerking een klaagschrift dat is ingediend door een 'rechtstreeks belanghebbende'. Volgens het vaste oordeel van de Raad kan een klager als zodanig worden aangemerkt, indien zijn belang bij de gewraakte publicatie direct betrokken is en hij door die publicatie persoonlijk in zijn belang is geraakt.
Uit de stellingen van klager leidt de Raad af dat klager betoogt een rechtstreeks belang te hebben bij een oordeel van de Raad, omdat hij voormalig ontwikkelaar van elektronica-apparatuur is alsmede omdat hem als burger onrecht wordt aangedaan. Die omstandigheden kunnen echter niet leiden tot het oordeel dat klager rechtstreeks belanghebbende is in de zin als hiervoor bedoeld. Ook overigens is niet gebleken van omstandigheden die kunnen leiden tot het oordeel dat het belang van klager direct betrokken is bij de uitzending of publicatie op de website van verweerder (vgl. onder meer: Derksen tegen de Gelderlander, RvdJ 2004/28).

BESLISSING

Klager is in zijn klacht niet-ontvankelijk.

Aldus vastgesteld door de Raad op 22 juli 2004 door mr. A. Herstel, waarnemend voorzitter, mw. A.C. Diamand, mw. C.J.E.M. Joosten, mr. drs. M.M.P.M. Kreyns en prof. drs. E. van Thijn, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris.

Uitspraak 2004-68